De gesprekken van de dag, volgens de redactie. Vandaag: Wilders, Trump, Le Pen, en Erdogan, ze luisteren naar het volk. Hun volk.

Wilders is nog in Cleveland. Als een kleuter met een plaksnor die meneer agent een handje heeft gegeven, huppelt hij de Republican National Convention over. Zoveelste kers op de taart: een interview met CNN.

Bottom line: het volk voelt zich niet vertegenwoordigd door haar politieke leiders. ‘Dat verklaart niet alleen de populariteit van de heer Trump, maar ook die van mijn eigen partij, die veruit de grootste is in alle peilingen. Ik kan volgend jaar premier zijn als we de verkiezingen winnen. Deze geest gaat niet meer terug in de fles.’

Even in Wilders’ Engels, want dat bekt zo lekker: ‘This genie will not go back into the bottle again.’ Toen, the usual: allereerst een Nexit, ASAP. Dan iedereen die de wet overtreedt en in het bezit is van een dubbel paspoort eruit, en geen enkele islamitische immigrant meer toelaten. Hun soort is een probleem voor het volk, en problemen moeten worden erkend en uitgesproken. Regeringsleiders zijn verleerd te luisteren naar het volk, maar, stelt Wilders gerust, hem lukt het best. Net als Trump, of Le Pen. Stort je hart maar uit, volk. Leg je hoofd neer op zijn schouder.

Het volk op de conventie liet Ted Cruz niet uitspreken, gisterenavond. Een groot deel van zijn haast presidentiële speech was amper te verstaan. ‘Houd stand, stem volgens je geweten,’ zei de verbitterde, conservatieve senator. ‘TRUMP, TRUMP, TRUMP!’, scandeerde het volk. ‘Stem op kandidaten hoog en laag op het stembiljet die je vertrouwt omdat ze onze vrijheid zullen verdedigen en de Grondwet trouw zullen blijven,’ zei Cruz. Alsjeblieft, niet op Trump, dacht hij erbij. En een conservatief, fanatiek schietgebedje. ‘ENDORSE TRUMP! TRUMP! WE WANT TRUMP!’, joelde het volk. De zaal schuimde van woede, staat in de Volkskrant. Cruz werd uitgescholden voor verrader en aangevallen door een sponsor, die ‘in bedwang gehouden moest worden.’

Als hij goed had geluisterd, en wie weet deed hij dat wel, kon hij het volk horen: ‘We willen je niet, Ted. We willen je niet. We zijn bozer en banger dan jij, Ted. Witheet en roekeloos, onmachtig en onbegrepen. Wees boos met ons. Wees bang met ons. LUISTEREN, TED! LUISTEREN!’

In Turkije heeft Erdogan heeft de noodtoestand uitgeroepen. Op volle kracht voort met de zuiveringsoperatie onder het ambtenarenapparaat, en dan door. Meer dan zestigduizend mensen zijn gearresteerd, of ontslagen, veelal zonder precieze redenen, maar Erdogan is nog niet klaar. ‘Het virus’ moet worden uitgebannen, zegt de leider van het volk. Voorzichtig werd hem gevraagd of hij zich niet wat autoritair opstelde voor een democratisch gekozen leider. Onzin, vond Erdogan. Ondanks de couppoging, ondanks alle harde maatregelen, blijft Turkije een parlementaire democratie. En in een democratie wordt naar het volk geluisterd.

Je kunt, als dat je uitkomt, wat rommelen aan de definitie van ‘het volk’. De taal helpt ons hier een handje, omdat met zo’n term het enkelvoud en het meervoud in een eeuwige strijd verwikkeld zijn. Luisteren naar het volk moet zijn als een publieksplaats bij een weet-ik-het-hoeveel-voudige-korenstrijd. De melodieën vermengen, de hoeveelheid aan stemmen vlakt de toonsoorten af. Wat rest is een oorverdovend gezoem, en een paniekerige destillatiedrift: voor het gemak kun je beter generaliseren (alle moslims eruit!), oordoppen indoen (we bouwen een muur!), of het gezoem en masse interpreteren (dit moet anders! Great again!).

De democratie, in opperste werking, lever van elk spreekkoor een vertegenwoordiger. Een een sopraan, een alt, een tenor, een bas. Meerstemmig, en verstaanbaar. Dan kun je luisteren.