Waarom heeft u de Gold Dagger gewonnen?

‘Dat komt denk ik door de simpele en originele plot van Rusteloos land: het is simpel omdat de held van het verhaal een kind is, en het is origineel om dezelfde reden. De chemie tussen Steven, het jongetje, en de moordende pedofiel voegt kinderlijke hoop samen met een intense en onbegrijpelijke slechtheid. Toch vind ik het nog steeds onvoorstelbaar; toen ik hoorde dat ik had gewonnen, kreeg ik de slappe lach.’

Wat is er veranderd sinds het succes van uw debuut?

‘Om te beginnen kon ik het me weer veroorloven om mijn kachel aan te doen. Ik nam een jaar vrij om aan Rusteloos land te werken en op het laatst was ik blut. Toen het gekocht werd door een uitgeverij zou het nog een maand duren voordat ik mijn hypotheek niet meer kon betalen. Het gekke is dat ik wist dat alles goed zou komen, ook al leek het alsof me een ramp te wachten stond. Dat was heel anders toen ik Opgesloten schreef; dat was een nachtmerrie. Er rustte ontzettend veel druk op mijn schouders en ik huilde elke dag omdat ik zeker wist dat ik mensen teleur zou stellen.’

Opgesloten is geen vervolg op Rusteloos land, maar het speelt zich wel af in Exmoor en voor Steven is een bijrol weggelegd. Waarom?

‘Na mijn achttiende heb ik een tijd in die omgeving gewoond en mijn moeder woont er nog steeds, het is bekend terrein. Als ik er ben, voel ik me veilig en geborgen, het is er mooi en doet in eerste instantie niet vijandig aan. Maar als het mist, dan is het er spookachtig. Dat vind ik fascinerend. Steven wilde ik graag laten terugkomen omdat ik mezelf in hem zie. Toen ik zelf jong was, was ik net zo serieus en vroeg-volwassen als hij. Ik kan me voorstellen dat ik vaker over hem schrijf.’

Uw eerste boek gaat over een pedofiel, uw tweede over iemand die bedlegerige mensen vermoordt. Hoe verplaatst u zich in de daders?

‘Ik vind dat helemaal niet moeilijk; ik bekijk de zaken gewoon door hun ogen. Dat kan ik in elke situatie, zelfs al ben ik het niet met mensen eens. Soms helpt het om terug te denken aan het meest misdadige dat ik ooit heb gedaan: in 1982 heb ik een hond geschopt, daar haat ik mezelf nog steeds om.’