Het Nederlandse staatsbedrijf TenneT investeerde megalomaan in een Duits wespennest. Een beursgang dreigt nu om nieuw kapitaal te kunnen aantrekken, Dijsselbloem staat met zijn rug tegen de muur. Hoe heeft dit zover kunnen komen?

TenneT kocht voor 885 miljoen het grootste stroomnet van Duitsland. Het bleek een wespennest.

Ondanks de champagne wil het op zaterdag 10 augustus maar niet echt een feestje worden in het Oost-Friese badplaatsje Norddeich.

De Duitse energieleverancier EWE opent vandaag Riffgat, zijn eerste windmolenpark op zee. Met een helikopter mogen de hoge gasten een vlucht maken boven de dertig gloednieuwe turbines die vijftien kilometer ten noordwesten van het Waddeneiland Borkum staan – in het zicht overigens van het Nederlandse Schiermonnikoog. Maar groene stroom voor 120.000 huishoudens in Noord-Duitsland gaan de windmolens voorlopig niet leveren, zegt een teleurgestelde EWE-topman Werner Brinker op de regionale televisiezender. Netbeheerder TenneT, een Nederlands staatsbedrijf, heeft de verbindingskabel naar het vasteland nog niet af. Pas in februari volgend jaar zal de eerste windenergie het vasteland bereiken. Een strop voor EWE en slecht voor het milieu: om roest te voorkomen, moeten alle windmolens intussen draaiende gehouden worden. Met dieselgeneratoren.

TenneT noemt de vertraging een kwestie van ‘overmacht’. Tijdens de werkzaamheden aan het laatste stukje kabel op de bodem van de Eemsmonding stuitte de Nederlandse netbeheerder op 28.000 kilo mijnen, munitiekisten en granaten uit de Tweede Wereldoorlog, veel meer dan waarop was gerekend op basis van het onderzoek dat het windmolenpark had uitgevoerd. En nu de explosieven net zijn opgeruimd, is het maanden wachten op het speciale schip dat de kabels moet leggen, want dat is inmiddels al weer elders geboekt. TenneT zegt dat het bedrijf geen blaam treft omdat EWE en de Duitse deelstaat weigerden het tracé te verleggen.

Een absurd verweer, meent Brinker van EWE, dat de schade zegt te gaan verhalen op de netbeheerder. Op alle zeekaarten staat immers vermeld dat er explosieven op de bodem liggen. Dan had TenneT maar grondiger onderzoek vooraf moeten doen en beter moeten plannen. EWE kan in de ogen van Brinker moeilijk het slachtoffer worden van de ‘structurele interne problemen’ bij TenneT. Ook Duitse politici van de oppositie schreeuwen onmiddellijk moord en brand. De regering-Merkel moet bij de ontwikkeling van windmolenparken op zee veel meer sturend optreden, heet het in het heetst van de Duitse verkiezingstijd. Dit krijg je als je jarenlang ‘passief toekijkt hoe ondergekapitaliseerde netbedrijven aan een aftands stroomnet geld verdienen, maar niet investeren’, aldus Grünen-voorman Jürgen Trittin.

 

TenneT zou de ‘powerhub van Europa’ worden. Die euforie is verdwenen

Megalomane poging

De gebeurtenissen rond de windmolens van Riffgat zijn illustratief voor het Duitse wespennest waarin TenneT in 2010 zijn hand heeft gestoken. Voor 885 miljoen euro kocht de beheerder van de Nederlandse hoogspanningsnetten het grootste stroomnet van Duitsland. Indertijd ging dat gepaard met een hoop ‘Hollands Glorie Potverdorie’-sentiment, TenneT zou naar eigen zeggen de ‘powerhub van Europa’ worden. Maar die euforie is wel verdwenen. Het is niet zo’n evidente zeperd geworden als bij gasnetbeheerder Gasunie, dat de afgelopen jaren bijna twee miljard euro ‘publiek geld’ moest afschrijven op de overname van een naar later bleek nauwelijks rendabel Duits gasnet in een tamelijk megalomane poging om van Nederland de ‘gasrotonde’ van Europa te maken. Maar TenneT zucht inmiddels onder de financiële verplichtingen door een investeringsagenda van zo’n dertien miljard euro, die voor een belangrijk deel het gevolg zijn van de politieke keuze in Duitsland om massaal over te stappen op duurzame energie. En dat is weer een van de redenen dat de Nederlandse minister van Financiën Dijsselbloem met zijn rug tegen de muur lijkt te staan en zich een dezer dagen wellicht gedwongen zal voelen toe te stemmen met een gedeeltelijke privatisering van TenneT om nieuw kapitaal te kunnen aantrekken. Terwijl nog niet zo lang geleden het adagium gold dat vitale infrastructuur volledig in handen van de overheid hoort. Hoe heeft dat zover kunnen komen?

Ragfijn spel

Dat het bij hoogspanningsnetten om vitale infrastructuur gaat, daar kan geen misverstand over bestaan. Zonder gebalanceerde stroomvoorziening is onze economie ten dode opgeschreven, elke onderbreking kost onmiddellijk tientallen miljoenen euro’s. De schade bij een langdurige totale black-out zijn al niet meer in getallen te vatten. Wie door de heuvelachtige bossen van het oude KEMA-terrein in Arnhem wandelt, heeft geen idee welke delicate klus hier 24 uur per dag wordt geklaard. In een streng beveiligde controlekamer in het hoofdkwartier van TenneT kijken vier operators ieder achter een muur van beeldschermen op een enorme wand met lijnen en groene en rode lampjes: een weergave van het hoogspanningsnet van Nederland. Hier wordt de balans op het net bewaakt. Een ragfijn spel dat continue aandacht van de TenneT-technici vraagt.

Jan-Willem (zijn achternaam mag om veiligheidsredenen niet in Vrij Nederland) zit vandaag in zijn houthakkershemd op pole position: hij is verantwoordelijk voor de realtime controle. De andere operators werken zeven uur of zelfs een dag vooruit aan de balans. Jan-Willem oogt rustig, maar is alert. ‘Altijd moet er evenwicht zijn,’ zegt hij. ‘Alle stroom die wordt opgewekt, moet worden afgenomen.’ Zo niet, dan gaat alles kapot omdat de frequentie van de elektriciteit gaat fluctueren. En daar kunnen onze tl-balken, haarföhns en computers niet tegen – die draaien allemaal op 50 Hz.

Aan Jan-Willem de taak bij een verstoring energiecentrales te vragen ‘bij te schakelen’ of juist ‘af te schakelen’. Ook kan hij op grond van een verfijnd straf- en beloningssysteem aan grote energiegebruikers vragen te stoppen of juist meer af te nemen. ‘Uiteindelijk gaat het altijd goed,’ zegt Jan-Willem. ‘Maar soms raak je de grenzen van wat het systeem aankan.’ Het werk van Jan-Willem en zijn collega’s is zo belangrijk dat zich ergens anders in Nederland op een supergeheime locatie een tweede controlekamer bevindt als back-up. In het geval van een terroristische aanslag in Arnhem kan daar de balanshandhaving van het hoogspanningsnet worden overgenomen.

Nationalisatie

Een cruciale taak voor TenneT dus, waar het bedrijf volgens de meeste kenners heel goed in is. Het Nederlandse net geldt als zeer betrouwbaar, zelden doen zich grote storingen voor. Toch was dat takenpakket in de ogen van TenneT niet omvangrijk genoeg. Het Nederlandse staatsbedrijf wilde zijn vleugels uitslaan in het buitenland. En die kans deed zich in 2009 voor toen het Duitse energiebedrijf E.ON door Brussel werd gedwongen haar hoogspanningsnetten af te stoten. Een prooi die in kilometers kabel flink groter was dan de jager zelf. De aandeelhouder steunde de overname van harte. De enthousiaste PvdA-minister Wouter Bos van Financiën sprak van ‘aanzienlijke maatschappelijke baten’ en ‘een overtuigende en financieel gezonde propositie’. Toen de SP in de Tweede Kamer tegenstribbelde en de partij zich afvroeg of een staatsbedrijf met een belangrijke taak in Nederland wel zo’n buitenlands avontuur behoorde aan te gaan, werd de regering te hulp geschoten door de energiewoordvoerders van VVD en PvdA in die dagen: Halbe Zijlstra en Diederik Samsom, de huidige fractievoorzitters. De laatste sneerde: ‘Ik had verwacht dat de SP mild gestemd zou zijn over deze overname. Het betreft een nationalisatie van een privébedrijf dat in overheidshanden wordt gebracht.’

‘Een positief effect op de prijzen lijkt die overname niet te hebben. Integendeel’

Slechtste argument

We spreken TenneT-topman Mel Kroon op het gloednieuwe schakel- en transformatorstation in het Zuid-Hollandse Wateringen. Dat is een onderdeel van een nieuwe ‘ringsluiting’ in het net om grote nieuwe elektriciteitscentrales op de Maasvlakte, tuinders in het Westland en de grote datacentra in Amsterdam steviger te koppelen. Na eerdere functies bij Fokker en bankverzekeraar SNS Reaal lijkt Kroon hier volkomen op zijn plaats. Met evenveel aanstekelijk enthousiasme praat de luchtvaartingenieur over de technische bijzonderheden als over de internationale strategieën van zijn bedrijf, terwijl boven onze hoofden de hoogspanning hoorbaar knettert. Volgens hem was de overname van het Duitse net volkomen in het Nederlandse publieke belang. ‘We stuurden al langer aan op het ontstaan van een Noordwest-Europese stroommarkt. Nederland mocht geen eiland blijven waar stroom duurder was dan elders. Toen het Duitse net te koop kwam, zijn we gaan praten omdat we daarmee tot een bundeling konden komen.’ Kroon spreekt over de grote hoeveelheden goedkope windenergie die in Duitsland wordt opgewekt. ‘Doordat wij beide netten nu zo goed hebben geïntegreerd, komt die in grote hoeveelheden van Duitsland naar Nederland. En dat leidt er heel concreet toe dat de Nederlandse gebruiker lagere prijzen betaalt. Daar is het ons om te doen geweest.’

Hans Grünfeld moet grinniken als hij het hoort. ‘Dat is wel het slechtste argument dat Kroon kan gebruiken,’ zegt de directeur van de Vereniging voor Energie, Milieu en Water (VEMW), waarin grote en kleine energiegebruikers zich hebben gebundeld om tegenwicht te bieden aan grote energiebedrijven. ‘Het klopt dat de stroomprijzen van Duitsland naar elkaar zijn toegegroeid. Dat komt doordat de beide netten aan elkaar zijn gekoppeld en een Europese stroommarkt was ontstaan. Een prima ontwikkeling. Maar dat was al vóór de overname van het Duitse net door TenneT.’ Grünfeld pakt er een grafiekje bij van de stroomprijzen in Nederland en Duitsland. Daaruit blijkt dat ze tot 2009 naar elkaar zijn gegroeid, maar na de overname, vanaf 2011 juist weer flink verder uit elkaar zijn gaan lopen. ‘Een positief effect op de prijzen lijkt die overname voorlopig dus niet te hebben. Integendeel.’

Was er dan een ander motief om het Duitse zusterbedrijf op te slokken? De meeste experts die Vrij Nederland voor dit verhaal sprak, komen tot de conclusie dat Mel Kroon wilde wat alle CEO’s bij grote bedrijven willen: nog groter worden, en dan het liefst in het buitenland. Zelfs een energie- en marktwerkingsdeskundige als Bert Tieben van SEO Economisch Onderzoek die heel positief oordeelt over de overname van het Duitse net, geeft als antwoord op de vraag naar het motief: ‘Ik vrees toch: groter is goed. De markt is geliberaliseerd. We moeten onze vleugels uitslaan.’

Onzin, zegt Kroon. ‘We kregen ook de vraag uit Polen en Ierland: wil je onze netten kopen? Nee, totaal geen interesse in, want die passen niet in onze strategie. We wilden alleen het aangesloten Duitse net.’

Infographic: Machtelt de Vries/Alles in beeld, bron: Tennet, ministerie van infrastructuur en milieu.
Rand van de afgrond

In gesprekken over Kroon komt ook vaak diens salaris ter sprake. Met bijna 400.000 euro in 2012 is de baas van TenneT een van de grotere verdieners in de semipublieke sector. Hij strijkt grofweg twee keer zoveel op als de Balkenendenorm. ‘Dit soort mensen doet alsof ze ondernemertje spelen, maar ze zijn in feite gewoon in loondienst en lopen financieel zelf geen enkel risico,’ zegt energie-expert Teus van Eck die zich aan het salaris stoort. Hij is afkomstig van SEP, de voorloper van TenneT. Ook het ministerie van Financiën als aandeelhouder spoort TenneT aan het beloningsbeleid te matigen, zoals blijkt uit het jaarverslag van 2012. Kroon zelf zegt niet over zijn salaris te willen praten. ‘Dat is een zaak tussen aandeelhouder en commissarissen. Geen onderwerp waarover ik een discussie heb. Met niemand niet. Dus ook niet met een journalist.’

Kroon geeft wel toe dat de operatie van TenneT in Duitsland veel complexer is gebleken dan vooraf gedacht: ‘Daar kan ik onmiddellijk ja op zeggen.’ Op 11 maart 2011 vond in de kerncentrale van Fukushima in Japan een ernstig ongeluk plaats, waarna de regering-Merkel in Duitsland besloot alle kerncentrales te sluiten en vol in te zetten op duurzame energie. De Energiewende – die overigens al in 2002 was ingezet – bleek voor TenneT enorme gevolgen te krijgen. Omdat er forse subsidies vrijkwamen, kondigden tal van exploitanten in hoog tempo de bouw aan van windmolenparken op zee. Als netbeheerder is TenneT verplicht die aan te sluiten. Het Nederlandse staatsbedrijf bleek al gauw een kleine negen miljard euro in het Duitse net te moeten stoppen, terwijl bij de overname met veel minder rekening was gehouden. Op zich geen probleem, want die investeringen worden in theorie terugverdiend met een door de toezichthouder vastgestelde toeslag voor energiegebruikers. Maar door het hoge tempo en een gebrek aan eigen vermogen kreeg TenneT de financiering niet voor elkaar.

TenneT-topman Mel Kroon wilde wat alle CEO’s bij grote bedrijven willen: nog groter worden, liefst in het buitenland. Foto: Marcus Köppen

Het gevolg was dat Duitse energiebedrijven begonnen te klagen, de toezichthouder TenneT een belangrijk certificaat onthield en de Duitse regering op hoge poten een kapitaalinjectie van Nederland begon te eisen. Hier wreekte zich volgens betrokkenen dat TenneT als staatsbedrijf in Nederland bij de eigen toezichthouder op de energiemarkt op schoot zit, maar het Duitse speelveld nieuw en onbekend was. ‘TenneT heeft zich verkeken op de andere cultuur van regulering,’ zegt Hans Grünfeld van VEMW. Energie-expert Ben van Gils die destijds namens adviesbureau EY (het voormalige Ernst & Young) op de stroommarkt in Duitsland actief was, zegt dat TenneT eind vorig jaar ‘langs de rand van de afgrond’ is gegaan.

Miljoenenclaims

Januari bracht verlichting. Na een koortsachtige zoektocht bleek het Japanse Mitsubishi bereid voor 576 miljoen euro aandelen te kopen in vier verbindingen voor Duitse windmolenparken op zee en daarmee de grote behoefte van TenneT aan kapitaal te verminderen. Een verandering in de Duitse regelgeving had de Japanners over de streep getrokken: TenneT is niet langer aansprakelijk voor kosten van vertragingen, want die worden nu doorberekend aan de stroomgebruiker. Een enorme opsteker voor TenneT dat nu makkelijker geld kan lenen voor de miljardeninvesteringen. Maar daarmee is het bedrijf niet gevrijwaard van risico’s. Er liggen nog miljoenenclaims van vóór de nieuwe regeling, zo blijkt uit de risicoparagraaf in het prospectus van de meest recente lening die TenneT afsloot. Bovendien moet het bedrijf wél voor een deel van de kosten van vertragingen opdraaien als de netbeheerder blaam treft. Zoals we hebben gezien, vindt de exploitant van de windmolens bij Borkum bijvoorbeeld dat TenneT schuldig is aan de vertraging omdat de netbeheerder rekening had moeten houden met de bommen op de zeebodem. Duitse rechters zullen over dit soort kwesties uitsluitsel moeten geven. Onder TenneT-financiers bestaat wel de vrees dat het bedrijf in Duitsland zo snel groeit dat het steeds moeilijker te managen is en fouten gaat maken. Ooit was TenneT een overzichtelijk bedrijf, nu niet meer. ‘Dat bezorgt ons wel hoofdbrekens,’ zegt een van hen.

Pr-stunt

Intussen blijkt het voor TenneT steeds ingewikkelder om in Duitsland die o zo belangrijke balans op het stroomnet te bewaren. Vorig jaar moest de beheerder maar liefst duizend keer ingrijpen om black-outs te vermijden. Het is het onbedoelde bijeffect van de Energiewende. Waar gas- en kolencentrales en andere conventionele producenten ter ondersteuning van het evenwicht boetes moeten betalen als ze meer stroom produceren dan afgesproken, ontbreekt die financiële rem op wind en zonne-energie in Duitsland. ‘Zodra het waait, produceer je energie, voed je dat in het netwerk en krijg je als exploitant subsidie,’ vat Mel Kroon de situatie samen. Een enorme opgave voor de netbeheerder om dat in de hand te houden omdat het energieaanbod moeilijk is te voorspellen, erkent hij. Want als het niet waait, moeten de fossiel gestookte centrales wel leveren of moet er plots een beroep gedaan worden op noodvermogen uit het buitenland.

Volgens Mel Kroon heeft TenneT de situatie onder controle en werkt het heel hard aan de verbetering van de netten om te kunnen anticiperen op een toenemend gebruik van onvoorspelbare duurzame energie. Het netwerkbedrijf wil dat ook voortdurend tonen. In juni nog werden journalisten van Trouw, het Financieele Dagblad en enkele vakbladen naar Dubai gevlogen om met de nodige trots de bouw te laten zien van een reusachtig schakelstation voor Duitse windmolens. Ook in Nederland zijn er plannen voor grote windmolenparken in de Noordzee, waarvoor zojuist een energieakkoord is afgesloten. De balans moet gewaarborgd worden door betere regels dan in Duitsland, maar ook met nieuwe langeafstandsverbindingen en experimenten met opslag van stroom. Volgens Kroon biedt de integratie van het Duitse en het Nederlandse net in dit verband grote voordelen. Zo wordt de balans gezamenlijk bewaakt, kan er gezamenlijk noodvermogen aangehouden worden. Kostenbesparingen die TenneT op 31 miljoen euro per jaar taxeert. Lang niet iedereen is daar echter van onder de indruk. ‘Die bijzondere synergie met het Duitse net lijkt vooral een pr-stunt,’ zegt Sjak Lomme, een energieadviseur gespecialiseerd in waardebepaling van energiebedrijven. ‘Als het gekocht is om baten te realiseren, heeft het vooralsnog niet gefunctioneerd. Er zijn vooral veel problemen.’

De Nedersaksische minister-president Stephan Weil (l) en EWE-topman Werner Brinker (r) vliegen boven Riffgat. Foto:Markus Hibbeler / ANP
Onbenutte capaciteit

Tennet-operator Jan-Willem in de bossen van Arnhem zegt het zijn baas na: ‘We zijn één net, we kijken met de Duitsers mee.’ Maar voor de bezoeker is van die gezamenlijke balansbewaking weinig te merken. In Arnhem staat het Nederlandse net centraal. De balans in Duitsland wordt door TenneT in eerste instantie in een aantal Duitse controlekamers bewaakt. Met die balansbewakers staat Jan-Willem weliswaar rechtstreeks in contact, maar hij vertelt dat hij ook zo kan bellen met zijn collega’s in andere Europese landen als de energiestromen daar aanleiding toe geven. Op zijn beeldscherm is een kaart van Europa te zien met gekleurde pijlen met cijfertjes bij de grenzen. Uit Duitsland wordt momenteel 4.125 MWh per uur ingevoerd, zo valt eruit op te maken, waar er slechts 2.340 waren voorzien. ‘Kennelijk waait het in Duitsland nu harder dan voorspeld,’ zegt Jan-Willem. ‘Of de zon schijnt harder.’ Een onmiddellijk probleem is het niet, want een groot deel van het surplus verdwijnt over de Belgische grens, zo is te zien op het scherm: 1.500 MWh stroomt per uur naar onze zuiderburen waar juist gerekend was op een import van 211.

Het is een bekende route van elektriciteit. De molens in het winderige noorden van onze oosterburen wekken de stroom op die moet worden gebruikt in de fabrieken in het Ruhrgebied en Beieren. Maar de verbinding tussen het noorden en het zuiden van Duitsland is te smal en stroom kruipt waar het niet gaan kan. Daardoor kiest de elektriciteit uit het noorden de brede wegen door Nederland en België om naar het stroombehoeftige zuiden van Duitsland te komen. Het is aan TenneT om de noord-zuidverbinding in Duitsland te verbreden, maar ook dat project heeft onder meer door lokaal verzet in de deelstaat Thüringen jaren vertraging opgelopen.

‘TenneT is overgeleverd aan de grillen van de Duitse politiek,’ zegt Hans Grünfeld van VEMW. ‘De Energiewende is een prestigezaak geworden, zeker voor de CDU van bondskanselier Merkel. Die mag niet mislukken. Het Nederlandse be-lang zal daarin echt niet zwaar wegen.’ Dit speelveld wordt door veel waarnemers geschetst. Na de Bondsdagverkiezingen van 22 september worden ingrijpende beslissingen verwacht om de Energiewende in betere banen te leiden. Want dat er wat moet gebeuren, is duidelijk. Op dit moment doet zich al de merkwaardige situatie voor dat er, zoals bij Borkum, windmolenparken worden geopend die nog niet op het net zijn aangesloten. Terwijl TenneT tegelijkertijd in verbindingen investeert naar plekken in de Noordzee waar mogelijk helemaal geen windmolens komen. In mei maakte de netbeheerder bekend al contracten te hebben afgesloten voor verbindingen met een capaciteit van 6200 MW, terwijl er over tien jaar volgens een ‘reëel scenario’ slechts windmolens zullen staan met een totale capaciteit van 3700 MW. Die onbenutte capaciteit maakt TenneT als bedrijf er niet aantrekkelijker op. Maar de onmiddellijke kosten komen bij de consument terecht in de vorm van toeslagen op de stroomrekening. Niet gek dat daartegen in Duitsland de weerstand groeit.

Het gloednieuwe schakel- en transformatorstation in het Zuid-Hollandse Wateringen is onderdeel van een nieuwe ‘ringsluiting’ die grote nieuwe elektriciteitscentrales op de Maasvlakte, tuinders in het Westland en de grote datacentra in Amsterdam steviger moet koppelen. Foto: Marcus Köppen
Erg veel geld geleend

Energie-expert Ben van Gils van EY houdt zijn hart vast voor TenneT. ‘Eigenlijk kun je elke energiemarkt reduceren tot exploitanten, transporteurs en consumenten die in een voortdurende strijd zijn gewikkeld om elkaar de risico’s in de schoenen te schuiven. De consument be-taalt nu de rekening. De politiek zal die rekening vermoedelijk niet doorschuiven naar de grote Duitse energie-exploitanten die nu diep in de verliezen zitten. Dus ligt het voor de hand dat netbeheerders gaan betalen. Zeker als het gaat om buitenlandse bedrijven als TenneT.’ Volgens Van Gils loopt TenneT een grote kans dat de toezichthouder het bedrijf zal opdragen de tarieven te verlagen om daarmee de consument te ontzien. TenneT beseft dat maar al te goed. Ge-vraagd naar de risico’s die het bedrijf loopt, antwoordt Mel Kroon: ‘Zal ik u er eens een noemen? Maar die geldt net zo hard in Nederland. Dat de regulator zegt: gooi je tarieven omlaag.’

Dat zou de financiële positie van TenneT in Duitsland ernstig ondergraven. Uit de meest recente financiële rapportage blijkt dat de kapitaalinjectie van Mitsubishi begin dit jaar verlichting heeft gebracht. Duitsland zorgt voor tweederde van de flink gestegen winst van TenneT. Maar door alle mega-investeringen blijft het voortdurend de vraag of het bedrijf voldoende verdient om de rente op zijn leningen te kunnen blijven betalen. In de kredietbeoordeling van eind februari spreekt Standard & Poor’s ondanks de goede AA+-rating van TenneT daarover haar zorg uit. Het ratingbureau heeft het over een ‘zwakke’ cashflowpositie, deels als gevolg van ‘agressive leverage’, wat erop neerkomt dat Standard & Poor’s vindt dat TenneT erg veel geld heeft geleend op basis van een betrekkelijk klein eigen vermogen. En een bedrijf dat niet meer aan zijn verplichtingen kan voldoen, zo leert de boekhoudkunde, gaat failliet.

Ook in Nederland zijn de zorgen over TenneT tot de politiek doorgedrongen. Waar in 2009 alleen nog de SP bedenkingen had over de overname, worden nu Kamerbreed vragen gesteld over de risico’s die de Nederlandse belastingbetaler loopt als gevolg van de buitenlandse activiteiten. De schrik van het verlies door de Gasunie van bijna twee miljard euro zit de volksvertegenwoordigers in de benen. Ook VVD-woordvoerder René Leegte stelde in de Kamer meermalen dat als je in Duitsland een rendement van negen procent kunt halen, dat daar risico’s tegenover moeten staan. Maar telkens verklaarde minister Dijsselbloem dat de Nederlandse en Duitse activiteiten strikt zijn gescheiden: ‘Er zijn geen financiële nadelen voor de Nederlandse belastingbetaler,’ zei hij.

Geprivatiseerd

Toch is dat op zijn minst niet helemaal waar, stellen experts. De Nederlandse en Duitse activiteiten zitten weliswaar in aparte BV’s, maar die hangen allemaal onder dezelfde holding. En van die holding is de Nederlandse staat en dus de belastingbetaler de enige eigenaar. Zo hebben problemen in Duitsland invloed op de kredietwaardigheid van de holding, beaamt Jan-Peter Heida van adviesbureau SiRM. Dus betaalt de holding bij het lenen van kapitaal een hogere rente. Ook zou een faillissement van de Duitse activiteiten – bijvoorbeeld als gevolg van lagere tarieven – de holding en dus de Nederlandse belastingbetaler een fors boekverlies opleveren. En bovendien is het niet denkbeeldig dat bij een faillissement het Nederlandse moederbedrijf, en dus de Nederlandse staat, aansprakelijk gesteld zal worden voor eventuele schade. ‘Een malloot hoeft ergens maar een schroefje verkeerd in te draaien en je bent het haasje,’ zegt Ben van Gils. ‘Je bent erg kwetsbaar, het is een absolute claimmarkt.’

‘Zorg dat je niet hoofdverantwoordelijke bent voor de Duitse risico’s’

En dus komen sommigen tot de conclusie dat TenneT maar het beste geheel of gedeeltelijk geprivatiseerd kan worden. René Leegte van de VVD steunt dat idee, maar ook mededingingsdeskundige Bert Tieben van SEO: ‘De exploitatie van het Duitse net is voor TenneT een commerciële onderneming met marktrisico’s,’ zegt hij. ‘Daar hoort een private eigendomsstructuur bij. Het is niet goed dat TenneT daarvoor een beroep doet op de belastingbetaler.’ Daar komt bij dat TenneT ook in Nederland de komende jaren vijf miljard euro moet investeren om het net klaar te maken voor het transport van grote hoeveelheden windenergie. Voor die investeringen moet het eigen vermogen van TenneT met een kleine miljard euro worden aangevuld. Een bedrag dat aandeelhouder Jeroen Dijsselbloem niet graag beschikbaar stelt omdat na alle reddingsoperaties van banken de staatsschuld daarmee verder wordt vergroot. De Tweede Kamer staat er midden in deze financiële crisis evenmin om te juichen. Werkgeversvoorman Bernard Wientjes riep de politiek onlangs al op een deel van de aandelen in TenneT te verkopen. Hoewel hij formeel geen voorkeur uitspreekt, lijkt ook TenneT-CEO Kroon een privatisering te zien zitten: ‘In Nederland is met een toezichthouder al stevige borging georganiseerd.’ Nadat het vorige kabinet een mogelijke privatisering op de agenda zette, heeft TenneT zijn accountant en een adviesbureau opdracht gegeven een onderzoek uit te voeren of het bedrijf daar klaar voor zou zijn. ‘Als goede onderneming anticipeerden wij dus op mogelijke toekomstscenario’s,’ zegt een woordvoerder, die daaraan toevoegt dat met de resultaten verbeteringen in de bedrijfsvoering konden worden doorgevoerd. Dat project noemt hij ‘inmiddels afgerond’.

Publieke belangen

Het is 2006. De stoom komt uit de oren van Gerrit Zalm, minister van Financiën. De overambitieuze Gerlach Cerfontaine, CEO van Schiphol, heeft zijn zinnen gezet op een beursgang van de luchthaven. Schiphol moet wereldwijd zijn vleugels kunnen uitslaan en daarbij past geen overheid als aandeelhouder. De VVD-minister steunt hem: goed voor het verminderen van de staatsschuld. Maar tot woede van Zalm zet een piepjonge wethouder van Financiën van Amsterdam – ook aandeelhouder van Schiphol – de gelouterde minister de voet dwars. Zijn naam: Lodewijk Asscher, PvdA-vicepremier in het huidige kabinet. Amsterdam wil zijn greep op de luchthaven niet verliezen. Schiphol blijft een overheidsbedrijf.

Achteraf gezien is het een van de keerpunten in een geschiedenis van meer dan twintig jaar liberaliseren en privatiseren in Nederland. Geïnspireerd door Brussel was die onder Paars in de jaren negentig goed op gang gekomen met het vrijmaken van markten voor telecom, openbaar vervoer, post en energie en het verkopen van overheidsbedrijven in die sectoren. Gaandeweg bleek echter dat lang niet over alle aspecten van die operaties goed was nagedacht. Met name publieke belangen bleken vaak slecht gewaarborgd. Onderzoek volgde op onderzoek en zo ontwikkelde zich een breed gedragen visie dat in elk geval vitale infrastructuur in overheidshanden moest blijven: stroomnetten, gas- en waterleidingen, spoorrails, luchthavens. Dat gaf de beste garantie voor eerlijke concurrentie, maar was bovenal de beste veiligheidsklep voor onvoorziene ontwikkelingen die niet in wet- en regelgeving is te ondervangen. En zo vormen nu bij de afdeling deelnemingen van het ministerie van Financiën twee ambtenaren fulltime een team dat zich bezighoudt met de aansturing van de staatsdeelnemingen SNS, URENCO en TenneT. Andere teams richten zich op andere staatsbedrijven. Dijsselbloem heeft al aangekondigd die controle verder aan te scherpen. Met TenneT is op subtopniveau bijna elke dag wel contact: over ontwikkelingen op de markt, over investeringen, over het beloningenbeleid. Voor belangrijke kwesties heeft directeur Wouter Raab van het ministerie een rechtstreeks lijntje met Mel Kroon.

Wie de koe verkoopt…

Juist daarom wil Roel Kuiper niet dat TenneT naar de beurs gaat. De ChristenUnie-senator was voorzitter van de parlementaire onderzoekscommissie die eind vorig jaar het laatste diepgravende onderzoek deed naar privatiseringen. ‘Overheidseigendom is een sterkere vorm van sturing dan wetgeving of toezicht,’ zegt Kuiper. Ook in het afstaan van een minderheidsbelang, waarbij de overheid de meerderheid houdt, ziet hij bezwaren: ‘Je verliest inkomsten op lange termijn. Bovendien vermindert je zeggenschap. Er komen private aandeelhouders en dat krijgt een eigen dynamiek: het gevaar is dat het rendement op het kapitaal de boventoon gaat voeren in plaats van het publieke belang. TenneT mag niet een melkkoe van commerciële partijen worden. Bij KPN hebben we ook gezien dat je denkt dat je als overheid greep houdt, maar dat daar na verloop van tijd weinig van overblijft.’

Burgemeester Ferd Crone van Leeuwarden is het hartgrondig met Kuiper eens. Als Kamerlid voor de PvdA voerde hij jarenlang het verzet tegen de privatisering van energienetwerken aan. Ook was hij wars van ‘buitenlandse avonturen’ bij overheidsbedrijven. Zijn remedie is helder: ‘Verkoop het Duitse net. Houd desnoods een minderheid voor de synergie, maar zorg dat je niet hoofdverantwoordelijke bent voor de Duitse risico’s.’

En de kapitaalbehoefte in Nederland? ‘Dijsselbloem moet bijstorten. TenneT kan dan goedkoper lenen en de staat houdt haar inkomsten. Wie de koe verkoopt, verliest ook de melk.’

Lees hier meer over de Duitse Energiewende.