Wetenschappelijke antwoorden op actuele problemen: Hoe bestrijd je een pandemie zonder het einde van de globalisering in te luiden?

Grenzen zijn gesloten, vluchten geannuleerd en in de VS gaan stemmen op om alle West-Afrikanen te weren. Het Chinese Macau heeft een belsysteem opgezet waarbij vliegtuigpassagiers in de weken na hun aankomst elke dag een telefoontje krijgen om hun gezondheid te controleren. De ebola-uitbraak in West-Afrika heeft geleid tot een golf van angst voor verwoestende pandemieën die het menselijk ras kunnen vernietigen, of op zijn minst decimeren. In afwachting daarvan heeft ebola het leven van globetrotters niet gemakkelijker gemaakt. Hoe kan je virussen als ebola bestrijden zonder het einde van de globalisering in te luiden?

1| ‘Ik durf de stelling aan dat globalisering de wereld gezonder maakt’

Maarten den Heijer, universitair docent internationaal recht, noemt het sluiten van grenzen middeleeuws. ‘Toen werden melaatsen ook buiten de stadspoorten gehouden.’ Den Heijer ziet open grenzen niet als bedreiging, maar als medicijn tegen een wereldwijde virusuitbraak. ‘Het besef dat mobiliteit gezondheidsrisico’s met zich meebrengt, heeft het Westen meer betrokken gemaakt bij epidemieën in Afrika en Azië. Dat was een reden om na de Tweede Wereldoorlog de Wereldgezondheidsorganisatie op te richten.’ De WHO 
roeide in de jaren zeventig het pokkenvirus uit en is nu het internationale platform voor samenwerking tegen besmettelijke ziektes. ‘Ik durf de stelling aan dat globalisering de wereld gezonder maakt.’

2| ‘Het goede van de WHO is dat politieke overwegingen van individuele landen geen rol spelen’

Ook Pieter Jan Kuijper, hoogleraar internationaal publiekrecht, noemt 
de WHO het juiste platform om een wereldwijde epidemie aan te pakken. Voor ebola heeft de WHO een Public Health Emergency of International Concern (PHEIC) uitgeroepen. Gevolg: 194 landen moeten zich houden aan door de WHO opgestelde regels om de virusuitbraak in te dammen.
‘Het goede van de WHO is dat politieke overwegingen van individuele landen geen rol spelen.’
De organisatie wordt geleid door een directeur-generaal die zijn beslissingen louter baseert op het advies van deskundigen. Deze aanpak kwam tot stand tijdens de SARS-epidemie van 2002 en werd daarna succesvol toegepast bij de Mexicaanse griep en de hernieuwde polio-epidemie – al morden sommigen dat de WHO-deskundigen te snel een PHEIC uitriepen wegens warme banden met de vaccin-industrie.

Volgens Kuijper is het nooit goed of het deugt niet. ‘Bij ebola krijgt de WHO nu het verwijt juist te langzaam te zijn.’ In haar regels benadrukt de WHO overigens dat het internationale reis- en handelsverkeer niet algemeen mag worden beperkt, omdat het middel erger is dan de kwaal: het leidt tot schaarste aan voedsel, medicijnen en werkt de komst van medische teams tegen.
Als de grenzen open blijven, kan het natuurlijk geen kwaad (potentiële) virusdragers eventjes te controleren.

3| ‘Passagiers moeten worden getest terwijl zij op hun vlucht wachten. Wie besmet is, mag niet mee’

Maikel Boot, promovendus in de microbiologie, pleit voor de toepassing van een snelle virustest. In zijn vakgebied wordt hard gewerkt aan de enzyme-linked immunosorbent assay-techniek (in de volksmond beter bekend als ELISA). Door bloed af te nemen en te mengen met virus-specifieke antilichamen kan een virus binnen een kwartiertje worden opgespoord. Voor ebola bestaat deze test nog niet, maar voor het verwante lassa-virus sinds kort wel. Boot ziet het al voor zich: ‘Passagiers zouden door middel van een vingerprik een kleine hoeveelheid bloed moeten afstaan die wordt getest terwijl zij op hun vlucht wachten. Wie besmet is, mag niet mee.’ Klein nadeel van de aanpak: wereldwijd moeten alle luchthavens worden voorzien van een klein lab. Groter nadeel: de test kan leiden tot vals-negatieven (virusdrager stapt toch in vliegtuig) en vals-positieven (droomvakantie eindigt in quarantainecel).

4| ‘Zolang kennis sneller reist dan het virus, kunnen we onszelf tegen elke uitbraak wapenen’

Piek Vossen, hoogleraar computationele lexicologie, grijpt terug op wetmatigheden uit de communicatiewetenschap. Tijdens acute rampen ontbreekt vaak de juiste kennis en informatie over de lokale situatie, waardoor het probleem verergert – ‘zelfs als een oplossing voorhanden is’. Vossen: ‘Zolang kennis of informatie sneller reist dan het virus en de juiste mensen worden bereikt, kunnen we onszelf tegen elke uitbraak wapenen.’ Helaas is dat nog niet het geval. De Liberiaanse minister van Defensie Browny 
Samukai luidde de noodklok in een toespraak bij de VN-Veiligheidsraad. Zijn land mist de kennis, de infrastructuur, de logistieke capaciteiten en het geld om de ziekte te bestrijden.

5| ‘Met kennis en hygiëne kom je heel ver’

Intensive care arts en onderzoeker Paul Elbers zoekt de oplossing ook in verspreiding van kennis. ‘Ebola is erg dodelijk, maar niet zo besmettelijk. Dus met kennis en hygiëne kom je heel ver.’ Verbetering van de informatietechnologie in Afrika kan daar goed bij helpen. ‘Op langere termijn stimuleert dat ook de economie, wat weer leidt tot gezinsplanning en een bevolkingskrimp. En minder mensen per vierkante kilometer betekent minder besmettingen.’ Een ander voordeel van het internet is dat het globalisering mogelijk maakt zonder te hoeven reizen. De medisch specialist: ‘Wie alleen Facebook-vrienden heeft, loopt nooit een virus op.’