Stephen Fry is offline. Ooit was hij als een vis in water op het web, maar op het internet van vandaag is geen plaats voor bebaarde Brooklyners, vindt hij. Log off, power off, jack out.

Oprechte vraag: hoe zou het inmiddels gaan met Stephen Fry? Het is al meer dan een week geleden dat de Britse komiek zijn blog met de titel Off the grid online plaatste, en zich vervolgens terugtrok in het grote, diepe, oneindige offline. Hij deed een oproep op internet om van het internet af te gaan en de ironie daarvan ontging Fry zelf ook niet. Hij deed het toch. En hij lijkt het te menen.

Was Fry nu jong geweest, dan had hij wel geweten, schreef hij. Dan had hij, difficult and disruptive als hij was, het enige wat tegenwoordig nog echt rebels is gedaan en was hij offline gegaan. Oh, zoete jonkheid. ‘We zouden praten over God en gitaarakkoorden, poëzie, mode, sport en seks, zoals tieners doen, maar we zouden het liggend op onze rug doen starend naar de lucht, giechelend fluisteren in bibliotheken of duwend tegen de flipperkast,’ mijmert Fry. Log off, power off, jack out, sluit hij zijn betoog af.

Om de zoveel tijd duikt er wel een onheilsprofeet op die ons gebiedt offline te gaan.

En nu zijn we dus 9 dagen verder en ik maak me oprecht een beetje zorgen. Niet om de conclusie van zijn betoog, want die kennen we inmiddels wel. Om de zoveel tijd duikt er wel een onheilsprofeet op die ons gebiedt offline te gaan. Die de noodklok luidt over hoe we alleen nog online lijken te leven. Hoe we als zombies, starend naar onze schermpjes, door het leven trekken. De bekendste is waarschijnlijk sociologe Sherry Turkle, die recentelijk in Reclaiming Conversation nog maar eens een alarmistische betoog tegen sociale media en smartphones hield. In haar boek zeggen kinderen zinnen als ‘Daddy, stop Googling. I want to talk to you,’ alsof vaders tijdens Studio Sport wél altijd zin hadden in een babbeltje. Turkle verheerlijkt het authentieke pre-internettijdperk als ‘echter’ dan onze hedendaagse wereld. En uiteindelijk zijn zij die zich met een telefoon niet goed kunnen beheersen, minder authentieke, ja zelfs goede, personen.

Nee, mijn zorg is niet dat Fry een soort Turkle is geworden. Zijn oproep komt ergens anders vandaan, en ik geloof hem als hij zijn teleurstelling opschrijft. Zijn nuffige tienerutopie (God en gitaarakkoorden, echt, Stephen?) vergeef ik hem zelfs. Daarom is het jammer dat zijn betoog de afgelopen dagen gretig gedeeld door precies het soort webalarmisten waaronder we hem níet moeten scharen.

Als iemand een early adopter was, een propagandist van de mogelijkheden en kansen van het internet, dan was het Fry wel.

De reden die Fry geeft om internet de rug toe te keren is namelijk zoveel interessanter en schrijnender. Als iemand een early adopter was, een propagandist van de mogelijkheden en kansen van het internet, dan was het Fry wel. Hem gaat het niet om afgenomen concentratie, het voortdurende gestaar naar schermpjes, vaders die teveel Googlen of onze onmogelijkheid nog een gesprek te voeren. Dan had hij het bijltje er al wel veel eerder bij neergegooid.

Nee, waarom Fry de stekker eruit trekt is de manier waarop het internet zich ontwikkeld heeft, tot een plek waar platforms als Facebook alle macht hebben, en waar je voortdurend in de gaten wordt gehouden door adverteerders, werkgevers, ouders, en vooral: de overheid. Het vrije, wilde westen-web, waar Fry ooit in geloofde, is overgenomen door politici, adverteerders en grootkapitalisten. En leuk is het er allang niet meer.

En dus zijn we hem kwijt. Fry is als de bebaarde Brooklyner, die als protest tegen het wrede kapitalistische wereld naar Upstate New York verhuist om zelfvoorzienende bioboer te worden. Een wegkijker, zou je hem kunnen noemen, of gewoon een opgever. Toen ze nog met een gezellig clubje waren was het internet nog leuk, maar nu toegang gedemocratiseerd is, en gewone volk ook volop mee kan en mag doen, is dat verloren gegaan. Wegwezen en opnieuw beginnen, is Fry’s boodschap.

Terwijl: dat kan natuurlijk helemaal niet. Fry kan het zich misschien veroorloven ‘m te peren, maar de rest van ons heeft die luxe niet. Of heeft gewoon zwak vlees. Er is heus wel wat mis met het web, of met de manier waarop sommigen het gebruiken. Maar het kokette, inmiddels haast elitaire, offline gaan, of het nou op z’n Turkle’s of z’n Fry’s is, is niet de oplossing. Zoals het ook geen zin heeft tijdens een referendum diep onder de dekens te kruipen en je oren dicht te doen. Echt niet.

Geloof me, Stephen. I feel you. Je zit er even doorheen. We gaan je niet smeken je gesprekken over gitaarakkoorden weer online te komen voeren. Maar let je wel een beetje op jezelf?

En als het je echt zo aan het hart gaat, mag je er wel iets harder voor dat web vechten.