Zijn antisemitisme en moslimhaat in feite dezelfde fenomenen? En wat dan te doen met antisemitische moslims? Natascha van Weezel herinnert zich haar klasgenootje Mounir, en hoe ze nader tot elkaar kwamen.
Vrijdag schreef Ian Buruma een intrigerend stuk in NRC Handelsblad over het immer populaire onderwerp antisemitisme. De publicist betoogde daarin dat de mechanismen die schuil gaan achter antisemitisme ook te herkennen zijn bij moslimhaat.
Zijn antisemitisme en moslimhaat feitelijk hetzelfde? In eerste instantie lijken het verschillende fenomenen: antisemitisme is synoniem voor de haat jegens joden en moslimhaat richt zich tegen (het zal u niet verbazen) moslims. Dat het allebei vormen van racisme zijn is duidelijk. Toch lijkt het vaak of we ons er in Nederland wél van bewust zijn dat antisemitisme niet door de beugel kan (we weten immers allemaal waar dat toe heeft geleid), maar dat het minder kwaad kan om moslims voor terrorist of geitenneuker uit te maken. Wat mij betreft is het net zo kwalijk om deze termen aan moslims te verbinden als joden machtwellustige gierigaards noemen.
Het voelt vaak alsof er steeds een nieuwe zondebok wordt aangewezen om de eigen frustraties op af te reageren. De pijlen richten zich nu vooral op aanhangers van het islamitische geloof. Nee, er heeft in West-Europa geen genocide op moslims plaatsgevonden en achter de Holocaust zat een goed doordacht vooropgezet moordsysteem. Dat ging een stuk verder dan haatspraak. Ik wil de huidige situatie dan ook niet met het verleden vergelijken, maar we moeten ook niet vergeten dat het bij ‘ons’ ook begon met verdachtmakingen en uitsluiting.
Ahmed van 19
Een complicerende factor is het feit dat een deel van het hedendaags antisemitisme uit moslimhoek komt. Ik heb niet het idee dat alle Marokkaanse Nederlanders mij liever kwijt dan rijk zijn, maar ik kan moeilijk ontkennen dat er iets aan de hand is als ik een les over Jodendom verzorg en Ahmed van 19 mij recht in mijn gezicht kijkt en volhoudt dat ‘Joden de media in handen hebben en ook nog eens achter de aanslagen op de Twin Towers zitten.’ Ik zou het kunnen wijten aan de puberteit, maar wanneer iemand als Yasmina Haifi, ex-medewerker van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, op Twitter zet dat IS ‘een zionistisch complot is’, kan het niet alleen met leeftijd te maken hebben.
Haifi had het niet over joden, maar over zionisten. Nog zo’n heikel punt. Er is al jaren een discussie gaande over de vraag of antizionisme hetzelfde is als antisemitisme. Ik ben geneigd ze niet rechtstreeks aan elkaar te koppelen. Je kan prima kritiek hebben op een ideologie zonder het volk dat daarbij hoort te haten. Zelf laat ik me ook regelmatig kritisch uit over het beleid van de Israëlische regering. Maakt mij dat als volbloed Joodse een antisemiet? Nee.
Er is wel sprake van een dunne scheidslijn: zodra antizionisme gebruikt wordt om kwaad te spreken over Joden (denk aan de demonstraties in de Schilderswijk waarbij ‘dood aan de Joden’ werd gescandeerd) is het een ander verhaal. Voor zoiets mag woede op Israël nóóit een excuus zijn. Aan de andere kant kan ik niet genoeg benadrukken dat het in Nederland slechts om een beperkte groep moslims gaat die zich bezondigt aan het nieuwe politieke antisemitisme.
Landenfestival
Op mijn zesde kwam ik voor het eerst in aanraking met een kinderlijke vorm van antisemitisme. Ik droeg een ketting met een davidsterretje eraan en Mounir, een jongetje uit mijn klas, noemde me daarom ‘Jaffa Sinaasappel’. Ik kwam elke dag huilend thuis uit school. Na een paar weken kon mijn moeder het niet langer aanzien. Samen met mijn juf bedacht ze het concept van ‘het landenfestival’.
Iedere klas kreeg een paar weken de tijd om zich de cultuur en gebruiken van een bepaald land eigen te maken (variërend van Spanje tot Suriname). Mijn klas kreeg – uiteraard – Israël toebedeeld. Samen met Mounir studeerde ik dagenlang pasjes van volksdansen in. We oefenden eindeloos liedjes in het Hebreeuws over ijsjes met slagroom en over babyhondjes. Vanaf dat moment wierp Mounir, die al zeven was, zich op als mijn bodyguard. Als iemand het waagde om lullig tegen me te doen kregen ze met hem te maken.
Volwassenen kunnen hun geschillen moeilijk gaan oplossen met volksdansen, en de situatie tussen Israël en de Palestijnen is er ook al niet rooskleuriger op geworden sinds de vroege jaren negentig. Toch heeft het schoolfestival bij mij het fundament gelegd voor het besef dat het van levensbelang is om elkaar te leren kennen. Onbekend maakt nou eenmaal onbemind.
Ik vraag me vaak af hoe het nu met Mounir gaat. Zou hij wel eens worden uitgescholden voor kutmarokkaan? Wordt hij soms geweigerd tijdens het uitgaan? Lukte het hem om tijdens zijn studie aan een stage komen? Ik hoop dat ik hem nog eens tegenkom. Dan zou ik hem vertellen dat ik me nu zou opwerpen als zíjn bodyguard, mocht het nodig zijn. Zonder een moment van twijfel.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.