Nederland wil meer gaan experimenteren met de deeleconomie. Waarschuwing: in de VS ontwikkelt de discussie zich net tot een cultuurstrijd.
Een beetje aandoenlijk was het persbericht vanochtend haast. Meer experimenten met nieuwe technologie en verdienmodellen, kondigde het ministerie van Economische Zaken aan. En volgens minister Kamp moet dat ervoor zorgen dat Nederlanders ‘als eerste’ gaan profiteren van de nieuwe mogelijkheden. Hate to break it to you, Henk. Maar de eerste, dat zijn we toch echt allang niet meer.
Prima natuurlijk, meer uitproberen met regelgeving rond Uber en Airbnb. Maar je hoopt toch dat Kamp en zijn ambtenaren ook een beetje over de grens kijken. Terwijl we in Nederland nu expliciet de voordelen van de ‘deeleconomie’ gaan onderzoeken, is de discussie in de Verenigde Staten juist net een nieuwe fase in gegaan.
Die zogenaamde ‘deeldiensten’ groeiden daar de afgelopen jaren al als kool. Experimenten kun je het niet eens noemen. Veel van de apps lapten gewoon de regels aan hun laars en werden zo razendsnel een voldongen feit. Je hoefde maar app, peer to peer en sharing te laten vallen, of je kon meeliften op het hosanna. Geslaagd experiment, zou je zeggen. Behalve dan dat er juist in Amerika de laatste tijd twijfel ontstaat.
In Californië werd Uber onlangs teruggefloten. Een rechter bepaalde daar dat chauffeurs wel degelijk werknemers zijn en dus als zodanig behandeld en betaald moeten worden. Onlangs signaleerde The New York Times al dat er al meer en meer start-ups ontstaan die juist de voordelen van echte, vaste werknemers inzien. Die zijn uiteindelijk betrouwbaarder en leveren dus meer op.
Delen, daar kan niemand tegen zijn. Maar een economie op basis van klusjes?
En over experimenten gesproken: in New York starten ze er ook net eentje. Daar wordt morgen tijdelijk een maximum ingesteld aan het aantal Uber-chauffeurs dat in de stad actief mag zijn. Interessant is vooral de manier waarop linkse burgemeester Bill de Blasio de nieuwe regels wil gaan handhaven. Met een uitgewerkte campagne is hij van plan de kwestie Uber nadrukkelijk ideologisch te maken. Volgens De Blasio is het slechts een beperkt, welvarend deel van de New Yorkers dat profiteert van de disruptieve diensten. Aan het verwijt anti-innovatie te zijn heeft hij een broertje dood: dit gaat over fundamentele waarden, die we volgens hem samen moeten verdedigen.
Hij is niet de enige. Hard questions, noemde Hillary Clinton de vraagstukken rondom de ‘gig-economy’ onlangs. Met opzet gebruikte ze niet het positievere ‘share-economy’. Delen, daar kan niemand tegen zijn. Maar een economie op basis van klusjes? We moeten oppassen, aldus Clinton, dat de bescherming van werknemers niet wordt aangetast. Ook in de toekomst moeten we zorg dragen voor degelijke banen.
Aan de andere kant van het spectrum staat Jeb Bush, die zich in San Francisco onlangs triomfantelijk liet vervoeren door een Uber-taxi. Wie tegen Uber is, is tegen de toekomst, is de boodschap van hem en andere Republikeinse kandidaten. De dienst, en daarmee ook zusjes als Airbnb en Homejoy, kan zo een belangrijke rol gaan spelen in de presidentscampagne. En de discussie erover wordt haast een cultuurclash, met aan de ene kant de hoogmis van de innovatie, en aan de andere kant de groeiende kritiek op de gevolgen voor de arbeids- en woningmarkt.
Zesenzeventig keer valt het woord ‘innovatie’ in de brief van Kamp. Experimenteren zullen we. Maar misschien kunnen we in Nederland tegelijkertijd ook alvast een beetje vooruit spoelen. De bredere maatschappelijke discussie en de clash zoals in Amerika gaan we hier ook krijgen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.