
Hij vindt het mooi dat hij door collega’s is bestempeld als De beste in zijn vak. Heel vererend ook. Maar Oebele Brouwer (52) is zelf de eerste om zoiets te relativeren. ‘Er zijn heel veel enorm goede OvJ’s in Nederland, maar de meesten zijn onbekend. Ook bij hun collega’s. Je hebt fraudezaken waarbij mensen excelleren in hun vak. Maar dat valt bijna niemand op omdat fraude geen sexy terrein is.’
En het zou zelfs nóg mooier zijn als de politiemensen met wie hij vaak te maken heeft, hem zo’n pluim hadden gegeven. ‘Een politieman heeft veel meer te verstouwen dan wij. Die ziet het bloed, ruikt het lijk. Diep respect voor die gasten.’
Brouwer is sinds twintig jaar officier van justitie in de regio Noord-Nederland. Als recherche-officier begeleidt hij collega’s die grote zaken doen en selecteert hij welke zaken worden opgepikt. ‘Hoeveel mensen gaan er op een zaak? Hoelang ga je door met het onderzoek, twee maanden of acht maanden?’ Hij heeft de afgelopen twintig jaar grote zaken bij de hand gehad. De meest complexe was de Paspoort-zaak. ‘Een man uit Iran die tienduizenden paspoorten had vervalst die gebruikt werden door mensensmokkelaars. Er zaten zestig, zeventig man voor vast. We moesten de hele wereld rond. En het was een zaak met grote politieke consequenties; de kwetsbaarheid van het Nederlandse paspoort werd plotseling blootgelegd. Buitenlandse Zaken zei: dat bestaat niet, ons paspoort is niet te vervalsen. Uiteindelijk zijn we naar het ministerie gegaan met een vervalst paspoort met daarin de foto van een topambtenaar. We vroegen die ambtenaar of dit paspoort volgens hem echt was. Jazeker. Nee, dat zag-ie zó wel. Prima. En had u al gezien wie er op de foto staat? Die strafzaak is de reden dat we nu een nieuw paspoort hebben.’
Een andere grote zaak van Brouwer was die rond Martha U., een verpleegster uit Delfzijl die elf bejaarden had doodgespoten met insuline. ‘Vanuit haar visie had ze uit mededogen gehandeld.’
Wat eiste u voor straf?
Beschroomd: ‘Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik heb zes jaar en tbs geëist. Het werden er vier, met tbs.’
Dat klinkt als een ongelofelijk laag strafje, voor een zaak met elf doden.
‘Ik zou nu geen zes jaar meer eisen, maar eerder acht. Al blijf ik me altijd erg verbazen over torenhoge straffen plus tbs. Als je zegt: deze man is ziek en moet behandeld worden, dan ga je daar niet pas over tien jaar mee beginnen. De Hoge Raad accepteert het wel. Er is zelfs een arrest geweest over “levenslang en tbs” maar dat ging de Hoge Raad te ver. Ik behoor wel tot de softliners als het gaat om strafeisen, behalve bij overvallen. Dat vind ik heel forse delicten. Voor het overige zit ik vaak tegen de onderkant van de straf aan.’
Waarom eist u zwaardere straffen bij overvallen?
‘Omdat ik het uitermate schokkende delicten vind. Zo’n overval op een tankstation waar gewoon iemand zijn werk zit te doen en dan opeens een pistool op zich gericht krijgt door een jongen die even het snelle geld wil doen. En waar gaat het om? Het is bijna altijd tientjeswerk. Maar dus wel met een pistool dreigen. Die slachtoffers zijn misschien voor jaren getraumatiseerd. Dan denk ik: wat zijn het ook een klootzakken!’
U hebt meermalen tijdens een strafzaak uw eis verlaagd. Dat komt vrijwel nooit voor.
‘Dat is bijvoorbeeld gebeurd bij een levensdelict. Er was iemand uit de drugsscene doodgestoken. Ik had acht jaar gevraagd. De advocaat bracht aspecten aan het licht over de relatie tussen slachtoffer en dader die niet in het dossier stonden. Het slachtoffer had toch wel een zeer opdringerige rol gespeeld richting de dader. Ik vond het een reëel verhaal en zakte daarom van acht naar zeven. Een zitting is geen formaliteit: dáár gebeurt het. Als je daar iets hoort waarvan je denkt: verrek, dit werpt een ander licht op de zaak, dan moet je daar op reageren. Een OvJ is geen strafeis-computer. Ik vind het eigenlijk gek dat zoiets opvalt. Dit zou veel vaker moeten gebeuren.
Bij de meervoudige kamer (waar zaken behandeld worden waarin meer dan één jaar gevangenisstraf opgelegd kan worden – CV) gaan we eerst altijd even met alle collega’s bij elkaar zitten. Dan bespreken we met een man of veertien de komende zaken. Ik schets een zaak, geef er documentatie bij en vraag: wat zouden jullie doen? Dat kan enorm uiteenlopen. We hebben bij een levensdelict wel eens een verschil gehad tussen vijf en elf jaar.’
Dus voor de verdachte is het cruciaal welke OvJ hij treft?
‘Dat zou je wel zeggen. Wees dus blij dat we die beslissing niet solistisch nemen.’
Zegt u in zo’n geval: ‘Het loopt uiteen van vijf tot elf, dan ga ik maar op acht zitten’?
‘Nee. Het is geen handjeklap. Je gaat met een bandbreedte naar die zitting. Maar het moet wel een eis blijven die bij jou past. Want het blijft jouw zaak.
Officieren van justitie zijn verhalenvertellers. Wij moeten in de zittingzaal van een proces-verbaal een goedlopend verhaal zien te maken. In het dossier wemelt het van de ambtelijke beweringen: “Wij spoedden ons derwaarts”, “Verdachte had een mes, althans een puntig voorwerp in de hand”. Rechters moeten wat in die taal is vervat vervolgens voor zich zien. Ik zie het dossier als een scenario dat ik probeer te verfilmen. Soms door dingen letterlijk te laten zien. Onlangs had ik een zitting over een zeer grove overval op een Albert Heijn-filiaal. Tegen sluitingstijd, de winkel vol met moeders en kinderen. Er zaten al screendumps van een bewakingscamera in het dossier, maar ik wilde per se de beelden zelf laten zien. Vanwege het onvoorstelbare gemak van de daders en de enorme schrikreactie bij het personeel. En ook vanwege het gedrag van de klanten.
Er zijn erbij die terwijl de caissière doodsbang achteroverleunt zelf ondertussen maar even hun boodschappen gaan scannen. Als je die gebeurtenis laat zien, dan heeft dat impact. Voor een rechter of een officier is het soms lastig om een dossier te lezen over een wereld waarvan hij niks weet. Hoe kijk je naar een proces-verbaal uit de junkenscene terwijl je eigen wereld – ik chargeer even – vooral bestaat uit de P.C. Hooftstraat en de hockeyclub? Ik had een steekpartij in zo’n junkmilieu. In die wereld is een goed gesprek niet mogelijk. Het is alleen maar schreeuwen, elkaar stijf vloeken en duwen. Als ze ruzie hebben, slaan ze met een glas of – in dit geval – een mes. Die setting moet je dus ook vangen. Met alleen maar juridische praat – “O, dat valt dus onder 287/25” – kom je er niet.’
Advocaat Bénédicte Ficq zei in de televisieserie Kijken in de ziel: ‘Een rechter heeft de macht. Daarom is het ook zo belangrijk dat rechters deugen en dat het uitgebalanceerde persoonlijkheden zijn. Niet behept met een of andere persoonlijkheidsstoornis. Sommige rechters vind ik echt autistisch overkomen.’
‘Die rechters zijn er zeker bij. Die hebben moeite met communiceren. Maar de meesten kunnen dat wel, hoor.’
Zet u bij sommige rechters bewust andere middelen in?
‘Dat is een gewetensvraag. Ik kijk wel naar de samenstelling van de strafkamer. Er zijn samenstellingen waarbij ik weet dat ik meer zal moeten uitleggen, in beelden zal moeten praten. Bij anderen hoeft dat helemaal niet.’
Namens wie staat u in die rechtszaal?
‘Namens de samenleving. Niet in de eerste plaats namens de slachtoffers, al heb ik wel oog voor hun belangen.’
Is de OvJ ruwweg de pendant van de advocaat die de verdachte verdedigt?
‘Nee. Wij staan toch dichter bij de rechter. Vroeger was het misschien zelfs te close. Als ik terugdenk aan hoe wij in mijn beginjaren met rechters omgingen, dan staat het schaamrood me op de kaken. We zaten als rechters en OvJ’s voor de zitting in dezelfde kamer. We dronken samen koffie. Als de deur open ging, liepen rechters en OvJ achter elkaar aan de zittingzaal in. Nu is dat heel strikt gescheiden. Ik zit hier vier kilometer van de rechtbank af.’

Moet u bij een strafeis overtuigd zijn van iemand schuld?
‘Voor mij is een gouden regel dat ik me de vraag stel wat ik als rechter zou opleggen. Ik denk nooit: eigenlijk wil ik zes, maar ik vraag acht, dan kom ik wel op zes uit. Die rechtszaal is geen markt. Zo werkt het niet. Als ik als rechter zou vrijspreken, dan eis ik dus ook vrijspraak.’
Advocaten zijn toch ook lang niet altijd overtuigd van de onschuld van hun cliënt?
‘Als wij de overtuiging hebben dat iemand het gedaan heeft, moet je alles uit de kast trekken om het bewijs rond te krijgen. Als dat niet lukt, heb je geen zaak. Zo simpel is het. De valkuil voor officieren is dat ze eerst kijken naar hun overtuiging – hij heeft het gedaan – en vervolgens juridische argumenten gaan bedenken. Dat is de verkeerde volgorde. Het gaat om het bewijs. Een van de AH-overvallers heeft de afgelopen twintig jaar zeventien jaar celstraf gehad. Kleurt dat je overtuiging? Ja, natuurlijk. Maar daarom heb ik nog wel de plicht om te kijken of ik het juridisch hard kan maken.
Thuis praat ik nauwelijks over mijn werk. Al kan ik er wel wakker van liggen. Vooral als een zaak eraan zit te komen. We hadden laatst een serie overvallen op supermarkten door een bende. Daarbij werd keihard opgetreden door de daders: vakkenvullers werden gekneveld, jochies van vijftien, zestien jaar werden met tiewraps vastgebonden. Heel nare grove overvallen met wapens en geweld. We hadden de daders in het vizier. Maar dan komt de vraag: wanneer pak je ze? Als je ze ver van tevoren stukmaakt, heb je niets. Dan gaat je hele zaak de bietenbrug op. Dus moet je ze eerst in de buurt van hun doel laten komen. Dat geeft gigantische spanning. Hoe ver laat je ze gaan? De Hoge Raad heeft gezegd: als ze nog in de auto zitten, is het onvoldoende. Pas als ze met wapens onderweg zijn, heb je beet. Maar wil je dat risico nemen? En wat nou als die kerels gaan schieten? Daar kan ik buikpijn van krijgen. Je moet er niet aan denken dat er iets verschrikkelijks gebeurt. Dat jij straks aan de keukentafel bij de ouders van die vijftienjarige jongen moet gaan uitleggen: ja sorry, maar de Hoge Raad heeft in een arrest bepaald dat…’ Zichtbaar rillend: ‘Daar kan ik nachtmerries van krijgen.
In ons vak moet je vaak razendsnel moeilijke beslissingen nemen. Je kunt er niet eerst op je gemakje even zeven wetboeken op naslaan. Twee jaar geleden was die zaak in Nij Beets, met een moeder die haar baby’s had gedood. Eerst komt er een melding binnen over een dood kindje. Dan denk je: wat ontzettend voor die moeder, die is nu een kind kwijt. Totdat vlak erna een tweede en een derde melding binnenkomen. Dan blijkt dat er veel meer aan de hand is dan je dacht. We hebben hier recentelijk een aantal shaken baby-zaken gehad. Heb je dan te maken met ouders die diepverdrietig zijn of juist met ouders die in de eerste plaats verdachten zijn? Dat is hartstikke lastig.
Ik geef veel les aan collega’s. Ik begeleid ze in het maken van een tenlastelegging en in het bepalen van hun strategie. Wat wil je als officier met je optreden bewerkstelligen? Daarbij leg ik ze onder meer deze casus voor: een groep jongeren duwt een container een viaduct op en kiepert dat ding over de reling de snelweg op. Auto geraakt, bestuurder dood. Dan zie je ze allemaal juridisch denken: is het poging tot moord? Deden ze het met opzet? Dan zeg ik: bedenk dat het kinderen van veertien zijn. En vraag je ook af of het verschil maakt dat er de laatste jaren steeds meer van dit soort incidenten zijn geweest. Ja, zeggen ze dan, dat maakt wel verschil. Dan zeg ik: dus het maakt voor jou juridisch verschil wat er maatschappelijk speelt? Zo gaat die discussie. Ik ontregel ze, probeer ze te leren dat ze eerst nadenken voordat ze een wetboek openslaan.’
U bent zes jaar persofficier geweest in de Marianne Vaatstra-zaak. Was dat uw grootste zaak?
‘In elk geval was dat de zaak met de meeste impact. Ook omdat het delict tien kilometer van mijn huis is gepleegd. Ik heb de onrust van zeer nabij meegemaakt. Vrienden van Marianne zaten bij onze zoon op school. Er ontstond een sterke dynamiek onder de bevolking: het moet er wel één uit het asielzoekerscentrum zijn. De streek waar de familie vandaan komt, is een vrij opmerkelijk gebied. De mensen daar zijn erg op zichzelf, sterk antiautoritair en hebben het hart op de tong. De brede aversie die al langer leefde tegen dat AZC werd door de moord opeens gekanaliseerd. Wij riepen als OM steeds dat daar geen enkel bewijs voor was. Onze zoon zat toen in de brugklas. Op een dag kwam hij huilend thuis. Hij had op school te horen gekregen: je vader moet oppassen met wat-ie zegt, want daar houden wij hier niet van. Dat raakt je, hoor, als je knulletje van dertien huilend van school komt. Wij kregen ook briefjes door het badkamerraam geduwd met woorden van soortgelijke strekking. Dat komt hard binnen. Wij wonen buiten. Voor zo’n briefje moeten ze eerst een flink eind het erf op, langs twee pony’s. Mijn zoon vroeg: “Kan heit niet ander werk gaan doen?”‘
Hebt u dat overwogen?
‘Het is door m’n hoofd gegaan. Maar ik dacht ook: ik laat me niet klein krijgen.’
Hoe verstandig is het om een zaak te doen waar je zelf middenin woont?
‘Het grote voordeel was dat ik op dat moment de enige Friestalige OvJ was. Ik was toch ook “een van hen”. In die positie kon ik toch wat betekenen.’
Acht u de kans op een ontknoping door de recente ontdekkingen en het gebruik van verwantschaps-DNA nu groot?
‘De mogelijkheden om tot een ontknoping te komen zijn groter dan ooit. In deze zaak hebben we een keihard DNA-profiel. We hebben destijds ook al grootschalig DNA-onderzoek gedaan bij meer dan duizend mannen. Al haar vrienden, haar familie, maar ook mensen uit de supermarkt en het AZC hebben DNA afgestaan. Alleen mocht dat uitsluitend bekeken worden op: is hij het wel of niet? De dader zat er niet bij. Daarna moest je het weggooien. Je zult dus opnieuw DNA moeten afnemen. Maar sinds 1 april mag gekeken worden naar verwantschaps-DNA (waarbij je de dader op het spoor kunt komen via een familielid – CV). Daardoor is de kans op een oplossing werkelijk in zicht. En dan gaat de vlag bij mij hoog in de mast.’
Voor ‘De beste in zijn vak’ zijn negen officieren van justitie geïnterviewd, plus de uiteindelijke winnaar. Het bleek niet eenvoudig om tot een eenduidige winnaar te komen. Nederland telt zo’n achthonderd OvJ’s. Er zijn een paar bekende crimefighters bij, maar het werk van de meerderheid onttrekt zich volkomen aan het zicht, ook aan dat van hun collega’s. Aanvankelijk zat er dan ook geen enkele overlap in de namen die de geïnterviewden opperden. Uiteindelijk hebben wij al hun voorkeuren samengevoegd tot een nieuwe lijst, inclusief de namen van de negen OvJ’s die meededen, waaruit ze op ons verzoek allemaal een nieuwe top-drie hebben gekozen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.