Ze kijkt me aan, trekt haar wenkbrauwen op, knijpt haar ogen toe en zegt: ‘nee’. Ze weet dat ik gelijk heb en ze weet dat het moet. En juist daarom zegt ze nee.
Mijn jongste dochter (6 jaar) heeft het niet van een vreemde. Ook ik ben bovenmatig recalcitrant als iemand mij de les leest. Mijn eerste reactie – het gaat vanzelf, ik kan er niets aan doen – is ‘nee’, en pas als die is weggeëbd krijgen argumenten de ruimte. Maar hoe hoger iemand van de toren blaast, hoe sterker het gevoel aanzwelt dat mijn dochter als peuter treffend verwoordde: ‘Jij bepaalt mij niet’.
De irritantste betweters zijn fervente vegetariërs en veganisten. Op verjaardagsfeestjes, in de kantoorkantine of – in mijn geval – in de brievenrubriek van VN, op Facebook en na afloop van een lezing, weten de missionarissen badend in hun eigen gelijk haarfijn uit te leggen waarom het eten van dieren niet alleen moreel verwerpelijk is, maar ook een aanslag op het milieu en klimaat is, dat alles onderbouwd met een ladekast vol cijfermateriaal. Hoe stelliger hun betoog, hoe meer ik mijn wenkbrauwen optrek, mijn ogen toeknijp en ‘nee’ wil zeggen.
Tot ik weer een onderzoek lees over de effecten van vleesconsumptie. Wereldwijd verzorgt vlees 17 procent van de menselijke inname van calorieën, terwijl de productie ervan een disproportioneel groot beslag legt op land, drinkwater en grondstoffen. De mondiale veestapel is goed voor 18 procent van alle door mensen veroorzaakte broeikasgassen, net zoveel als alle auto’s bij elkaar. Een kilo proteïne afkomstig van kippenvlees leidt tot 3,2 kilo broeikasgassen, van varkensvlees 24 kilo en van rundvlees maar liefst duizend kilo.
Goed, u gaat minder vlees eten. Prachtig, maar niet goed genoeg. Recent onderzoek berekende dat als de wereldbevolking zou overstappen op een vleesarm dieet (43 gram rood vlees per dag, nog geen twee plakjes rosbief) de mondiale uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 7 procent is toegenomen, in plaats van de voorspelde 51 procent bij business as usual (waarbij aangenomen wordt dat de mondiale vleesconsumptie met 75 procent toeneemt). Niet slecht, maar een breed gedragen overstap naar vegetarisme zou tot een afname leiden van 66 procent, en veganisme zelfs tot 70 procent minder broeikasgassen. Klimaatverandering is dan een probleem uit een grijs, vleesrijk verleden.
Hoe irritant ook, de vegetarische en veganistische missionarissen hebben gelijk: geen of nauwelijks vlees eten maakt een wereld van verschil. Dus de volgende keer als iemand u aanraadt vegetariër te worden, trekt u uw wenkbrauwen op, knijpt u uw ogen samen en zegt u: ja.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.