De gesprekken van de dag, volgens de redactie. Vandaag: de politie zoekt naar de moordenaars van Robert Gerritsen. Slachtoffer van een ruzie die niet de zijne was. De VVD zoekt naar normen en waarden.

Vanmiddag valt er een sms-bom op Amsterdam. Dat is een ongelukkige term voor een oproep van de politie, per sms. Of iedereen die op zondag in de rosse buurt was zijn of haar herinnering wil uitpluizen op zoek naar drie Oost-Europese types. De drie klootzakken die Robert Gerritsen (32) hebben vermoord.

Gerritsen vierde het vrijgezellenfeest van zijn vriend Evert, toen hij zag hoe een conflict tussen ‘een groep licht getinte mannen, waarschijnlijk Marokkanen’ en ‘wat Oost-Europeanen, eentje met een hanenkam’ uit de hand liep. In een poging de gemoederen te bedaren bemoeide hij zich ermee. De hanenkam en zijn vrienden sloegen hem tot moes. ‘Er werd flink geknokt’, vertelt een man met Amsterdamse tongval aan Telegraaf-verslaggever Niels Kalkman. ‘Drie kleine, opgefokte gasten. Volgens mij waren het Russen of zo. Ze namen een kerel te grazen die zeker een kop groter was. Ze hebben zelfs een fles gebruikt als wapen.’

‘Rob was een gezelligheidsmens’, deelt een dorpsgenoot. ‘Hij hield niet van ruzies. Nooit.’ Gerritsen lag even in coma en stierf gisterenochtend.

In groep zes, in 1998, hield ik een spreekbeurt over zinloos geweld. De dood van Meindert Tjoelker in 1997 had diepe indruk op me gemaakt, en hé: ik was een gutmensch in de dop. In de bibliotheek in het dorp spitte ik met de bibliothecaris de krantenarchieven door, op zoek naar voorbeelden (Google was nog wat hooggegrepen). Ik maakte een tijdlijn, om aan de klas te presenteren en kreeg van de Landelijke Stichting tegen Zinloos Geweld stickers mee om uit te delen. Het bekende lieveheersbeestje Lieve, dat je zo ongelukkig vaak op stoeptegels tegenkomt.

De klas was stil. De meester maakte dankbaar gebruik van de rust door nog wat rapporten in te vullen. Die middag speelden we geen tikkertje en riepen we verdacht vaak ‘gaat-ie?’.

Vorig jaar, toen ik zelf nog voor De Telegraaf schreef, sprak ik de piepjonge filmmakers Jesse Bleekemolen (17) en Stijn van Dongen (15). ‘Aan een domme actiefilm heeft niemand wat’, zeiden ze. ‘Wij willen iets betekenen.’ Stijn kon het filmen niet gemakkelijk combineren met school, maar Jesse zette in z’n eentje door: over een paar weken gaat zijn lange speelfilm in première: Fataal. Inderdaad, geen domme actiefilm. Fataal vertelt het verhaal van clubeigenaar Milan, die slachtoffer wordt van zinloos geweld. Zijn lichaam herstelt zich, maar het trauma maakt zijn leven en dat van de mensen om hem heen hartverscheurend ingewikkeld.

De jongens hebben zich laten inspireren door verhalen als dat van Pierre Weymans (27) die in 2014, net als Gerritsen, de dupe werd van een ruzie die niet de zijne was. Hij werd doodgestoken. Jesse en Stijn bezochten een aantal nabestaanden van slachtoffers van zinloos geweld, om niet alleen te kunnen vertellen van het geweld, maar ook van de nasleep en de impact die zoiets nodeloos heeft om de omgeving van het slachtoffer.

‘Weet je, zinloos geweld is geen natuurramp of een ziekte’, zei Jesse me vorig jaar. ‘Het is iets vreselijks dat mensen elkaar aandoen. Het is iets dat ons allemaal kan overkomen. Daarom komt het ontzettend dichtbij. Dat moeten we aanpakken.’

Normen en waarden, zou Edith Schippers zeggen. Die twee moeten we niet langer associeren met ‘verfoeilijke spruitjeslucht en morele oproepen met ongewenste bemoeizucht. Het was de kern van haar H.J. Schoolezing gisteravond. ‘We moeten ons met elkaar bemoeien.’

Super gedaan, Jesse (en jij ook, Stijn). Ik ga kijken.