De Europese Commissie meldde maandag juichend dat ze akkoord is over een nieuwe datawet die Europeanen beter gaat beschermen. Maar daar valt een hoop op af te dingen.
Je zou er haast schizofreen van worden. Een belangrijke doorbraak, stond er in sommige nieuwsberichten. Of: een cruciale sprong voorwaarts. Maar op andere plekken las je juist over een stap achteruit. Of: een grote bedreiging. Als je al weinig opgewonden werd van privacywetgeving: dit hielp waarschijnlijk niet.
Maandag werden de lidstaten van de Europese Unie het eens over een Nieuwe Europese Wet op Databescherming. Dat klinkt fijn, maar op alles is eigenlijk wel wat af te dingen.
Nieuw, daarover kun je twisten. Het is een zoveelste aanpassing op een eerder, veel verdergaand voorstel van het Europese Parlement. Bovendien was er al wetgeving, op zowel nationaal als Europees niveau. En op bepaalde punten is die bestaande wetgeving zelfs beter en verregaander dan wat nu op tafel ligt.
En Europees: mwah. In het nieuwe voorstel zitten niet minder dan 35 uitzonderingen waardoor lidstaten zelf alsnog heel veel kunnen uitmaken.
Ook een echte wet is het nog lang niet. Het is een voorstel, dat om aangenomen te worden nu weer een lang proces van onderhandelingen ingaat.
De databescherming dan tenslotte: die laat veel te wensen over. Het nieuwe voorstel staat vol twijfelachtige formuleringen. Bijvoorbeeld dat bedrijven data niet verder mogen verwerken, behalve voor wetenschappelijke, statistische of historische doelen. Wat voor doelen dat zijn? Onduidelijk. Maar er kunnen dus waarschijnlijk zonder dat je het weet onderzoeken worden gedaan met bijvoorbeeld je Facebook-gegevens. Ook mogen data naar landen waar de wetgeving veel minder goed is worden getransporteerd. En überhaupt wordt het met de wet veel onduidelijker wat een bedrijf wel en niet met je gegevens mag doen.
Niet echt een doorbraak dus. Is er dan helemaal niets goed aan? Natuurlijk, het is positief dat er op Europees niveau überhaupt over een nieuwe centrale datawet onderhandeld wordt. De oude uit 1995 is op z’n zachtst gezegd wat gedateerd. En op dit moment kunnen bedrijven bijvoorbeeld wetgeving omzeilen door hun kantoren in een relatief liberaal land als Ierland te vestigen. Anderzijds blijkt uit het vage compromis dat er nu ter tafel wordt gebracht vooral dat men het nog verre van eens is.
Op het joepiegehalte van het juichbericht dat de Europese Commissie maandag naar buiten stuurde valt dus behoorlijk wat af te dingen. En dat is ergerlijk. Privacywetgeving is ingewikkeld en krijgt in de publieke opinie maar weinig liefde. Nog meer rookgordijnen en onduidelijkheid over wat Europa, een bedrijf, een consument of een land nu wel of niet vermag, maakt het er niet bepaald beter op. En met de beste wil van de wereld: het halfslachtige voorstel van maandag is verre van een doorbraak.
Doel van de nieuwe wetgeving is nog steeds helderheid en eenduidigheid, waardoor het ook voor de gewone Europeaan te begrijpen is. De komende maanden gaat het Europees Parlement nog eindeloos onderhandelen om tot een beter resultaat te komen. Laten we de hoop nog maar even niet opgeven.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.