Mark Rutte als zomergast, dat werd een drie uur lang durende vingeroefening voor de verkiezingscampagne. Overduidelijk keerde hij zich tegen een linkse elite die volhoudt dat de multiculturele samenleving een groot succes is.

In 2003 was Dries van Agt de eerste oud-premier die een avond lang over zijn favoriete televisiemomenten mocht vertellen bij Zomergasten. Maar nooit eerder stond een zittende premier in de schijnwerpers bij het prominente programma.

Het verbaasde dan ook niet dat de laatste uitzending van Zomergasten 2016 van te voren minstens even veel besproken was als de allereerste, met Abou Jahjah. Zou Mark Rutte drie en een half uur gratis zendtijd krijgen om zijn partijprogramma aan de man te brengen? Of zou hij misschien de gelegenheid aangrijpen om eindelijk eens uit de kast de komen?

Je hoeft geen politiek dier te zijn om het een en ander over Mark Rutte te weten. Zelfs voor wie maar af en toe een krant openslaat is het geen geheim dat Rutte wandelend naar zijn werk gaat, graag met zijn fans op de foto gaat (‘Hé joh, alles goed, fotootje?’) en zowel van klassieke muziek als van de Toppers houdt. Met andere woorden: Rutte komt over als een normale, typisch ‘Hollandse’ man, die vaak zelf nog het meest verbaasd lijkt dat juist híj premier is.

‘Hartstikke leuk,’ vond hij het dan ook toen hij gevraagd werd om een avond lang met Thomas Erdbrink te mogen babbelen. Het werd een serieuzer en meer inhoudelijk gesprek dan de Twitteraars, die de hele avond alleen maar uitkeken naar het moment waarop hij over zijn liefdesleven zou beginnen, hadden verwacht. Hoewel Rutte af en toe wel over zijn privéleven sprak, zoals over zijn vader die in het Jappenkamp zat, zijn broer Wim die in de jaren ’80 aan aids overleed en de dood van zijn Duitse herdershond Droef, speelde politiek in zijn favoriete film- en tv-fragmenten toch de hoofdrol: de Britse House of Cards, Neil Kinnock van Labour, François Mitterand, Joop den Uyl en Frits Bolkestein passeerden allemaal de revue.

Echt spannend werd het pas bij het fragment waarin NOS-verslaggever Robert Bas het spreken bijna onmogelijk werd gemaakt door Turks-Nederlandse jongens die tijdens de nacht van de mislukte staatsgreep in Turkije hun steun voor Erdogan kwamen betuigen in Rotterdam. ‘Als Turkije pijn voelt gaat heel de wereld pijn voelen. Fuck jullie NOS, geen leugens opnemen, opkankeren.’ Ruttes primaire reactie was: ‘pleur zelf op zoals we in plat Haags zeggen.’ Als premier moest hij dat natuurlijk netter formulieren, maar de strekking bleef niet mis te verstaan: Turkse Nederlanders die wel gebruik maakten van het recht om te demonstreren, maar de persvrijheid niet respecteerden, hadden zich aan te passen aan de Nederlandse normen en waarden. Presentator Erdbrink probeerde hem er op te attenderen dat deze demonstranten zich op dezelfde manier gedroegen als Feyenoord Hooligans. Tegen hen zei Rutte toch ook niet: lazer op? Maar toen kwam de premier pas echt goed op dreef: ‘ga je nou zitten goedpraten wat deze griezels doen, Thomas, sorry, meneer Erdbrink?’

Het was duidelijk een vingeroefening voor de verkiezingscampagne: Rutte nam afstand van ‘onze blonde vriend’ Wilders, die alle moskeeën en islamitische scholen wil sluiten, maar keerde zich ook tegen de linkse ‘elite’ die alles vergoelijkt en volhoudt dat de multiculturele samenleving een groot succes is. Hij appelleerde aan de zwijgende meerderheid, die niet tegen migranten en vluchtelingen is, zolang ze ‘een beetje normaal doen’. In dezelfde geest liet hij zich uit over het slavernijverleden. Geen beste zaak, maar excuses daarvoor aanbieden noemde hij gratuit.

Mark kwam zoals altijd amicaal over – hij vond van alles gaaf en stoer –, maar had wel een heldere boodschap: onder zijn leiding was Nederland wonderbaarlijk goed uit de crisis gekomen en als we het maar willen kan ons land het nog heel ver brengen in de wereld. Al moeten we dan wel net zulke positivo’s worden als Rutte zelf.