Dat de volkstelling van 1971 mislukte, was vrijwel geheel de verdienste van oud-verzetsvrouw Lau Mazirel. En had Reve ‘De Avonden’ zonder haar ooit geschreven?
Een debatavond in de Amsterdamse RAI over de op handen zijnde volkstelling, live uitgezonden op de VPRO-radio, daarmee werd op 29 oktober 1970 het dertigjarig bestaan van Vrij Nederland gevierd. Dat die volkstelling zoveel ophef veroorzaakte – de hele RAI zat vol – en uiteindelijk mislukte, was mede de verdienste van Lau (Laura) Mazirel. Onvermoeibaar had zij zich de voorafgaande jaren in ingezonden brieven en opiniestukken teweer gesteld tegen overheidsregistratie. Het Centraal Bureau voor de Statistiek hoopte de burger gerust te stellen met de ‘volledige automatisering van de gegevensverwerking’, maar dat maakte het alleen maar erger. ‘Wie deze gegevens in verwerkbare vorm in zijn bezit heeft,’ schreef Mazirel, ‘bezit een vrijwel onbeperkt machtsmiddel over de bevolking, zelfs de mogelijkheid tot uitroeiing.’
Niet voor niets was Mazirel een van degenen die in 1943 de aanslag op het Amsterdamse bevolkingsregister organiseerden. ‘De laarzen namen de lijsten over,’ schreef ze in 1966. Haar advocatenkantoor aan de Amsterdamse Prinsengracht was tijdens de bezetting een dekmantel voor verzetsactiviteiten. Waarbij ze als het even kon ook gebrúíkmaakte van registratie: ieder jaar gaf ze een Joodse baby aan als eigen kind bij het bevolkingsregister.
‘Soms leek het alsof Lau Mazirel was blijven steken in het trauma van de Tweede Wereldoorlog, dat ze bevangen was door een soort illegaliteitssyndroom,’ schreef VN-redacteur Jan Rogier bij haar dood in 1974. Maar al vóór de Tweede Wereldoorlog waarschuwde ze tegen een al te grondige bevolkingsadministratie. De geloofsrichting bijvoorbeeld, die kon toch wel onvermeld blijven. De Duitse bezetters gaven haar meer gelijk dan haar lief was. De verklaring voor haar opstandigheid lag in het Noord-Limburgse grensgebied waar ze opgroeide, en waar haar pacifistische ouders tijdens de Eerste Wereldoorlog vluchtelingen hielpen. ‘Wij leerden al vroeg ironisch aan te kijken tegen de maatschappelijke comedie, de gedragscode, de nationale grenzen,’ zei ze in een interview met Vrij Nederland. In 1937 begon ze haar eigen advocatenpraktijk, waarin ze vluchtelingen-, familie- en vreemdelingenzaken behandelde en homoseksuelen bijstond. Ze gaf ook les aan de zogeheten huwelijksscholen waarmee de NVSH de kans op echtscheiding wilde verminderen, hoewel ze tegen het burgerlijk huwelijk was. ‘Neem me niet kwalijk maar wat je als advocaat te weten komt over de werkelijkheid en de hypocrisie van het huwelijk, dat laat geen enkele illusie,’ zei ze in VN.
Na de oorlog ging ze een notarieel huwelijk aan met de zestien jaar jongere Robert Hartog, die ze in het verzet had ontmoet, en die als Walter Graafse voorkomt in De Avonden van Gerard Reve (een boek dat volgens diezelfde Hartog nooit was geschreven als hij en Mazirel de jonge Reve niet hadden aangemoedigd). Ze werd de huisadvocaat van de in 1946 opgerichte homobelangenorganisatie COC. Uit solidariteit, maar ook omdat ze de homoseksuele verzetsman Willem Arondéus, die na de aanslag op het bevolkingsregister werd gefusilleerd, had moeten beloven aan de mensen te vertellen ‘dat homo’s niet noodzakelijk verwijfd hoefden te zijn’. ‘Ik vond het een beetje gek,’ zei ze tegen VN, ‘als wijf weet ik heus wel dat geslacht niets met moed te maken heeft. Maar goed, als dat nu beloofd moest worden,dan deed je dat.’
Haar gezondheid was blijvend beschadigd door de klappen die ze tijdens haar verzetswerk had opgelopen, en in 1955 moest ze haar advocatenpraktijk daarom staken. Haar laatste jaren lag ze vrijwel volledig verlamd op bed in haar huis op het Franse platteland, omringd door kranten, boeken, katten, honden. Vanaf haar bed verzette ze zich tegen de volkstelling, en tegen registratie van zigeuners. ‘Vandaag woonwagenbewoners, morgen Joden, overmorgen de langharigen… of de kortharigen…’, schreef ze. ‘Volkstelling, databank, computergeheugen, persoonsnummers. Ik wou dat er mensen waren die het van mij over wilden nemen, die zelf wilden gaan kijken, het zien en zich realiseren, waarom ik zo hard schreeuw,’ zei ze in 1970 tegen Vrij Nederland. Zich omdraaien in haar graf is dan ook wel het minste wat Lau Mazirel zou doen als ze wist hoe we onze privacy nu, vijfenveertig jaar later, te grabbel hebben gegooid in ruil voor ‘veiligheid’ en gemak, en hoe we ons met huid en haar hebben overgeleverd aan Facebook, Google en DigiD.
Tegen de maatschappelijke comedie
Lau Mazirel (1907-1974) zat in de verzetsgroep die in 1943 het bevolkingsregister van Amsterdam in brand stak en maakte zich als advocaat sterk voor homo’s, vluchtelingen en zigeuners.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.