De gesprekken van de dag, volgens de redactie. Vandaag: Nederlandse vrouwen winnen al 88 jaar meer goud dan de mannen. Maar ná het sporten stoten ze als vanouds tegen het glazen plafond.
Shit, zilver. Dafne Schippers lag plat op de baan, armen en benen wijd, alsof ze een engel in het rode zand wilde achterlaten. 200 meter in 21,88, een historische prestatie. Ze krabbelde op, smeet met haar schoenen en zei: ‘Dit is verschrikkelijk. Ik kan hier niet van genieten’. De Jamaicaanse Elaine Thompson was sneller. Alweer. Schippers liep een achterstand op in de bocht, en miste de kracht Thompson in de laatste meters in te halen. ‘Ik was toch niet sterk genoeg. We gaan dit nu eerst analyseren. Ik baal. Ik kwam hier om te winnen en dat heb ik niet gedaan.’ Ze raapte haar schoenen op en stond de pers een tweede keer te woord. Haar liesblessure is een vloek, maar verklaart het een en ander: ‘Voor de 100 meter leek de kans dat ik zou starten nul. En nu ga ik toch terug naar huis met zilver, dat is goed voor nu.’ Helemaal overtuigd klonk ze niet, maar ‘een beetje optimisme staat je goed’, had haar coach haar ingefluisterd: ‘Op naar de volgende vier jaar.’
Wie weet haalt Churandy Martina wél goud op de 200 meter. De sprinter met de meest aanstekelijke lach van de hele delegatie liep zijn beste tijd van het seizoen in de halve finales. 20,10, goed voor een tweede plaats. ‘Ik hoorde aan het gejuich van de Nederlanders op de tribunes dat ik door was,’ zei hij met een grijns. ‘Ze schreeuwden zo hard! In de finale is alles mogelijk. Ik ga zo hard mogelijk lopen en mijn best doen.’
Goud voor een Nederlandse man is tegenwoordig relatief uitzonderlijk. (Há!) Nederlandse vrouwen winnen al bijna honderd méér gouden medailles dan de mannen: in de periode tussen het eerste goud voor vrouwen, in 1928, en de medaille van Sanne Wevers, wonnen vrouwen goud met zwemmen, zeilen, atletiek, hockey, wielrennen, paardensport, roeien, én waterpolo. Een aantal dat de verzameling van de mannen flink overtreft.
Het Mulier Instituut publiceert binnenkort de resultaten van een onderzoek naar dit fenomeen. Gisteren gaven ze alvast een teaser trailer. Komt-ie: in Nederland doen jongens en meisjes evenveel aan sport. Er zijn dan ook evenveel mannen als vrouwen met een officiële sportstatus van het NOC-NSF. Nederland heeft een gigantische competitiedichtheid (een woord dat in elke krant tussen aanhalingstekens staat), en hoogwaardige faciliteiten voorhanden die de sporters met talent helpen uitblinken. Topsporters in Nederland komen vaak uit hogere welstandsgroepen en zijn even vaak hoogopgeleid.
Daar zit het ‘m in: gelijke rechten, geld en educatie maken het voor Nederlandse vrouwen relatief gemakkelijk. Zo hebben wij een hink-stap-voorsprong op veel Afrikaanse, Zuid-Amerikaanse en Aziatische landen, waar deelneming van vrouwen in de topsport alles behalve vanzelfsprekend is. ‘Om niet te spreken van Islamitische landen’, voegt Trouw toe. Bovendien draagt het NOC-NSF ongewis bij aan deze ongelijkheid, door ‘kansrijken’ te belonen met extra investeringen. Nederlandse vrouwen winnen meer, krijgen meer, en lopen meer en meer voor op de concurrentie.
Vandaag nog, in de New York Times, wordt verteld van de Iraanse vrouwen. Voor hen is volgens de Iraanse autoriteiten niet eens plek op de publiekstribune.
Zuur.
Maar, hoewel we relatief mijlenver voorlopen, zijn we er in Nederland nog lang niet. Zodra de vrouwelijke topsporter haar medailles binnenheeft, stoot ze als vanouds tegen het glazen plafond. ‘Is de succesvolle sportcarrière voorbij, dan zijn de blikvangers weg,’ vervolgt het verslag van het Mulier Instituut. Ex-topsporters, vrouw, komen niet aan de bak als coach of in sportbesturen. Bij NOC-NSF is slechts 10 procent van de betaalde coaches vrouw. In het team van Maurits Hendriks zit er niet één. ‘En dan ga ik nog een stapje verder terug, naar het hockeyveld waar ik als vader naar mijn zoontje kijk. Het zit heel diepgeworteld bij ons dat het de papa’s zijn die coachen.’
Het zullen de wortelbroeken wel zijn, in de dug-out. Van die oranje, die Willem-Alexander in de kast heeft hangen. Kom op, mensen. Dit soort excuses gelden niet in de topsport. Hier kunnen we wat aan doen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.