De beste in zijn vak: officier van justitie

De beste in zijn vak

Yolanda van Setten (38)

Ze is sinds een kleine drie jaar gebiedsofficier van het Regio Parket Breda-Middelburg. Gemiddeld staat ze twee dagen per week op politierechterzittingen, waarbij het accent ligt op inbraken, diefstal en heling. Moord en doodslag komen in haar portefeuille niet voor. ‘Daders aanklagen is maar een deel van het werk. Je bent vooral verantwoordelijk voor veiligheid. Boeven vangen is belangrijk, maar preventie is nog veel belangrijker. De traditionele veelpleger is verslaafd en doorgaans wat ouder. Die kun je steeds opnieuw opsluiten, maar als je de dader met inzet van het strafrecht kan dwingen om iets aan zijn verslaving te doen, kom je veel verder. Ik doe mijn werk vanuit het zogenoemde Veiligheidshuis. Laatst kwam hier een jongen aanlopen: “Mevrouw, ik heb een probleem.” Hij kwam uit de tbs en leefde op straat, samen met zijn hond. Ik heb gekeken wat we voor ‘m konden doen. Nu zit-ie in een programma, samen met zijn hond.’

De beste OvJ? Oebele Brouwer, Eva Kwakman en Wouter Bos.

Wouter Bos (40), persofficier

Dertig procent van zijn tijd gaat op aan het te woord staan van journalisten, het geven van toelichting op strafzaken en het benutten van media voor de opsporing; de overige tijd besteedt hij aan strafzaken. Het mooie van zijn vak is, zegt Bos, dat hij vanaf het begin bij een zaak betrokken is. ‘Als OvJ kom je erbij zodra het lijk gevonden is en blijf je tot en met de berechting met de zaak bezig. Een advocaat komt pas later in beeld, en de rechter pas weer dáárna. In dit vak moet je op heel veel borden tegelijk kunnen schaken. Leidinggeven aan een politieonderzoek is totaal anders dan op een zitting staan. Bij de politie ben je met doeners bezig. En je hebt ook nog eens met de slachtoffers te maken. Dat maakt indruk, zeker als het om levensdelicten in de familiesfeer gaat. Een moeder die haar kindjes ombrengt, een man die zijn vriendin met zwavelzuur overgiet, dat grijpt je aan. Ik heb in het ziekenhuis een gesprek gehad met de vrouw die onherstelbaar door dat zuur was aangetast. Dan is het niet gek dat je in je requisitoir je boosheid laat blijken. Maar ik ben geen medestander van het slachtoffer. Ik sta daar namens de samenleving. Als je tot vervolging overgaat, moet je ervan overtuigd zijn dat je een zaak hebt. Al zijn er grensgevallen; dan weet je niet zeker of de verdachte schuldig is. Dat maak ik dan ook duidelijk. Je komt vaak voor lastige en onverwachte beslissingen te staan. Laatst had ik een zaak van een moeder die haar dochter had gedood. Op de plaats delict was ook een zoontje aanwezig. Moet je die jongen dan wel of niet aan zijn familie meegeven? Je weet op dat moment nog vrijwel niets van de achtergronden. Maar zo’n jochie na zo’n traumatische ervaring ook nog meegeven aan Jeugdzorg maakt het voor hem misschien nog veel erger. Dat moet je binnen een kwartier beslissen. Over dat soort dingen kan ik thuis nog wel even blijven peinzen.’

De beste in zijn vak? ‘Ernst Pols, Nicole Vogelenzang en Ward Ferdinandusse.’

Nicole Vogelenzang (46)

Ze is sinds 2000 OvJ. Een prachtig vak, al is het wel een baan die haar opslokt. ‘Ik slaap nooit zonder mobiel.’ Vogelenzang geeft leiding aan onderzoek naar zware georganiseerde criminaliteit in de regio Den Haag. Daarnaast is ze belast met onderzoek naar bedreigingen van politici. Na de dood van Pim Fortuyn namen die opeens drastisch in aantal en ernst toe, met als dieptepunt het doorgeladen pistool dat PvdA-leider Ad Melkert per post toegestuurd kreeg. Sinds 2005 bestaat het Team Bedreigde Politici, waar Vogelenzang leiding aan geeft. Het aantal bedreigingen is afgelopen jaar behoorlijk teruggelopen. In 2010 waren er nog 353 meldingen, vorig jaar ging het om 253 gevallen In principe kan iedere politicus doelwit worden. ‘Geert Wilders gaat al jaren aan kop, op flinke afstand gevolgd door degene die op dat moment premier is. Verder hangt het volledig af van wat er politiek speelt. Dan is het een PvdA-politicus die iets zegt over het asielbeleid, en daarna weer een CDA-woordvoerder die het heeft over hypotheekrenteaftrek.’ Tweederde van de bedreigers wordt achterhaald. En dan blijkt dat de gemiddelde leeftijd slechts 13,8 jaar is. ‘Die minderjarigen blijken op de zitting vaak heel normale kinderen uit modale gezinnen. Ze schrikken vaak enorm van de bemoeienis van de politie. We zien ze maar hoogst zelden terug.’ De beste? ‘Betty Wind, omdat zij al jaren uitsluitend met dat liquidatieproces bezig is zonder de moed op te geven. En Paul van de Rivière om de manier waarop hij zijn zaken aanpakt en organiseert.’

Cassandra Westerling-Diderich (44)

Ze bestrijkt als OvJ voor het Parket Noord Nederland de drie noordelijke provincies. Als forensisch officier (die ondersteunt de officier die de zaak leidt) richt ze zich op het sporenonderzoek bij levensdelicten, verkrachtingen en overvallen. Dat is nog een vrij nieuwe functie. ‘Naar aanleiding van de Schiedammer parkmoord werd vastgesteld dat OvJ’s te weinig kennis hebben van forensisch onderzoek. Daarop werd besloten dat er forensische OvJ’s moesten komen. Inmiddels zijn er zestien in Nederland. Ik ken door mijn forensische specialisatie de mogelijkheden die er zijn en de kansrijkheid die sporen bieden voor onderzoek. Bij een zedenzaak met een sterk vermoeden van een valse aangifte is het zaak om snel te weten of er wel of niet twintig rechercheurs op de zaak moeten blijven. De voornaamste drijfveer bij mijn werk is de drang naar waarheidsvinding. Voor mij is “schuldig” echt niet de kroon op mijn werk. Ik sta er ook voor de verdachte. Neem medische zaken, waarbij een arts een fout heeft gemaakt. Dat zijn geen opzetdelicten. Het zijn heel lastig te beoordelen zaken met alleen maar verliezers. De buitenwereld ziet je als boegbeeld van het OM op de zitting. Maar er zit zo veel achter: onderzoek, opsporing, management. In dit vak komt het neer op kennis, communicatieve vaardigheden en empathisch vermogen. Je neemt vergaande beslissingen over levens. Het is enorm vervelend als de verkeerde verdachte wordt aangehouden. Die man is vanaf dat moment gestigmatiseerd. Ook een opdracht tot een sectie geef je niet zomaar. Daarom moet je je oordeel ook aan anderen durven voorleggen. Ik vraag geregeld aan collega’s: wat vind jij van mijn aanpak? Tegelijk moet je knopen kunnen doorhakken.’ De beste OvJ’s? ‘Emmy van der Bijl, Koos Plooij en Oebele Brouwer.’

Ferry van Veghel (37)

Dertien jaar geleden begon hij als strafrechtadvocaat. In 2006 stapte hij over naar het Openbaar Ministerie en werd hij OvJ. Recente zaken zijn de File­fuikzaak en de vervolging van oud-rechters Kalbfleisch en Westenberg. ‘Als advocaat laat je maar een heel klein stukje van de waarheid zien,’ zegt hij over die overstap naar het OM. ‘Ik had behoefte aan het totale plaatje.’ Dat betekent niet dat hij zich nu aan “de goede kant” waant. ‘De strafadvocatuur is even belangrijk als wat wij doen. Wij vertegenwoordigen ieder een andere kant van het juridische spectrum. Mijn ervaring als advocaat biedt wel voordelen: ik kijk óók door de bril van de advocaat. Ik realiseer me terdege waar een advocaat straks gaten in zal proberen te schieten. Als advocaat wordt je standpunt grotendeels bepaald door de cliënt, een zelfstandige keuze hoef je daarin nauwelijks te maken, maar voor een officier ligt dat genuanceerder. Twee jaar geleden deed ik een moordzaak. Ik was overtuigd van de schuld van de verdachte. Daags voor de zitting ontdekte ik een vormfout. Een moreel dilemma: ga ik die melden, met het risico dat de zaak stukgaat? Ik heb geen moment getwijfeld en het gemeld. Als advocaat houd je in zo’n geval je mond, maar je kunt als OvJ niet met de regels marchanderen die je volgende keer zelf weer nodig hebt.’ Bij mediagevoelige zaken realiseert hij zich hoe invloedrijk zijn formuleringen kunnen zijn. ‘Je kunt als officier redelijk de krantenkoppen boven een stuk bepalen. Als ik het heb over “deze beestachtige moord”, lees je dat vaak terug. Daar zet je zelfs wel eens bewust op in. Het draait om het overtuigen van de rechter, maar je bent niet blind voor de maatschappelijke context. Ook rechters zijn daar gevoelig voor, die lezen ook die krant.’ De besten in zijn vak vindt hij Oebele Brouwer (‘Hij straalt enorme rust uit en kan ingewikkelde dingen op een simpele manier uitleggen’, Frits Posthumus (‘Hij heeft op een zeer integere manier het versterkingsprogramma voor het OM geschreven in een tijd dat het OM onder vuur lag’) en Betty Wind: ‘Zij heeft enorm doorzettingsvermogen getoond in de Passage-zaak.’

Betty Wind (45)

Normaal gesproken staat ze twee dagen per week in de rechtszaal en gaan de andere dagen op aan het leiden van politiezaken. Maar sinds ze aanklager is in het Passage-proces, over liquidaties in de Amsterdamse onderwereld, gaat al haar tijd daarin zitten. ‘Zware georganiseerde misdaad in een ongelofelijk complexe zaak, dat is iets voor mij. Het werken met een kroongetuige is ook nieuw. Dat maakt het fascinerend.’ Maar: ‘Het zijn de lastigste onderzoeken die je kunt doen. Je weet ook dat als je die criminaliteit laat lopen, hun activiteiten verweven zullen raken met de bovenwereld. Het is dus nuttig werk. Maar ik weet ook dat als ik hier dweil, ergens anders de kraan weer opengaat.’ Het is ook nog werk waarbij ze soms extra over haar schouder moet kijken. ‘Er is een zekere onverschrokkenheid voor nodig.’ Ooit liep ze anderhalf jaar als advocaat stage bij Bénédicte Ficq en Nico Meijering, die ze nu in het Passage­proces tegenover zich vindt. ‘Ik heb een leuke tijd bij hen gehad, maar het werk van een officier is veel uitdagender en veelzijdiger. Een advocaat mag eenzijdig partij kiezen, een officier niet. Ik ben niet bang voor goede advocaten. Een slechte advocaat is veel erger. Ooit deed ik een zaak met een man die van een nare moord werd verdacht. Hij was in de war, maar weigerde onderzocht te worden. Zijn advocaat deed niks. Dan ben je bijna geneigd om de strafeis aan te passen. Je hebt als officier oog en oor voor de slachtoffers, ik sta er ook namens hen. Maar dat betekent niet dat ik precies doe wat zij willen. Ik ben vooral op zoek naar de waarheid, niet naar een veroordeling.’ De beste? ‘Frits Posthumus. En Koos Plooij.’

Danielle Goudriaan (39)

Al op de middelbare school riep ze dat ze officier van justitie wilde worden. Haar vader zat bij de politie en ze vond zijn werk fascinerend. ‘Het heeft met een gevoel voor rechtvaardigheid te maken, met idealisme. Ik vind dat mensen niet mogen wegkomen met strafbare feiten.’ Sinds zes jaar is ze gespecialiseerd in fraudezaken. De afgelopen vijfeneenhalf jaar was ze fulltime bezig met de Klimop-zaak, over vastgoedfraude, waarbij uiteindelijk twaalf mensen werden veroordeeld tot vaak lange gevangenisstraffen. ‘Vijfeneenhalf jaar werken aan één zaak lijkt heel beperkt. Maar een grootschalig onderzoek als dit heeft zo veel kanten, dat het nooit saai wordt. Het mooie van fraudezaken is dat ze juridisch zo complex zijn. Van een moord weet iedereen dat dat strafbaar is. Hier ligt dat veel ingewikkelder. Je moet niet alleen juridisch goed onderlegd zijn, maar ook doorzettingsvermogen hebben. En je moet van puzzelen houden. Daarnaast moet je leiding kunnen geven aan een groot team. Bij deze zaak waren vijfendertig FIOD-mensen betrokken. Als OvJ moet je stevig in je schoenen staan; voor dit soort zaken is veel media-aandacht. En je maakt vijanden: niemand is blij met een gevangenisstraf. Maar ik ben nooit bang voor mijn eigen veiligheid geweest. Als OvJ ben je ambtenaar, maar je hebt wel je eigen zaak die je voor een belangrijk deel naar eigen inzicht inricht. De rechter is degene die uiteindelijk beslist. Als officier start je het onderzoek en bepaal je de richting. Daarbij gaat het niet primair om een veroordeling. Als je met een zaak bezig bent en het blijkt na een tijdje geen zaak te zijn, dan is dat maar zo. Een zaak is voor mij niet alleen maar geslaagd bij een veroordeling.’ Beste collega’s? ‘Robert Heijn Broekhuijsen en Koos Plooij.’

Debby Homans-De Boer (35)

Ze houdt zich bezig met overvallen en straatroven in de regio Groningen. Al is dat onderscheid wat gekunsteld, zegt ze: ‘Wanneer een pizzakoerier beroofd wordt, heet dat een overval. Bij een particulier die op straat beroofd wordt, spreken we van straatroof.’ Recent hield ze zich bezig met de zaak tegen de harde kern van FC Groningen, die daarbij als criminele organisatie werd aangemerkt. Regelmatig staat ze voor de meervoudige strafkamer, bijvoorbeeld in zaken van moord en doodslag. In juni 2009 was er in Groningen een schietincident op straat. Op klaarlichte dag schoot de ene buurman de andere door het hoofd. ‘Midden in een woonwijk, bij een speeltuintje. Enorme commotie, met het zoontje van de verdachte die zijn vader om de nek vliegt om hem tegen te houden. Zoiets maalt ’s avonds echt nog door je hoofd, dan ben je enorm gemotiveerd om je werk goed te doen. Het bewijs was niet ingewikkeld, het draaide vooral om de vraag: is het moord of doodslag? Bij de voorbereiding van de zitting bekeek ik de banden van het verhoor. Tijdens een pauze in het verhoor – de band liep door – hoorde ik ineens een van de rechercheurs zeggen: “De advocaat is onderweg. Maar als hij komt, hou ik hem wel even aan de praat.” Daar schrok ik van; een advocaat mag nooit weggehouden worden van het verhoor. Als ik het niet had gemeld, had er misschien geen haan naar gekraaid. Maar ik heb het aan de rechtbank en de advocaat kenbaar gemaakt. De verdediging wilde de zaak niet ontvankelijk laten verklaren. Uiteindelijk heeft de man in hoger beroep 21 jaar gekregen. Ik was blij dat ik open kaart had gespeeld. Rechtvaardigheidsgevoel is in dit vak essentieel. Het gaat niet om de hoogste straf, maar om maatwerk. Harder straffen is bijna nooit de oplossing, alleen maar opsluiten een zeer tijdelijke – op een dag komen ze toch weer vrij. Daarom probeer je naar een oplossing te zoeken die rekening houdt met de maatschappij en het slachtoffer, maar ook met de verdachte.’

De beste OvJ’s vindt ze Corien Fahner, Oebele Brouwer en Eva Kwakman.

Gert Veurink (37)

De beste OvJ kiezen? Dat lijkt hem bijna onmogelijk. ‘Er zijn honderden collega’s, van wie je de meesten niet kent. Tien jaar geleden had je nog een aantal bekende crimefighters, zoals Witteveen en Teeven. Die stonden als individu regelmatig in de schijnwerpers. Nu doe je veel minder in je eentje een zaak. Je werkt nauw samen, met de politie en je eigen organisatie.’ Hij werkt bij het landelijk parket, is gestationeerd in Zwolle en behandelt met name mensenhandelzaken. Zoals de Koolvis-zaak: minderjarige Nigeriaanse asielzoekers werden door een bende geronseld voor prostitutie. ‘Het bestrijden van mensenhandel is iets wat me werkelijk bezighoudt. Het is mooi als je ziet dat je werk tot resultaten leidt.’ Zijn bekendste zaak was de aanslag door Karst T. op Koninginnedag 2009. ‘Dat leek wellicht een eenvoudige zaak – honderden getuigen, dader vrijwel direct dood – maar het ging niet zozeer om die laatste fatale seconden die je op televisie zag, maar om wat daaraan vooraf was gegaan. Wat wilde T. bereiken? Waren er handlangers? Dat soort zaken zijn ook door de enorme belangstelling enerverend om te doen. Je ontdekt dat dingen anders gelopen zijn dan mensen zeggen en in kranten schrijven. Het verschil met een advocaat is dat wij nadrukkelijker aan waarheidsvinding doen. Het beeld dat wij precies aan de andere kant van het spectrum zitten dan de advocaat, met de rechter in het midden, klopt dan ook niet; wij staan letterlijk en figuurlijk wat dichter bij de rechter.’ Beste in zijn vak vindt hij Jolanda de Boer – ‘omdat ze in Amsterdam de mensenhandel echt op de kaart heeft gezet’ -, Hester van Bruggen – ‘ze heeft verschrikkelijke oorlogsmisdrijven in haar portefeuille, maar blijft desondanks fris tegen de zaken aankijken’ – en Oebele Brouwer: ‘mijn mentor, van wie ik veel geleerd heb.’

De beste in zijn vak

In de serie ‘De beste in zijn vak’ neemt Vrij Nederland steeds een beroepsgroep onder de loep, beurtelings geportretteerd door Mischa Cohen en Coen Verbraak. Wat drijft de toppers in een vakgebied, over welke eigenschappen moet je beschikken om op hun terrein te slagen, wie beschouwen zij als de beste in hun vak – behalve zichzelf dan? Deel 1 (columnisten) verscheen in VN 03, deel 2 (uitgevers) in VN 10 (zie ook www.vn.nl). Suggesties en commentaar graag naar [email protected]

De verkiezing

Voor ‘De beste in zijn vak’ zijn negen officieren van justitie geïnterviewd, plus de uiteindelijke winnaar. Het bleek niet eenvoudig om tot een eenduidige winnaar te komen. Nederland telt zo’n achthonderd OvJ’s. Er zijn een paar bekende crimefighters bij, maar het werk van de meerderheid onttrekt zich volkomen aan het zicht, ook aan dat van hun collega’s. Aanvankelijk zat er dan ook geen enkele overlap in de namen die de geïnterviewden opperden. Uiteindelijk hebben wij al hun voorkeuren samengevoegd tot een nieuwe lijst, inclusief de namen van de negen OvJ’s die meededen, waaruit ze op ons verzoek allemaal een nieuwe top-drie hebben gekozen.