Al op de dag dat Herman Tjeenk Willink zijn eindverslag inleverde zoemde rond het Binnenhof de naam van Mariëtte Hamer rond als nieuwe informateur. En jawel, deze week werd haar benoeming bezegeld door de Tweede Kamer.
In de media werd Hamer prompt geprezen als de ideale kandidaat: als SER-voorzitter beschikt ze over ‘een breed sociaal-economisch profiel’ en staat ze ‘op afstand van de actuele politiek’, geheel conform het advies van Tjeenk Willink voor de keuze van zijn opvolger. En met de leuze die ze de afgelopen jaren bij de SER hanteerde – ‘alles begint met begrip voor de ander’ – zou ze bij uitstek geschikt zijn om het onderlinge vertrouwen tussen de politieke partijen te herstellen, sinds de formatie spaak liep door ‘Verkennersgate’, de uitgelekte notulen uit de Ministerraad en de woede over de onwaarheden die Mark Rutte had gesproken over Pieter Omtzigt en diens ‘functie elders’.
Hamer beschikt inderdaad over de benodigde ervaring: als SER-voorzitter is ze gepokt en gemazeld in het moeizame polderoverleg, onder andere bij de totstandkoming van het Pensioenakkoord, waarbij ze massieve argwaan tussen de betrokken partijen wist te overwinnen. Aan Hamer nu de taak om volgens het advies van Tjeenk Willink een regeerakkoord op hoofdlijnen, vernieuwing van de bestuursstijl en herstel van het vertrouwen in de overheid te helpen mogelijk maken.
icoon van de achterkamers
Maar toen haar naam rond het Binnenhof begon rond te zingen, kon ik alleen maar bedenken hoe ironisch het is dat uitgerekend een icoon van de achterkamers nu de gesloten bestuurscultuur rond het Binnenhof moet zien te doorbreken, zoals de Tweede Kamer zich na ruim tien jaar Rutte plechtig heeft voorgenomen.
Tijdens hetzelfde kabinet Bos-Balkenende werd ze door de jonge garde in de PvdA-fractie al gezien als een exponent van de oude achterkamercultuur waar de PvdA zich van diende te bevrijden.
Als Kamerlid voor de PvdA stond Hamer niet bepaald bekend als mediageniek politicus, maar des te meer als vergadertijger en geslepen onderhandelaar in de achterkamers van de macht. Pieter Gerrit Kroeger zette onlangs nog een aantal van Hamers sluwe politieke streken op een rij in zijn nieuwe boek Tand des tijd. Het CDA in de nieuwe eeuw.
Hoe ze tijdens het tweede Paarse kabinet in innige samenwerking met CDA-collega Camiel Eurlings VVD-minister Loek Hermans bijna wist te slopen vanwege de HBO-fraude. Hoe ze tijdens Balkenende II minister van Sociale Zaken Piet Hein Donner het leven zuur maakte bij de versoepeling van het ontslagrecht. Hoe ze niet lang daarna het verzet van haar eigen partijleider en minister van Financiën Wouter Bos tegen een crisispakket wist te breken door – achter de rug van Bos – het jonge CDA-Kamerlid en rekenwonder Pieter Omtzigt in te laten schakelen.
Tijdens hetzelfde kabinet Bos-Balkenende werd ze door de jonge garde in de PvdA-fractie – Diederik Samsom, Jeroen Dijsselbloem en Staf Depla, die als ‘de rode ingenieurs’ de partij wilden vernieuwen – al gezien als een exponent van de oude achterkamercultuur waar de PvdA zich van diende te bevrijden, waarna uitgerekend Hamer in 2008 tot fractievoorzitter werd gekozen. En toen moesten haar jaren als SER-voorzitter, in het hart van het door de jonge hemelbestormers verfoeide polderoverleg, nog komen.
vrome woorden
De benoeming van Mariëtte Hamer laat zien hoe ambivalent de vrome woorden van de Kamer over meer transparantie en meer dualisme eigenlijk zijn: om de door het parlement zelf gecreëerde chaos van de formatie te beëindigen kunnen de fracties kennelijk niet om een gehaaide bestuurder van de oude stempel heen.
Tijdens het Kamerdebat op donderdag zag Geert Wilders de bui al hangen: onder de hoede van de oude rot Mariëtte Hamer gaat politiek Den Haag langzaam maar zeker op weg naar een coalitie met VVD, D66, CDA, PvdA en wellicht GroenLinks – Jesse Klaver zou niets liever willen – met de onvermijdelijke Mark Rutte als premier.
Wilders sprak over ‘poppenkast’ en ‘politieke spelletjes’, maar je zou het ook naïviteit van de toekomstige coalitiepartners kunnen noemen. Want je kan er donder op zeggen dat ook van het nu door een grote Kamermeerderheid vurig gewenste ‘regeerakkoord op hoofdlijnen’ en het bijbehorende dualisme weinig terecht komt.
Als straks vijf partijen het eens moeten worden, ontkomen vooral de linkse coalitiepartners niet aan gedetailleerde afspraken om te voorkomen dat ze in de praktijk door Mark Rutte met behulp van een grote rechtse Kamermeerderheid worden weggespeeld.
En dan gebeurt er wat niemand in de Kamer nu zegt te willen: de honden blaffen, en de karavaan trekt verder.
In een eerdere versie van deze column stond dat Mariëtte Hamer ook betrokken was bij de totstandkoming van het Klimaatakkoord en het Energieakkoord. Dit bleek niet zo te zijn en is aangepast.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.