Biografie
Patiënt: ‘Ik hoop dat u er nu van overtuigd bent dat ik gek ben.’
Psycholoog: ‘Absoluut. Maar uw manier van verdedigen kan onze diagnose van waanzin ook ondermijnen en in plaats daarvan bevestigen dat u een crimineel bent.’
Patiënt: ‘Dat is zeer ernstig [ze wordt rood in het gezicht]. Wat zou u doen?’
Psycholoog: ‘Ik zou de waarheid vertellen.’
Patiënt: ‘Maar dat is toch niet nodig als u denkt dat ik gek ben…’
En zo, noteerde de arts, ging de discussie, een van de vele, nog een half uur door.
Het is 22 juli 1926, in een sanatorium in Rome. De patiënt is Violet Gibson, een vijftigjarige Engels-Ierse aristocrate die op 7 april een schot had gelost op Benito Mussolini met de bedoeling hem te vermoorden. De toen nog internationaal geroemde Il Duce verloor slechts het puntje van zijn neus. De wereld was in rep en roer.
Was Gibson waanzinnig of vormde haar vreemde gedrag een rookgordijn om haar werkelijke motieven te verhullen? Maakte ze deel uit van een complot van katholieke antifascisten? Met die vragen worstelden de Italiaanse magistraten toen ze Gibson een psychiatrisch onderzoek lieten ondergaan. De conclusie: de zeer eenzelvige en diep katholieke Gibson was weliswaar intelligent, maar ook paranoïde, godsdienstwaanzinnig, megalomaan, ongevoelig voor het leed van anderen en suïcidaal, kortom: gestoord. Ze moest naar het gekkenhuis. En daar zou ze ook terechtkomen. Na een showproces en een geheime deal tussen Mussolini, de Britten en haar familie, werd Violet Gibson gedwongen opgenomen in een sanatorium in Engeland. Ze zou er nooit meer uitkomen en stierf er in 1956, eenzaam en vrijwel compleet vergeten.
Dit jaar is ze op grandioze wijze uit de vergetelheid gehaald door de Britse journaliste en historica Frances Stonor Saunders met haar fascinerende biografie The Woman Who Shot Mussolini. Een biografie waarvan je er niet veel ziet, geen regulier levensverhaal, maar een tentatieve speurtocht naar het ‘geheim’ van een individu dat in de nevelen van de geschiedenis is opgelost. Bovendien is het een afdaling in een Europa waar gekte, wanhoop en verdriet heerste. Het is zo’n boek dat meer vragen oproept dan antwoorden geeft, maar dat je aan het eind toch het gevoel geeft dat je meer weet. En het is geschiedschrijving op zijn emotioneelst: als reddingsoperatie met alle mogelijke middelen.
Stonor Saunders deed veel archiefonderzoek. Ze schetst de ongelukkige jeugd van Gibson, geboren in 1876: een in zichzelf gekeerd meisje, vaak ziek, met een instabiel, buiig karakter, dochter van de pro-Britse hoogste rechter van Ierland die verwachtte dat ze haar leven zou slijten als breiende echtgenote, en lid van een streng protestants gezin dat in de ban raakt van de cultreligie van de Christian Science. Eenmaal volwassen probeert ze te ontsnappen: onder invloed van een rebelse oudere broer verdiept ze zich in de theosofie en het Ierse nationalisme. Op haar zesentwintigste bekeert ze zich tot het katholicisme en bezegelt daarmee de breuk met haar ouders.
Een favoriete broer sterft kort daarna, drie jaar later ook haar verloofde, dan krijgt ze kanker en wordt een borst afgezet, na weer een operatie is ze vrijwel invalide. Ze trekt zich terug, verdiept zich in het spirituele en de mystiek en wordt wat men noemt een ‘zonderlinge’ vrouw. Ze spendeert veel tijd tussen nonnen en deelt aalmoezen uit aan de armen. Begin jaren twintig krijgt ze het idee om ‘voor God’ een moord te plegen. Na een poging haar dienstmeid de kop in te slaan, belandt ze in een sanatorium. Er volgen rusthuizen, opnieuw nonnenkloosters, reizen, een zelfmoordpoging en dan staat ze tegenover Mussolini en schiet.
Gek geworden, toch? Maar wat is ‘gek’? Stonor Saunders schetst aan de hand van citaten van schrijvers als Virginia Woolf hoe vooral vrouwen, depressief en onderdrukt, in die tijd ‘gek’ konden lijken, ja ‘hysterisch’ waren gemaakt, zonder dat ze dat in de kern ook echt waren. En Mussolini, wiens levensverhaal ze parallel aan dat van Gibson vertelt, hoe ‘normaal’ was die eigenlijk? Ze pakt er foto’s bij van een heftig gesticulerende dictator. Hoeveel opposanten stuurde de dictator trouwens naar het gekkenhuis? Al essayerend doet de schrijfster zo de grens tussen ontsporing en domweg machteloos en ongelukkig zijn vervagen. En begint dan met andere ogen het notitieboekje van Gibson te lezen, teruggevonden in de archieven van de Italiaanse politie.
Kan het zo zijn, overweegt Stonor Saunders, dat Gibson zeer in de war was én heel precies wist wat ze deed toen ze op Mussolini schoot? Is ze bewust van plan geweest de loop van de geschiedenis te veranderen? We zullen het nooit weten. Maar we weten nu wel dat het zou kunnen, en dat is al een prestatie van formaat.
Frances Stonor Saunders
The Woman Who Shot Mussolini
Faber and Faber
375 p., € 27,–
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.