Interview Patrick Lodiers

‘Nu kan ik er eindelijk vrede mee hebben,’ zegt Patrick Lodiers (34) op een terras in Amsterdam-West. De avond voorafgaand aan het interview hield BNN een bijeenkomst voor de nabestaanden van de deelnemers aan het programma Over mijn lijk. Lodiers, zo was afgelopen televisieseizoen te zien, volgde in de real life soap een jaar lang het leven van vijf terminaal zieke jongeren. Gea (21, melanoomkanker), Elmar (34, kraakbeenkanker) en Karin (29, longkanker) stierven al tijdens de opnames. Fedde (27, hersentumor) overleed kort erna. En nu, drie maanden na de laatste aflevering, kwamen familie en vrienden bij elkaar in een tapasbar in Laren. Ook Wiebe (21) was erbij, samen met zijn moeder. Als enige deelnemer heeft hij zijn ziekte, non-Hodgkin, voorlopig op afstand weten te houden.

‘Ik zag behoorlijk tegen de avond op,’ zegt Lodiers. ‘Sommige ouders hadden het aanvankelijk maar niks gevonden dat BNN dag in, dag uit hun doodzieke kind zou komen filmen. Toen ze na een paar draaidagen merkten hoe omzichtig we te werk gingen, gaven ze ons het voordeel van de twijfel. Maar hoe het voor de families was geweest toen Over mijn lijk op tv werd uitgezonden, daarvan had ik geen idee. De meesten van hen had ik voor het laatst gezien op de begrafenis.’ De ervaringen waren goed, zo bleek. Het werd, al vloeide af en toe een traan, zowaar een ‘leuke’ avond. ‘Ze hebben veel positieve reacties op het programma gekregen,’ vertelt de presentator. ‘Zelfs op straat en in de supermarkt werden ze erop aangesproken. Daar hebben ze een hoop aan gehad.’ De presentator leegt zijn glas en zegt: ‘Het was een mooie afsluiting van het programma. Alles is opgenomen en uitgezonden. Alle verhalen zijn verteld. En alles is op zijn plek gevallen.’

De kijkers gaven Over mijn lijk een 8,5; de serie was daarmee het hoogst gewaardeerde programma van de publieke omroep. Op het Eurovision Creative Forum in Berlijn, een jaarlijks congres waar publieke zenders uit heel Europa hun paradepaardjes tonen, werd Over mijn lijk vorige maand met lof overladen. Omroepen van Spanje tot Finland overwegen het programma nu ook te gaan maken.

Nederlandse tv-critici hadden de serie al eerder de hemel in geprezen, vooral vanwege de vorm die BNN had toegepast. Die week sterk af van de wijze waarop de (naderende) dood doorgaans in beeld wordt gebracht. Confronterende momenten als een slechtnieuwsgesprek of een oriënterend bezoek aan het crematorium werden niet vermeden, maar als een deelnemer op vakantie naar Italië ging, werd dat ook gefilmd.

Op de achtergrond klonk geen mistroostige vioolmuziek, maar Anouk of The Dandy Warhols. En waar andere programma’s over de weg naar het einde vaak één groot tranendal zijn, werd hier ook veel gelachen.

‘We wilden een serie maken die niet over de dood ging,’ zegt Lodiers, ‘maar over het léven.’ En dus stond de camera uit op de momenten dat de jongeren hun laatste adem uitbliezen. Begrafenissen en crematies werden, op de crematie van Karin na, buiten beeld gehouden. ‘En nog,’ zegt de programmamaker, ‘hadden we van al het materiaal dat we hebben opgenomen een vreselijk melodramatische serie kunnen maken. Maar dat wilden we koste wat het kost voorkomen.’

Het bleek nog niet eenvoudig om van de geijkte patronen los te raken. ‘Toen we na drie draaidagen gingen monteren, was het resultaat niet goed. De scènes waren te lang uitgesponnen, het leek nog te veel op een traditionele documentaire. Wij wilden meer de structuur van een soap, met kortere scènes en hardere overgangen. Toen is onze regisseur heel goed naar Onderweg naar morgen gaan kijken. Dat hielp enorm. We leerden hoe we met cliffhangers konden werken, en hoe we een betere balans konden krijgen tussen zwaar en luchtig.’

Is de balans af en toe niet te ver doorgeslagen? Voor een programma over terminaal zieke jongeren was het soms wel erg frivool van toon.

‘Hoe had het anders gemoeten? Die mensen leefden toch nog?’

Maar dat kon iedere moment voorbij zijn. Is het dan niet krampachtig om het programma vooral leuk te willen houden?

‘Had ik dan tegen die jongeren moeten zeggen: “Ga maar janken, want dat vindt de kijker prettig”? Had ik in een lijkwagen moeten komen voorrijden? Die mensen probeerden nog zoveel mogelijk uit hun leven te halen. Dat wilden we benadrukken. Als je dat niet kunt aanzien, moet je een andere zender opzetten.’

Was het programma minder geslaagd geweest als geen van de jongeren tijdens de opnamen zou sterven?

‘Dat denk ik wel. Als je een jaar lang vijf ernstig zieke jongeren volgt, wil je ontwikkeling zien. Dat kan een positieve ontwikkeling zijn, zoals bij Wiebe. Bij hem ging de kanker op een gegeven moment weg, althans voorlopig. Dan is een verhaal afgerond. Maar als een ontwikkeling negatief is, wil je het verhaal ook helemaal kunnen vertellen. Al vind ik vier mensen die overlijden wel erg veel, hoor.’

Dat moet een bizarre situatie zijn, wanneer het slecht uitkomt als deelnemers blijven leven.

‘Voor mij als programmamaker was het misschien vervelend geweest, maar voor mij als mens fantastisch. En ik vind de mens Patrick Lodiers nog altijd een stuk belangrijker.’

Hoewel de uitzendingen van Over mijn lijk vooral een levendige uitstraling moesten hebben, was het productieproces soms loodzwaar, vertelt Lodiers.

Dat begon al vroeg. ‘Bij het selecteren van de deelnemers had ik een videoband gezien van een jongen van wie ik meteen dacht: mooi verhaal, goeie kop, die moeten we hebben. Maar nog voor we met de opnamen konden beginnen, ontvingen we een rouwkaart. Ik vond het vreselijk. Verdomme, het was zo’n goeie kerel. Ik had hem nog niet eens ontmoet, en ik had nu al een band met hem. Toen dacht ik: dit kan best wel eens heftig gaan worden.’

Dat werd het ook. Al op de eerste draaidag maakte hij een slechtnieuwsgesprek mee. Vijf minuten nadat hij Elmar had ontmoet, kreeg die te horen dat zijn nekwervel was verpulverd. ‘Jezus Christus, wat was dat een moeilijk moment.’

En zo ging het soms aan één stuk door. Had hij net een afscheidsgesprek gevoerd met Elmar, vertelde de moeder van Fedde een paar dagen later hoe zwaar de ziekte van haar zoon op haar gezinsleven drukte, en kwam nog een paar dagen later Gea te overlijden. ‘Zo rol je van de ene scène in de andere,’ zegt Lodiers. ‘Ik had amper tijd om het allemaal te verwerken.’

Toch wekt hij niet de indruk dat hem dat parten is gaan spelen. Zo wild enthousiast als hij overkomt op televisie, zo wild enthousiast is hij deze middag ook.

Hij praat vlug, gebaart hevig, lacht hard en veel, zwaait uitbundig naar iedere bekende die voorbij fietst, en knoopt ondertussen ook nog een praatje aan met de serveerster. Soms ga je bijna denken dat het een act is.

Op de vraag of Over mijn lijk hem niet is gaan opbreken, reageert hij aanvankelijk laconiek.

‘Ik heb er weinig last van. Het is natuurlijk vreselijk om vier vrienden, want dat waren ze geworden, te verliezen. Maar omdat ik weet hoe erg ze hebben geleden, kan ik me erbij neerleggen. Bovendien wist ik natuurlijk van tevoren dat dit kon gebeuren. Het is niet zo dat ik er slecht van slaap.’

Maar naarmate de uren verstrijken, en de lucht boven Amsterdam langzaam rood kleurt, wordt de presentator reflectiever. Dan zegt hij opeens: ‘Misschien is het wel heel abnormaal dat ik er zo luchtig over doe. Misschien moet ik er langer bij stilstaan en er verdrietiger over zijn. Maar ik vind verdriet vaak zonde van de tijd. Wat dat betreft lijk ik erg op mijn moeder. Die heeft een Brabantse achtergrond en wil het altijd gezellig houden. Zij stopte haar sores ook altijd in een rugzak. Maar op een dag is die rugzak natuurlijk vol en kieper je achterover. Mijn moeder is destijds in een soort depressie geraakt. De laatste tijd ben ik wel eens bang dat mij hetzelfde zal overkomen. Straks lig ik ook in brokstukken op de grond. Ik besef nu dat ik daarvoor moet oppassen.’

Patrick Emanuel Martinus Lodiers werd in 1971 geboren in Vlissingen. Zijn vader was eerste stuurman op de grote vaart en werd later haveninspecteur. Zijn moeder was kleuterjuf op een montessoribasisschool. Hij heeft een oudere broer en een jongere zus.

Op de katholieke middelbare school in Goes kwam Lodiers in aanraking met toneel en film. Hij vond het allemaal even interessant, en kwam er al snel achter dat hij ‘iets creatiefs’ wilde gaan doen. Zo ongericht als die aspiraties waren, zo onsuccesvol waren zijn pogingen ze te realiseren. Bij de filmacademie in Amsterdam werd hij tot twee maal toe geweigerd.

Achteraf begrijpt hij wel waarom. ‘De eerste keer stuurde ik een filmpje in dat ik samen met mijn vrienden van school had gemaakt. Iets met paters en Mexicanen, geloof ik. Ach ja, ik was zeventien.’ De tweede keer had hij een musical geschreven. ‘Het vervolg op Jezus Christ Superstar. Ze moeten zich daar gék hebben gelachen.’ Bij de toneelschool wilde het ook niet erg lukken. Vier keer deed hij auditie. Even vaak werd hij afwezen. ‘Ik ben heel slecht in zingen, en nog slechter in dansen. Eén keer kwam ik door de voorrondes heen, maar uiteindelijk viel ik toch af. Ze verweten me dat ik van elke dramatische scène iets komisch probeerde te maken. Ik zou het eerder “optimistisch” willen noemen.’

Een talent dat hem later nog goed van pas zou komen. Ondertussen had hij zich ook ingeschreven voor de school voor journalistiek, maar daar werd hij twee keer uitgeloot. ‘Op een gegeven moment gaf ik het op. Ik dacht, ik ga wel economie studeren. Dan kom ik in ieder geval niet meer met creativiteit in aanraking, en kan ik die behoefte misschien uitbannen.’ Maar toen adviseerde iemand hem het eens te proberen bij de filmacademie in Brussel. Dat deed hij, en warempel, hij werd aangenomen.

Hoewel Lodiers aanvankelijk dacht dat hij, met The Blues Brothers en Goodfellas in zijn achterhoofd, regisseur van lange speelfilms wilde worden, zag hij tegen het eind van zijn opleiding in dat hij meer in de wieg was gelegd voor televisie. ‘Met één film ben je jaren bezig,’ besefte hij, ‘maar ik had elke week wel een nieuw idee.’ Na zijn studie ging hij aan de slag bij het Vlaamse Canal+, waar hij regisseur werd van een filmprogramma. Ook maakte hij elke week een televisiecolumn. Totdat op een dag de tv-directeur van BNN op zijn antwoordapparaat stond. Die had bij toeval een bandje van zijn column onder ogen gekregen. Of hij eens langs wilde komen voor een gesprek. Dat leek Lodiers wel wat. Uiteindelijk, na tien jaar in België te hebben gewoond, verliet hij Brussel definitief voor Hilversum en trad hij in 2000 toe tot de gideonsbende die BNN heet. Hij werd presentator en later ook eindredacteur. ‘Dat is het goede van BNN. Je krijgt er veel kansen.’ In 2004 kwam daar het hoofdredacteurschap bij en werd hij verantwoordelijk voor de inhoudelijke kant – en daarbij zijn de presentatoren niet inbegrepen – van alle eigen programma’s van BNN.

Wat hij verdient? Zo’n 158.000 euro per jaar, onthulde zijn directeur Laurens Drillich onlangs in een interview in de Volkskrant. ‘Ja,’ lacht Lodiers, ‘het is meer dan het salaris van een minister-president, maar ik heb dan ook niet twee keer een kabinet laten vallen.’

In wat Patrick Lodiers tot nu toe voor de zender heeft gemaakt, is een duidelijke rode lijn te ontdekken. Op de succesvolle improvisatie-comedyshow De Lama’s na – ‘dat vind ik gewoon fantastisch om te doen’ – worden al zijn programma’s gekenmerkt door een zeker engagement. Je zal het maar hebben ging over jongeren met aandoeningen als afasie en Gilles de la Tourette. Voor de serie Underworld According to BNN maakte hij een documentaire over de sloppenwijken in Nairobi. In Couscous en Cola volgde hij een vmbo-klas met Marokkanen, Afghanen en Turken op schoolreis naar Amerika. In Met een been in de finale deed hij verslag van de Paralympische Spelen in Athene. En dan is er nog Over mijn lijk, een serie over ernstig zieke jongeren die zich, op zijn BNN’s gezegd, ‘niet laten kisten’.

Een opvallend rijtje. Zeker in vergelijking met veel andere BNN-producties, waarbij de vorm vaak belangrijker lijkt dan de inhoud. Op dit moment werkt Lodiers hard aan de voorbereidingen voor een programma over de Millenniumdoelen. ‘Dat moet een serie worden waarin we aantonen dat het heel makkelijk en goedkoop is om in ontwikkelingslanden problemen als vervuild drinkwater en tekort aan medicatie op te lossen,’ vertelt hij. ‘We willen een Afrikaans dorp van driehonderd inwoners adopteren waar al die problemen aanwezig zijn. En dan willen we laten zien dat zo’n dorp er met één dollar per dag per persoon helemaal bovenop kan komen. Uitgangspunt is wel dat de dorpelingen zelf het heft in handen nemen. Sommige ontwikkelingsorganisaties verklaren me voor gek. Maar ik weet zeker dat het kan. Volgend jaar april hopen we te beginnen met filmen.’

Het is niet zomaar dat hij juist dit soort televisie maakt. Thuis stond het sociale gedachtegoed hoog in het vaandel. Vader stemde Partij van de Arbeid, moeder Ria Beckers. ‘Zelf schreef ik op mijn zevende al brieven naar Greenpeace. Ik had ook een Greenpeace-poster op mijn slaapkamer hangen. In die tijd zag je veel op tv over de walvisvaart en kernafvaldumpingen op zee. Ik dacht, dit kan zo niet langer. Ik ga naar de zeevaartschool en word kapitein op een schip. En als ik dan vrij heb, ga ik die actievoerders helpen.’

Het liep anders. Maar Lodiers voelt zich nog altijd thuis bij de linkse idealen. ‘Ik heb het meest met Femke Halsema. Dat links liberalisme van haar vind ik een goed verhaal. Bij de vorige verkiezingen heb ik ook een strategische stem op de PvdA overwogen. Dat heb ik uiteindelijk niet gedaan en toen werd Balkenende de grootste. Misschien moet ik het dit jaar toch maar doen.’

Lodiers heeft het voordeel dat hij bij veel van zijn programma’s weet waar hij over praat. Zijn documentaire over Nairobi was vast minder goed geworden als hij niet al vele malen door Afrika had gereisd. Voor Over mijn lijk kon hij ook uit persoonlijke ervaringen putten. Het vriendinnetje van zijn neef, met wie hij een hechte band heeft, kreeg op haar vierentwintigste kanker. Nog geen twee jaar later overleed ze. Bij de voorbereidingen voor Over mijn lijk heeft Lodiers zijn neef nog gebeld om te vragen hoe hij die laatste maanden had ervaren. ‘Hij vertelde me dat het niet alleen maar drama was geweest, maar dat ze ook mooie en intense momenten hadden gedeeld. Daar heb ik veel aan gehad.’

Alsof zijn neef nog niet genoeg was gestraft, kreeg hij enkele jaren later een ernstig ongeluk waaraan hij een dwarslaesie overhield. ‘Ik begreep heel goed wat voor impact dat zou gaan hebben op zijn leven. Ik had het onderwerp net behandeld in Je zal het maar hebben.’

De presentator is al verscheidene malen beloond voor zijn programma’s. Voor Je zal het maar hebben kreeg hij in Nederland de zogeheten Hoofdprijs en in Spanje de Premios Ondas voor het beste buitenlandse tv-programma. Met zijn documentaire over Nairobi sleepte hij de Dick Scherpenzeelprijs in de wacht. En Couscous en Cola werd verkocht aan Al Jazeera. BNN vaart er ondertussen wel bij. Keek men in Hilversum en Den Haag jarenlang op de jongerenomroep neer, door programma’s als Over mijn lijk wordt de zender eindelijk een beetje serieus genomen.

Toch zegt Lodiers dat hij bij BNN nog vaak moet ‘knokken’ voor zijn programma-ideeën. ‘Mijn collega’s vinden me maar een raar links type. Die denken soms: daar heb je Patrick weer met zijn Max Havelaar-koffie. Als ik weer eens met een idee over Afrika aankom, beginnen ze meteen te lachen. Tuurlijk, ze vinden het veel leuker om voor Spuiten en slikken over seks en drugs te praten. Wat dat betreft leid ik bij BNN soms een eenzaam bestaan.’

BNN-directeur Laurens Drillich zei in de Volkskrant dat zijn omroep vooral geen ‘jonge Vara’ moet zijn. ‘Het is veel moeilijker,’ vervolgde hij, ‘om de SBS-randen op te zoeken dan om verantwoorde programma’s te maken. Veel programmamakers willen dat. Als ze zo’n programma maken, krijgen ze het gevoel: ik ben ergens mee bezig. Ze willen allemaal de wereld redden. Voor je het weet heb je nog een programma over ziektes of over de derde wereld erbij.’

Lodiers zegt dat zijn maatschappelijke betrokkenheid bij BNN steeds meer tegen hem begint te werken. Zo heeft de directie er bewust voor gekozen hem niet het politieke programma Lijst Nul te laten presenteren. ‘Ik vind dat echt verschrikkelijk,’ zegt hij, ‘ik had het zo graag willen doen, maar ik word angstvallig bij het programma weggehouden. Ze vinden dat ik teveel van politiek weet. Lijst Nul is bedoeld voor jongeren die zich niet voor politiek interesseren. Bij BNN zijn ze bang dat als ik me ermee ga bemoeien, het allemaal te inhoudelijk wordt.’

En dus is ervoor gekozen om Sophie Hilbrand en Filemon Wesselink, bekend van Spuiten en slikken, naar het Binnenhof te sturen. Een rare keuze, vindt Lodiers. ‘Sophie heeft talent. Ze is naturel, ontwapenend en knap. Maar ik zeg soms tegen haar: “Je moet wel werken. Je moet verdomme wel naar het nieuws kijken en de krant lezen.’

In de eerste aflevering van Lijst 0 gingen Sophie en Filemon barbecuen met Wouter Bos, badmintonnen met Marc Rutte en werd Jan Peter Balkenende ondervraagd in een Hummer op het strand. Harde noten werden niet gekraakt.

‘Mijn handen jeuken als ik naar zoiets kijk,’ zegt Lodiers. ‘Dan denk ik: maak het dan níet. Bij de vorige editie, toen Katja en Bridget het nog presenteerden, had ik dat ook al. Kregen ze van Balkenende een rondleiding door het torentje. So what? Vraag hem verdomme wat dat torentjesoverleg nou precies inhield waar het vorige kabinet over struikelde. Als je de jeugd serieus wilt nemen, moet je zorgen dat je programma’s ergens over gaan. Jongeren zijn echt niet geïnteresseerd in lulkoek.’

Voor Try Before You Die, waarin BNN-presentatoren dingen doen die ze per se voor hun dood willen hebben gedaan, is Lodiers ook niet meer gevraagd. Vorig jaar mocht Katja Schuurman in een bad met Baileys liggen, en Philemon Wesselink mocht een pornofilm maken. Lodiers trok naar de westelijke Jordaanoever om het Israël-Palestina-conflict te doorgronden. ‘Achteraf kreeg ik van de directie te horen dat mijn item niet in het format paste,’ vertelt hij. ‘Maar waar zijn we dan helemaal mee bezig? Dan pas je toch het format aan? Of moet ik soms ook in een bad met Baileys gaan liggen?’ Lodiers vindt het ‘moeilijk’ om te zien dat nu alle BNN-presentatoren aan Try before you die meewerken, behalve hij. ‘Ik raak zo als presentator wel een beetje verwijderd van de groep,’ zegt hij. ‘Ik word steeds meer een buitenbeentje.’

In het functioneringsgesprek, dat Lodiers enkele weken geleden met de directie voerde, werd hem gevraagd wat voor programma hij nog graag zou willen maken. Daar hoefde hij niet lang over na te denken. ‘Een nieuwsprogramma, waarbij de actualiteit op zo’n manier wordt gebracht dat jongeren het ook interessant vinden. Maar zonder dat de inhoud verloren gaat.’

Mocht BNN zo’n programma willen, dan is de kans vast klein dat u het mag presenteren. De directie vindt u te inhoudelijk.

‘Daar ben ik soms bang voor.’

Wat dan?

‘Dan moet je weg. Dat zou iedereen bij BNN moeten doen die zich te oud gaat voelen voor de BNN-filosofie.’

Zo ver zal het voorlopig niet komen, zegt Lodiers. Hij wil nog lang door met De Lama’s en er komt een vervolg op Couscous en Cola. Bovendien, kondigt hij aan, gaat hij een nieuwe serie Over mijn lijk maken. Dat moest hij op de nabestaandenbijeenkomst in Laren wel even uitleggen. ‘Die families vroegen: “Het was toch een eenmalig project? We hebben zoveel met elkaar meegemaakt. En dan ga je nu opeens in zee met vijf ander families. Zijn we zo inwisselbaar?”’

Begrijpelijk, nu lijkt het alsof u de programmamaker Patrick Lodiers stiekem toch belangrijker vindt dan de mens Patrick Lodiers.

‘Ik heb hun uitgelegd dat het geen tweede reeks wordt, maar een andere reeks. Omdat er nog zoveel verhalen te vertellen zijn. Ik vind het belangrijk om ook te laten zien hoe het is voor een moslim om terminaal ziek te zijn. Of voor iemand met een kindje. Dat begrepen ze wel.’

Wordt het allemaal niet wat veel voor u? Drie televisieprogramma’s en ook nog een baan als hoofdredacteur?

‘Ja. En daarom heb ik besloten het hoofdredacteurschap vanaf 1 oktober neer te leggen. Je bent in die functie veel bezig met het oplossen van problemen op de redactie. Daar heb ik geen zin meer in. Als ik dit seizoen zowel Over mijn lijk als Couscous en Cola én De Lama’s – die cabaretiers zijn tenslotte ook niet de makkelijkste – moet gaan maken, zit ik met de probleemgevallen wel aan mijn tax. Door Over mijn lijk ben ik gaan inzien dat het leven kort is. Ik wil meer genieten.’