Reportage / Katwijk

Als je vanuit Noordwijk door de duinen richting Katwijk fietst, zie je na de eerste bocht de vijftig meter hoge toren van de Nieuwe Kerk. Een roodstenen gebouw uit 1880, waar ’s zondags zo’n vijftienhonderd mannen en vrouwen de dienst volgen. Elke zondagochtend rond negen uur verspreiden de dorpsbewoners zich over alle vijfentwintig kerken en is het dorp uitgestorven. Na twaalven gaan ze op de koffie bij opa en oma. Nee, dat vaste ritueel is niet benauwend en verstikkend, zeggen de Katwijkers, het is juist gezellig. De familiebanden en de saamhorigheid zijn de basis van dit vriendelijke dorp. Hier kijken mensen naar elkaar om. Een misstap wordt je wel ingepeperd, maar genade volgt op de zonde. Je familie zal je nooit laten vallen.

Deugd en soberheid tellen hier. De Katwijker haalt zijn neus op voor Noordwijk, met zijn levendige toeristische boulevard en chique hotels. ‘Familiebadplaats’ Katwijk ligt er een stuk bescheidener bij. Geen grote campings, vijfsterrenhotels of disco’s waar je tot het ochtendgloren terecht kunt. Katwijk heeft een boulevard met huizen uit de jaren vijftig waar de bewoners met hun pensiongasten in de namiddag genieten van het uitzicht op zee. Deze badplaats is niet hip of trendy, Katwijk straalt de rust van vroeger uit.

De zondagsrust is heilig: niet alleen de winkels zijn dicht, ook de strandbibliotheek blijft gesloten, net als het vermaarde Katwijks museum. ‘Waar moet ik mijn gasten heen sturen als het regent?’ vraagt Marian Krijgsman (44) zich af. Ze is uitbater van de keten B&B aan Zee, drie pensions waar ze de afgelopen jaren met hart en ziel aan heeft gewerkt. Haar gasten houden van rust, maar waarom zou je ze op een regenachtige zondag niet een tripje naar het museum over de historie van de badplaats gunnen? Daar kun je zien dat de huizen aan de boulevard voor de oorlog meer allure hadden. Ze werden allemaal neergehaald door de Duitsers die er hun verdedigingslinie de Atlantikwall bouwden.

Een paar jaar geleden boekte Krijgsman een succesje toen na veel druk het zwembad Aquamar bij wijze van proef ook op zondag openging. De SGP was fel tegen, maar Gemeentebelangen, de partij waar Marian Krijgsman voorzitter van is, zette zich schrap en wist een meerderheid van de gemeenteraad achter zich te krijgen. ‘En wat bleek? Op zondag krijgt het zwembad de meeste bezoekers.’

In de gemeenteraad domineren de christelijke partijen: de ChristenUnie heeft zes zetels, de SGP vijf, het CDA acht, Gemeentebelangen zeven, de PvdA twee en de VVD vijf. Voor aanvang van elke raadsvergadering wordt er door gemeenteraadsleden en het publiek staand gebeden: ‘Almachtige en barmhartige God, schenk ons wijsheid en bedachtzaamheid om de belangen van onze gemeente en haar inwoners te mogen dienen,’ zegt de burgemeester op de laatste vergadering voor het reces. Katwijk moet elf miljoen bezuinigen. ‘Er is weerstand maar ook nuchterheid,’ zegt de burgemeester. ‘We moeten dat bedrag vinden.’ De PvdA wil kwijt dat de ‘kwetsbaren moeten worden ontzien’. Gemeentebelangen protesteert heftig tegen de aangekondigde bezuinigingen, maar het lijkt er toch op dat de strandbibliotheek volgend jaar de deuren zal moeten sluiten en dat het schoolzwemmen zal worden afgeschaft.

Marian Krijgsman beijvert zich voor Katwijk als badplaats van de toekomst. Maar dan moet er wel iets gebeuren. De hotels aan de boulevard staan er armoedig en soms bijna vervallen bij. Het Savoy, ooit gebouwd door de beroemde architect Oud, is zo vergane glorie dat je je fantasie moet gebruiken om je voor te stellen dat het vroeger een bijzondere plek was. Hotels hebben soms moeite om het hoofd boven water te houden; waarom jut de gemeente ze niet op? vraagt Krijgsman zich af. Als er niets gebeurt, zou het mooie, karakteristieke Katwijk in de toekomst wel eens een uitgestorven badplaats kunnen worden.

Er zijn plannen om pal naast het Savoy een zeehaven voor plezierjachten aan te leggen, met dure huizen aan de kade. Zou dat de manier zijn om Katwijk de noodzakelijke push te geven?

Onverdraagzame godsdienst

Katwijk aan Zee is van oudsher een vissersplaats. Mannen gingen de zee op en het was maar afwachten of en wanneer ze terugkwamen. Het geloof – Katwijk aan Zee is Nederlands grootste protestante gemeente – bracht steun. Naast het Savoy hotel staat een monument met alle namen van omgekomen zeelieden; tegenwoordig is het een verzamelplaats van oudere Katwijkers met rollators en scootmobiels. De vijftien Katwijkse schepen die nog uitvaren, doen dat vanuit IJmuiden, maar de grootste vissen permanent in de stille Zuidzee. De meeste Katwijkers verdienen hun brood tegenwoordig aan de wal. Ze zitten in de bloemen, of ze hebben een schilder- annex klusbedrijf.

Sinds 2006 is Katwijk aan Zee gefuseerd met de gemeenten Rijnsburg en Valkenburg, bij elkaar nu zestigduizend inwoners.

Bij de laatste landelijke verkiezingen stemde dertien procent op de PVV, het CDA verloor vijftien procent en de VVD won aanzienlijk. Burgemeester Jos Wienen (CDA) denkt dat de winst voor de PVV mede te maken heeft met afkeer van de islam als onverdraagzame godsdienst.

De Katwijkers zijn aardig, gastvrij en zeker ook barmhartig, vertelt Wienen, die zelf uit Ridderkerk komt. Toen er een asielzoekerscentrum in Katwijk zou komen, leidde dat tot politieke commotie. Maar toen het centrum er eenmaal stond, meldden zich vooral kerkelijke vrijwilligers. ‘Katwijkers willen die mensen toch niet alleen laten,’ denkt de burgemeester.

Wie in Katwijk wordt geboren, wil over het algemeen niet weg. Vanwege de familie, de centrale ligging en de zee. Het inloopspreekuur van de burgemeester, elke dinsdag om vijf uur in het gemeentehuis, illustreert waar dat toe kan leiden. Een jonge vader die bij zijn ouders inwoont en daar een kamer met zijn zusjes deelt, terwijl zijn vriendin met de baby bij haar ouders zit, krijgt van de burgemeester het advies om uit Katwijk te verhuizen. De man krimpt ineen bij de gedachte. En een moeder die met haar autistische zoontje naar een huis met een tuin wil omdat het jongetje driftbuien krijgt en in de natuur tot rust komt, kan hij weinig hoop bieden: ‘De wachtlijst is lang.’ Voor starters die willen huren, is het lang wachten als ze in Katwijk willen blijven.

Cocaïne met bier

Burgemeester Jos Wienen werd landelijk bekend vanwege zijn voortvarende optreden tegen overmatig alcoholgebruik. De jongeren in Katwijk kunnen flink innemen, al werd dat jarenlang ontkend. ‘Toen ik hier begon, stonden er in het weekend ’s nachts honderden jongeren in het centrum van Katwijk. Soms liep het uit de hand en ontstonden er vechtpartijen.’ Als je hem vraagt waarom hij zich zo druk maakt over drinkende pubers, vertelt hij eerst het verhaal van zijn vader die huisarts was en regelmatig dronken patiënten aan de deur kreeg. Dat was zo’n triest gezicht, zegt Wienen nu. Maar er is nog iets wat minstens zo’n indruk heeft gemaakt: zijn dochter liep een aantal jaren geleden een alcoholvergiftiging op en moest naar het Leids ziekenhuis worden gebracht. Als Wienen op voorlichtingsavonden spreekt, gebruikt hij zijn eigen verhaal als voorbeeld. Hij zegt dat hij als geen ander weet hoe moeilijk het is als je kind te veel drinkt.

Alcohol hoort bij Katwijk, het dempte de angst voor je de zee op ging en was een troost voor de achterblijvers. Marian Krijgsman: ‘Mijn vader dronk op zondagochtend wel zes jenevers, ik dacht dat dat gewoon was.’ Ze glimlacht bij de herinnering. ‘Dat drinken zit in onze genen.’

Huisarts Hans Moolenburgh besefte begin jaren negentig dat er onder de jeugd te veel en vooral ook op te jonge leeftijd werd gedronken en gebruikt. Cocaïne samen met bier is populair in Katwijk: het geeft een stoot energie en je hebt het gevoel dat je weer nuchter bent. ‘We hebben een probleem,’ zei Moolenburgh tegen de dominees, ‘en ik heb jullie hulp nodig.’ Als de kerk de situatie onder ogen zag, redeneerde hij, dan konden de ouders er ook niet langer omheen. Zo werd er in 1993 een preek-week georganiseerd waarin alle dominees vanaf de kansel ouders opriepen het gesprek met hun kinderen aan te gaan. Dankzij Moolenburgh werd Katwijk pionier als het gaat om de aanpak van drank- en drugsmisbruik: lezingen, symposia, preventieprogramma’s met een kleinschalige, persoonlijke aanpak. Moolenburgh richtte Kocon op, een lokaal samenwerkingsverband. Elke maand zit hij samen met de gemeente en politie om de tafel om te bespreken hoe het er in Katwijk voorstaat en wat de problemen van dat moment zijn. De laatste tijd is er extra aandacht voor de opvang van ex-gedetineerden voor wie het moeilijk is om de draad weer op te pakken.

Onze verslaafden

Kocon werkt nauw samen met Christelijke verslavingszorg De Brug, dat een bescheiden optrekje heeft in een ‘mindere’ buurt van Katwijk. Bij De Brug is er elke dag een ‘inlooplunch’ in een jeugdhonkachtige ruimte met tafels, een biljart en een grote rookhoek afgeschermd door zware stroken doorzichtig plastic.

Op een zonnige dinsdag eind juni is het menu gebakken vis met sla en aardappels en voor de liefhebbers een lekkere vette saus. Ik zit aan tafel bij twee jonge vrouwen. De een was jarenlang verslaafd aan alcohol en drugs. De ander, Miranda, heeft een psychiatrisch verleden. Beiden zijn christelijk opgevoed en de Bijbel bleef op bijna elk moment hun leidraad. In het uurtje dat ik met ze spreek, zijn het aantal keren dat ze de woorden ‘genade’ en ‘zonde’ gebruiken bijna niet te tellen. Op de momenten dat ze zich verwijderd voelen van de Kerk, weten ze dat dat het werk van Satan is.

De vrouw met het drankverleden wil liever niet dat haar naam wordt genoemd. ‘In Katwijk wordt snel over je geoordeeld.’ ‘Behalve bij De Brug,’ vertelt Miranda: ‘Hier kon ik mijn hart luchten. Omdat ik me gesteund voelde, kon ik ontspannen.’ Langzaam ging het beter: ‘Als ik een terugval heb in het zondige, ga ik bidden, dat helpt.’

Ondanks de kracht die het geloof hun geeft, zijn beiden opgegroeid met de vrees voor hel en verdoemenis: na elke zonde kwam de angst. Maar God was ook degene die hen door de moeilijkste tijden sleepte. ‘Ik hield me aan Hem vast,’ zegt Miranda zachtjes. ‘Van jongs af aan was mijn geloof in hem groot en diep. Hij betekent meer voor me dan mensen.’

Waarom neem je zelf de touwtjes niet in handen, suggereer ik. ‘Voor geen prijs, zegt ze. ‘Dan zet je God buitenspel.’

Tijdens de lunch wordt voorgelezen uit Romeinen 8 vers 31-39: ‘God heeft ons blijvend lief’, en na de maaltijd wordt er opnieuw gebeden: ‘O Here, begeleid iedereen ook in de moeilijkste momenten.’

Miranda was een tijd dakloos. Ze vertelt over die keer dat ze ’s avonds laat door de duinen liep en naar God schreeuwde omdat ze zich afvroeg waarom hij haar zo liet dolen door de duisternis. Even later belde haar zus: ‘”Kom maar bij mij,” zei ze.’

Toen de andere vrouw een lastige puber werd, stelden haar ouders de hel in het vooruitzicht. ‘Uit angst bleef ik geloven. Als ik een dag niet in de Bijbel had gelezen, dacht ik dat het minder goed met me ging.’ In haar strijd met God won Hij altijd: ‘Zonder God had ik helemaal geen houvast gehad.’

De laatste tijd hebben Katwijkers geprotesteerd tegen de komst van een huis voor ex-verslaafden midden in een woonwijk. ‘Kom jongens, het zijn wel ónze verslaafden,’ zei Marian Krijgsman in een vergadering van de wijkraad waar ze deel van uitmaakt. ‘Wij zijn daar net zo goed verantwoordelijk voor en De Brug heeft een goede naam.’ Niemand ging tegen haar in.

Er zijn meer gasten voor de lunch, er wordt rustig gegeten en gepraat. In dit opvanghuis werden in 2010 253 verslaafden behandeld en begeleid. Of dat in de toekomst op dezelfde manier kan doorgaan, is maar de vraag: De Brug wordt door de bezuinigingen bedreigd.

Zero tolerance is de norm in Katwijk. Als je als veertienjarige met een flesje bier wordt aangetroffen, krijg je een boete. En als je dronken bent, word je opgepakt en volgt er een Halt-maatregel. Dan mag je het strand schoonmaken bij een van de strandtenten, het liefst met een Halt-vestje aan. ‘Zo vernederend,’ lacht politieman Gerrit van Rijn, zoon van de organist Van Rijn in de Nieuwe Kerk. Gerrit is lid van een bekende Katwijkse familie die vroeger vijf kotters had. Tot ieders droefenis vertrekt Gerrit binnenkort naar Zeeland, waar zijn vrouw vandaan komt. Hij kent iedereen en weet precies hoe hij de jeugd moet aanpakken. Ondanks de liefde die hij voor zijn dorp voelt, benauwden die banden hem ook wel eens: alles wat hij deed, werd gezien. Daarom besloot hij te gaan studeren; hij haalt binnenkort zijn master integrale veiligheid. Met zo’n opleiding kan hij de wijde wereld in. In Katwijk vraagt men zich vooral af of er iemand is die hem kan opvolgen.

Domi-dweep

Het samengaan van de verschillende kerken in 2003 leidde tot de Protestantse Kerken in Nederland (PKN). In Katwijk betekende dat een scheuring dwars door het dorp en families heen. ‘Dat heeft erin gehakt,’ weet dominee Foppen. Zesduizend gelovigen sloten zich aan bij de PKN, twaalfhonderd verlieten de kerk en bidden al jaren in de sporthal. De stoeltjes moeten elke zondag opnieuw worden klaargezet.

Bert Foppen (34) is een van de tien dominees van PKN die roulerend in de vijf protestantse kerken preken. Hij behoort tot de strenge Gereformeerde Bond. Gekleed in zwarte linnen broek, gestreept overhemd en zwart-lichtgrijze das ontvangt hij in zijn achtertuin naast de trampoline van zijn drie dochters. Foppen werd geboren in Harderwijk en was eerder predikant in Bleiswijk. Toen hij drie jaar geleden voor de keuze stond om naar Katwijk of naar Linschoten te gaan voor een nieuwe periode, wezen zijn gebeden onverbiddelijk richting Katwijk.

Bij deze populaire dominee zitten de diensten altijd vol. Zijn parochianen vinden hem geweldig. ‘Domi-dweep,’ noemen sommigen in Katwijk deze bijna-verering. Foppen heeft het alleen al met ’trouwen en rouwen’ druk.

Dominee Foppen ziet er modern uit, maar hij is een traditioneel en diep gelovig man die ervan overtuigd is dat het geloof de basis is van ons bestaan. ‘De mens is pas echt vrij,’ vindt Foppen, ‘als hij een slaaf is van God.’ Hoe gaat deze jonge dominee om met eigentijdse problemen als ongewenste zwangerschap? ‘Ik zeg dan: je hebt je straf gehad, ga heen en zondig niet verder. Abortus is geen optie, nee, natuurlijk niet. Ik sta bekend als streng in de leer, maar ik ben wel barmhartig, ik zal met haar in gesprek blijven.’

Is praten in zo’n geval barmhartig? ‘Ja, mensen willen dat je streng bent en eerlijk, dat is God ook. Ik maak zo’n meisje duidelijk dat het niet meevalt, ik veeg haar zonden niet onder het tafelkleed. Ik vraag haar om samen met mij te bidden. Ik heb ook wel eens langs het strand gelopen met een jongen die ging trouwen, maar aan mij opbiechtte dat hij al met andere vrouwen was geweest. Zo’n zonde is vreselijk, maar bij God moet altijd een nieuw begin mogelijk zijn.’

Op Foppens verzoek bezoek ik een dienst op zondagmiddag. De twintig ouderlingen collecteren hier nog met zwarte handschoenen aan. ‘Dat is in Harderwijk twintig jaar geleden al afgeschaft,’ zegt Foppen. Hij preekt vol overgave, hij lijkt op een rockster door zijn theatrale gebaren en de intensiteit van zijn gebed. Het is niet makkelijk om christen te zijn, zegt hij tegen zijn gehoor van zevenhonderd man, hoeveel mensen leven er niet voor zichzelf? ‘Je moet de hoop vasthouden die op Christus is gericht, hij komt! Buitenstaanders kijken raar tegen ons aan, ze zien ons als Amish. We moeten meer in de wereld staan, we hebben ons te veel teruggetrokken, Petrus gaat ervan uit dat we nederig in wereld staan, ook als je wordt bespot.’

Opgeheven vingertje

Marian Krijgsman deed dit jaar samen met haar man belijdenis. ‘Een aantal vrienden verklaarde ons voor gek. Ze waren zo blij dat ze van het geloof af waren. Het ging hen vooral om de ongeschreven regels, altijd dat opgeheven vingertje, het elkaar de maat nemen. Dat je geen vragen mag stellen, dat je als vrouw geen carrière mag maken.’ Verwachtingen hadden vaak weinig met geloof te maken: je huis moet netjes zijn, je kinderen om door een ringetje te halen en je huwelijk perfect. ‘En dat terwijl de dominee preekt dat het leven zo broos is.’ Marian is blij met haar keuze. Haar dominee oordeelt niet, hij begrijpt. ‘Ik ervaar het als bezinning, ik vind het belangrijk om naar elkaar om te kijken, ik wil het goede van Katwijk behouden. Bij de generatie van mijn kinderen zie je dat de familiebanden losser worden, zij hebben er minder boodschap aan dat oma jarig is.’

Gemeenschapszin die op bemoeizucht uitdraait en naastenliefde tegenover individualisme, het is een voortdurende strijd in Katwijk.

Tijdens het inloopspreekuur van de burgemeester meldt zich naast de woningzoekenden meneer Zuyderduyn. Alsof hij het zelf niet kan geloven, kijkt Zuyderduyn, een gepensioneerde medewerker van de Koninklijke Bibliotheek, de burgemeester aan en zegt: ‘Het is totaal anders gelopen dan verwacht.’

Dankzij bemiddeling van de burgemeester had meneer Zuyderduyn Mamun, een illegale asielzoeker uit Bangladesh die hij zeven jaar geleden bij zich in huis nam, naar het uitzetcentrum in Ter Apel gebracht. Toen Mamun en meneer Zuyderduyn daar na een reis van vier uur met het openbaar vervoer aankwamen, werden ze weer weggestuurd.

Zuyderduyn: ‘Nu zit Mamun weer thuis. Ik heb hem moeten beletten om uit het raam te springen.’

De burgemeester: ‘Dit is onmenselijk, ik vind het heel naar dat het zo loopt.’

Zuyderduyn kijkt verdrietig: ‘Op deze manier gaat hij de vernieling in.’

Barmhartige Samaritaan

Het waait en regent als ik een paar dagen later Mamun en meneer Zuyderduyn spreek. We zitten in een hoekje van strandtent ’t Centrum en we drinken koffie en thee.

Op 2 februari 2004 – een bitterkoude dag – ontmoetten ze elkaar in de trein naar Amsterdam. Mamun was net in Nederland, hij had alleen een dagkaart voor de trein op zak. Hij was toen ook in Ter Apel geweest; zijn aanvraag als asielzoeker was afgewezen.

Zuyderduyn: ‘Wat in minder democratische landen met geweld gebeurt, doen ze hier met een treinkaartje: iemand laten verdwijnen.’

Bij het afscheid in Amsterdam kreeg Mamun zijn telefoonnummer.

‘Hij was heel aardig,’ zegt Mamun, die goed Nederlands spreekt – geleerd van de moeder van Zuyderduyn, die hij ‘oma’ noemt.

Die nacht lag Mamun in verschillende Amsterdamse portieken, de volgende ochtend liep hij langs de snelweg richting Katwijk tot de verkeerspolitie hem eraf haalde: ‘Ik voelde mijn benen niet meer.’ Hij belde Zuyderduyn, die hem in Heemstede kwam ophalen. Mamun sliep op de bank in de woonkamer bij Zuyderduyn die geen idee had wat hij met Mamun aanmoest. De vreemdelingenpolitie bleek de volgende dag gesloten en de ambassade wilde niet helpen. Ten einde raad bracht Zuyderduyn zijn beschermeling naar de illegalenkerk van dominee Visser in Rotterdam. Toen hij, een diep gelovig man, zag wat voor gespuis daar rondliep, kreeg hij het niet over zijn hart om Mamun daar achter te laten: ‘Ik schrok me wezenloos van al die louche figuren en die drugs. Ik ben christen en dacht aan de geschiedenis van de barmhartige Samaritaan. “Mamun,” zei ik, “kom maar bij mij.”‘

Mamun: ‘Ik dacht: hoe kan dat? Een christen die een moslim helpt? Van de imam had ik gehoord dat christenen je oplichten, dat ze onbetrouwbaar zijn.’

Zuyderduyn, die om geloofsredenen niet stemt maar anders voor de SGP zou kiezen: ‘Na een paar maanden wilde Mamun een bijbel. Mijn broer werkt in een evangelische winkel en had er een in het Bengaals. We zijn begonnen bij Genesis en de openbaring.’

Mamun werd binnen een jaar een overtuigd christen en is om die reden door zijn familie in Bangladesh verstoten. Zowel burgemeester Wienen als huisarts Hans Moolenburgh hebben de hoop nog niet opgegeven dat Mamun hier kan blijven omdat hij vervolging vreest nu hij bekeerd is. Aan die gedachte houden Zuyderduyn en Mamun zich ook vast. Hij zit nu doordeweeks in Ter Apel waar nog eens wordt bekeken hoeveel gevaar hij loopt bij terugkeer naar Bangladesh.

Meneer Zuyderduyn bezoekt hem doordeweeks in Ter Apel, op advies van dokter Moolenburgh – Mamun was de laatste tijd namelijk nogal depressief. In het weekend komt Mamun naar Katwijk en kan hij naar zijn eigen kleine kerk, de Vergadering van gelovigen.

De bekeerde moslim maakt een angstige indruk tijdens het gesprek, maar werpt Zuyderduyn een dankbare blik toe. ‘Hij is mijn vader en mijn moeder,’ zegt Mamun over zijn weldoener. ‘Als hij bij me in de buurt is, word ik rustig. Ik zie de genade van de Heer in hem.’

Na het gesprek lopen Mamun en meneer Zuyderduyn tegen de wind in over de boulevard in de richting van het Savoy hotel, waar over een paar jaar de zeehaven moet komen. Mamun gaat weer terug naar Ter Apel. Hij bidt elke dag dat hij in Katwijk zal mogen blijven.