Begin februari werd de Vlaming Marc Verhaegen, hoofdtekenaar van de strip Suske en Wiske, op staande voet ontslagen. Verhaegen zou volgens zijn meerderen niet in een team kunnen werken. Zelf vermoedt de tekenaar dat er een andere reden achter zijn ontslag steekt: zijn voorstel voor een Suske en Wiske-album over de jodenvervolging. ‘Willy Vandersteen had extreem rechtse sympathieën.’
‘Laten we het maar een beetje gezellig maken,’ glimlacht Marc Verhaegen (48) een tikje mistroostig, ‘er is al misère genoeg.’ Hij pakt twee koude flesjes bier uit zijn koelkast en voorziet zijn gast en zichzelf van een glas met een fijne schuimkraag. Dan wijst de Antwerpse striptekenaar met een krachteloos gebaar naar een kleurig beeldje van twee bekende stripfiguren in de hoek van zijn woonkamer. ‘Confronterend,’ mompelt hij, ‘maar ik doe het niet weg. Suske en Wiske verwijt ik niets. Die hebben mij altijd veel liefde gegeven.’
Verhaegen verdiende zestien jaar lang zijn brood in een gigantische witte villa aan de rand van de Vlaamse dorpsgemeente Kalmthout: Studio Vandersteen, de stripfabriek waar vier maal per jaar een nieuw avontuur van Suske en Wiske van de band rolt. De Antwerpenaar kwam er in 1988 binnen als assistent. Dertien jaar later volgde hij Paul Geerts op als hoofdtekenaar, die op zijn beurt het roer had overgenomen van de in 1990 overleden Willy Vandersteen, de geestelijk vader van Suske en Wiske.
‘Ik heb de voorbije vier jaar al mijn tijd in die strip gestoken,’ zegt Verhaegen, terwijl hij zijn glas nog eens bijschenkt. ‘Werkelijk iedere vezel in mijn lichaam was op Suske en Wiske afgestemd.’
Desondanks vaardigde de leiding van Studio Vandersteen eind februari een persbericht uit waarin vermeld stond dat de striptekenaar op staande voet was ontslagen. Opgaaf van reden: de studio wil voortaan meer in teamverband gaan opereren. ‘Aangezien de verantwoordelijken van Studio Vandersteen Marc Verhaegen niet in deze teamvorm zagen functioneren, zijn zij genoodzaakt afscheid van hem te nemen.’
De Vlaming is kapot van zijn ontslag. Zodra het ter sprake komt, worden zijn ogen vochtig. ‘Het voelt alsof de grond onder mijn voeten is opengespleten, en ik maar val en val en blíjf vallen.’ Hij geeft toe dat hij altijd een beetje een loner is geweest, die het moeilijk vindt om dingen uit handen te geven. ‘Maar ik heb ook twee kinderen te onderhouden en een huis af te betalen, dus er was met mij heus wel over die nieuwe structuur te praten geweest. Die kans heb ik nooit gekregen.’
Waarom niet? Verhaegen durft het nauwelijks hardop te zeggen, maar hij vreest dat Studio Vandersteen eigenlijk om een andere reden van hem af wilde: zijn neiging om voor minderheden op te komen.
Ruim een halfjaar geleden kreeg Verhaegen van zijn meerderen de opdracht om ter ere van het zestigjarig jubileum van Suske en Wiske – de eerste aflevering verscheen in 1945 in het Vlaamse dagblad De Standaard – een verhaal over Kalmthout te maken. Mooie gelegenheid om eens iets met het thema jodenvervolging te doen, vond de tekenaar. Kalmthout, van oudsher een gemeente met een aanzienlijke joodse populatie, was daar tijdens de Tweede Wereldoorlog tenslotte op grote schaal aan ten prooi gevallen. Verhaegen schreef een scenario voor de strip met de titel Sulamith Schiff. ‘Dat meisje heeft echt bestaan,’ legt hij uit. ‘Een Kalmthoutenaar vond enkele jaren terug bij een verbouwing aan zijn huis een stapeltje brieven in zijn plafond die geschreven waren door Sulamith Schiff. De brieven waren gericht aan haar vader. Onderzoek heeft later uitgewezen dat beiden in de oorlog door de nazi’s zijn opgepakt en op de trein naar Auschwitz zijn gezet.’
In het scenario van Verhaegen reizen Suske en Wiske met de teletijdmachine van professor Barabas naar het jaar 1937 om zo met Sulamith Schiff in contact te komen. Het tweetal heeft op straat een popje gevonden dat – zo blijkt uit een bijgevoegd briefje – bijna zeventig jaar geleden aan het joodse meisje toebehoorde en wil het graag terugbezorgen. Helaas, hoe kan het ook anders, de missie loopt volledig in het honderd. Suske en Wiske lopen Sulamith weliswaar al snel tegen het lijf, maar worden vervolgens dankzij geklungel van de in 2005 achtergebleven Lambik – de sul sluit in een onbewaakt moment een koffiezetapparaat op de teletijdmachine aan waardoor er kortsluiting ontstaat – om de haverklap een paar jaar vooruit in de tijd geflitst. Zo wordt het tweetal geconfronteerd met de gruwelen waaraan de joden tijdens de Tweede Wereldoorlog werden onderworpen: sociale uitsluiting, razzia’s, deportatie, vergassing. Wanneer de helden in 1945 ergens iets over vernietigingskampen lezen, stamelen ze geheel onredderd: ‘…Kan het zijn? …Is het waar dat Sulamith?’ De moraal van het verhaal wordt aan het eind nog eens expliciet verwoord. ‘Hoe wil je dat wij leren uit de fouten van het verleden als wij de geschiedenis niet kennen?’ roept Wiske verontwaardigd uit. ‘Op onze schouders rust de maatschapppij van later,’ valt Suske haar bij. ‘Wij willen die bouwen op basis van verdraagzaamheid en respect voor iedereen. Niemand is minderwaardig.’
Marc Verhaegen slaakt een zucht. Meerdere malen heeft hij geprobeerd de leiding van Studio Vandersteen ervan te overtuigen hoe waardevol zijn scenario zou kunnen zijn. ‘Een strip die kinderen iets meegeeft over de oorlog en hun tegelijkertijd leert dat ze niemand mogen pesten omdat hij anders is – daarmee heb je toch goud in handen?’ Maar de leiding wilde er niets van weten. ‘Eerst werd me gezegd dat het scenario te mager was,’ vertelt Verhaegen. ‘Maar toen ik er een verhaallijn aan had toegevoegd, waren er opeens andere redenen waarom het niet deugde.’ Nu werd er geschermd met het testament van Willy Vandersteen. Daarin zou – behalve dat Suske en Wiske nooit ouder mogen worden en Lambik nooit met tante Sidonia mag trouwen – schriftelijk zijn vastgelegd dat een Suske en Wiske-strip nooit een politiek thema mag behandelen. Maar, meent de tekenaar, de jodenvervolging ís helemaal geen politiek thema. ‘Het is een menselijk drama,’ betoogt hij. ‘Zodra je het een politieke kwestie noemt en dat als argument gebruikt om je vingers er niet aan te branden, begeef je je op glad ijs. Je zegt dan in wezen dat er ook voorstanders van de jodenvervolging zijn en dat je die niet voor het hoofd wilt stoten. Maar waar ben je dan nondeju mee bezig?’
De Antwerpenaar zegt nog niet zo lang geleden een vergelijkbare aanvaring met het bestuur van Studio Vandersteen te hebben gehad. Toen hij aan het album De kaapse kaalkoppen werkte, een verhaal over de afschaffing van de apartheid in Zuid-Afrika waarin ook Nelson Mandela niet ontbreekt, werd hem fijntjes medegedeeld dat hij geen standpunt over de zaak mocht innemen. Dat zou niet in het stramien van de strip passen. ‘Daar begreep ik toen ook al niets van. Alsof iemand er tegen zou kunnen zijn dat zoiets vreselijks als apartheid wordt afgeschaft.’
Nu Verhaegen thuis zit en alle tijd heeft om over zijn ontslag na te denken, bekruipt hem telkens weer datzelfde nare gevoel. Het gevoel dat de geruchten die hij ooit opving wel waar móéten zijn. Geruchten? ‘Iemand heeft me ooit gezegd dat Willy Vandersteen extreem rechtse sympathieën had. En ik heb ook vernomen dat sommige leden van het bestuur er dubieuze gedachten op nahouden.’
Lijdt Marc Verhaegen aan een ernstige vorm van paranoia? Zoekt hij naar redenen voor zijn ontslag die er niet zijn? De verwijten die hij Studio Vandersteen maakt, lijken uit de lucht gegrepen. In tegenstelling tot Kuifje-tekenaar Hergé, van wie het geen geheim is dat hij de fascistische beginselen aanhing, staat Willy Vandersteen bepaald niet als racist of anti-semiet bekend. Ook in De Breughel van het beeldverhaal (1994), volgens velen hét naslagwerk over Willy Vandersteen en Studio Vandersteen, wordt met geen letter over enig rechts gedachtegoed gerept.
‘Marc heeft een grote fantasie,’ zegt Helena Vandersteen op afgemeten toon. ‘Verder heb ik weinig aan het persbericht over zijn ontslag toe te voegen.’ Helena, ‘Leen’, Vandersteen is de zesenzestigjarige dochter van. Type charmante doch koele zakenvrouw. Donkergrijs wollen gewaad, halflang grijsblond haar, zwart opgemaakte ogen. Sinds de dood van haar vader leidt ze samen met de andere erven Vandersteen de tekenstudio in Kalmthout.
In de voormalige werkkamer van Verhaegen, bovenin de witte villa, vertelt ze na enig aandringen háár kant van het verhaal over het gedwongen vertrek van haar hoofdtekenaar. ‘Marc dacht dat hij net zo goed was als mijn vader en Paul Geerts. Maar dat was hij niet. De productie van vier albums per jaar kon hij niet aan. Bovendien was hij onmogelijk om mee te werken. Dat hebben we hem meerdere keren laten weten.’ Nee, bezweert ze, dat Verhaegen na zestien jaar trouwe dienst opeens zijn biezen kon pakken heeft echt niets te maken met zijn scenario voor Sulamith Schiff. Alle aantijgingen van rechts extremisme aan het adres van Studio Vandersteen of haar vader noemt ze ‘absurd’.
Op de vraag wat er nu precies op het Sulamith Schiff-verhaal tegen was, antwoordt ze: ‘Er zijn zoveel gevallen van genocide in de wereld. Het zou niet goed zijn om alleen de jodenvervolging eruit te pikken.’ En ze herhaalt nog maar eens dat ‘we ons volgens het testament van mijn vader niet in politiek mogen mengen’. Zelf nam de oude tekenaar ‘tenslotte ook nooit ergens een standpunt over in’. Het akkefietje rond De kaapse kaalkoppen had evenmin iets met racisme van doen, verzekert Vandersteen. ‘We vonden het simpelweg geen goed idee dat Marc zich zo sterk in de strip wilde afzetten tegen de jaren van apartheid. De huidige situatie in Zuid-Afrika is immers ook niet ideaal.’
Achterin een rokerig bruin café in het oude centrum van Antwerpen neemt Peter van Hooydonck een flinke teug van zijn Bolleke. Van Hooydonck is medeoprichter van ’t Vlaams Stripcentrum te Wilrijk en vervulde enkele jaren het hoofdredacteurschap van De Tuf-Tuf Club, het inmiddels ter ziele gegane fanzine voor Vandersteenianen. Maar in de stripwereld is hij vooral bekend geworden als auteur van De Breughel van het beeldverhaal – zoals gezegd, het ultieme naslagwerk over Willy Vandersteen en zijn tekenstudio. Toch?
Helaas, het naslagwerk blijkt niet zo ultiem als gedacht. Van Hooydonck brengt deze middag een aantal interesssante details ter tafel die hij destijds niet heeft verwerkt in zijn boek. ‘Het heeft er alle schijn van dat Willy Vandersteen,’ vertelt hij op gedempte toon, ‘tijdens de Tweede Wereldoorlog voor De Nationale Socialist heeft gewerkt, een weekblad dat collaboreerde met de Duitsers. Hij maakte anti-semitische spotprenten onder het pseudoniem Kaproen.’ De tekeningen werden volgens hem begeleid door teksten van Bert Peleman, dichter en propagandaleider van de collaborerende Dietsche Militie, ook wel bekend als de Zwarte Brigade. Het betroffen fijnzinnige gedichtjes als ‘Wie we slechts met moeite zagen, was oom Levy met zijn kinderwagen. Kwam hij echter met zijn luizen, hielp de militant hem vlug verhuizen.’
Van Hooydonck zegt te weten dat Vandersteen ook prenten heeft getekend voor het boekje Zo zag Brussel de Dietsche Militanten. ‘Ook daarin werd de jodenverdrijving gepropageerd.’ Na de oorlog kregen Bert Peleman en de uitgever van Zo zag Brussel de Dietsche Militanten zware gevangenisstraffen opgelegd. Willy Vandersteen ging vrijuit en bouwde een glansrijke carrière op als striptekenaar. ‘Ik heb hem jaren geleden met de prenten geconfronteerd,’ zegt Van Hooydonck. ‘Maar hij ontkende toen dat hij Kaproen was.’ De Vandersteen-deskundige weet beter. ‘Ik moet natuurlijk een kleine slag om de arm houden, maar afgaande op de stijl van de prenten, en op de gesprekken die ik met leden van de Zwarte Brigade heb gevoerd, kán ik niet anders concluderen dan dat Vandersteen en Kaproen dezelfde persoon zijn.’
Ook in de Suske en Wiske-strips, die vanaf 1945 in De Standaard verschenen, heeft de tekenaar zich niet geheel onbetuigd gelaten, weet Van Hooydonck. In De bokkenrijders, zegt hij, heeft Vandersteen zich expliciet uitgesproken tegen de harde aanpak van landgenoten die met de nazi’s hadden geheuld. En in zeker vijf afleveringen – De koning drinkt, Prinses zagemeel, De stierentemmer, Lambiorix en De stalen bloempot – heeft de Vlaming het volgens hem opgenomen voor koning Leopold III, die door veel Belgen als landverrader werd gezien omdat hij nauwelijks weerstand had geboden tegen de Duitse bezetting.
Van Hooydonck: ‘Opvallend genoeg zijn de albumversies van die strips veel minder stellig dan de afleveringen in de krant. Dat had waarschijnlijk te maken met de commerciële belangen van de uitgever.’
Blijft de vraag waarom Peter van Hooydonck nooit iets over het vermeende dubieuze verleden van Willy Vandersteen aan het papier heeft toevertrouwd. ‘Standaard Uitgeverij, die behalve mijn boeken ook de Suske en Wiske-strips uitgeeft, wilde het niet hebben. Zolang ik niet zwart op wit kon aantonen dat Vandersteen achter het pseudoniem Kaproen schuilging, mocht ik daar op geen enkele manier naar verwijzen.’
Ook Luc de Meyer, boezemvriend en voormalig boekhouder van de overleden striptekenaar, had liever dat Van Hooydonk het verleden zou laten rusten. ‘Ik hoor dat u nogal aan het spitten bent,’ had die op een dag tegen hem gezegd. ‘Zou u dat nu wel doen?’ Over De Meyer weet Van Hooydonck ook nog wel het een en ander vertellen. ‘Hij heeft, net als een aantal andere kennissen van Vandersteen, met de nazi’s tegen het communisme gevochten.’ Luc de Meyer, imiddels tweeëntachtig jaar oud, is bewaker van het testament van Vandersteen en heeft daarmee een invloedrijke positie bij de studio.
Marc Verhaegen heeft inmiddels besloten een rechtszaak tegen de tekenstudio te beginnen. ‘Mijn naam is verbrand,’ zegt hij, ‘ik eis eerherstel.’ Zijn strip over de jodenvervolging komt er alsnog. De Nederlandse jongerenkrant Kidsweek publiceert vrijdag 6 mei het eerste deel. Verhaegen wil er nog niet veel over kwijt, maar kan alvast verklappen dat het verhaal sterk verschilt van het oorspronkelijke scenario. Niet in de laatste plaats omdat hij door zijn ontslag niet meer op de teletijdmachine of een figuur als Lambik kan terugvallen. ‘Er is dit keer een belangrijke rol weggelegd voor de joodse jongen Tobias Schiff, een Kalmthoutenaar die óók echt bestaan heeft,’ vertelt de tekenaar. ‘Schiff heeft zelf het concentratiekamp overleefd, maar zag zijn vader er voor zijn ogen sterven. Op latere leeftijd ging hij veel bij scholen langs om zijn ervaringen met kinderen te delen.’
Om problemen met Studio Vandersteen te voorkomen, luidt de titel van de strip niet meer Sulamith Schiff, maar Rebecca R. Suske en Wiske hebben het veld moeten ruimen voor Senne en Sanne. ‘Ik ben gemotiveerder dan ooit om het verhaal uit te brengen,’ zegt Verhaegen. Helemaal nu zich vorige week weer iets heeft afgespeeld dat zijn bange vermoedens over sommige personen achter Suske en Wiske leek te bevestigen. Een medewerkster van Standaard Uitgeverij liet zich tegenover hem ontvallen dat ze verschillende Vlaamse journalisten die kritisch over zijn ontslagaffaire hadden bericht, heeft benaderd om tegen betaling een positief verhaal over Suske en Wiske te schrijven voor een huldeboek. De verslaggever van Het Belang van Limburg heeft al toegezegd. ‘Ingelijfd in het propaganda-apparaat,’ schampert Verhaegen. Als ze maar niet denken dat híj zich de mond laat snoeren. ‘In Rebbecca R. zal onder meer het thema collaboratie uitgebreid aan bod komen. Ongeacht of sommige mensen daar last van hebben.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.