Schrijfster

Een scenarist moet geen groot ego hebben. Als een film slaagt, is dat altijd aan de regisseur te danken, als hij flopt ligt het altijd aan de scenarioschrijver. Als er wordt geschreven over De tweeling, de verfilming van de roman van Tessa de Loo waarvoor ik het scenario schreef, lees je meestal: “Ben Sombogaart heeft ervoor gekozen om…” Alsof de regisseur het verhaal en de plotwendingen heeft bedacht. Ik had geluk. Mijn script voor deze film werd genomineerd voor een Gouden Kalf voor het beste scenario.

De miskenning van de scenarioschrijver is prachtig verbeeld in de film Adaptation. Nicolas Cage speelt daarin de rol van een scenarist die één dag op de set verschijnt. Iedereen denkt: wat doet die sukkel hier? Hij wordt opzij geschoven door kabelsjouwers, loopt voortdurend in de weg. Dat dit de man is die het allemaal heeft bedacht, interesseert niemand. Scenarioschrijver is een dienstbaar beroep. Je levert een halfproduct. Maar het is een vak waarin ik me thuis voel.

Mijn scenario voor Bright Flight is allang klaar. Binnenkort beginnen de opnamen, met hetzelfde team als dat van De tweeling. IdtV Film kwam met het idee een film te maken over de laatste grote race uit de vlieghistorie, The Great Air Race London-Christchurch. Die werd gewonnen door een toestel van de KLM. Het was 1953, onder de passagiers waren veel jonge Nederlandse vrouwen die in Nieuw-Zeeland werden opgewacht door hun toekomstige bruidegoms. Er was al een opzet voor een verhaal waarin werd ingezoomd op drie van die vrouwen en één man. Hoofdpersoon was het kind van een van hen, dat op zoek ging naar zijn achtergrond. Ik ben mijn eigen gang gegaan met het materiaal, wilde het leven en het verleden van die vrouwen en die ene man laten zien.

Een paar weken heb ik door Nieuw-Zeeland gereisd en veel gesprekken gevoerd, onder meer met zo’n twintig bruiden die destijds in dat vliegtuig zaten. Ik was verrast hoe verschillend ze terechtgekomen

waren. Kennelijk blijft de manier waarop je bent opgevoed van invloed. Ik dacht: dát is het thema van mijn verhaal. Wat ze hebben achtergelaten om een nieuw leven te beginnen, bepaalt hun levensloop. In die zin gaat het over migratie. Je kunt het niet hebben over dé Antillianen in Nederland, dé Japanners in de Verenigde Staten, dé Nederlanders in Nieuw-Zeeland. Iedereen brengt zijn eigen koffertje mee met zijn specifieke hoedanigheden. En zijn noodlot. Vanuit die invalshoek heb ik het script herschreven.

Terwijl ik in Nieuw-Zeeland was, had IdtV Film de eerste versie van mijn scenario aan De Arbeiderspers laten lezen. Zagen ze iets in een “verboeking” ervan? Ze waren geïnteresseerd. Ik was toen al een maand of tien met het verhaal bezig, voelde me er erg bij betrokken. Ik zei: “Ik doe het heel graag zelf.” Ik kreeg een royaal voorschot. Eerlijk gezegd vond ik het doodeng. Ik had nooit proza geschreven, laat staan een roman. In mijn toespraak tijdens de presentatie van Bruidsvlucht vertelde ik hoe ik me toen voelde: stel je een groot kasteel voor met dikke muren. Aan de voet daarvan hipt een konijntje nerveus heen en weer en denkt: waar zal ik beginnen met knagen? Ten slotte ben ik scènes gaan uitschrijven als oefening, en aan het werk gegaan. Ik deed er ruim twee jaar over.

Ogenschijnlijk heb ik een raar soort carrière gemaakt. Hoewel, raar? Van binnenuit voelt het als een logische ontwikkeling. Ik was altijd heel bevlogen. Mijn leven lang een leesbeest en een liefhebber van films. Als kind had ik één hartewens: ballerina worden. Van mijn negende tot mijn zeventiende volgde ik balletlessen, maar vlak voor het eind van de opleiding realiseerde ik me dat het leven van een balletdanser mij niet aanstond. Wat ik wél wilde wist ik niet. Rond mijn achttiende werd ik gescout als fotomodel. Dat vond ik een tijdje leuk, het was een grappig wereldje en het verdiende lekker. Op een dag werd mij een filmrol aangeboden. Daarvoor kreeg ik spellessen. De rol ging niet door, maar de spellessen sloegen aan. Ik werd aangenomen bij de Toneelschool. Ik ben daar niet uit hartstocht terechtgekomen, maar om uit het modellenvak te komen.

Ik was al jaren actrice toen ik zou gaan spelen in drie koningsdrama’s van Shakespeare. Marjon Brandsma zei tegen mij: “Wat fijn, dan ga je natuurlijk alles lezen wat je over Shakespeare te pakken kunt krijgen.” Ik realiseerde me dat ik die drang om alles uit te zoeken bij toneel niet had. Ik zocht naar iets dat wel appelleerde aan mijn bevlogenheid. Acteur Porgy Franssen vroeg mij om hulp bij het schrijven van een scenario. We deden het samen. Dat was een belangrijk moment in mijn leven. Met dat scenario gebeurde niets, maar ik wist meteen: dit is iets dat bij mij past. Ik volgde een opleiding drama schrijven aan de Media Academie. Het was een soort thuiskomen. Er staan méters scenarioboeken in mijn kast. In dit vak ben ik honderd procent fanatiek. Als het om mijn scripts gaat, ben ik een terriër.

Ik word wel een laatbloeier genoemd, maar dat geldt vooral voor mij als schrijfster. Dat beschouw ik als mijn eigenlijke bestemming. Ik hoef niet verder te zoeken. Ik heb het gevoel dat ik als schrijver authentiek ben. Je kunt van mijn teksten houden of niet, het is wél mijn stem. Als acteur was ik inwisselbaar, dat vond ik vervelend. Als schrijfster niet.

Toen ik aan het schrijven van de roman begon, wilde ik de personages uit het script meer diepte geven. Iemand zei: “Ga eens met professor Van Dantzig praten, die is psychiater en weet veel over film.” Ik belde hem op, mocht hem mijn scenario sturen. Een maand later spraken we erover. In snel tempo werden we heel verliefd. Dries is de grote liefde van mijn leven. Hij was 83, ik 53. We hebben steeds gezegd: we nemen het leven van dag tot dag. Het heeft uiteindelijk maar een jaar geduurd. In 2005 is Dries gestorven. Ik was halverwege het boek. Dat jaar met hem heeft me zo goed gedaan. Ik heb er een bodem door gekregen.

We spraken dagelijks over de vier hoofdpersonen, over de manier waarop ze beschadigd waren toen ze Nieuw-Zeeland binnenkwamen, en hoe dat doorwerkte in hun levens. Het jappenkamp, de oorlog, de Watersnoodramp van 1953, de strenge God van de gereformeerden, een tirannieke vader. Dries kende de personages net zo goed als ik. Het boek is aan hem opgedragen.

Op dit moment ben ik bezig met twee nieuwe filmscenario’s. Ik wil ook doorgaan met het schrijven van een boek. Ik heb wel een idee, maar ik durf er nog niet over te praten. Het broeit al tien jaar achter in mijn hoofd. De onzichtbaarheid van de scenarioschrijver heeft ook een voordeel. Het biedt veiligheid. Bij een boek kan ik me nergens achter verschuilen. Dat is enger.

Marieke van der Pol

1953Geboren in Amsterdam

1975-1979 Toneelschool Amsterdam

1979-1999 Speelt bij Baal, Toneelgroep Centrum, Shaffy Producties, vrije producties. Rollen in verschillende tv-series

1992 Media Academie Santbergen. Schreef scripts voor tv-series als Fort Alpha, Wet & Waan, Spangen en Baantjer

1999 Stopt als actrice

2003 Scenario voor De tweeling (nominatie beste scenario Gouden Kalf). De film wint Gouden Kalf beste film

2004 De tweeling krijgt Oscarnominatie voor Best Foreign Language Films

2003-2004 Scenario voor de film Bride Flight

2007 Debuut als romanschrijfster met Bruidsvlucht