Jachtsafari’s
Op de vraag waarom hij de luipaard eigenlijk doodschoot, antwoordde de jager: ‘Een olifant en een buffel heb ik al.’ Nu moet hij alleen nog een leeuw en een neushoorn oogsten – de meesten jagers verkiezen de term ‘oogsten’ boven ‘vermoorden’ – en dan is zijn Big Five (de vijf dieren die je te voet het moeilijkst te pakken krijgt) compleet. De jager als verzamelaar. Hij heeft de luipaard uit Namibië op laten zetten en nu staat het op een ereplaats in zijn trofeeënkamer. Andere jagers omringen zich soms met hun buit door de steeds groter wordende collectie te verspreiden door hun woonhuis. Een gnoe op het bijzettafeltje en de reebok op het bureau.
Voor een verzameling die ook wilde dieren uit Afrika bevat, moet je wel iets overhebben. De jager riskeert zijn leven (meestal wordt er te voet gejaagd) en tast diep in de buidel. Een vijfdaags buffelpakket is bij African Sky Hunting nu in de aanbieding voor 13.985 dollar. Let op: één buffel per persoon. Je kunt bij dezelfde organisatie ook meteen een grote slag slaan en in eenentwintig dagen drie van de Big Five in de wacht slepen. Voor een leeuw, een buffel en een olifant betaal je 78.500 dollar. Ga je in zee met Africa Hunt Lodge, dan helpen gecertificeerde gidsen je voor zo’n 7000 euro aan een giraffe. Klanten mogen tijdens de safari jagen met een geweer, pijl en boog, kruisboog, explosieven of een pistool. De prijs is inclusief onder meer een eersteklas accommodatie, wijn, bier of non-alcoholische drank en transport naar het vliegveld of de taxidermist.
Zelfverzekerd
Jachtsafari’s of trophy hunts worden aangeboden in lengtes van een dag tot bijna een maand, maar veel buitenlandse toeristen (vaak Amerikanen) kiezen voor een trip van ruim een week. Voor de ultieme wildlife experience slaap je niet in ‘een eersteklas accommodatie’ maar op de grond. Vorig jaar reisden er bijna twintigduizend buitenlandse toeristen naar Afrika om in een van de duizenden daarvoor bestemde wildreservaten op het dier van hun keuze te jagen. Soms doen ze dat in een park met alléén het dier van hun keuze, soms is de populatie gemengd. De jager wordt tijdens zijn excursie vergezeld door een professionele ‘collega’ en meestal zo’n vijf gidsen.
De Britse fotograaf David Chancellor woont in Kaapstad, Zuid-Afrika en fotografeerde de afgelopen vier jaar tijdens honderden jachtsafari’s in onder meer Tanzania, Zimbabwe, Botswana, Zuid-Afrika en Namibië. De jagers (mannen, vrouwen, kinderen, rijk, minder rijk) hebben volgens Chancellor met elkaar gemeen dat ze ‘extreem gefocust’ zijn. ‘De meesten zijn heel erg zelfverzekerd en ook zeker over wat ze doen. Het zijn geen slappe aristocraten uit de negentiende eeuw. Ze hebben hard moeten werken om zover te komen als jager en ze zeggen gewoon: ik doe dit omdat ik het wil.’
Vlak nadat de jagers hun prooi te pakken hadden, legde Chancellor ze vast. Precies op het moment dat ze op hun kwetsbaarst zijn en hun schild iets laten zakken. Ze zijn trots, vermoeid of geroerd, hun gezichten laten sporen zien van de angst die ze even eerder nog voelden en van adrenaline. Even beheersen ze hun gevoelens niet meer.
Giraffevlees
Dat jagers door dierenrechtenorganisaties worden gezien als koelbloedige moordenaars, doet de deelnemers weinig. ‘De meeste jagers die ik sprak, kan het niets schelen dat sommige mensen ze weerzinwekkend vinden.’
Soms vinden ze juist dat ze iets goeds doen voor Afrika. Als ze jagen met organisaties die zijn aangesloten bij het Campfire-programma, gaat een groot deel van het kapitaal dat ze voor hun excursie betalen naar lokale plattelandsontwikkeling. Het vlees van de gedode dieren wordt verdeeld onder de lokale bevolking. Campfire noemt de buitenlandse jagers low-impact tourists omdat ze minder infrastructuur nodig hebben en een kleiner deel van de lokale hulpbronnen verbruiken dan de doorsneetoerist.
Met zijn serie Hunters wil Chancellor niet oordelen over de jagers of over jagen als toeristische attractie. ‘Dit is wat er gebeurt en dat wil ik laten zien. Het is volkomen legaal. Als een van de dieren bedreigd wordt, dan komt er een jaagverbod, zo werkt het. Ik zeg niet: dit is goed of dit is fout, maar ik wil wel dat mensen nadenken over de logica van deze industrie.’ Toch moest hij soms ‘twee keer met zijn ogen knipperen’. ‘Er waren momenten dat ik me afvroeg waarom toeristen dit deden en waarom ik er zo nodig bij moest zijn.’ Mensen die op giraffes jagen, kan Chancellor bijvoorbeeld maar moeilijk begrijpen. ‘Dat is zo zinloos. Het dier kan zich amper verstoppen. Veel jagers schieten alleen op wat ze kunnen eten, maar giraffevlees is niet lekker. Als trofee is een hele giraffe te groot. Het is een ontzettend mooi, vriendelijk en majestueus wezen. Ieder kind heeft een speelgoedgiraffe gehad. Hetzelfde voel ik bij olifanten. Alsof je een eenhoorn vermoordt.’
Het boek ‘Hunters’ verschijnt deze maand bij de Nederlandse uitgeverij Schilt Publishing.Copyright David Chancellor/ INSTITUTE
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.