De grootmoeder van Khadija al Mourabit (36) was zo sterk dat ze vier mannen de tanden uit de mond sloeg. Ze heette Memma Allal en leefde begin vorige eeuw in de Marokkaanse Rif, in het bergachtige noorden van Marokko. Mensen die haar hebben gekend, praten nog steeds met respect over haar. Ook Al Mourabit is gefascineerd door deze vrouw, die al overleden was toen zij in 1979 werd geboren. Ze herkent zich in haar rebelse, onstuimige grootmoeder. ‘Ze liet zich niet in een hokje dwingen.’

In de documentaire De reis van Khadija probeert Al Mourabit in de Rif meer te weten te komen over haar oma. De reis van Khadija gaat in januari in première in het Nederlands Instituut in de Marokkaanse hoofdstad Rabat en komt daarna op de Nederlandse televisie, waar en wanneer is nog onduidelijk. Het idee is van schrijver Abdelkader Benali. Hij benaderde Al Mourabit om een film te maken over de positie van vrouwen in de Rif. Benali was klaar met verhalen van alleen maar mannen over de Rif, waar hij is geboren en driekwart van de Marokkaanse Nederlanders hun wortels hebben. ‘Heel vaak wordt er vanuit mannenperspectief over Marokko gepraat. Ik denk: als de vrouwen hun verhaal niet vertellen, is niet het héle verhaal verteld. Dan is er ook geen vooruitgang mogelijk, want er is veel ongelijkheid.’ Met de Marokkaanse regisseur Tarik el Idrissi zocht hij een vrouw die het vrouwenverhaal kon vertellen. Ze kwamen uit bij Khadija al Mourabit. Benali kende haar van jaren geleden, toen ze met haar poëzie de kracht bezong van de vrouwen in de Rif, ofwel de Amazighvrouwen. Haar ouders kwamen uit de Rif, zij werd geboren in Amsterdam. Al meer dan tien jaar was zij bezig met de strijd van Marokkaans-Nederlandse vrouwen voor meer rechten. Ze was voorzitter van Buya, de Marokkaanse vrouwenvereniging in Utrecht. Ze deed vrijwilligerswerk voor Spiegelbeeld, een inloophuis voor jonge Marokkaans-Nederlandse vrouwen in Amsterdam. Nu is ze betrokken bij de Marokkaanse Vrouwen Vereniging Nederland.
Nooit klaar met leren
Al Mourabit windt zich op over de situatie van Marokkaans-Nederlandse vrouwen omdat die dicht bij haar staan, zegt ze, maar evengoed trekt ze zich andere vormen van ongelijkheid aan. Bij de Universiteit van Amsterdam heeft ze meegewerkt aan de totstandkoming van de diversiteitscommissie onder voorzitterschap van emeritus hoogleraar Gloria Wekker. Khadija al Mourabit is fel, blijkt meteen als we elkaar ontmoeten bij de UvA aan de Roetersstraat, waar ze een ondersteunende functie heeft bij politicologie. Als we door een hal lopen waar geregeld bijeenkomsten zijn, zegt ze: ‘Daar komt meestal het bekende publiek, hè? Witte mannen.’ Later zal ze vertellen dat ze op haar twaalfde de woorden las van de achttiende-eeuwse schrijfster Belle van Zuylen: ‘Ik heb geen talent voor ondergeschiktheid.’ Ze dacht: ‘Verdorie, dat talent heb ik ook niet.’
Ze vertelde Benali over haar mythische grootmoeder Memma Allal, van wie ze één onscherpe foto heeft.
Ze heeft filosofie gestudeerd en is nu bezig met een tweede studie, biomoleculaire neurowetenschap. ‘Ik ben nooit klaar met leren,’ zegt ze. Vroeger wilde ze neurochirurg worden. ‘Ik ben geïnteresseerd in de werking van de hersenen. Maar als je uit de lagere sociale klasse komt, is het moeilijk die studie af te ronden, want je moet ernaast werken. De studie die ik nu doe, komt in de buurt, want die gaat ook over hersenen en neuroprocessen.’ Met filmen had ze geen ervaring, maar ze was meteen enthousiast over het onderwerp dat Benali met haar wilde aanpakken. Hun voorvaderen komen uit dezelfde streek in de Rif, Beni Chiker in Noordoost-Marokko, dus dat trof. Ze vertelde Benali over haar mythische grootmoeder Memma Allal, van wie ze één onscherpe foto heeft. Memma Allal had net als de meeste Amazighvrouwen in die tijd tatoeages op haar gezicht en in haar hals, met puntige vormen die de boze geesten moesten verjagen. Zes jaar geleden liet Al Mourabit dezelfde soort tekens op haar linkerarm tatoeëren. ‘Om mijn grootmoeder te eren en me eraan te herinneren dat ik trouw moet blijven aan mezelf. Amazighvrouwen hebben altijd gestreden, dat wil ik niet vergeten.’
Benali stelde haar voor de vrouwenzaak te koppelen aan een zoektocht naar haar grootmoeder. Waar kwam de rebellie van Memma Allal vandaan? Nu begon Al Mourabit te aarzelen, want met deze insteek zou de documentaire persoonlijk worden. Ze zou naar Beni Chiker moeten, waar Memma Allal had geleefd en was begraven. Al negentien jaar was Al Mourabit niet in dat gebied geweest. ‘Ik moet er even over nadenken,’ zei ze tegen Benali, om na een tijdje te constateren dat ze het toch ging doen. ‘Waarom niet,’ dacht ze. ‘Ik stel me kwetsbaar op, maar als ik dat niet doe, groei ik niet. Ik wil af van de angst voor wat mensen zeggen en iets van mezelf laten zien. Dit is mijn familie, dit is waar we vandaan komen en er zit een hele geschiedenis achter.’
Waarom bent u negentien jaar niet in Beni Chiker geweest? In de film zegt u dat u moe werd van alle huwelijksaanzoeken.
‘Vanuit Nederland gingen we elk jaar op vakantie naar onze familie in Marokko en toen ik zestien, zeventien was, wilde ik niet meer mee. Als we daar waren, kwamen er vaak mensen op bezoek die wilden zien of ik geschikt was voor hun zoon. Er was geen sprake van uithuwelijking, mijn ouders zeiden: jij moet zelf bepalen of je iets met die jongen wilt. Maar ze zouden het niet vervelend vinden als ik zou trouwen met iemand uit die streek. Dan zeiden ze: “Leuke persoon, maak eens kennis.” Ik voelde dat als een druk. Mijn ouders bedoelden het goed, maar het werkte niet bij mij.’
Nu bent u ouder en zou u die druk vast weerstaan, maar wat dacht u toen?
‘Ammehoela dat ik dit ga doen!’ lacht ze. ‘Maar het was niet de voornaamste reden dat ik niet meer naar Beni Chiker wilde. Het was ook niet altijd even leuk om met mijn vader op vakantie te gaan. We deden niet veel, mijn vader ging nooit met mij en mijn broers naar het strand.’
U mocht wel naar buiten als meisje?
‘Mijn broers hadden meer vrijheid dan ik, maar ik zat niet opgesloten. In ons dorp mocht ik naar buiten, maar ik mocht niet met mijn nichtje naar Nador, de stad in de buurt. Dat maakte het niet echt leuk voor mij.’
Hoe was het om terug te zijn in die streek?
‘Er was veel veranderd. Er was vooruitgang, dat zag ik wel. Vroeger kon je als vrouw lastig in een café koffiedrinken, dat was een mannending. Ik zag nu veel meer vrouwen in cafés, ook laat op straat. Ze werken in winkels. Vrouwen en mannen leven meer door elkaar dan ik me kon herinneren. Maar er waren ook dingen hetzelfde gebleven: in bepaalde beroepen zie je nog steeds bijna geen vrouwen, in Nador heb je bijvoorbeeld geen vrouwelijke taxichauffeurs. Het is patriarchaal en soms vrouwonvriendelijk.’


In de film zegt u: verstikkend.
‘Ik moest het even kwijt. Ik vond het heftig. Alle ogen waren op me gericht zodra ik de straat op ging. Er kwam alweer iemand om mijn hand vragen. Ik zei tegen mijn oom: “Ze zien me hier als een wandelend Europees paspoort, als een ticket naar Europa.” Hij zei: “Ze vinden je ook leuk hoor.”’
U praat in de film met vrouwen in Nador en wat zij zeiden, vond ik shockerend. Er is in de Rif schaamte voor de vrouw. Als een man in gezelschap van andere mannen telefoon krijgt van zijn vrouw, zegt hij dat de kinderen hebben gebeld. Wat is dat voor iets?
‘Dat is de werking van het patriarchaat. Het hangt er wel vanaf waar je bent in Marokko, maar zo is het tegenwoordig in het noorden.’
De islam is niet het probleem, het is de manier waarop mannen de islam gebruiken om het patriarchaat door te drukken.
Vrouwen in de Rif werden eeuwenlang gerespecteerd, vertelden ze. Onder invloed van het wahabisme uit Saoedi-Arabië is dat veranderd.
‘De islam is niet het probleem, het is de manier waarop mannen de islam gebruiken om het patriarchaat door te drukken. Als je foto’s ziet van de jaren zestig in Marokko, zie je vrouwen in korte rokjes, zonder hoofddoek. Toen had je ook islam.’
U ontdekte al eerder dat Amazighvrouwen vroeger met geweren rondliepen en enorm strijdbaar waren.
‘Het was matriarchaler dan nu. De Amazighvrouwen leerden de kinderen lezen en schrijven. Vrouwen werkten op het platteland en als de mannen oorlog voerden, verdedigden zij het huis. Dat was zo tot begin twintigste eeuw, als ik afga op de verhalen die ik heb gehoord. Door de Saoedische mentaliteit is alles veranderd en drong het patriarchale door.’
Memma Allal paste dus in een traditie.
‘Ja, en tegelijkertijd konden mensen het niet hebben dat ze zo was. Ze konden haar niet klein krijgen.’
Vindt u niet dat veel Marokkaanse vrouwen nog steeds ontzettend sterk zijn? Ze kunnen mokerhard zijn, voor zichzelf en zo nodig voor anderen.
‘Ja, absoluut. Daarom heeft de vrouwenzaak me altijd gefascineerd: veel van die vrouwen leven onder zulke zware omstandigheden en toch gaan ze door. Je ziet het in de psychologie: als je obstakels overwint, kom je er sterker uit. Het zijn vrouwen die de mouwen opstropen en doorzetten. Niet dat je zulke vrouwen in Nederland niet hebt, maar in Marokko zie je ze veel.’
Waarom komen zulke sterke vrouwen niet meer voor hun rechten op?
‘Dat doen ze wel, alleen gaat het langzamer dan in Nederland. Er zijn in Marokko ook grote verschillen tussen vrouwen in de stad en op het platteland, tussen arm en rijk. Maar er zijn genoeg initiatieven die het leven van vrouwen verbeteren, dus ik ben hoopvol. Educatie is ook belangrijk, meisjes zouden meer moeten doorleren. Gelukkig zeggen mijn nichtjes nu al: ik ga niet jong trouwen.’
Hoe was het om uw familie na al die jaren weer te zien?
‘Ik wist niet wat ik kon verwachten. Van tevoren belde ik mijn vriendin in Utrecht, Jamilla. Ik zei: “Straks willen ze me niet. Ik schijt in m’n broek.” Ze zei: “Weet je, soms kunnen mensen je best verrassen.” En ze had gelijk. Ik was nog maar net in het dorp van mijn moeders familie toen ik mijn oom tegenkwam in een winkel. Hij steunde me met mijn film en dat vond ik zo lief. Doordat hij achter me stond, ging alles makkelijker.’
Uw vader heeft in Beni Chiker een huis laten bouwen. Hij is anderhalf jaar geleden overleden en u trof daar zijn spullen aan. Hoe was dat?
‘Bedrukkend, emotioneel. Ik voelde zijn aanwezigheid.’
Kwamen uw ouders daar vaak?
‘Het was meer mijn vaders huis, zijn project. Mijn moeder ging wel, maar niet vaak. Ze vond het niet altijd even leuk met mijn vader op vakantie te gaan.’
Wat was het probleem met hem?
‘Hij was een heel moeilijke, stugge, stellige, koppige, standvastige, autoritaire man. Vroeger begreep ik hem niet en vond ik hem lastig. Later kwam ik erachter dat ik meer op hem leek dan ik wilde toegeven.’
U bent ook stug, stellig, koppig…?
‘Ik noem het standvastig,’ zegt ze lachend.
Liftend naar Algerije
Toen ze jong was en met haar ouders in Amsterdam-Noord woonde, verbood haar vader haar mee te gaan met schoolzwemmen of schoolreisjes. ‘Achteraf begrijp ik dat hij me wilde beschermen, maar als kind vond ik het écht niet leuk en ging ik toch. Er was ook huiselijk geweld. Mij heeft hij nooit geslagen, maar mijn broers wel. Later, toen mijn vader ouder werd, is hij milder geworden. Hij zag in hoe hij tegen ons had gedaan en bood zijn excuses aan. Hij hield heel erg veel van zijn kinderen, dat zag ik toen.’
Door haar vaders gedrag raakte ze geïnteresseerd in Memma Allal. Altijd vroeg ze zich af: ‘Je had zo’n vrijgevochten moeder, hoe kun je zo zijn geworden?’ Ze ontdekte dat Memma Allal begin jaren dertig haar man had verloren toen ze zwanger was van hem, Khadija’s vader. Met een kind in haar buik en haar vier andere kinderen vertrok ze liftend naar Algerije. Er was droogte en de Riffijnen leden honger, maar dat was niet de enige reden.
Ja, Memma Allal sloeg mannen de tanden uit de mond, maar ze moest wel. Als weduwe was ze in Beni Chiker vogelvrij. Ze werd lastiggevallen en haar oudste dochter werd verkracht. Al Mourabit hoorde dat pas afgelopen zomer voor het eerst, toen ze samen met haar moeder opnieuw in Beni Chiker was. Het was een familiegeheim dat haar ouders haar nooit hadden verteld en ineens kwam haar moeder ermee.
Al Mourabit begint te huilen. ‘Sorry,’ zegt ze. ‘Ik vond het heel lastig om te horen. Het kwam hard binnen.’
We zitten in een vergaderkamertje bij politicologie. Het is vrijdagochtend en het is stil in het gebouw. Als we later naar de uitgang lopen, zal ze de Afro-Amerikaanse feministische schrijfster Audre Lorde citeren: ‘Your silence will not protect you.’ Ze heeft veel van die opmerking geleerd. ’s Avonds zal ze appen dat ze ook is geïnspireerd door de Marokkaanse schrijver Mohamed Choukri, die in zijn beroemde roman Hongerjaren over de verkrachting van zijn moeder schreef. ‘Ik vind dat ontzettend sterk, het haalt de slachtoffers uit de onzichtbaarheid en doorbreekt het taboe.’
Na ongeveer zeven jaar in Algerije keerde Memma Allal met haar kinderen terug naar Beni Chiker, waar de ellende nog lang niet voorbij was. De Spaanse kolonisator buitte de bevolking uit en vertrok pas in 1956. De latere koning Hassan II sloeg een opstand in 1958 bloedig neer, daarna liet hij de Rif verkommeren. Er heerste werkloosheid, armoede, honger. Het deed haar vader uit de Rif vertrekken, via de Spaanse enclave Melilla en België kwam hij in Nederland. ‘Het leven heeft mijn vader gevormd. Mensen denken vaak: ach, die gelukszoekers. Maar de mensen uit de Rif vluchtten weg uit enorm slechte politieke en economische omstandigheden.’
U heeft uw vader vergeven, las ik.
‘Allang. Als je blijft vasthouden aan wrok raak je verbitterd en je verandert er niets mee. Je lijdt alleen maar. Ik besteed mijn tijd en energie liever aan iets anders.’
Aan het einde van zijn leven werd uw vader zachter, dat hoor je wel vaker over mannen. Denkt u wel eens: zonde dat dit pas aan het einde van een leven gebeurt?
‘Jazeker, het is een gemiste kans. Maar wijsheid komt met de jaren. En wat ook zo is: mannen zitten net als vrouwen gevangen in een systeem. Dat noem je toxische masculiniteit, dat je je als man op een bepaalde manier moet gedragen tegenover andere mannen. Als je buiten die kaders treedt, kun je rekenen op afkeuring. Daarom zeggen mannen in de Rif die hun vrouw aan de lijn hebben: dat waren de kinderen.’
Volgens u is het patriarchaat overal, niet alleen in een land als Marokko. Wat merken wij er in het Westen van?
‘De verkiezing van Trump: mensen hebben liever een nitwit als president dan een vrouw. Iemand die zulke verschrikkelijke dingen zegt en dan nog wint, dat zegt genoeg. Dat is het patriarchaat in werking.’
U heeft een stuk geschreven over de vrouw op het strand van Nice die door een overmacht van agenten werd gedwongen zich uit te kleden. U stoorde zich er enorm aan.
‘Het was een typisch voorbeeld van mannen die bepalen wat er met het vrouwenlichaam gebeurt. Volgens moslimfundamentalisten moet de vrouw zich verhullen en volgens die agenten moet ze zich uitkleden. Het maakt niet uit van welke kant het komt, het is even kwalijk. En het is nog kwalijker dat zo’n actie in het Westen wordt gebracht als vrijheid. Vrijheid is niet iemand iets opleggen. Ben je vrij omdat je je kleren uit hebt? Omdat je op het strand voor schut wordt gezet? Vernederd? Het patriarchaat wil het vrouwenlichaam vernederen, het maakt niet uit of het gesluierd of ongesluierd is.’
Op het terras van het Stedelijk Museum heeft u het ook aan de stok gehad met een man, toch?
‘Ik zat daar met twee vriendinnen, staat er een man op, een Hollandse witte man, en die zegt dat we te hard lachen: ‘We kunnen elkaar hier niet eens verstaan.’ Ik kon het eerst niet geloven, maar hij meende het. Ik zei tegen hem: “Ga jij nu drie vrouwen instrueren hoe hard ze mogen lachen? Ga jij dat als man bepalen?” Ik wilde hem bijbrengen dat hij verkeerd bezig was.’ Fel: ‘Vrouwen wordt altijd verweten dat ze te veel geluid maken. Je ademt als vrouw en dat is al verkeerd. Hij zei: “O, ik gaf het alleen maar aan.” Ik zei: “Jij hoeft helemaal niks aan te geven. Niemand heeft gevraagd naar jouw mening. Bemoei je lekker met je vriendin, joh.” Hij zat op het terras met zijn vriendin. Ik dacht: nou meid, jij verdient beter.’
Oké, het patriarchaat is overal, maar vindt u niet dat het in het Westen minder is dan in de moslimwereld?
‘Nee, het is niet minder, het neemt in het Westen andere vormen aan. In het Westen zeggen we graag: wij zijn niet zo, maar het is een dun laagje beschaving. Kijk naar de samenstelling van besturen in Nederland, die bestaan vaak alleen uit mannen. Het is ouwe-jongens-krentenbrood. Er wordt wel leuk gepraat over vrouwenrechten en feminisme, maar er is nog veel werk aan de winkel.’
Even over de rol van witte, westerse feministen, want die staat ter discussie. Moslimvrouwen zeggen dat ze zich niet met hen moeten bemoeien en rechtse types vinden juist dat ze zich te weinig met moslimvrouwen bemoeien. Wat denkt u?
‘Sowieso moeten ze de moslimvrouw niet reduceren tot een karikatuur. Het gevaarlijke van stereotypen is dat ze niet kloppen. Ik ben een moslimvrouw, maar ik draag geen hoofddoek en ik ben niet onderdrukt. Dus: erken de pluriformiteit van moslimvrouwen. Ten tweede: vraag jezelf af met welke soort feminisme je bezig bent. Is het feministisch om te zeggen dat iemand zichzelf niet mag bedekken, want dat vind jij onderdrukking?’
Voor sommigen is het onderdrukking, voor jonge meisjes bijvoorbeeld die zelf niets over hun kleding te zeggen hebben.
‘Heb vertrouwen in de moslimgemeenschap, voor zover die bestaat. Daarbinnen wordt al heel lang strijd gevoerd. Feminisme is niet in het Westen ontstaan. In Marokko, in de hele wereld zijn vrouwen al eeuwen bezig met feminisme. Er is niet één manier van feministisch zijn.’
U wilt zeggen: de Eerste Feministische Golf was niet de eerste feministische beweging en het getuigt van westerse oogkleppen dat niet te zien?
‘Je kunt van die golf wel iets leren, maar mijn oma was ook een feminist. Vier mannen de tanden uit de mond slaan wanneer je fysiek wordt aangevallen, is feminisme. Het is opkomen voor jezelf als ze je lastigvallen en voor anderen in dezelfde situatie. Wat veel feministen in het Westen doen, is moslimvrouwen onderdrukken en dat als feminisme presenteren. Het is racisme 2.0, vermengd met wat feministische ideeën en dan zeggen: maar ik doe het voor jullie bestwil. Dat is hetzelfde als wat mannen doen: weten wat goed is voor een ander.’
Wat kan een westerse feminist doen die zich werkelijk het lot aantrekt van moslimvrouwen?
‘Ga met ze samenwerken. Luister naar ze. Leg niet je ideeën op maar sta open voor andere manieren om de wereld te veranderen. Denk niet dat jij weet wat het beste is voor een ander. Schort je oordeel op. Dat is echt luisteren.’
In een interview heeft u gezegd dat u zich kapot ergert aan het feit dat moslimvrouwen zelf bijna niet aan het woord komen. Er wordt vooral over ze gepraat.
‘Klopt. Je hoort ze weinig. Er zijn zat moslimvrouwen die zich uitspreken maar die krijgen of het podium niet, of er wordt niet naar ze geluisterd, of ze worden niet serieus genomen. Allemaal vanuit het paternalistische idee: wij weten het beter. Dat vind ik storend.’
Als voorzitter van Buya zei u tien jaar geleden al: ‘Onze moeders worden vaak als karikaturen neergezet. Als onmondige wezens met een achterlijk geloof.’
‘Absoluut. Het beeld dat moslimvrouwen willoos zijn, doetjes, klopt niet. Ze hebben geen eendimensionale identiteit. En er ís verandering. Ik zeg niet dat het geldt voor alle moslimvrouwen, maar ik zie de mentaliteitsverandering bijvoorbeeld bij veel moeders van Marokkaanse Nederlanders. Zij worden beïnvloed door hun dochters. Wij als kinderen moeten moeilijke gesprekken met onze ouders niet uit de weg gaan. Als wij als kinderen weigeren te groeien, groeien onze ouders ook niet.’
Onberekenbaar
Kijk hoe het leven van haar en haar ouders de afgelopen tien jaar verliep. Ze stimuleerde haar moeder de deur uit te gaan en Nederlandse les te nemen. Haar vader was niet blij dat zijn vrouw Nederlands leerde, maar ze zei tegen hem: ‘Zij moet wel.’ Ook haar broers waarschuwde ze: ‘O wee als jullie zeggen: doe het niet. Dan krijgen jullie met mij te maken.’
Rond 2010 kreeg haar vader Alzheimer. Al Mourabit woonde niet meer bij haar ouders in Amsterdam-Noord, maar trok weer bij hen in om haar moeder te helpen met de zorg. Toen het echt niet meer ging, brachten ze haar vader naar een verzorgingshuis. Ze heeft nog steeds moeite met die beslissing, helemaal omdat hij er werd mishandeld. Een Alzheimerpatiënt kan boos en onberekenbaar reageren en toen dat gebeurde, greep een verzorgster hem bij de keel, sleurde hem door de gang en smeet hem op een bank. Al Mourabit deed aangifte bij de politie en schakelde de Inspectie voor de Gezondheidszorg in. Haar vader ging snel achteruit en stierf vorig jaar. ‘Zoals hij op de wereld is gekomen, kicking and fighting, zo is hij overleden,’ zegt ze, toch weer grinnikend.
Haar moeder spreekt intussen zo goed Nederlands dat ze laatst in haar eentje een Nederlands paspoort aanvroeg. Ze liet het met trots aan haar dochter zien. Haar vader had dat paspoort nooit gewild, hij klampte zich vast aan Marokko. ‘Dat was het effect van de migratie. Hij wees Nederland niet af, maar had de angst zichzelf te verliezen.’ Vandaar ook dat huis in Beni Chiker, vermoedt Al Mourabit. Hij stopte er veel geld en energie in, en bepaalde vrijwel alleen waar het kwam te staan en hoe de indeling was.
Het huis wordt nu verkocht. Na de dood van haar vader was het voor zijn vrouw en kinderen, maar er ontstonden problemen over. Wie wanneer wat moest betalen, dat soort dingen. Ze besloten het te verkopen, alles beter dan ruzie in de familie. Dan maar geen huis in Marokko. En toen Al Mourabit vorig jaar voor De reis van Khadija naar Beni Chiker ging, wilde haar moeder niet eens mee. Dan zou ze te veel Nederlandse lessen missen. ‘Er is verandering,’ zegt Al Mourabit, ‘maar die is niet altijd zoals wij met zijn allen denken hoe die zou moeten zijn.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.