Het meest tastbare bewijs van mijn betrokkenheid is de opdracht in Sarah, zijn eerste en enige roman. Op pagina vijf, onder For Dr. Terrance Owens, To Sarah en To Dennis, staan twee regels. Geschreven in potsierlijke ronde letters, in kinderhandschrift zou je haast willen zeggen: David please send shocholate. Weer een regel daaronder volgt Thanks, met meteen erachter iets wat nog het meest lijkt op een tekening van twee kersen. Die twee kersen moeten voorstellen: een hartje en een paraaf. Was getekend JT.
Hij wordt de grootste literaire hoax van deze eeuw genoemd: JT LeRoy. Tien jaar geleden werd hij ontmaskerd. Dat bleek het startschot te zijn voor een jubileumviering: de boeken zijn heruitgegeven en liggen opnieuw in de winkels. In de Amerikaanse bioscoop draait een geroemde documentaire, Author: The JT LeRoy Story, die vooral de kant van de zaak belicht van Laura Albert, de vrouw die het personage bedacht. Zij wil van geen hoax weten en heeft het liever over ‘de onthulling’. Maar andere direct betrokkenen zijn nog steeds woedend en spreken van verraad.
Als een heilige plicht
Ik ben er destijds ook ingetrapt, maar ik troost me met de gedachte dat ik bepaald niet de enige was. Madonna, Winona Ryder, Gus van Sant, Tom Waits, Bono, Courtney Love en Billy Corgan, om er maar een paar te noemen, stonden er bovendien met hun neus bovenop. Anders dan ik verkeerden ze niet zelden in het gezelschap van het fenomeen. En zij zijn er net zo goed allemaal ingestonken, de een nog meer dan de ander. They all lóóóóved JT.
Als lezer van LeRoy was je getuige van een altijd emotionele, soms fysieke molestatie. Je kreeg voortdurend het gevoel te moeten ingrijpen, maar dat kon niet.
Sinds ik begin deze eeuw door Cherry Duyns was gevraagd met hem een nieuw kunst- en cultuurprogramma voor de VPRO in de steigers te zetten, spookte JT LeRoy door mijn hoofd. Ik was zo bedwelmd door zijn boeken dat ik het haast als een heilige plicht beschouwde om deze schrijver op film te laten vastleggen. Zijn verhaal móést worden gehoord.
Er waren twee boeken: de roman Sarah en de verhalenbundel The Heart Is Deceitful Above All Things. Vooral de laatste liet diepe indruk achter. Voor mij zat de kracht vooral in het consequent doorgevoerde vertelperspectief: dat van een kind. Een kind dat geen idee heeft wat het te wachten staat. Als lezer van LeRoy was je getuige van een altijd emotionele, soms fysieke molestatie. Tegelijkertijd stond je aan de zijkant geparkeerd, met de deur van de auto op slot. Je kreeg voortdurend het gevoel te moeten ingrijpen, maar dat was onmogelijk. Hij schrijft: ‘The ones that buy me candy don’t last long. The ones that slap her last longer, but not as long as the ones that beat her with their fists and me with their belt.’ Het verhaal eindigt met de protagonist in het ziekenhuis.

Vreemde telefoontjes
Zijn biografie alleen al las als een gruwelijke roman. JT LeRoy was de zoon van benzinestationhoertje Sarah uit West Virginia. Toen hij vier was, rukte zij hem bruut weg uit het veilige toevluchtsoord van zijn pleegouders. Ongeveer een jaar later had JT zijn eerste seksuele ervaring. Nog voor zijn twaalfde was hij verkracht, misbruikt en meermalen in elkaar geslagen. Vaak verkleedde hij zich als meisje, want, zei zijn moeder, dat schrok de klanten minder af. Sarah, die vaker van partner wisselde dan andere mensen boodschappen doen en naar wier liefde hij hevig maar vergeefs bleef hunkeren. Op een dag verleidde JT een vriend van zijn moeder. En uiteindelijk speelde hij ook zelf de hoer, in het rauwe, benauwende milieu van vrachtwagenchauffeurs die door Amerika crosten.
We kennen de verhalen, want JT LeRoy schreef ze op.
Hij was met schrijven begonnen op aanraden van een therapeut, Dr. Owens, die het opperde tijdens een van zijn vele (telefonische) consulten. Toen hij daar nog niet zo lang mee bezig was, had hij contact gezocht met de schrijver Dennis Cooper. Hij was groot fan van Coopers boek Try, waarin diverse mensen zich vergrijpen aan het levenloze lichaam van een jongen die zojuist was gestorven aan een overdosis. Ira Silverberg, destijds literair agent van Cooper: ‘Op een dag kwam iemand van kantoor met rollende ogen naar me toe en zei, weifelend: “Ik heb een of ander klein meisje aan de telefoon… Ze vraagt naar Dennis.” Nu kreeg ik wel vaker vreemde telefoontjes als het om Dennis ging, dus ik was alleen maar benieuwd.

De naam was toen nog Terminator. Meisje, jongen, wat het ook was, de persoon aan de lijn vroeg of Dennis een verhaal wilde lezen om te beoordelen. Ik zei: “Stuur maar een fax.” Die fax ging vervolgens naar Dennis, hij zag de kwaliteit ervan en raakte zo betrokken in die hele geschiedenis. Terminator verdween daarna uit mijn leven, totdat ik ging werken voor Grove Press. Er stond een verhaal van hem in een verzameling memoirs die ik onder mijn hoede had, Close To The Bone uit 1997, een van de eerste dingen die van hem zijn gepubliceerd.’
Onvertaalbaar
Jaren later werd Silverberg zelf de agent van JT. ‘Ik heb The Heart Is Deceitful Above All Things gesleten aan een uitgever. Het voelde goed aan het boek te werken, en geloof me, ik werkte me zestien slagen in de rondte. Maar ik deed het graag om deze zielige figuur te helpen een stem te vinden en de pijn te overwinnen. We voelden ons állemaal goed, omdat we een steentje konden bijdragen. Catharsis, niet alleen voor de schrijver en de lezer, maar ook voor de literaire agent.’
JT werd altijd omringd door Speedie, Astor en hun zoontje Thor, die hem naar verluidt hadden gered van zijn leven op de straten van San Francisco.
Ondertussen zocht de redactie van R.A.M in Hilversum twee jaar lang koortsachtig naar JT LeRoy, naar brokjes van zijn bestaan, het maakte niet uit hoe klein. Een Nederlandse uitgever was er nog niet, mede omdat de boeken vanwege de vele referenties aan hedendaagse Amerikaanse populaire cultuur onvertaalbaar schenen. Ook werd er gesuggereerd dat veel vertalers het proza gewoon te gruwelijk vonden. In een van de boeken stond weliswaar een e-mailadres en er was een vage website, maar YouTube bestond nog niet en we hadden vrijwel geen idee hoe JT LeRoy eruit zag. Later kwam uit dat zelfs het kleine beetje houvast dat we hadden, het schimmige fotootje van de schrijver op zijn boeken, nep was: in werkelijkheid stond er een vriend van zijn mentor Dennis Cooper op.
JT LeRoy bleek de mystificatie tot kunst te hebben verheven. Onvindbaar, concludeerde de redactie. Met een diepe zucht werd de missie afgebroken. Toen kwam de aankondiging dat Elephant van LeRoy-fan Gus van Sant op het Filmfestival in Rotterdam zou draaien, en opeens bleek JT een belangrijk aandeel in het scenario te hebben gehad. Nog altijd staat hij als associate producer vermeld op de aftiteling, wat LeRoy waarschijnlijk de enige winnaar van een Palme d’Or maakt die helemaal niet bestaat.
Krabt aan arm
Maar goed, ik loop op de zaken vooruit. Met de internationale filmpers had de VPRO-redactie traditiegetrouw een goede band. Het was in elk geval een laatste poging waard. En warempel: beet. We hoorden van de verfilming van The Heart Is Deceitful Above Things door de Italiaanse regisseur Asia Argento, dochter van horrormeester Dario Argento, met rollen voor Winona Ryder, Marilyn Manson en Peter Fonda. De Belgische regisseur Jos van den Bergh reisde namens de VPRO af naar de filmset in Knoxville, waar enkele cruciale scènes zouden worden opgenomen. Er was geen enkele garantie dat hij daar ook LeRoy zou treffen. ‘Het is jouw schuld,’ zegt hij honend. ‘Jij zei: gewoon doen. Als er niets gebeurt, hebben we het tenminste geprobeerd. Enfin, we gingen zoals we dat in mooi Vlaams noemen à pouffe, op goed geluk, daar naartoe. Vooraf waren we weliswaar welkom op de filmset, maar bij aankomst was niemand op de hoogte van onze komst. We werden bijkans weggekeken.’
Op de laatste dag van zijn verblijf werd Van den Bergh toch nog gered, door de verlossende komst van de schrijver en zijn entourage. ‘We spraken af in een diner, waar we een interview hadden. Hoewel, interview? Het liep voor geen meter. Na afloop zei cameraman Sanne van der Noort met een zuur gezicht: ‘Daar gaan ze bij de VPRO niet om kunnen lachen.’ Het was weird, wringend, gek. Ik weet nog dat ik hem terugzei: “We moeten het eens terugzien. Misschien is het wel heel goede televisie.” Tja.’
Toen ik een paar dagen later in Nederland de beelden bekeek, schrok ik me een ongeluk. JT LeRoy bleek een wezen zoals ik nooit eerder had aanschouwd, met een op wonderbaarlijke wijze onaangetast gezicht dat verborgen ging onder een blonde pruik, een pet en een bovenmaatse zonnebril. Al zijn kleren leken hem te groot. Alsof hij was gekrompen in de was. En dan dat gesprek. Van den Bergh was het begonnen met de enig wezenlijke vraag:
Wie is JT LeRoy?
‘Ooooh…’
‘Aaaah…’
Stilte.
‘Ik ben…’
‘Een jongen?’
Zucht.
Krabt aan arm.
‘Ik houd…’
Krabt meer aan arm. Neurotisch.
‘Ik houd van aandacht maar eigenlijk ben ik er bang voor.’
Krabt nog meer.
Slikt.
‘Ik weet het niet.’
‘Ik weet eigenlijk niet wie ik ben.’
Slikt.
Gezeur en gejammer
Naar aanleiding van het interview schreef ik een lang artikel voor het literair magazine Passionate. Daarin stond onder meer de zin: ‘JT LeRoy is een zielig hoopje mens – er zijn geen andere woorden voor.’ Op de set had Van den Bergh ook nog de ‘surrogaatfamilie’ van LeRoy ontmoet, die eveneens figureert in zijn bijdrage aan R.A.M: Speedie, Astor en hun zoontje Thor, die hem naar verluidt hadden gered van zijn leven op de straten van San Francisco door hem onderdak te bieden. In Knoxville had het hele gevolg op een of andere manier ontdekt dat Van den Bergh uit België kwam. Het was aanleiding voor gezeur en gejammer: waarom had hij dan geen chocolaatjes voor hen meegenomen? Het was daar en dan dat JT LeRoy de opdracht in mijn exemplaar van Sarah schreef.
David please send shocholate.
Aan die woorden dacht Van den Bergh weer terug toen de verfilming van The Heart… in Cannes in première ging en hij voor de omroep in een van de chique hotels andermaal LeRoy mocht interviewen. Ook hier was de hofhouding nooit ver weg. ‘Ik heb echt uren lopen zoeken naar goede chocolade. Maar… het was toch kennelijk de verkeerde. Niet donker genoeg of zo. Er werd in elk geval met nauwelijks verhulde walging op gereageerd. Bah! Maar dat was niet JT, he? Die had nog iets aandoenlijks. Het was dat kreng van zijn zogenaamde surrogaatmoeder.’ Hij valt even stil. ‘Wat een… wat een onuitstaanbare figuur. Zo… pompeus. Scènes maken, zichzelf steeds op de voorgrond willen plaatsen. JT was niet meer dan een puppet in haar handen.’

Dat kreng was ‘Speedie’. Of nee: Laura Albert. Zij die er met haar rode pruik uit zag als een rockchick op haar retour. De werkelijke auteur. De boeken van LeRoy waren niet geschreven door een mishandeld tienerhoertje maar door een moeder van in de dertig die haar hele leven heeft geworsteld met haar gewicht. Haar vriend Astor heette in werkelijkheid Geoff Knoop. En JT LeRoy werd gespeeld door Knoops jongere, androgyn ogende zus Savannah. Van den Bergh: ‘Het heeft ook een soort genialiteit hè? Dat je je rol zo weet te spelen en zo hardnekkig kan volhouden, hardnekkig al in zijn onnozelheid, want het was ook zeer knullig. Die scène waarin ze zo weifelend tot spreken komt met dat I’m a boy? Misschien wil je het ook geloven hè? Ik ben er toch mooi ingetrapt. Ja, ik zie het als een grap. Een soort 1-aprilgrap, maar dan wel een briljante 1-aprilgrap. Maar voor de mensen die dichter bij JT stonden, is het vast van een heel andere orde.’
Werkelijk niemand wist het, behalve dan de leden van de surrogaatfamilie. Het is pijnlijk om naar te kijken: Asia Argenta die tijdens de Cannes-reportage van de VPRO zegt dat ze JT ‘vertrouwt in alles wat hij doet’. Ze had geen idee. Recent liet ze in The Guardian weten dat de hele affaire haar tien jaar van haar leven heeft gekost. Argento: ‘Ik ben een dwaas geweest. Hoe heb ik het niet kunnen zien?’ Het zat haar ook in alle opzichten niet mee. In de VS ging Argento’s film in roulatie net nadat Warren St. John in The New York Times van 9 januari 2006 had aangetoond wie er achter JT LeRoy zat, hetgeen de bezoekersaantallen niet gestimuleerd zal hebben.
Op een gegeven moment moet Laura Albert hebben gedacht, ongeveer zoals het ging bij Frankenstein: JT moet tot leven worden gewekt.
Als een rockconcert
In Author: The JT Leroy Story wordt helder uiteengezet hoe JT LeRoy wordt geboren. Met een leugen natuurlijk, zij het een relatief onschuldige. Al vanaf jongs af aan had Laura Albert de gewoonte anoniem telefonische hulplijnen te bellen. Dat deed ze nooit als zichzelf, altijd speelde ze een rol. Op de dag dat ze toevallig Dr. Owens aan de lijn kreeg, deed ze zich voor als een jongen die ze Terminator noemde. Later kwam daar de roepnaam Jeremiah bij. En uiteindelijk werd het Jeremiah Terminator LeRoy, de achternaam geleend van een klant die Albert had toen ze werkte bij een sekslijn.
Naar aanleiding van het verschijnen van Sarah kwamen er veel aanvragen voor lezingen binnen, wat Albert voor een probleem stelde. Hoe kan iemand die niet bestaat voorlezen uit eigen werk? Maar het gerucht ging al snel dat JT zo verlegen was dat hij het niet durfde. Daar hadden de fans wel een oplossing voor: ze lazen het zelf voor, als eerbetoon aan dit slachtoffer van de rafelranden van de Amerikaanse samenleving. Zo kreeg JT Leroy in de States vrijwel direct een cult following van mensen die geraakt waren door de roman. Of zoals Silverberg het fijntjes uitdrukt in Author: ‘Het ontbreken van het lichaam bij de begrafenis maakte het zoveel interessanter.’ Niet veel later begonnen ook collega-schrijvers, acteurs en andere beroemdheden de teksten van LeRoy voor te lezen bij gelegenheden die dezelfde opwinding genereerden als een rockconcert.
Afgeschminkte Buster Keaton
Op een gegeven moment moet Laura Albert hebben gedacht, ongeveer zoals het ging bij Frankenstein: JT moet tot leven worden gewekt. Silverberg nu: ‘Is het niet krankzinnig? Maar ja, het is állemaal krankzinnig.’ Hij vertelt dat hij ooit een tournee met een schrijver abrupt afbrak omdat er zich een gelegenheid voordeed om eindelijk JT te ontmoeten, zijn belangrijkste nieuwe cliënt. Maar toen hij bij het huis in San Francisco aankwam, waren daar alleen Laura en Geoff, met slappe smoesjes: ‘JT is bang je te ontmoeten, JT is niet komen opdagen.’ Toch zocht hij er niets achter. Silverberg: ‘En toen ik JT later voor het eerst echt ontmoette, bij een literair evenement in New York, met Laura in zijn kielzog natuurlijk, vond ik dat heel emotioneel. Hier deed ik het allemaal voor. Prachtig, ik had er bijna tranen van in mijn ogen.’
Bij herlezing gebeurt er iets merkwaardigs: er zit een moeder van middelbare leeftijd over mijn schouder mee te lezen. Laura Albert.
Als we Author mogen geloven, begon Savannah Knoop met het spelen van JT Leroy door de grote druk die de Duitse televisie op Albert en gezelschap uitoefende: alleen een persoonlijk interview met de schrijver zou worden uitgezonden. Knoop doorstond de test. Ze bleek een geloofwaardige acteur, die met de dag meer in haar rol ging geloven. Als JT LeRoy kreeg ze modereportages in bladen als Vanity Fair en Vogue. In de film doet Albert dat ijzig af als: dressing the avatar. De boeken voerden inmiddels ook de Italiaanse bestsellerslijsten aan, met als gevolg dat LeRoy werd uitgenodigd voor een lezing in Milaan. Knoop, nerveus voor haar eerste publieke optreden, gaf van tevoren over in een mobiel toilet. Tijdens de voordracht kroop ze onder de tafel, tot verrukking van het publiek dat tot tranen toe was geroerd.
Savannah Knoop, die er zonder vermomming uitziet als een afgeschminkte Buster Keaton, zit maar heel even in de documentaire. Author is al honderd minuten bezig als regisseur Jeff Feuerzeig, ook de maker van het veelgeprezen The Devil and Daniel Johnston, haar vraagt: ‘Wat deed de mensen geloven dat jij de schrijver was?’ Waarop Knoop antwoordt: ‘Ik denk dat mensen geloofden dat ik de schrijver was omdat ik zei dat ik de schrijver was. Daar komt het op neer.’ We wílden het ook geloven, meent Silverberg. ‘Het is een beetje als met Peter Pan – als die echt bestaat is de wereld een stukje beter. Hier was de helende kracht van het woord aan het werk.’
Verlossing
Laura Albert voelt geen enkele schuld, afgaand op Author. Ze beroept zich op het feit dat de teksten van LeRoy niet zijn veranderd, nu bekend is geworden dat zij ze heeft geschreven. ‘De boeken zijn geen bedrog, ze zijn echt.’ Meer dan tien jaar had ik ze niet meer ingekeken, en bij herlezing laten de boeken van JT Leroy mij toch nog steeds niet onberoerd. Maar er gebeurt ook iets merkwaardigs: er zit een moeder van middelbare leeftijd over mijn schouder mee te lezen. Laura Albert. En die kan ik niet wegdenken. Het maakt het ongepolijste proza tot een literaire variant op zinloos geweld. Waarom zou iemand zoiets willen schrijven? Wat is hier het punt?
Het ging bij JT LeRoy altijd om de schrijver, niet om het werk, betoogt Silverberg. De schrijver was degene die werd omarmd door de literaire wereld, de boeken kwamen daar als het ware achteraan huppelen. En die schrijver bestond niet. ‘Albert heeft vuil spel gespeeld,’ weet Silverberg. ‘Ik herinner me een telefoontje van JT, die in het ziekenhuis lag met wat hij beweerde dat aids-gerelateerde klachten waren. Zijn elektrolytenhuishouding was van streek. Ik wist wat dat betekende, want ik had veel met hiv-besmette mensen in mijn naaste omgeving. Maar in dat ziekenhuis lag in werkelijkheid Laura Albert, die haar maag weer eens liet verkleinen. Ze heeft veel grenzen overschreden, maar dat was het ergste wat ik me van haar kan herinneren.’
Ira Silverberg zou het hogelijk verbazen als de boeken van JT Leroy over tien jaar nog steeds in de boekhandel liggen. ‘Jij en ik dachten inderdaad dat het anders zou lopen, omdat we veronderstelden dat de boeken geschreven waren door een soort persoon, die in elk geval een originele stem had en in zijn carrière zou groeien. Maar nee. Laura Albert heeft nog geprobeerd een memoir te slijten, ik weet niet meer hoeveel jaar geleden. Maar wat ik wel weet, is dat niemand het boek heeft gekocht. En ach, die film. Ze heeft nu nog een paar laatste seconden roem, en dat is het dan. Dat is het enige waar het haar om ging: roem.’
Door de hele affaire is de handtekening in mijn exemplaar van Sarah nu niets waard. Het is weinig meer dan een curiosum. Maar het ging mij nooit om die handtekening, ik was ’m eerlijk gezegd zelfs glad vergeten. JT LeRoy heb ik nooit ontmoet, Laura Albert evenmin. De nieuwe documentaire lijkt vooral een poging begrip voor haar op te wekken, maar dat lukt niet, daar is zij veel te weinig sympathiek voor. Zelfs als statische verteller in de film voel je haar ziekelijke neiging tot manipulatie. Nee, ik kan niet zeggen dat ik ben verraden. Ik ben wel een illusie armer. Ik geloofde het zo graag. Te graag. JT LeRoy had iets gevonden wat wij allemaal zochten: verlossing. En hij vond het in waar wij allemaal hoopten dat het zat: boeken. Maar ook daar zit het niet. David please send shocholate.
‘Author: The JT Leroy Story’ draait vanaf 8 september in de Amerikaanse bioscopen. ‘Sarah’ en ‘The Heart Is Deceitful Above All Things’ zijn vorige maand opnieuw verschenen via Little, Brown Book Group.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.