Junior Company
De negentienjarige Mert springt als een kikker op en neer en gooit zijn hoofd naar links en naar rechts. Zijn opgemaakte ogen staan op oneindig.
De kleine blonde danseres Veronika draagt een rijk gedecoreerde tutu met daaronder een felroze joggingbroek. Ze zuigt zenuwachtig op een chocolademunt.
‘Nog tien minuten!’
De dansers begeven zich al springend en rekkend naar het toneel. De première is uitverkocht. In de zaal zitten eminente danscritici, oud-dansers, choreografen, sponsoren en de directie van Het Nationale Ballet. Die zal binnenkort besluiten of Mert, Veronika en de andere dansers mogen blijven.
De verwachtingen van de afgelopen tijd moeten vanavond worden waargemaakt.
Vier maanden geleden kwamen deze dansers aan in Amsterdam uit verschillende delen van de wereld: Amerika, Turkije, China, Japan, Canada en Spanje. Vier hoefden er niet te reizen, die kwamen rechtstreeks van de balletacademie in Amsterdam. Ze zijn met z’n twaalven: twaalf gelukkige dansers die de andere tweehonderd kandidaten tijdens de audities wegbliezen. Zíj zijn de uitverkorenen van de Junior Company, een nieuw initiatief van Het Nationale Ballet en de Balletacademie om jong danstalent een eigen podium te geven.
Verlegen glimlach
Juli 2013. Op een broeierige dag betreden de dansers voor het eerst het Muziektheater in Amsterdam, de plek waar ze de komende twee jaar eindeloos veel tijd zullen doorbrengen. Sommige ogen staan nog in de jetlag-stand, andere zijn juist wijd opengesperd. Die van Mert Erdin bijvoorbeeld, een danser uit Istanboel. Hij zegt niet veel, maar kijkt nieuwsgierig om zich heen. Sommige dansers hebben voor de eerste week ouders of andere familieleden meegenomen, maar Mert kwam alleen.
De dansers krijgen een rondleiding van de Nederlandse danser en choreograaf Ernst Meisner, die aan zijn opleiding bij The Royal Ballet een charmant Engels accent heeft overgehouden.
‘Hier is de fitnessruimte. We hebben een speciaal health-team dat jullie de komende weken fysiek zal screenen. Jullie kunnen daar altijd terecht met vragen.’
Meisner, die hen intensief gaat begeleiden, vertelt even later over het doel van de Junior Company: ‘De overstap van de balletacademie naar een groot gezelschap is altijd heel lastig. Het zijn de beste dansers van de school die worden aangenomen, maar in een gezelschap als Het Nationale Ballet belanden ze helemaal achteraan. Met de Junior Company wilden wij een brug slaan tussen de academie en het gezelschap. In deze aparte groep krijgen ze meer aandacht en kunnen ze vlieguren maken.’
Tijdens de lunch houdt Meisner een welkomstspeech, waarin hij benadrukt hoe zwaar het programma gaat worden en hoe bijzonder het is dat de jonge dansers, alias de Juniors, door de strenge selectie zijn gekomen.
‘En er komt een fotoshoot! Onze beroemde fotograaf Erwin Olaf gaat jullie portretteren.’
Her en der verschijnt een verlegen glimlach.
‘He really likes food,’ zegt een Chinese vrouw met bril en knotje. Ze kijkt liefkozend naar een jongen met een avocado-wrap in zijn mond. ‘Ik ben zijn oppas voor de komende weken, zodat hij zich niet zo alleen voelt.’ De jongen knikt vriendelijk, zijn Engels is nog niet zo goed.
Na het afwikkelen van bureaucratische rompslomp als verblijfsvergunningen, ziektekosten en bankzaken begint de eerste les.
De dansers nemen allemaal een eigen hoekje in de studio en praten nauwelijks met elkaar. Hun fanatisme is direct zichtbaar. Merts gezicht is non-stop gespannen, hij strekt zijn ledematen of zijn leven ervan afhangt. Lerares Judy probeert ze een beetje tot bedaren te brengen.
‘Rustig aan jongens, jullie doen alsof jullie voor het laatst les hebben! En als je iets anders hebt geleerd, laten we er dan over praten. Dat is helemaal niet erg.’
De dansers worden er niet relaxter van.
Er rust een loodzware last op deze piepjonge dansers. Op de première zullen ze rollen dansen die voor professionele solisten zijn gemaakt. Dan staan ze in de volle schijnwerpers in plaats van in de schaduw, zijn ze niet zwaantje 27 maar zwaan nummer 1.
Ernst Meisner bekijkt de dansers vanaf de kant.
‘Juist omdat we dat gat tussen academie en gezelschap willen dichten is het belangrijk dat ze van begin af aan solo’s dansen. In mijn tijd bij The Royal Ballet stonden jonge dansers soms vier, vijf of zes jaar niets te doen. En daarna durfden ze soms niet meer op te treden. Je zwemt of je zinkt. Wij willen deze dansers dus meteen de grote rollen uit de balletgeschiedenis laten dansen. Dat is natuurlijk fantastisch, maar het brengt ook druk met zich mee.’
Een paar solisten van Het Nationale Ballet druppelen binnen. Ze kletsen, maken grappen en bekijken de nerveuze dansers al stretchend vanaf de bar.
BIjna nooit thuis
Een aantal weken later zijn de Juniors al iets spraakzamer. Mert zit samen met de Spaanse Daniel Montero Real aan een warme maaltijd, piepers met vlees. De dansers brengen bijna 24 uur per dag met elkaar door. Ze trainen samen, eten samen en slapen samen in hetzelfde huis. De meisjes zitten in een huis in Oost, de jongens in een flat vlak bij het Muziektheater.
‘Ik vind het wel veel, zo de hele tijd samen,’ zegt Mert. ‘Hoewel we eigenlijk altijd op onze eigen kamers zitten. En we zijn bijna nooit thuis.’
Daniel woont op zichzelf, na een aantal jaar in een huis van de Amsterdamse balletacademie te hebben gewoond.
‘Heerlijk, zo alleen. Ik ben dolblij dat ik geen dansers meer in mijn huis heb. Gek werd ik ervan!’
Hij rolt met zijn ogen.
‘Maar nu zie je helemaal niemand meer!’ zegt Mert. Daniel knikt tevreden. ‘Nee, en dat is prima. In het weekend slapen we toch de hele dag om bij te komen.’
De jongens wisselen wat culturele balletverschillen uit. ‘In Spanje zijn er geen goede gezelschappen’, zegt Daniel. ‘De regering geeft er gewoon niet om. Of ze zien dansers als atleten, niet als kunstenaars. En nu is het ook nog crisis.’
‘In Turkije is het beter,’ zegt Mert. ‘Daar heeft de staat zeven dansgezelschappen opgericht, die de dansers bovendien van een goed pensioen na hun vijfenzestigste voorzien. En dat terwijl ballet buiten de grote steden eigenlijk totaal onbekend is. Op het platteland zeg ik altijd dat ik aan volksdansen doe: of ze kennen het woord ballet gewoon niet, of ze denken dat ik homo ben.’
De mannelijke dansers krijgen vandaag les van balletmeester Renato Arismendi, een stevige man met kniebeschermers en een bewust neutrale gelaatsuitdrukking. Renato zal de choreografie Ballet 101 instuderen, een extreem zware mannensolo. Na een week moet hij één van de jongens casten voor de première, twee anderen worden tweede en derde cast.
‘De techniek is belangrijk, maar de uitstraling ook. Het is een komisch stuk. It needs to be FUN!’
Renato laat de jongens meteen zweten. De fun is nog even ver te zoeken. ‘Dit is 2013 jongens, we dansen niet meer zo!’ Hij maakt een geaffecteerde beweging met zijn arm. ‘Ik wil meer Frans in plaats van Russisch! Doe eens wat gekker, dit is een gekke baan! Niet rennen als een meisje! Laat mij niet zo zweten! Ik ben oud!’
Renato scant vanachter zijn brilletje de jongens. Zijn ogen rusten vooral op Mert en Daniel, de andere jongens geeft hij weinig aandacht. Mert lijkt het minste moeite te hebben met acteren, maar Daniel heeft de steeds sneller wordende passencombinatie iets beter onder de knie. ‘Ik heb al een idee wie ik ga kiezen, maar dat ga ik nog niet zeggen natuurlijk,’ zegt Renato. ‘Met dat gezeur over persoonlijkheid heb ik niets, ik wil gewoon de beste.’
Aan het einde van de repetitie zitten de jongens doorweekt in een split op de grond. Morgen begint de uitputtingsslag opnieuw.
Tientallen ogen per dag
Bij de danseressen gaat het er iets rustiger aan toe. Ze krijgen les van soliste Igone de Jongh, die op YouTube-filmpjes een aantal solisten uit het verleden laat zien. De meisjes kijken gebiologeerd naar hun dansende voorbeelden en proberen het daarna zelf in praktijk te brengen. De groep is uitgebreid met Veronika Verterich, een Russisch-Amerikaanse danseres met een fijn opgemaakt gezichtje. Ze is een aantal dagen later in Amsterdam aangekomen en houdt zich wat afzijdig van de andere meisjes.
Directeur Ted Brandsen komt binnenlopen.
‘Ik kom vaak naar ze kijken, want ik wil die ontwikkeling volgen. Dat is spannend om te zien. Ze zijn nog heel jong, tussen de zeventien en de twintig, dus er kan nog van alles gebeuren. Je kijkt niet naar wat het nu is, maar wat het zou kunnen zijn in de toekomst.’
Brandsen houdt de dansers ook in de gaten omdat hij straks moet beslissen wie van hen opgenomen wordt in Het Nationale Ballet. De dansers kunnen in totaal twee jaar bij de Junior Company dansen, maar het kan ook zijn dat ze na een jaar worden weggestuurd.
‘Het eerste jaar krijgen ze een studiebeurs, het tweede jaar komt een deel tijdelijk in dienst. Het jaar daarop kunnen ze definitief in dienst komen bij Het Nationale Ballet. Maar dat geldt natuurlijk niet voor alle dansers. Er zijn maar enkele plaatsen.’
Er komen een paar frêle vrouwen op leeftijd langs de kant zitten. Ze wisselen fluisterend commentaar uit. De jonge dansers worden blootgesteld aan tientallen ogen per dag, die hen nauwgezet volgen, beoordelen, opslaan of vergeten. Eigenlijk is het twee jaar lang elke dag auditie. En dan is er ook nog dat spiegelbeeld, weer twee extra ogen. ‘Misschien is dat wel het moeilijkst, van jezelf houden,’ zegt Veronika. ‘Ik ben eigenlijk nooit tevreden.’
Na de les schuifelen de meisjes door de gang. Ze lopen als robotjes, met hun voeten ver uit elkaar. Het is een maand na aankomst en de heimwee begint op te spelen.
‘Mijn ouders zitten nu alleen met de hond.’ Veronika zit op een bankje in de gang en trekt sloffen van slaapzakstof over haar kleine voeten. ‘Het gaat beter dan ik had verwacht, maar ik mis ze deze week wel heel erg.’
Ze komt oorspronkelijk uit Rusland en groeide op tussen twee dansende ouders. Op haar derde verhuisde ze van Moskou naar Amerika.
‘Mijn vader kon een baan krijgen in een Iers riverdance-gezelschap als de Russische spektakeldanser, dat was een vast element. We hebben tot mijn vijfde door heel Amerika getoerd en we eindigden op Broadway, New York.’
Daar kreeg ze vanaf haar achtste balletles op de school waar ook haar ouders lesgaven.
‘Het was aan de late kant, maar mijn ouders hadden het eerder niet gestimuleerd. Ze weten hoe hard de danswereld kan zijn. Maar ik wilde het echt. Inmiddels steunen ze me volledig.’
Toen ze klein was, wilde Veronika teruggaan naar Moskou om bij het beroemde Bolsjoj te dansen. Maar na de zuuraanval van sterdanser Pavel Dmitritsjenko op artistiek leider Sergej Filin denkt ze daar anders over. ‘Het schijnt er echt verschrikkelijk te zijn, die sfeer van jaloezie en concurrentie. Hier is het over het algemeen heel prettig. Hoewel je natuurlijk overal diplomatiek moet zijn als danser.’ Veronika zwaait naar een voorbijlopende danseres.
‘Je moet je niet te veel bemoeien met andermans zaken. Ik heb dus ook geen beste vriendin. Het zijn allemaal mijn vriendinnen, of allemaal mijn collega’s. Ik ben als Zwitserland: altijd neutraal en met een beetje afstand.’
Over het Amsterdamse huis dat de meisjes toegewezen kregen is ze een stuk minder neutraal. Haar gezicht schiet in een grimas. ‘Dat is verschrikkelijk. We hadden laatst enorme lekkage, we zaten op de trap te wachten op hulp. En sommige kamers zijn heel koud. Dat is niet zo goed voor onze danslijven. Qua geld is het ook sappelen, maar aan de andere kant: ik hou toch geen tijd over om het uit te geven.’ Ze haalt haar schouders op en pakt haar tas. Ze heeft nog een afspraak met haar coach. ‘Alles voor de dans!’
Uitverkoren
Vandaag oefenen de Juniors in de donkere kelder van het Muziektheater, waar het decor van Don Quichot staat opgeslagen. Er staat een groot ijzeren harnas in de hoek.
‘De Juniors doen ook mee aan de grote producties van Het Nationale Ballet,’ zegt Ernst Meisner. ‘Dan doen ze zowel ervaring op in solorollen als in het corps de ballet bij bijvoorbeeld Don Quichot of Cinderella. Dat is toch waar ze uiteindelijk terecht willen komen na hun tijd bij de Junior Company.’
Er is te weinig plaats en Mert gebruikt een roterende boekenkast als bar. Hij draagt een rode band om het haar uit zijn gezicht houden en telt zachtjes mee met zijn leermeesteres. Vlak na de les horen de jongens wie balletmeester Renato gekozen heeft voor de solo Ballet 101. De Spaanse Daniel is gekozen voor de première, Mert wordt derde cast. ‘Tja,’ zegt hij. ‘Je blijft elkaars concurrent. Maar we zijn het inmiddels wel gewend. Je moet je niet te veel bezig houden met anderen. Maar ik ben best blij met deze uitkomst, ik ben toch een van de drie. Daar moet je tevreden mee zijn.’
Aan het einde van de dag slentert hij op grote sloffen door de gangen. Het is laat, maar hij heeft nog een afspraak in de fitnessruimte met de fysiotherapeut. Er staat een beukende beat op. Hij heeft zich verrekt in een lift, maar het gaat de goede kant op. Nu geeft fysiotherapeut Anita hem nog een paar extra tips. ‘Ik laat Mert zien hoe hij zijn dijbeen het beste kan strekken. Kijk, zooooo.’
Ze duwt zijn been naar beneden.
‘Hij heeft veel gefietst, dus zijn bovenbenen zijn sterk. Dat is op zich goed, maar de spieren mogen niet te kort worden, natuurlijk.’
Het gebouw is nu vrijwel leeg en Mert stort zich op een bank in een schemerige ruimte. Er ligt een donzen slaapzak en er is een Playstation geïnstalleerd. Hier brengen de dansers hun tijd door buiten de repetities en trainingen.
‘Eigenlijk woon ik hier gewoon. Ik ben hier vaak ’s avonds laat, het is open tot één uur ’s nachts. Aan het eind van de dag ga ik weg, kook ik wat thuis, kijk een Turkse comedyserie om mijn gedachten stil te zetten, slaap een uur en dan ga ik weer terug om te trainen.’
Ook in het weekend komt hij vaak trainen. ‘Als je de hele week hebt gedanst, dan willen je spieren gaan slapen in het weekend, met als gevolg dat ze niet meer wakker willen worden. We moeten dus altijd blijven doortrainen.’
Mert werd geboren in Istanboel. Zijn vader verliet het gezin toen hij drie was en zijn moeder was vaak weg. Vanaf zijn dertiende woonde hij praktisch alleen thuis. ‘Mijn moeder werkte voor de overheid als notaris en werd steeds in een andere stad geplaatst. Ik deed alles zelf, was snel zelfstandig. Maar ik ben heus niet zielig, hoor.’ Zijn moeder vond dat Mert op zijn dertiende auditie moest doen. In navolging van een verre oom, die in Amerika een danscarrière had opgebouwd. Ze zag een oproep in de krant. ‘Ik had nog nooit een ballet gezien voordat ik auditie deed. Maar ze zeiden meteen: jij bent bijzonder. Eerlijk gezegd was dat de reden dat ik dans leuk vond. Want toen ik Het Zwanenmeer zag, was ik verveeld, al die danseressen die in dertig minuten over het podium trippelen.’
Op zijn vijftiende vertrok hij naar een kostschool in Hamburg, zonder dat hij Duits of Engels sprak. Van daaruit deed hij nog een uitwisseling met een Canadese balletschool, waar hij ook zijn gymnasium kon afmaken. Inmiddels kan hij niet meer zonder de dans.
‘Dit is wat ik wil en het gaat goed. Natuurlijk heb ik ook zwaktes. Ik zie dingen bijvoorbeeld te snel somber in en dan gooi ik de handdoek in de ring. En ik ben niet zo muzikaal, ik moet dus alles uittellen in mijn hoofd.’
Mert staat op en rekt zich uit.
‘Het grootste probleem is dat mijn geest soms niet tot rust komt. Ik ben nu gewend aan het negeren van fysieke pijn, maar mentaal sterk zijn, dat is het moeilijkst. In januari horen we of we na dit jaar door mogen, dus we zijn allemaal nerveus.’
Killerpumps
De dag van de première is aangebroken. Sneller dan gedacht. De jonge dansers hebben in drie maanden tijd een enorm repertoire op moeten slaan, zowel in hun hersens als in hun lijven. Ze traden op tijdens het grote openingsgala van Het Nationale Ballet, waren te zien in de grote productie van Don Quichot en dansten een programma tijdens de Museumnacht. Tussendoor werkten ze aan hun eigen programma, dat ze in 32 verschillende theaters door het land zullen opvoeren. Op de première laten de dansers een kleine balletgeschiedenis zien, met onder meer klassiekers uit The Sleeping Beauty en Het Zwanenmeer, Kwintet van grootmeester Hans van Manen en de mannensolo Ballet 101.
Ernst Meisner is zwaar verkouden en spreekt de dansers met hese stem aan. Voor hem is het minstens even spannend. Hij moet zijn groep overleveren zonder dat ze worden verslonden en hij maakte de choreografie Saltarello, die de Juniors voor het eerst zullen opvoeren.
Directeur Ted Brandsen loopt de hele dag op en neer. ‘Don’t get cold!’ roept hij en danspakjes verdwijnen snel onder een laag kleren.
Het is hectisch backstage. Een troepje coaches snelt op en neer en wuift toitoitoi’s toe.
‘Kan ik jullie aan mijn moeder voorstellen straks?’ vraagt Mert, die met een half geschminkt gezicht aan een maillot trekt. ‘Ze is overgekomen uit Istanboel.’
Veronika gebaart denkbeeldige passen met haar handen en de Nederlandse Nancy moet nog snel een nieuwe panty. ‘Ik pak een XL voor je!’ roept de kleedster. Nancy zelf is niet bepaald XL, maar ‘balletpanty’s vallen nu eenmaal erg klein’.
Een half uur later gaat het doek op. Ted Brandsen verschijnt op het podium. ‘Het is vanavond niet alleen de première van een nieuw programma, maar ook het debuut van de Junior Company…’
De dansers trippelen vol energie het podium op en storten zich na afloop weer de coulissen in om met hun laatste adem een ‘oh my god, oh my god, oh my god’ uit te stoten. Veronika kwam even in botsing met Nancy en hier en daar was er een kleine hapering, maar over het algemeen zijn ze best tevreden.
Na afloop verschijnen ze opgedirkt in de drukke foyer. Er is geen spoor meer te bekennen van het zweet, de angst, de hysterische ademhaling en de pijn. Alleen de adrenaline is er nog. Veronika ziet er op haar killerpumps opeens niet meer uit als achttien en Mert begroet uitgelaten zijn kleine moeder in een keurige witte blouse. ‘Het was altijd een elegante jongen die oog had voor detail,’ zegt ze trots.
Choreograaf Hans van Manen nipt aan een witte wijn. Hij zag vanuit de zaal het ballet dat hij in 1974 voor Alexandra Radius maakte. ‘Ik vond het werkelijk geweldig. Mijn stuk was een fijn rustpunt, want ze gingen pittig op en neer, hoor, in die andere stukken.’
Van Manen heeft ook een duidelijke voorkeur. ‘De Chinezen mogen van mij zo het gezelschap in, geweldig gewoon. En die jongen, Daniel heet-ie? Maar ja, daar ga ik niet over, natuurlijk. Bovendien kan er nog van alles gebeuren. Voorstelling dertig, die is pas interessant.’
Maar de vraag is: willen de dansers na dertig voorstellingen als solisten in de spotlights nog wel naar een groot gezelschap om daar van onder af aan weer opnieuw te beginnen?
‘Ja natuurlijk willen ze dat!’ roept Van Manen. ‘Het Nationale Ballet is een van de beste gezelschappen ter wereld. Maar Nederland neemt het op de een of andere manier niet serieus. Dus nu ik je toch spreek: de balletkunst wordt nog steeds gediscrimineerd als kunstvorm in Nederland. We krijgen nauwelijks aandacht. Zeg dat maar tegen Vrij Nederland!’
VN Bladwijzer
Online bron
Een dag mee
Tutu’s, knotjes en leggings
Sefton Clarke is de tweede solist van Het Nationale Ballet en gaat met camera en microfoon op stap om ons een idee te geven hoe het leven van een danser eruit ziet. Het is druk. Danslessen worden onderbroken door repetities van een voorstelling, dan gaat het weer door naar de volgende dansles om de dag te kunnen afsluiten met een workshop die vermoedelijk met dansen te maken heeft. In de wandelgangen zien we hoe andere dansers, afkomstig uit alle windstreken, zich op de meest natuurlijke manier in bizarre posities wringen. In deze video val je direct in de romantische wereld van het ballet, met een overvloed aan tutu’s, knotjes en gespierde mannen in een legging. Maar het wordt al snel duidelijk; balletdanser zijn is werken, hard werken.
Ga naar VN.nl/nationaleballet
Nee
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.