De gesprekken van de dag, volgens de redactie. Vandaag: de Britse ex-militair Rob Lawrie ontvoerde een kleine vluchteling uit Calais. Wie wint, als de wet in strijd is met je geweten?

‘Het was zo koud die nacht’, zei Rob Lawrie (49). ‘Ik kon niet anders.’ De Britse ex-militair zag er verslagen uit, gisteren. Zijn brede schouders wezen naar de grond en zijn Tourette gooide schaamteloos ‘Vluchtelingen! Vluchtelingen!’ tussen de zinsdelen door. Handtekeningen mochten niet baten. Hij stond terecht in Boulogne, omdat hij het meisje Bru heeft ontvoerd.

Bahar ‘Bru’ Ahmadi (4) is een vluchteling uit Afghanistan. Samen met haar vader verbleef ze in het vluchtelingenkamp Calais, waar Lawrie hielp met het bouwen van verblijfplaatsen. Broodnodig: de kou, honger en de chaos van het kamp veranderen het kamp in een jungle.

Lawrie leerde Bru en haar vader vlug kennen. De grote man, snel geraakt en vader van vier, zag Bru worstelen. Ze hadden bovendien wat gemeen, die drie: Leeds. ‘Neem haar mee,’ zei Bru’s vader. ‘Mee naar Leeds.’ Daar wacht familie van Bru haar op.

‘Die kunnen voor haar betalen, voor haar zorgen, van haar houden, daar kan ze wonen en onderwijs volgen,’ dacht Lawrie. ‘Of ik kan haar teruggeven aan haar vader, die haar meeneemt zo’n koude container in.’ De tocht zou Lawrie hooguit twee dagen kosten.

‘Ik zei “nee”, keer op keer,’ legde Lawrie gisteren uit aan de pers. ‘Echt waar! Maar op een regenachtige avond, om half elf ’s avonds, toen Bru op mijn knie in slaap was gevallen, vlak voor ik de boot op zou stappen, toen kon ik haar niet meer achterlaten. Mijn ratio liet me volledig in de steek.’

Grensbewakers vonden Bru achterin Lawries auto, nog voor hij Frankrijk verlaten had.

Gisteren, laat op de dag, bekende hij schuld. Hij zocht Bru op, waar ze tijdelijk wordt opgevangen, en kreeg een dikke knuffel. De Franse rechter streek over zijn hart en oordeelde dat Lawrie het meisje dan wel in gevaar heeft gebracht, maar geen gevangenisstraf verdient. Hij kreeg een boete en een standje.

‘Compassie zal het altijd winnen, als het hart er van vol is’, zei Lawrie, betraand, in de gang na de uitspraak. Diezelfde compassie, obsessie haast, kostte hem eerder zijn huwelijk.

Lawrie kreeg nog een boete. Een fikse: in zijn auto vonden de bewakers naast Bru ook twee Eritreërs. Lawrie wist van niets, zegt hij. De mannen zouden in het geniep de wagen zijn ingeklommen. Zo stiekem, dat zelfs Bru het niet heeft opgemerkt.

Mij bekruipt iets dat ik tegenwoordig omschrijf als het Making a murderer-gevoel. Hij deugt, denk je. Dat moet wel: kijk maar, lees maar, hoor maar. Toch begint het ergens te jeuken. Ter hoogte van je lurven, daar waar je er net niet bij kunt.

Het is een product van de eeuwige strijd tussen de wet en het geweten. Tussen weten wat mag, en denken wat moet.

Maar waar kwamen dan in ’s hemelsnaam die Eritreërs vandaan?