Nederlanders werken steeds langer door, meldde het CBS vandaag. Maar volgens een onderzoek van het NIDI gaat het bepaald niet van harte.

Op het eerste gezicht lijkt het natuurlijk mooi nieuws. Mensen gaan op steeds latere leeftijd met pensioen, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek vandaag. Nam de gemiddelde werknemer in 2006 nog op zijn 61e afscheid van het werkende leven, inmiddels doet hij dat pas bij een leeftijd van 64 jaar en 5 maanden. De overheidsmaatregelen om mensen langer aan het werk te houden, beginnen dus hun vruchten af te werpen, kunnen we wel constateren.

Toch heeft dit heuglijke bericht een keerzijde. De oudere werknemers zelf zijn namelijk níet onverdeeld blij met hun verlengde werkzame leven. Sterker, bijna de helft van hen is ‘boos’ of zelfs ‘zeer boos’ over de verhoging van de pensioenleeftijd, blijkt uit recent onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut. Hoewel al jarenlang gesproken werd over het afschaffen van de VUT en andere prépensioenregelingen en ook de verhoging van de AOW-leeftijd niet uit de lucht kwam vallen, voelen velen van hen zich door de maatregelen toch overvallen.

Die boosheid steken ze niet onder stoelen of banken, blijkt uit hetzelfde onderzoek. Integendeel, de meesten laten hun frustraties lekker de vrije loop. Er is zelfs een term voor bedacht: voorsorteren. In hun houding en gedrag nemen ontevreden werknemers boven de zestig jaar steeds meer afstand van het werk, ‘vooruitlopend op het daadwerkelijke moment van uittreden’. Op drie terreinen zetten de ouderen behoorlijk de hakken in het zand. Ze grijpen alles aan om hun werkdagen te verkorten, ze steken geen energie meer in het leren kennen van nieuwe collega’s en ze hebben geen enkele behoefte aan scholing.

Deze stellingen zijn natuurlijk nogal generaliserend. De mate van gezondheid speelt bijvoorbeeld ook een rol in de arbeidsmotivatie van ouderen. En gelukkig zijn er ook veel oudere werknemers die juist dolgraag langer onderdeel blijven uitmaken van de arbeidsmarkt en een bijdrage leveren aan onze maatschappij. Toch krijg je na het lezen van zo’n onderzoek wat meer begrip voor werkgevers die huiverig zijn om ouderen in dienst te nemen. Want zeg nou eerlijk: wie zit er nou te wachten op een stelletje oude zeurpieten die tegen heug en meug op de werkvloer blijven rondlopen?

Intussen doet minister Asscher van Werkgelegenheid nog steeds verwoede pogingen om de heersende vooroordelen over oudere werknemers (te duur, niet productief, te snel ziek) bij bedrijven weg te nemen, in de hoop zo meer ouderen aan het werk te krijgen. Maar zolang een deel van de werknemers op leeftijd de boel blijft traineren, is dat vechten tegen de bierkaai. Laten we hopen dat het gaat om een tijdelijk motivatiedipje.