Autominnend Nederland heeft het zwaar deze zomer: nog nooit was de prijs van een liter brandstof zo hoog. Zuinige automobilisten zoeken hun heil in de supermarkt. Boodschappenlijstje: plantaardige olie, gootsteenontstopper, antivries, een soeplepel en een blender.

Trotse bezitters van een dieselauto die het experiment niet schuwen, kunnen terecht op de Duitse website Fahren mit Salatöl (www.fmso.de). Wegens overweldigende belangstelling uit ons land heeft de site ook een Nederlandstalig forum geopend: ‘Rijden op slaolie – met 59 eurocent per liter het milieu beschermen!’

Bezoekers wisselen tips uit over alternatieve brandstoffen. ‘Vandaag heb ik het maar gedaan,’ schrijft een zekere Chris, eigenaar van een Mercedes E300D uit 1996. ‘Ik ben naar de Lidl gegaan en heb dertig literflessen zonnebloemolie gekocht. Eerst heb ik mijn auto halfvol diesel getankt. Daarna heb ik een trechter op de vulopening gezet en de zonnebloemolie er achter elkaar ingegoten. Mensen, dat rijdt super! Vandaag is het 23 graden en hij loopt als een patatwagen! Net zo gesmeerd! Wat mij nog het meest aanspreekt, is dat de uitlaatgassen een stuk milieuvriendelijker zijn.’

Toch worden de meeste doe-het-zelvers niet gedreven door louter groene bedoelingen. Ze lijken met name gecharmeerd van het financiële voordeel dat het rijden op eetbare olie meebrengt. Een prijslijst geeft aan welke winkels de goedkoopste alternatieve brandstoffen in de schappen hebben: 59 eurocent voor slaolie van Aldi of Lidl, terwijl supermarktketen Hoogvliet niet meer dan 53 eurocent voor een fles zonnebloemolie rekent. ‘Ik zat me toch even te glunderen,’ beëindigt Chris zijn bijdrage. ‘Want met half zonnebloemolie, half diesel in de tank rij je wel effe voor tachtig cent per liter.’

Autominnend Nederland heeft het zwaar deze zomer. Nog nooit was prijs van een liter benzine of diesel zó hoog. ‘Woede om woekerpijzen’, kopte De Telegraaf vorige week. De krant van wakker Nederland deed een poging haar lezers te porren voor een boycot van marktleiders Shell en Esso. De oliegiganten zijn niet onder de indruk. De stijgende benzineprijzen, zo betogen ze, zijn het gevolg van een oude keynesiaanse wetmatigheid: als de wereldwijde vraag naar olie sneller stijgt dan het aanbod, schieten de prijzen omhoog. De ANWB spuwt zijn ongenoegen dan ook liever in de richting van de overheid, die via accijnzen en btw behoorlijk profiteert van dure benzine. Daar moet subiet een einde aan komen, vindt de automobilistenvereniging.

Den Haag toont zich vooralsnog weinig flexibel. Met behulp van creatief rekenwerk probeert het ministerie van Financiën aan te tonen dat het percentáge accijnzen dat naar de schatkist stroomt, juist áfneemt als de benzineprijzen stijgen. De impliciete boodschap: wees blij dat we brandstof niet nóg zwaarder belasten. Tel daarbij de wereldwijd toenemende vraag naar olie en de steeds verder uitgeputte oliereserves, en het vooruitzicht is helder: de komende jaren zullen automobilisten eerder méér dan minder moeten gaan betalen.

De ontwikkeling van biobrandstoffen zou enige verlichting kunnen bieden. Niet alleen voor het milieu, maar ook voor de portemonnee van de automobilist. Probleem is dat Nederland hopeloos achteraan sukkelt op het gebied van minder vervuilende alternatieven. In juni maande de Europese Commissie ons land nog op te schieten met een richtlijn voor biobrandstoffen. Volgens de afspraken zou eind dit jaar twee procent van het totale gebruik van diesel en petroleum door biobrandstoffen moeten zijn vervangen. Dat wordt bij lange na niet gehaald.

Rein Aberson van Solaroilsystems in het Friese Boijl heeft wel een vermoeden waarom ons land achterloopt op bijvoorbeeld Duitsland, waar bijna tweeduizend tankstations biodiesel en plantaardige olie tegen concurrerende prijzen aanbieden. ‘In Duitsland is de biobrandstof accijnsvrij, in Nederland nog altijd niet. Er is hier blijkbaar een sterk lobbycircuit van energiebedrijven die afhankelijk zijn van olie.’

Aberson belandde in de wereld van de alternatieve brandstoffen toen zijn zoon Ronald-Eric, agrarisch-mechanisch technicus, in 2001 eigenhandig zijn Audi TDI ombouwde zodat de dieselmotor probleemloos op plantaardige olie kon rijden. Inmiddels hebben vader en zoon Aberson zo’n honderdvijftig vrachtwagens omgebouwd voor het rijden op pure plantaardige olie (ppo), onder andere een aantal veegwagens van de gemeente Venlo en de afvaltrucks van McDonald’s. Kosten: zo’n vijfduizend euro per wagen.

De wagens rijden op koolzaadolie. Door de accijnsvrijstelling die Solaroilsystems na jaren getouwtrek wist te bemachtigen, is omschakeling voor de klant financieel niet onaantrekkelijk. Een liter koolzaadolie kost zeventig eurocent, terwijl diesel aan de pomp inmiddels 1,05 euro per liter noteert. Na zo’n vijftienduizend kilometer is de investering voor het ombouwen van de motor dus weer terugverdiend.

Aberson: ‘Over twintig jaar zal er een groot tekort aan fossiele brandstoffen zijn. Met het verbouwen van koolzaad zou je in ongeveer drie procent van de totale dieselbehoefte van Nederland kunnen voorzien. Dat lijkt peanuts, maar het is een grove inschattingsfout om te zeggen: dan doen we het maar niet. Ieder procentje helpt.’

Een van de ondernemingen die een deel van het wagenpark bij Solaroilsystems hebben laten ombouwen, is het Leeuwarder inzamelingsbedrijf Omrin (‘Afval is niet niks’). Woordvoerder Monique de Jong laat weten dat het bedrijf erg in zijn sas is met het resultaat. ‘De investering van een paar duizend euro per wagen valt mee.’ Bovendien, zegt De Jong, heeft Omrin het milieu hoog in het vaandel staan. ‘Er komt minder zwavel en roet vrij. En de motor maakt minder herrie.’

Op 6 juli opende minister Cees Veerman van Landbouw met wat ceremonieel de eerste Nederlandse producent van biobrandstof: de Noord-Nederlandse Oliemolen in Delfzijl. Zeventig akkerbouwers zullen het bedrijf jaarlijks ongeveer tweeduizend ton koolzaad leveren, waaruit zevenhonderdduizend liter olie wordt geperst. Directeur Tony Doornbos, zelf ook akkerbouwer: ‘Het kost boeren een paar jaar om de nieuwe teelt goed onder de knie te krijgen. Maar koolzaad past prima op een akkerbouwbedrijf. Vooral nu de tarwemarkt onzeker is, kan het verbouwen van koolzaad dienen als risicospreiding. In Duitsland is het mateloos populair.’

Kritiek van cynici dat Nederland onvoldoende ruimte heeft voor uitgestrekte velden koolzaad om aan de oliebehoefte te voldoen, vindt Doornbos onzin. ‘We halen onze brandstoffen toch al jarenlang uit het buitenland. Anders zouden we hier nog steeds met paard en wagen rondrijden.’

Doornbos hoopt van harte dat het kabinet op prinsjesdag bekend zal maken dat biobrandstoffen voortaan accijnsvrij zullen zijn, zodat er ook in andere delen van Nederland koolzaadoliemolens kunnen verrijzen. ‘Want het is natuurlijk idioot om vanuit Friesland koolzaadolie naar Limburg te gaan rijden. Dat kunnen ze daar ook persen.’ Bovendien zal het laten vallen van de accijns de populariteit van pure plantaardige olie enorm doen toenemen, verwacht hij. ‘Zeker met de huidige dieselprijzen.’

De producent van ‘officiële biobrandstof’ heeft nog een waarschuwing voor slimmeriken die eigenhandig met zonnebloem- of slaolie uit de supermarkt aan de slag gaan. ‘Onthoud goed,’ zegt hij, ‘dat een keelgat vele malen groter is dan de verstuiver in een dieselmotor.’ Eetbare olie is vaak onvoldoende gefilterd. Wie daarmee onverdund zijn tank vult, kan op termijn last krijgen van motorproblemen. Bovendien kan er water in de olie zitten, wat weer leidt tot roest. Doornbos raadt milieubewuste dieselrijders in de grensstreek aan in Duitsland biodiesel te gaan tanken. Dat is niet hetzelfde als pure plantaardige olie. Door chemische bewerking is de olie vloeibaarder gemaakt, waardoor hij geschikt is voor dieselauto’s zonder motoraanpassingen.

Afgezien van de praktische bezwaren – en de vraag of zonnebloemolie uit de supermarkt nu echt milieuvriendelijker is (lege plastic flessen zijn tenslotte ook afval) – kent het rijden op eetbare olie nog een probleem: het is, althans in Nederland, verboden. De logica daarachter is tamelijk onnavolgbaar. Slaolie, vindt de wetgever, hoort thuis in de sla. En zonnebloemolie in de braadpan. Op het moment dat iemand het in zijn tank giet, is hij bezig met het vervaardigen van een ‘minerale olie’, ofwel ‘een accijnsgoed’. En dat mogen alleen vergunninghouders. Een woordvoerder van de douane laat weten dat wie gepakt wordt, kan rekenen op een boete van 4,53 euro per liter.

SP-Kamerleden Agnes Kant en Krista van Velzen zijn inmiddels op de barricade geklommen voor de zelfstandige brandstofpionier. Vorige week stelden ze minister Gerrit Zalm van Financiën, onder wie de douane valt, schriftelijk een serie tamelijk hilarische vragen over zonnebloemolie. ‘Is het waar dat het rijden op zonnebloemolie minder schadelijk is voor het milieu? Zo ja, bent u bereid het rijden op zonnebloemolie te bemoedigen?’ En: ‘Deelt u de mening dat het ontmoedigen van een milieuvriendelijk initiatief zoals zonnebloemolie door het opleggen van boetes onwenselijk is?’

Landbouwminister Veerman heeft de Kamer laten weten dat het kabinet het gebruik van biobrandstoffen volgend jaar wil gaan stimuleren. Naar verwachting betekent dat een forse verlaging van de accijnzen.

De echte avonturier wacht daar natuurlijk niet op. Wie vreest dat experimenten met slaolie de motor aan gort helpen, vindt op www.dangerouslaboratories.org een uitstekend recept voor zelfgemaakte biodiesel. Benodigdheden: een liter plantaardige olie, een fles gootsteenontstopper, antivries, een soeplepel en een blender. En niet te vergeten: rubber handschoenen plus veiligheidsbril. Met behulp van verhelderende foto’s legt de website uit hoe je in tien stappen een prima brandstof voor dieselmotoren maakt. ‘Het is aan te raden om tenminste 50% diesel met de biodiesel te vermengen als je gaat rijden in koud weer’, eindigt het recept. ‘Maar tijdens de warme maanden kan je 100% biodiesel gebruiken. Zonder problemen!’