De beste in zijn vak: kinderartsen
In Nederland werken ruim 1300 kinderartsen. Zij hebben dezelfde basisopleiding en hebben zich daarnaast soms toegelegd op een specialisatie, zoals cardiologie of oncologie. Desondanks draait het bij kindergeneeskunde, méér dan bij geneeskunde voor volwassenen, altijd om ‘de hele mens’. Wat een kind van een volwassenen onderscheidt, is dat het zich nog verder moet ontwikkelen. Dat heeft per definitie grote consequenties voor de behandeling.
Een kinderarts moet van veel markten thuis zijn. Hij is per definitie een allrounder die iets van darmkrampjes en hoofdpijn weet, maar ook van longontsteking en storingen in de hormoonhuishouding. Gek genoeg staat hij van oudsher laag in de medische pikorde. Nog steeds verdienen kinderartsen beduidend minder dan veel chirurgen. Ook al omdat ze bijna altijd in loondienst zijn. Maar hun verantwoordelijkheid is bepaald niet kleiner. Hugo Heymans, kinderarts en voormalig hoofd van het Emma Kinderziekenhuis in Amsterdam, verwoordde dat vorig jaar treffend in de tv-serie Kijken in de ziel. ‘Ooit hadden we een discussie over de vraag “waar is salaris eigenlijk op gebaseerd?”. Toen zei een hartchirurg: “Op verantwoordelijkheid.” Maar wat is dan verantwoordelijkheid? Toen zei hij: “Heb jij wel eens het hart van een mens in je hand gehouden? Dát is verantwoordelijkheid.” Waarop een kinderarts zei: “En heb jij wel eens een heel méns in je handen gehouden? Is dat dan geen verantwoordelijkheid?”‘
Arine Vlieger
Als meisje zag Arine Vlieger (46) ademloos van bewondering hoe de fakir Sindala in de tv-serie Floris mensen beter kon maken. ‘Sindala was een held van mij. Dat wilde ik ook.’ Pas tijdens haar co-schappen voelde ze zich aangetrokken tot kindergeneeskunde. ‘Door het type artsen. Hier vind je geen arrogante mensen. Er heerst juist een bijna speelse, eerlijke sfeer. ‘
Vlieger is nu vijftien jaar kinderarts, en werkt in Nieuwegein. Ze behandelt zeer uiteenlopende patiënten. ‘Van een te vroeg geboren baby tot een door diarree uitgedroogde kleuter, maar ik heb mij gespecialiseerd in buikpijnkinderen.’ Vlieger maakt bij haar behandeling vaak gebruik van medische hypnose, vooral bij chronische buikpijn en hoofdpijn. ‘Juist bij kinderen is dat zeer effectief, omdat die nog volop open staan voor suggestie. Dan is er overigens géén sprake van ingebeelde buikpijn; die kinderen hebben reële pijn. Machtig interessant om te zien wat de geest doet op dat lijf.’ Een kinderarts moet per definitie empathisch zijn, vindt Vlieger. Al moet je kinderen vooral niet bemoederen. ‘Ik benader ze als volwaardige gesprekspartners. Je mag oudere kinderen ook best aanspreken op hun eigen verantwoordelijkheid. Van een tiener verwacht ik dat hij of zij zelf zijn medicatie in de gaten houdt. Wat ik bij een kinderarts belangrijk vind, is of iemand werkelijk nieuwsgierig is. Waarom loopt een behandeling bij het ene kind anders dan bij het andere? En durf je op zoek te gaan naar alternatieven als het bekende niet werkt? Geen enkele kinderarts kan op alle vlakken van ons vak uitmuntend zijn en daarom is het eigenlijk onmogelijk te zeggen wie de beste is. Maar als ik moet kiezen, wordt het Paul Brand. Hij is zeer veelzijdig in onder meer onderwijs en wetenschap en heeft daardoor veel voor de kindergeneeskunde betekend.’
Jos Draaisma
Jos Draaisma (55) werkt in Nijmegen. Hij gaat al bijna dertig jaar dagelijks met kinderen om. Toch hoeft een kinderarts niet per se van kinderen te houden, zegt hij. ‘Als het je daar om gaat, kun je beter een ander vak kiezen. Wat ik er mooi aan vind, is dat het zo’n breed terrein is. Kinderartsen zijn echte allrounders. En je helpt mensen die aan het begin van hun leven staan. Als je dat goed doet, kun je een leven een doel geven.’
Toen Draaisma begon, stond het vak nog laag in de medische hiërarchie. Kinderartsen werden door collega-artsen vaak beschouwd als suikertantes. ‘In een vak als de cardiologie zag je veel meer grote ego’s, die ook geld belangrijk vonden. Kinderartsen zijn van oudsher bijna altijd in loondienst. Al zijn de verschillen in betaling wel redelijk rechtgetrokken.
Ik maak een keer of vijf per jaar mee dat een kind overlijdt. De impact daarvan is enorm. Vorig jaar begeleidde ik een kind van zes dat een ernstige, progressieve, onbehandelbare aandoening had. Die jongen leed echt. De ouders hadden al twee keer om levensbeëindiging gevraagd. Maar ja, wettelijk mag dat niet. We konden zijn lijden hooguit wat draaglijker maken. Uiteindelijk is hij overleden. Zijn ziekbed greep me geweldig aan. Ik had hem graag willen bevrijden van zijn ondraaglijke ellende. We zagen hem elke dag verder achteruitgaan, terwijl we niks konden en mochten doen om zijn lijden te verkorten. Dat zou wettelijk echt veranderd moeten worden. Ik zie gewoon niet in waarom dat voor een kind anders zou moeten zijn dan voor een volwassene.
De beste kinderarts aanwijzen, is lastig. Paul Brand uit Zwolle heeft een geweldige kennis die hij op alle manieren overdraagt. Joost Frenkel uit Utrecht is een uitstekende dokter die zeer zorgzaam is. Maar de beste is voor mij Nico Hartwig uit Rotterdam. Een erudiete en uiterst betrokken dokter.’
Patrick Van Rheenen
Aanvankelijk koesterde Patrick van Rheenen (45) niet de wens om kinderarts te worden. Hij werkte direct na zijn studie als tropenarts in Zambia. ‘Als tropenarts heb je het gevoel dat je echt iets kunt betekenen voor mensen.’ Vijftig procent van zijn werk bestond daar uit kindergeneeskunde. Bij zijn terugkeer in Nederland lag die specialisatie dus voor de hand, al viel de overstap Van Rheenen zwaar. ‘Ik moest er enorm aan wennen dat een kinderarts in Nederland nogal met futiliteiten te maken krijgt. In Afrika ging het vaak om leven en dood, om grote ondervoeding met directe kans op overlijden. Hier kreeg ik te maken met kinderen met obstipatieklachten.’ Wat veel goed maakt, is dat hij in het UMC Groningen als maag-darm-leverarts werkt in een vierdelijns ziekenhuis, waar levensbedreigende ziekten worden behandeld. ‘Ik behandel veel patiënten met chronische darmontstekingen en leveraandoeningen, die vaak aangeboren zijn. Als er geen transplantatie volgt, kunnen kinderen daaraan overlijden. Ook nu heb ik weer te maken met ondervoeding, al is de oorzaak anders.
Een kinderarts moet zeker affiniteit met kinderen hebben. Je hoeft niet per se zélf kinderen te hebben, al is dat wel een voordeel. Een dochter van mij heeft anorexia. Dat is een ernstige ziekte. Ik heb zelf ervaren wat een enorme impact zoiets op het hele gezin kan hebben.
Het werk in een academisch ziekenhuis bestaat uit drie poten: onderzoek, onderwijs en patiëntenzorg. De kinderarts die in mijn ogen het beste scoort op alle drie die pijlers is mijn collega Gerard Koppelman, kinderarts longziekten in het UMCG.’
Marjolein Peters
Marjolein Peters (59) werkt sinds 1984 in het AMC. Ze is hematoloog, gespecialiseerd in sikkelcelziekte, een afwijking van de rode bloedcellen die alleen bij patiënten met een donkere huid voorkomt. ‘De ziekte komt oorspronkelijk uit Centraal-Afrika en is daarna in hun genetisch paspoort blijven zitten. Het lastige van het behandelen van kinderen is dat je altijd rekening moet houden met wat jouw behandeling in de toekomst voor effect op het kind kan hebben. In de jaren tachtig behandelde ik hemofiliepatiënten. Die gaven we stollingseiwit, gemaakt uit bloed van betaalde donoren. Jaren later bleek een aanzienlijk deel van die donoren hiv-besmet te zijn. Opeens hadden we jonge patiëntjes met aids. Ik herinner me nog een jongen die doodziek werd. Hij zei dat-ie op zijn zestiende verjaardag een scooter wilde. Terwijl ik wist: dat haal je niet. Hij is onder mijn handen overleden. Dat maakt ongelofelijk diepe indruk.’
‘Zorgen voor kinderen raakt je diep in je ziel. Vanochtend had ik een klein jochie. Hij wordt opgevoed door zijn oma, zijn moeder woont in Suriname. Opeens kwamen er grote, dikke tranen. Hij had zo’n heimwee naar mama. Ik zei: kom maar even bij me op schoot zitten. Ik voelde mijn hals nat worden van zijn tranen. Zoiets raakt je. Je moet als kinderarts fysiek en mentaal sterk zijn, goed kunnen communiceren en duizend antennes hebben. Niet tegen een jong kind zeggen: “Er zitten beestjes in je buik.” Dan denkt het kind aan spinnen of ratten. En je moet heel goed kunnen puzzelen. Niet eindeloos blijven onderzoeken, maar een slimme selectie kunnen maken, zodat een kind niet nodeloos gekweld wordt. Edward Nieuwenhuis uit Utrecht vind ik erg goed; die probeert een nieuw elan in de kindergeneeskunde te krijgen. Maar de beste is mijn oud-collega Hugo Heymans. Die man weet echt álles.’
David Van Tijn
‘Een kinderarts moet zich goed kunnen verplaatsen in de ander die je zelf ook ooit geweest bent,’ zegt David van Tijn (50), die als kinderarts werkt in Amersfoort. Dat betekent ook dat de dokter zijn eigen importantie moeten kunnen relativeren. ‘Anders kom je bij een kind niet ver. Je wilt juist contact met ze maken. Kindergeneeskunde is bij uitstek een sociaal vak. Omdat achterstandssituaties op ieder vlak tot kindergeneeskundige problemen kunnen leiden. Neem obesitas, dat is rechtstreeks het gevolg van een maatschappelijk probleem. Daar probeer je als dokter toch iets in te betekenen.’
‘Mijn aandachtsgebieden zijn de endocrinologie en erfelijke aangeboren afwijkingen. Dat betreft vaak chronische patiënten, die je jarenlang ziet. Daardoor bouw je een band met ze op. Soms is het moeilijk om je gevoel er buiten te laten, zeker bij ernstig zieke kinderen die net zo oud zijn als je eigen kinderen. Tegelijk weet ik dat ik alleen met distantie mijn rol als dokter goed kan vervullen. Ze hebben mij nodig als dokter, niet als vriend. Omgekeerd geldt het ook. Ik heb zelf een zoon die veel medische problemen heeft. Daar bemoei ik me medisch bewust niet mee. Omdat je als vader niet objectief kunt kijken.’
‘De kindergeneeskunde is nog steeds slecht geëmancipeerd. Dat zie je aan de tarieven, die aanzienlijk lager liggen dan bij veel andere specialismen. Als wij een ruggenprik doen (lumbaalpunctie) krijgen we de helft van wat een neuroloog krijgt. De honorering wordt nog altijd gelinkt aan maatschappelijk belang. Een manager met een hartaanval telt kennelijk zwaarder dan een peuter met een longontsteking.
Wie ik een erg goede dokter vind, is Paul Brand uit Zwolle; een echte alleskunner. Maar de beste vind ik Joost Frenkel, uit Utrecht. Een zeer complete kinderarts, met grote kennis van het vak.’
Joost Frenkel
Joost Frenkel (55) werkt in het UMC Utrecht. Hij wilde vanaf het begin van zijn studie geneeskunde kinderarts worden. ‘Als volwassenen ziek worden, spelen er vaak meerdere medische problemen tegelijk. Bij kinderen is het meestal terug te voeren tot één kink in de kabel.’ Een kinderarts moet vooral scherp kunnen kijken en luisteren, zegt Frenkel. ‘Als ik met ouders in de spreekkamer zit te praten terwijl het kind op de achtergrond met auto’s speelt, heb ik vanuit mijn ooghoek al tachtig procent van het lichamelijk onderzoek gedaan: hoe is het bewegingspatroon, hoe is zijn ademhaling en zijn alertheid. Naarmate je het langer doet, durf je steeds beter knopen door te hakken. Aan de andere kant durf je ook steeds beter niks te doen. Dat vinden dokters moeilijk. Wij zijn geneigd om te denken: “Laten we voor de zekerheid toch nog bloedonderzoek doen.” Maar als je aan kinderen die vaak ziek zijn vraagt wat ze het allerergste vinden, dan zeggen ze: “prikken”. Je moet dus heel goed onderscheiden: doe ik dit onderzoek nou uit medische noodzaak of vooral uit m’n eigen onzekerheid?’
Frenkel is zelf vader van vier kinderen. ‘Dat is een voordeel. Het maakt je nederig. Bij een kind dat een batterij heeft ingeslikt kun je als dokter denken: hoe kun je zoiets nou laten gebeuren? Als vader heb je begrip voor de beperkingen van het ouderschap. Dat stemt je milder. Wie voor mij echt een rolmodel is als kinderarts is mijn directe collega Birgitta Versluys. Zij heeft het hart op de goede plaats, is kundig, slim en analytisch. Maar bovenal een dokter die knopen durft door te hakken.’
In de serie ‘De beste in zijn vak’ neemt Vrij Nederland steeds een beroepsgroep onder de loep, beurtelings geportretteerd door Mischa Cohen en Coen Verbraak. Wat drijft de toppers in een vakgebied, over welke eigenschappen moet je beschikken om op hun terrein te slagen, wie beschouwen zij als de beste in hun vak – behalve zichzelf dan?
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.