Onmin in de Amsterdamse PvdA
Het vertrek van Rob Oudkerk liet weer eens zien dat de eenheid in de Amsterdamse PvdA ver te zoeken is. De ruzie is er inmiddels zo hoog opgelopen dat vijf bestuursleden zijn opgestapt of weggestuurd – en de teller loopt nog steeds. Over een partij met een diepgewortelde afkeer van sterke leiders.
De wethouder is dood, leve de wethouder! Voor Ahmed Aboutaleb, Marokkaan van geboorte, is 4 februari 2004 een bijzondere dag. Zegt Ahmed Aboutaleb, ten overstaan van een volle raadszaal in de Amsterdamse Stopera. ‘Achtentwintig jaar geleden,’ onthult hij de aanwezigen, ‘bestond mijn referentiekader uit een koe, een ezel en een ongeletterde moeder.’ Hij straalt. ‘En nu word ik wethouder van een wereldstad.’ Met overweldigende meerderheid – negenendertig stemmen vóór en drie tegen – benoemt de gemeenteraad hem even later tot opvolger van wethouder Rob Oudkerk, gesneuveld wegens zijn voorkeur voor betaalde liefde.
De raad overtuigen was een eenvoudige klus. Een stuk eenvoudiger althans dan het overtuigen van zijn eigen partij, de PvdA. Die had hem twee dagen eerder, beduidend minder eensgezind, als kandidaat naar voren geschoven: acht stemmen voor Aboutaleb, zes voor tegenstrever Tjeerd Herrema. Raadslid Bouwe Olij, ook in de running voor het wethouderschap, viel al in de eerste ronde af met niet meer dan drie stemmen.
Maar 4 februari 2004 is en blijft een bijzondere dag voor Ahmed Aboutaleb. Hij lijkt de verdeeldheid in eigen huis maar liever even te vergeten. Goedgeluimd ontvangt hij bloemen, drukt hij uitgestoken handen en neemt hij gelukwensen in ontvangst. De wethouder is dood, leve de wethouder!
De PvdA Amsterdam is in verwarring. Na het bekend worden van het hoerenbezoek van leider Rob Oudkerk brak, op zijn zachtst gezegd, de pleuris uit. Niks aan de hand, vond het PvdA-partijbestuur. Oudkerk moet zich kunnen bewijzen, meende ook PvdA-burgemeester Job Cohen vergoelijkend. Maar de PvdA-raadsleden hadden geen boodschap aan de verzoenende woorden van de leiding: Rob Oudkerk moest weg. Een wethouder die publieke dames frequenteert? En dan nog tippelende dames ook? Die is ‘niet meer te handhaven’.
Het conflict bracht diepgewortelde onvrede aan het licht. Zo hoog is de ruzie inmiddels opgelopen, dat vijf bestuursleden de laan uit zijn gestuurd of zelf zijn opgestapt – en de teller loopt nog steeds. In verhitte verklaringen op internet noemen de dissidenten hun partij ‘een slangenkuil’ waar ‘mondige bestuursleden de mond wordt gesnoerd’ en ‘fouten worden verhuld’, kortweg, ‘een puinhoop’. Ze vragen zich af wie er nu eigenlijk de leiding heeft in de PvdA: zijn dat de leden of is dat ‘een van vriendjespolitiek in elkaar hangende banenmachine’?
Vlak na de beëdiging van Aboutaleb loopt Tjalling Halbertsma, fractievoorzitter van de PvdA Amsterdam, keuvelend rond door de koffieruimte naast de raadszaal. Hij lijkt tamelijk onaangedaan voor iemand die kortelings zijn politiek leider voor het oog van de natie ten val zag komen. Tegelijkertijd loopt hij niet over van enthousiasme voor de opvolger die hij net heeft benoemd. Want of Aboutaleb het door Oudkerk achtergelaten vacuüm kan vullen? Daarvan lijkt Halbertsma nog niet zo overtuigd. ‘Politiek leiderschap,’ zegt Halbertsma quasi-neutraal, ‘dat moet je verdienen.’
Maar dat de benoeming van Aboutaleb het zoveelste voorbeeld zou zijn van de verdeeldheid binnen de fractie wil er bij hem niet in. Dat is makkelijke praat van de kranten. De PvdA Amsterdam is ‘helemaal niet verdeeld’, zegt Halbertsma. Dat wil zeggen: niet méér dan andere partijen. Iedereen die er anders over denkt, raadt hij aan een biertje te drinken bij Café Libertijn, stamkroeg van de VVD. ‘Daar zul je zien,’ zegt de fractieleider, ‘hoe kleine kruideniers en echte liberalen elkaar de tent uit vechten.’
Liberalen mogen dan ruziën in het café, Halbertsma moet toegeven dat zíjn partijgenoten er bij conflicten elke keer weer in slagen de krantenkolommen te halen. Dat zit zo, legt Halbertsma uit, terwijl hij nadenkend naar de punten van zijn schoenen staart. De PvdA vervult al sinds mensenheugenis een sleutelrol in Amsterdam, en dat heeft zo zijn consequenties. ‘Wat de PvdA-fractie beslist, gebeurt in negen van de tien gevallen in de gemeenteraad. Vinden wij dat het linksom moet, dan gaat de raad linksom. Besluiten wij rechts, dan wordt het meestal rechts.’ Deze machtsfactor geeft zijn partij een ‘grote verantwoordelijkheid’, zegt hij. En het zorgt ervoor dat er op ‘al onze beslissingen veel druk’ staat. Halbertsma: ‘Als fractie hebben we lange vergaderingen waarin flink wordt gediscussieerd.’ De fractieleider betoont zich geen voorstander van het uitvaardigen van oekazen, zoals bij de SP. Hij kiest liever voor debat. ‘Discussies vind ik juist goed,’ zegt hij, ‘daar hou ik van.’
Het is druk in de koffieruimte. Behalve de voorzitter zelf is ook de halve PvdA-fractie aanwezig. De raad vergadert door, maar de sociaal-democraten hebben de discussie allang gevoerd – in de eigen fractie wel te verstaan. Binnen de PvdA-gelederen, vertellen ze, zitten zowel aanhangers van het standpunt dat de VVD in de raad verkondigt, als pleitbezorgers voor de visie van SP of GroenLinks. Zelfs Leefbaar Amsterdam kan soms op bijval rekenen.
Het gezamenlijke standpunt, zo leggen ze uit, wordt bepaald in eindeloze vergaderingen, hoogoplopende discussies en nachtelijke telefonades. ‘Maar het is niet zo,’ zegt raadslid Lodewijk Asscher beslist, ‘dat de fractie echt verdeeld is.’
‘We zijn wel verdeeld,’ corrigeert collega Peter Klerks hem, om misverstanden te voorkomen. ‘Maar niet in een links kamp en een rechts kamp. De kampen wisselen wekelijks.’
Asscher: ‘Gelukkig zijn we met zijn vijftienen. Een oneven aantal. Als het op een stemming aankomt, is er altijd een meerderheid.’
‘Aan Tjalling heb je niks,’ grijnst raadslid Herman Marres, die er ook bij is komen staan. ‘Tjalling kiest de ene keer links, de andere keer rechts.’
Klerks: ‘Je moet het zo zien. Onze fractievergadering is eigenlijk heftiger dan de raadsvergadering.’
De PvdA’ers zijn, zeggen ze zelf, wel gelukkig met deze situatie. Wat hen betreft hoeft de afdeling niet op zoek naar een nieuwe politieke leider, een stevige man die de lijnen uitzet, beslissingen neemt en knopen doorhakt. Ongeduldige partijleden die er anders over denken, moeten maar even afwachten. De ware leider staat uit zichzelf op. Als ze heel eerlijk zijn, vertellen ze erbij, komt de hele discussie over de opvolging van Oudkerk hun zo langzamerhand de neus uit. ‘We moeten snel weer bezig met de inhoud,’ zegt Herman Marres. ‘Want daar word je uiteindelijk toch op afgerekend.’
Als ze over de landelijke PvdA spreken, zijn de raadsleden een heel andere mening toegedaan. Op het Binnenhof, vinden ze, is wél behoefte aan eenduidig sociaal-democratisch leiderschap. De beginselverklaring waar Wouter Bos aan werkt, is ‘heel nuttig’, meent Peter Klerks zuinig, ‘maar hij mag weleens wat steviger ingaan tegen dit kabinet.’ Raadslid Frank de Wolf verwoordt het anders. ‘Ik krijg jeuk als ik Balkenende zie,’ zegt hij. ‘Wouter Bos moet daar iets aan gaan doen.’
Maar Amsterdam heeft een charismatische leider, iemand die de boodschap voor het voetlicht kan brengen, helemaal niet nodig. In de hoofdstad draait het slechts om inhoud. ‘Als dat niet zo zou zijn,’ zegt Marres, ‘dan vraag ik me af wat ik hier nog doe.’
De geschiedenis van de PvdA Amsterdam is nog niet geschreven, maar de titel is al bekend: Afkeer van de sterke man. De hoofdstedelijke PvdA heeft een lange historie in het wegsturen van eigen wethouders (Han Lammers, Walter Etty) en fractievoorzitters (te veel om op te noemen). Al in 1975 was het reden voor VN te schrijven dat ‘de Amsterdamse gemeentepolitiek afzakt naar het niveau van de dorpsruzie. De bierpompen ruisen, list en bedrog worden niet geschuwd, zelfs slaande argumenten worden niet uit de weg gegaan.’ Sindsdien lijkt er weinig veranderd.
Twee jaar geleden heeft politicoloog Jos de Beus het maar weer eens geprobeerd. Als voorzitter van de kandidatencommissie schoof hij Rob Oudkerk als sterke man naar voren. Oudkerk, landelijk bekend wegens zijn voormalige carrière als televisiedokter, was speciaal in Amsterdam geliefd vanwege zijn doorzettingsvermogen met betrekking tot de mysterieuze ‘mannen in witte pakken’ tijdens de enquête over de Bijlmerramp. Op de verkiezingsavond van 6 maart 2002 waren vriend en vijand het erover eens: dankzij stemmenmagneet Oudkerk was Amsterdam niet aangetast door het Leefbaarheidsvirus.
Toen De Beus zijn kandidatenlijst samenstelde, was Pim Fortuyn nog een eenvoudige columnist van Elsevier. Een anti-PvdA-stemming onder het volk was nauwelijks bespeurbaar. Toch voelde je al, zegt de politicoloog, dat er iets aan zat te komen. ‘De bezem moest eens flink door de partij.’ De PvdA-raadsleden waren ‘tandeloos’, meende De Beus, ‘niet van goede kwaliteit’ – nee, zelfs ‘van tweede garnituur’. Hij kan het natuurlijk nooit bewijzen, maar het ‘verfrissende geluid’ van Oudkerk heeft de PvdA in Amsterdam gered.
Als voorzitter van de kandidatencommissie was De Beus op zoek gegaan naar een ‘aansprekend leider’. Daarnaast wenste hij een rigoureuze schoonmaak in de fractie. ‘Door nieuwe mensen in te brengen,’ zegt De Beus, ‘hoopte ik de hinderkracht van de achterblijvers te breken.’
In het begin, herinnert hij zich, verliep de vernieuwing soepel. Ach, als hij daar toch aan terug denkt. Hij is nog steeds onder de indruk van de ‘professionaliteit en kwaliteit’ van de enthousiaste kandidaten die zich meldden. De Beus: ‘Het was een verrukkelijke tijd.’
Maar hoe langer hij bezig was en hoe dichter het moment van de definitieve keuzen naderde, hoe zuurder de sfeer werd. De Beus: ‘Op het laatst werden er kei- en keiharde spelletjes gespeeld.’ Allereerst was er de kwestie-Duco Stadig. Moest de woningbouwvoorman na acht jaar wethouderschap niet inzien dat hij zo langzamerhand een ‘remmende factor’ werd? Daarmee trapte de politicoloog op een hele trits zere tenen. Achteraf geeft hij toe dat de openlijke aanval op Stadig, niet het grootste probleem van de PvdA, niet zo handig was. ‘Ik had Stadig beter hoog op de lijst kunnen zetten.’
Heel anders kijkt hij terug op de ‘kwalijke rol’ van toenmalig voorzitter Bouwe Olij. Die had eerst de onafhankelijke kandidaatstellingscommissie samengesteld, zogenaamd om de vernieuwing voor te bereiden. Maar toen het schone schip in zicht leek, meldde hij zichzélf als kandidaat-wethouder. ‘Ik heb me daar enorm aan gestoord. Ik dacht echt dat hij samen met mij bezig was de beste kandidaten te selecteren. Maar Olij is een intrigant, de Amsterdamse Jan Nagel.’ Ondanks protesten van De Beus slaagde Olij er toch in op de kieslijst van 2001 te komen. Wat voor De Beus reden was om Olij tijdens de feestelijke presentatie van de kieslijst in Artis te beschuldigen van ‘vals spel’ en ‘manipulatie’. De PvdA Amsterdam, zo hield De Beus de toegestroomde en nog onbevangen partijleden voor, werd gekenmerkt door een ‘ego- en clancultuur’, waar ‘de bedorven geur van belangenverstrengeling’ hing.
‘Destijds was het probleem,’ zegt De Beus, ‘dat de partij geen duidelijk leiderschap had. Ze zadelden mij als buitenstaander op met alle zware beslissingen.’ Hij pauzeert even. ‘En als ik dan iets voorstelde, zeiden ze: rot op, De Beus, je kan me wat.’
De grondige schoonmaak van De Beus had eigenlijk alleen effect op de fractie. Maar liefst tien van de vijftien raadsleden waren nieuw. ‘Pak een bedrijf en vervang tweederde van de werknemers,’ zegt raadslid Manon van der Garde, in het dagelijks leven communicatieadviseur, ‘dan krijg je gegarandeerd problemen. We zijn vijftien individuen zonder gemeenschappelijke achtergrond.’ ‘Uiteindelijk,’ meent haar collega Marius Nijman, student filosofie, ‘zijn we toch goedwillende amateurs. Ikzelf ook.’
De strijd om het leiderschap blééf. Oudkerk werd wethouder en liet een verweesde en onervaren fractie achter. Met daarin de doorgewinterde Bouwe Olij, die de gelegenheid aangreep soms regelrecht oppositie te voeren tegen zijn eigen partijleider. ‘Olij is veel te dominant aanwezig en veroorzaakt enorme onrust,’ waarschuwde voormalig partijvoorzitter John Leerdam in Het Parool. Het leek hem het beste als Rob Oudkerk zelf eens ‘hard zou ingrijpen’ om duidelijk te maken wie de baas was.
Wie heeft het voor het zeggen? Wie is de baas? De Amsterdamse Partij van de Arbeid heeft grote problemen met het beantwoorden van die vragen. Het blijkt ook op de druk bezochte ledenvergadering in het statige Felix Meritis aan de Keizersgracht. De PvdA’ers zijn in dusdanig groten getale komen opdraven, dat er voor de laatkomers geen plek meer is op de klapstoeltjes. Als ze zich dan maar hebben geposteerd in de coulissen, opent oud-wethouder Jaap van der Aa, een halfuur later dan gepland, de vergadering.
De leden zijn boos. Wat heet: ze zijn woedend. Een week geleden is hun leider Rob Oudkerk weggestuurd. Gisteren is er een nieuwe wethouder benoemd. En dan mogen zij nu alles al is besloten, ook nog een duit in het zakje doen. Een lid uit stadsdeel Oud-Zuid: ‘Uiteindelijk ben je slechts contribuant van de Stichting PvdA. En stichtingen, zo weet u, zijn ondemocratisch.’ Els Iping, voorzitter van stadsdeel Centrum: ‘Het is treurig om te zien hoe de partijtop mensen laat vallen als een hete aardappel.’ Edith Mastenbroek, kandidaat voor het Europees Parlement: ‘Het is een aanfluiting wat de partijtop hier laat zien. Hoe kan ik in Europa het Nederlandse prostitutiebeleid verdedigen, als mijn partij daarvoor zijn eigen wethouder afstraft?’
Het rumoer in de zaal verstomt pas als de gevallen wethouder het podium beklimt. Rob Oudkerk kan wat weinig partijgenoten kunnen: een zaal toespreken. Hij betoont zich als een rasechte politicus. ‘Laten we deze episode afsluiten,’ spreekt hij zalvend. ‘Het heeft geen zin. Het gaat om grote zaken als onderwijs of de Sociale Dienst. Het gaat niet om de kleine zaak van de man die naar de hoeren gaat.’ De leden vinden het prachtig. Ze trakteren hem op een lang en hartelijk applaus. ‘Het is wel duidelijk,’ constateert partijvoorzitter Judith Belinfante opgelucht, ‘waarom Rob die vijftigduizend stemmen heeft gehaald.’ De ergste kou lijkt uit de lucht.
Maar na de pauze gaat het toch mis.
Voormalig PvdA-campagnestrateeg Jacques Monasch, ook niet van gisteren, meent een ‘vertrouwensbreuk’ te bespeuren. Want hoe kan het dat het partijbestuur vond dat Oudkerk kon blijven, en de fractie hem desondanks heeft weggestuurd? Hij eist het aftreden van het voltallige partijbestuur en de benoeming van ‘nieuwe’ en ‘krachtige’ leden, die de onwillige fractie een halt toe kunnen roepen. In de ontstane commotie gaat de maiden speech van de nieuwe wethouder Ahmed Aboutaleb geheel verloren. Hij heeft het over ‘lef tonen bij de problemen van de sociale dienst’ en ‘durven zeggen dat een bureaucratisch systeem als verzuimregistratie op scholen niet werkt’. Maar zoveel inhoud is aan de zaal niet besteed.
Het is uiteindelijk slechts een minderheid van ongeveer een derde van de aanwezigen die vindt dat het bestuur moet opstappen. Onder de voorstemmers: bestuursleden Sanne van Osnabrugge, Tjandra Balai en Laurens Slot. De zaal eist onmiddellijk het hoofd van Slot. Was die er niet als de kippen bij om in de media te lopen stoken tegen Oudkerk? Was hij ook niet een vriend van Olij? Weg met die man! Van Osnabrugge en Balai zullen een dag later zelf besluiten hun biezen te pakken. Evenals bestuurslid Remco Boas. Middels het pseudoniem Henk van Dennen heeft hij een subversieve e-mailactie ontketend waarin hij de leden opriep massaal en met behulp van rode rozen hun steun aan Rob Oudkerk te betuigen. Dat was een PvdA-bestuurslid natuurlijk ook onwaardig.
De zaal loopt leeg en de bar van Felix Meritis stroomt vol. Raadslid Charlotte Riem Vis laat weten dat ze hier ‘heel treurig’ van wordt. Raadslid Frank de Wolf is blij dat hij overmorgen voor zijn werk als viroloog naar het buitenland vliegt. ‘Even niet meer dat gezeik.’
Een kleine week na de zinderende ledenvergadering hoopt partijvoorzitter Judith Belinfante dat de PvdA ‘ophoudt met kibbelen’ en ‘op volle kracht vooruit’ gaat. Ze heeft vervroegde bestuursverkiezingen uitgeroepen.
Zelf zegt ze pal te staan voor alle actieve leden die vrijwillig folderen, campagne voeren, het partijkrantje maken en zich inzetten voor de partij. ‘Die mensen,’ zegt ze, ‘hebben behoefte aan een partijtop die dat ziet.’ Natuurlijk heb je een leider nodig die in de media het partijstandpunt verwoordt. Maar ze blijft er moeite mee hebben. ‘Zo’n leider is niet de partij. Dat zijn al die actieve leden die hun vrije tijd erin steken. Dat gaat gewoon door.’
Ook raadslid Charlotte Riem Vis hoopt dat de ‘kruitdampen snel verwaaien’. ‘In het Japans,’ zegt ze welgemoed, ‘betekent crisis hetzelfde als ontwikkeling.’ En het is hard nodig, vindt ze. Neem de vermaledijde bezuinigingen uit Den Haag waar mensen last van hebben, kijk naar de problemen met integratie. ‘In Amsterdam wonen 188 verschillende culturen die vreedzaam naast elkaar moeten leven en elkaar niet in mootjes moeten gaan hakken.’
Tja, de inhoud. Je zou haast vergeten dat het de Amsterdamse PvdA’ers daar om gaat. Maar sinds Wim Kok de ideologische veren afschudde, is het ook te Amsterdam onduidelijk waar de sociaal-democratie voor hoort te staan. Terwijl PvdA-voorman Wouter Bos ijverig werkt aan een nieuw beginselprogramma dat de partij weer visie en smoel moet geven, worstelt ook de Amsterdamse PvdA met haar inhoudelijke bestaansrecht.
Op een regenachtige maandagavond verzamelt een groepje twintigers zich bij galerie Walls aan de Prinsengracht. Het zijn jonge partijleden, vaak nog maar net lid. De een is verloskundige, de ander filmrecensent. Er is een planoloog, een jurist, een voorlichter, nog een jurist en een medewerkster van de immigratiedienst. Ze zijn gekomen om te praten over partijvernieuwing met gastspreker Lennart Booij, oud-Niet-Nix’er. Hier geen ruzie, hier geen strijd om de macht. In het midden van een prachtige met moderne kunst behangen ruimte installeren ze zich aan een lange tafel. ‘Het is vooral belangrijk dat het gezellig is,’ opent initiatiefnemer Rienk Stuive de bijeenkomst met warme stem. ‘We gaan discussiëren onder het genot van lekker eten en een wijntje.’
Terwijl de paprikasoep met parmezaanse kaas en de gamba’s met pasta en spinazie worden opgediend, ontspint zich een levendig debat. Moet de PvdA, nu de verheffing van de oude sociale onderklasse geslaagd is, zich niet inzetten voor de verheffing van nieuwe onderklassen, te weten grote groepen allochtone Nederlanders? Moet de PvdA niet méér luisteren naar uitvoerders dan naar managers? Het beste idee komt aan het eind van de avond. ‘Leefbaar Rotterdam,’ zegt Lennart Booij, ‘heeft het Rotterdamse model gelanceerd. Zou het niet mooi zijn als de PvdA daar het Amsterdamse model tegenover kan stellen?’ Gaat het in Rotterdam om ‘angst’, Amsterdam zou ‘hoop’ moeten uitstralen. Hij heeft het idee nog niet uitgewerkt, maar het is in elk geval een begin.
‘Het was fantastisch,’ verzucht PvdA-bestuurslid Philip Mol, medeorganisator van de avond na afloop. ‘Het is zo jammer dat we hier in het bestuur niet aan toekomen.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.