De opvattingen van de huidige generatie twintigers over emancipatie vertonen opvallend veel overeenkomsten met die van twintig jaar geleden, zo blijkt uit de zojuist verschenen Emancipatiemonitor.
Moeders mogen buitenshuis werken, maar niet te veel, vinden huidige én toekomstige vaders en moeders. De veelbesproken balans tussen werk en privé is toch vooral een zaak van vrouwen. Zij plooien hun werk op zo’n manier dat hun man en kinderen er het minste last van hebben. En dat betekent vaak in de praktijk dat ze maar een paar dagdelen per week van huis zijn en, dus, weinig verdienen. Er zijn de laatste jaren wel meer moeders gaan werken, maar zij werken niet meer uren.
Gratis kinderopvang kan een beetje helpen om dat patroon te veranderen, maar zal er niet voor zorgen dat moeders massaal fulltime gaan werken. Verreweg de meeste vrouwen en mannen vinden dat ouders (lees: moeders) het beste zelf voor hun kinderen kunnen zorgen, en dat je die kinderen daarom hooguit drie dagen per week naar een crèche brengt of naar de naschoolse opvang.
Conclusie: wie wil dat moeders meer gaan werken – en wie wil dat tegenwoordig niet in de politiek en het bedrijfsleven, waar het spook van de vergrijzing altijd mee aan tafel zit – zal een andere strategie moeten kiezen. Niet: het privéleven van mensen proberen te veranderen om ze naar de arbeidsmarkt te krijgen. Maar: de organisatie van de arbeid veranderen, zodat die goed aansluit op het privéleven van mensen. De zogenaamde moedercontracten, waarbij arbeidstijden zijn aangepast aan schooltijden en vakanties van kinderen, zijn een succes.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.