Een 18-koppig architectencollectief maakt dit jaar kans op de Turner Prize. Voor de invloedrijke Britse kunstprijs zijn dit jaar vier opvallend geëngageerde kunstprojecten genomineerd.

Vooral de nominatie van Assemble valt op. Dat collectief van achttien activistische ontwerpers en architecten van onder de dertig, streeft ernaar het publiek een stem te geven bij stadsplanning. De groep komt naar eigen zeggen voort uit frustratie over de gangbare manier waarop architecten te werk gaan, door vooral gentrificatie te stimuleren zonder rekening te houden met bestaande bewoners.

Belangrijkste wapenfeit is de herinrichting van de wijk Toxteth in Liverpool. Bewoners uit die in verval geraakte wijk riepen op eigen initiatief de hulp van het collectief in, waarna samen werd gewerkt aan het verbeteren van de wijk. Tweehonderd voor de sloop genomineerde woningen konden zo gered worden.

De vraag of dit nog wel kunst is, vindt jurylid Alastair Hudson van het Middlesbrough Institute of Modern Art irrelevant. ‘In een wereld waar alles kunst kan zijn, waarom niet een woonwijk?’ Ook vergeleek hij het werk van Assemble met Bauhaus, dat in de jaren twintig van de twintigste eeuw eveneens politiek met design verbond.

Het duurde overigens even voor de in Londen gevestigde groep de nominatie officieel kon accepteren, want eerst moesten alle achttien leden bijeen geroepen worden om akkoord te gaan.

De overige genomineerden zijn drie vrouwen. Bonnie Camplin, Janice Kerbel en Nicole Wermers maken eveneens kans op de invloedrijke prijs, die dit jaar voor de tweeëntwintigste keer wordt uitgereikt aan een Britse kunstenaar onder de vijftig. Vanaf oktober exposeren de vier genomineerden hun werk in Glasgow, waarna de winnaar op 7 december bekend wordt gemaakt.