Interview / Klokkenluider op Algemene Zaken
Vijf jaar werkte Robert Coleman (1971) als beveiliger voor premier Jan Peter Balkenende. Hij had, zo omschrijft hij het zelf, de taak om ‘de veiligheid te garanderen van de minister-president, het personeel, alle gasten en gebouwen van het ministerie van Algemene Zaken in Den Haag.’ Een belangrijke en eervolle taak. Maar binnenkort is het afgelopen, vreest hij. Het ministerie heeft een ontslagprocedure tegen hem gestart. ‘Plichtsverzuim’, heet het in juridisch jargon. Maar zelf zegt hij juist te hebben gehandeld uit ‘plichtsbesef’. ‘Ik sta volledig achter alles wat ik heb gedaan.’
Jarenlang probeerde Coleman naar eigen zeggen misstanden binnen de beveiliging van het ministerie van Algemene Zaken intern aan de kaak te stellen. In het begin nog naar volle tevredenheid van zijn meerderen. Maar geleidelijk aan vonden ze hem vervelend worden, een betweter. Toen hij zich uiteindelijk ziek meldde en de publiciteit zocht om zijn punt te maken, was de maat definitief vol. Coleman hoeft niet meer op het ministerie te verschijnen. Zijn verhaal toont overeenkomsten met dat van bekende klokkenluiders. ‘Het enige wat ik mezelf verwijt,’ zegt hij aan het eind van ons gesprek, ‘is dat ik nooit naar de officiële klokkenluiderscommissie van de overheid ben gestapt. Maar ik wist domweg niet van hun bestaan.’
In januari haalde Coleman van de Verenigde Staten tot Nieuw-Zeeland de voorpagina’s. Hij was erin geslaagd om geschminkt als clown en met een hoedje op een officiële identiteitskaart te bemachtigen. Het doel van de actie: aantonen dat de identificatieplicht in haar huidige vorm ‘een geldverslindende poppenkast’ is. En hij was het die tv-programma Nova tipte over een container in Den Haag waarin het Kabinet der Koningin allerlei geheime informatie en gevoelige stukken van Hare Majesteit deponeerde. Een probleem, zegt hij, dat hij jarenlang op het ministerie heeft aangekaart. ‘En er is nog veel meer mis.’
Wat wilde u bewijzen door als clown op uw paspoort te komen?
‘Er wordt steeds meer waarde gehecht aan de identificatieplicht, terwijl die zo lek is als een mandje. Mensen lijken vaak totaal niet op de foto in hun paspoort. Maar als een beveiliger op het ministerie iets zegt van een foto die niet lijkt, dan moet hij niet zulke problemen zoeken.’
De foto van Coleman als ‘joker’ ging de wereld over. Uiteindelijk slaagde hij erin met de kaart het vliegtuig naar Londen te pakken en te paraderen voor de hekken van de ambtswoning van Blair in Downing Street. ‘Ik wilde laten zien dat een terrorist met een onherkenbare kaart overal kon komen,’ zegt hij. ‘Nadat ik me daar een uur opvallend had opgehouden, vroeg een beveiliger van de Engelse ambtswoning me om mijn kaart. Hij keek ernaar en zei toen doodleuk: “Thank you, have a nice day.”’
Bij terugkeer op Schiphol nam de marechaussee de pas in beslag. Ze hadden daarvoor zelfs een ‘internationaal opsporingsbevel’ uitgevaardigd.
We ontmoeten Robert Coleman aan de kade in zijn woonplaats Hellevoetsluis. Tijdens het gesprek twijfelt hij een paar keer. ‘Moet ik dit wel vertellen?’ Stilte. Dan heft hij zijn armen in de hoogte. ‘Ach laat ik het maar doen. Ze gaan me toch ontslaan.’
Na een niet-afgemaakte schoolcarrière op het vwo ging Coleman in dienst. Daarna werkte hij in talrijke functies in de beveiliging – ‘van portier bij de V&D tot op Schiphol’. In zijn vrije tijd verdiepte hij zich als hacker in de computerbeveiliging. Zo wist hij de Postbank te wijzen op een ernstige fout in hun beveiliging, vertelt hij, waardoor onbekenden in staat waren in te breken in het toenmalige internetbetalingssysteem Girotel.
Na de aanslagen van 11 september werd hem gevraagd te solliciteren op het ministerie van Algemene Zaken. ‘Ik vond het een hele eer. Ik verwachtte binnen te stappen in de best beveiligde omgeving van Nederland. Dat bleek totaal niet zo te zijn.’ Toch vond hij het werk aanvankelijk fantastisch. ‘Er werd veel geld in gepompt en we maakten al snel stappen vooruit.’
Coleman kwam te werken in de centrale meldkamer, van waaruit de beveiliging op het ministerie wordt gecoördineerd. Zijn onorthodoxe werkmethode werd aanvankelijk volop gewaardeerd, zegt hij. ‘Ik vond het zalig om te kijken hoe ik onze eigen beveiligingsmaatregelen kon omzeilen. Zo zie je wat er moet verbeteren. ’
Hij geeft een voorbeeld: ‘Bij Europese topontmoetingen is het hele Binnenhof omgeven door een cordon agenten, die de afzetting vormen. Ik stapte dan op zo’n agent bij het afzetlint af en liet dit pasje zien.’ Hij wappert met een OV-jaarkaart. ‘Ze lieten me steevast door. Dan liep ik naar de meldkamer en ging bellen: wie heeft die agenten geïnstrueerd? Want als ik het kan, komt ook iemand met slechte plannen door de beveiliging.
Uiteindelijk hebben we met het team een nieuwe veiligheidsinstructie geschreven om te zorgen dat zulke dingen niet meer kunnen. Maar in de praktijk werd die niet nageleefd en daar zei ik dan wat van.’
Hoe werd daarop gereageerd?
‘Langzamerhand merk je dat je op allerlei tenen gaat staan. Ik werd toch gezien als dat beveiligertje in schaal 4. Ik merkte dat ik steeds minder vriendelijk werd behandeld. Het verbeteren van de veiligheid was niet de prioriteit van mijn leidinggevenden. De ene vond de teamgeest het belangrijkst, de ander had een nevenfunctie als examinator op een hogeschool en stak daar veel tijd in.’
Het aanvankelijke enthousiasme over Colemans inzet veranderde langzaam maar zeker in weerstand. Coleman moest niet zo zeuren. Zijn aanbevelingen verdwenen in een bureaula en uiteindelijk werd hem subtiel gevraagd of hij niet naar een andere baan zou willen omzien. In september vorig jaar meldde hij zich ziek. Sindsdien zit hij thuis.
Na zijn actie met de identiteitskaart, gaf premier Balkenende de opdracht aan de bedrijfsarts van Algemene Zaken uit te zoeken of Colemans ‘gedragingen met betrekking tot het aanvragen van de kaart verwijtbaar zijn en in hoeverre ze te maken hebben met zijn ziektebeeld’. De impliciete boodschap: was hij helemaal gek geworden? Coleman werd verplicht mee te werken aan psychologisch en zelfs psychiatrisch onderzoek. Hij ziet het als stap om van hem af te komen. ‘Als ze me dan toch weg willen hebben,’ zegt hij, ‘kan ik net zo goed aangeven wat er allemaal mis is. Misschien dat er dan alsnog iets verbetert aan de veiligheid op het ministerie.’
Waaraan schort het volgens u?
‘De regels worden niet nageleefd. Neem de geheime stukken van het Kabinet der Koningin, waarover Nova heeft bericht. De beveiliging maakt ’s avonds altijd een zogenaamde “clean desk”-ronde op het ministerie. Dagelijks kon ik zo een stapel van twintig staatsgeheimen op het bureau van mijn meerderen deponeren. Gewoon aangetroffen in de prullenbak. Als ik die kan pakken, kunnen de schoonmakers dat ook. Bovendien werden de vuilniszakken gewoon buiten gezet. Balkenende verklaart nu in de Kamer dat hij van niets wist, maar hij had het kunnen weten. Ik heb het jarenlang gerapporteerd in nota’s inclusief een lijst van mogelijke oplossingen.’
Wat werd er met uw opmerkingen gedaan?
‘Er werd besloten nog eens een vergadertraject in te gaan en er veranderde weinig. Daarom heb ik uiteindelijk Nova getipt. Overigens bewust Nova en niet SBS6, want ik wilde dat men zorgvuldig met de informatie omging. Ik heb inmiddels een brief aan de Koningin geschreven met een bekentenis. Sorry Majesteit, schreef ik, ik zag geen andere manier meer. Die brief heb ik overigens niet gepost, want ik verwacht niet dat zij hem te lezen zou krijgen.’
Zijn er nog meer problemen met de beveiliging?
‘Elke beveiliging heeft gaten. Maar op het ministerie van Algemene Zaken worden miljoenen in veiligheid gepompt. Dan zijn sommige zaken onaanvaardbaar.’
Waarop doelt u?
‘In de praktijk gaat de dienstverlening voor veiligheid. Het Binnenhof is bijvoorbeeld officieel autovrij. Maar in de praktijk staat het vol met auto’s. Als je iemand tegenhoudt die op bezoek komt, belt die gepikeerd naar zijn gastheer, die weer gepikeerd naar het hoofd beveiliging belt. Uiteindelijk krijgt de individuele beveiliger, die gewoon zijn werk doet, op zijn kop. Ondanks de miljoenen euro’s aan beveiliging kan je met gemak een bomauto midden op het Binnenhof parkeren.’
Coleman geeft talloze voorbeelden van veiligheidsproblemen die hij heeft aangekaart. Zo lukte het hem om de fictieve ‘Thea van den Aartengooier’ te accorderen voor een zwaarbeveiligde persconferentie van de premier. ‘Dan staat er dus op de lijst: T. Aartengooier,’ lacht hij. ‘Zoiets moet toch niet kunnen! Maar ik weet zeker dat het vandaag de dag nog steeds lukt.’ Of neem de ict-beveiliging. ‘Ik heb laten zien hoe ik vanuit een willekeurig internetcafé een mail kan versturen vanaf het mailadres van de premier. Ook daaraan is volgens mij niets veranderd.’
Kunt u zich voorstellen dat ze u vervelend vonden?
‘Natuurlijk. Maar ik heb altijd vanuit de beste intenties gewerkt. De veiligheid staat voor mij voorop.’
Hoe moet het nu verder?
‘Stiekem hoop ik dat de grote baas belt, of ik nog eens vijf jaar voor hem wil werken. Ik denk dat ik een waardevolle bijdrage kan leveren.’
En anders?
‘Dan ga ik lekker in de groenvoorziening of zo. Maar ik zal me blijven bezighouden met veiligheid. Ik schrijf een boek over mijn tijd in Den Haag. Daar komen interessante dingen in voor. Laat ik dit zeggen: die afluisterschroef bij de RVD, waar prinses Margarita het over had, die zat er echt.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.