Het Midden-Oosten is ook in Nederland een politiek mijnenveld. De minister van BuZa heeft weinig speelruimte.

Tijdens het pimpampetten onder leiding van informateur Wouter Bos bleef één kaart op tafel liggen: het Midden-Oosten.

Hypotheekrente­aftrek, zorgpremie, ontwikkelingssamenwerking, de onderhandelaars van VVD en PvdA, Mark Rutte en Diederik Samsom, wisten niet hoe snel ze die kaarten naar zich toe moesten trekken. Zo werden de gevoelige onderwerpen ‘uitgeruild’. De partij met de kaart in handen mocht de oplossing aandragen.

Maar aan het Israëlisch-Palestijns conflict wilden beide leiders hun handen liever niet branden. Het is dan ook een hopeloos ingewikkeld dossier waar Nederland nauwelijks enige invloed op uit kan oefenen, maar dat hier toch al sinds jaar en dag tot heftige emoties leidt.

Of Rutte en Samsom er verstandig aan deden het onderwerp te omzeilen, is de vraag. Want terwijl Neder­land ruziede over de inkomens­afhankelijke zorgpremie, laaide in Israël en Gaza het geweld op. In Israël zijn dit jaar al zevenhonderd raketten neergekomen en drie doden gevallen. Anders dan bij eerdere beschietingen blijken nu ook de grote bevolkingscentra Tel Aviv en Jeruzalem binnen het bereik van Hamas-raketten. Israël reageerde fel. Hamas-leider Ahmed Jabari werd geliquideerd en bij bombardementen op Gaza kwamen al tientallen mensen om, onder wie kinderen.

Dat er bij de formatie niet al te indringend over Israël en de Palestijnen was gesproken, bleek al meteen bij het debat over de regeringsverklaring vorige week. Premier Rutte moest de oppositie het antwoord op nogal wat vragen schuldig blijven en vroeg tijd om er binnen het kabinet eens goed voor te gaan zitten. ‘Erg merkwaardig,’ zegt oud-diplomaat en D66-Tweede Kamer­lid Sjoerd Sjoerdsma. ‘Dat je niet het hele buitenland doorakkert, oké. Maar dat je de drie belangrijkste dossiers niet bespreekt, dat begrijp ik niet. Na Kunduz zou toch onmiddellijk het Midden-Oosten op tafel moeten komen.’

Toch is het nieuwe kabinet niet geheel blanco aan het Midden-Oosten begonnen. In het regeerakkoord staat een passage die is op te vatten als een koerswijziging: ‘Waar mogelijk draagt Nederland bij aan vrede en veiligheid in het Midden-Oosten en benut daarbij de goede banden met zowel Israël als de Palestijnse autoriteit.’ Een gelijkwaardige behandeling van Israël en de Palestijnen, zo valt te lezen.

Vanaf het kabinet-Balkenende IV in 2006 was Nederland juist meer nadruk gaan leggen op de vriendschap met Israël. Dat was deels geïnspireerd door de ChristenUnie die deelnam aan het kabinet, en werd maar al te graag uitgevoerd door CDA-minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken. De vermeende partijdigheid van Verhagen leidde tot spanningen met coalitiegenoot PvdA. Buitenlandspecialist Martijn van Dam ontwikkelde zich tot de kwelgeest van de minister die weigerde met de ‘terroristen’ van Hamas te praten en weinig genegen was Israël sancties op te leggen als kolonisten nieuwe nederzettingen bouwden op de bezette Westelijke Jordaanoever.

Met het aantreden van Rutte I was die ‘interne oppositie’ verdwenen. Van de anti-islamitische gedoogpartner PVV kon geen toenadering tot de Palestijnen worden verwacht en de nieuwe VVD-minister van Buitenlandse Zaken, Uri Rosenthal, leek dat ook beslist niet van plan. Het regeerakkoord repte over intensivering van de vriendschaps­banden met Israël. Rosenthal veroordeelde wel de neder­zettingen­­politiek, maar in Euro­pees verband verzette hij zich tegen een al te kritische houding ten opzichte van Israël. Nederland ontwikkelde zich tot een nee-stemmer, samen overigens met landen als Duitsland, Tsjechië en Italië.

Van Timmermans valt ook niet ineens een pro-Palestijnse houding te verwachten

In het nieuwe regeerakkoord met haar verwijzing naar banden met zowel Israël als de Palestijnse autoriteit is onmiskenbaar de hand van de PvdA te ontdekken. De tekst werd meteen begroet door Israël-kritische organisaties. Woordvoeder Guido van Leemput van United Civilians for Peace (UCP), een samenwerkingsverband van een aantal ontwikkelingshulporganisaties, is echter nog voorzichtig: ‘Nieuw beleid moet je met een lampje zoeken.’

In ‘linkse’ kringen werd veel verwacht van het aantreden van minister Frans Tim­mermans op Buitenlandse Za­ken; de eerste PvdA-minister op dat departement sinds de alom gevierde Max van der Stoel in 1982 en niet voor niets diens leerling. Als Kamerlid uitte Timmer­mans stevige kritiek op de pro-Israëlische koers van het vorige kabinet. Behalve een ‘PVV-hater’ is Timmer­mans volgens Geert Wilders ook een ‘Israël-hater’. En de PVV-leider citeerde de nieuwe minister uit zijn tijd als Kamerlid: ‘Als Rosenthal schrijft, wordt zijn pen vastgehouden door de Israëlische premier Benjamin Netanjahoe.’ Nederland was geen vriend van Israël, maar ‘een lakei’.

Tegelijkertijd is Timmermans veel meer een diplomaat dan zijn voorganger, die op zijn eigen ministerie weinig waardering genoot. Een gave die de nieuwe minister nodig zal hebben, want zijn speelruimte is klein. ‘Natuurlijk mag Timmermans zijn vlaggetjes planten, als hij maar binnen de parameters van het Nederlandse Midden-Oostenbeleid blijft,’ laat VVD-Kamerlid Han ten Broeke weten. En die parameters zijn volgens hem onder meer: de Oslo-akkoorden, de grenzen van 1967 en een tweestatenoplossing. Van Timmermans valt nu dus ook niet ineens een pro-Palestijnse houding te verwachten. In zijn eerste confrontatie met de Kamer afgelopen week, liet hij daar geen enkel misverstand over bestaan: ‘De hoofdverantwoordelijke voor het geweld is Hamas met zijn reeks van raketaanvallen. Hamas is ook schuldig aan de reactie daarop. Israël heeft het grootste recht zichzelf te verdedigen. Daarbij moet die reactie wel proportioneel blijven.’

Om de speelruimte van de minister zo klein mogelijk te houden, diende SGP-leider Van der Staaij vorige week bij de regeringsverklaring een motie in waarin hij vaststelde dat Israël in het Nederlandse buitenlandbeleid ‘al vele decennia een belangrijke partner’ is en de regering opriep ‘om actief te blijven investeren in de band met de staat Israël’. Vervolgens gebeurde er iets opmerkelijks: in de late uurtjes van het debat ‘ontraadde’ premier Rutte die motie, de PvdA stemde tegen, maar hij werd aangenomen met steun van Ruttes eigen VVD. Het eerste kiertje in het bouwwerk van beide coalitiepartners.

‘De minister-president wilde rekening houden met de gevoelens van de nieuwe coalitiepartner,’ zegt Ten Broeke daarover. ‘Maar ik vond de minister-president iets te voorzichtig. Het was een ongevaarlijk motie die niet in strijd was met het regeerakkoord. We hebben er ons dus niks van aangetrokken, een beetje dualisme dus.’

Directeur Ronny Naftaniel van Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) ziet het toch een tikkeltje anders. De aangenomen motie is volgens hem wel degelijk van belang: ‘De actieradius van Timmermans is hierdoor beperkt. Een meerderheid van de Kamer wil de relatie met Israël verdiepen. Als de minister zijn koers erg verlegt, zal de Tweede Kamer daar tegen zijn.’

‘Het voorspelt weinig goeds als de PvdA zich zo door de VVD laat intimideren’

Een dag later moest minister Timmermans zich al verantwoorden voor de houding die Nederland zou innemen tegenover de aanvraag van de Palestijnse autoriteit om bij de Verenigde Naties een hogere waarnemersstatus te verkrijgen. Timmermans vond dat niet zo’n goed idee. Principieel had hij er geen bezwaren tegen, maar het zou de weg naar vrede in het Midden-Oosten belemmeren. De VS zou fondsen voor de Palestijnen bevriezen en de reactie van Israël zou de zaak nog ingewikkelder maken. ‘Mijn oprechte zorg is dat Abbas (de Pa­les­tijn­se president, red.) zich hiermee in zijn eigen voet schiet,’ zei Timmermans.

Die oprechtheid werd in twijfel getrokken door een deel van de oppositie. Timmermans en zijn PvdA hadden in de zomer namelijk nog voor de statusverhoging van de Palestijnen gestemd. Wat was er veranderd, behalve dan dat Timmermans nu minister was geworden? Het antwoord dat Obama was herkozen en Amerikaanse presidenten in hun tweede termijn traditiegetrouw hun blik naar het buitenland richten en vredesinitiatieven nemen, overtuigde niet. D66 en SP dienden een motie in die de regering opriep juist vóór de statusverhoging te stemmen. Buitenlandwoordvoerder Désirée Bonis van de PvdA, oud-ambassadeur in Syrië, leek er wel voor te voelen. Tijdens het debat had ze nog zinnen gebruikt als ‘aan welke kant van de geschiedenis’ je komt te staan. Maar voorafgaand aan de stemmingen kreeg ze bezoek van Timmermans en vicefractievoorzitter Martijn van Dam. Zelfs Diederik Samsom verscheen ten tonele. Uiteindelijk stemde de PvdA-fractie tegen.

‘Welkom in de wereld van de Tweede Kamer,’ reageert Harry van Bommel van de SP. ‘De PvdA heeft ervoor gekozen de politieke vrede te bewaren. Het voorspelt weinig goeds als de PvdA zich zo door de VVD laat intimideren.’ In het verleden trok Van Bommel politiek nog veel op met Timmermans: ‘Nu zit hij aan alle knoppen, draait hij ze de verkeerde kant op!’ Désirée Bonis was niet beschikbaar voor commentaar.

Het Midden-Oosten is ook in Nederland een politiek mijnenveld. Aan de uitlatingen van Timmermans valt af te leiden dat hij tastend zijn weg terugzoekt naar een middenpositie in Europa. Nederland moet niet de voet dwars zetten, maar op zoek naar consensus: ‘Een verdeelde Unie vind ik een machteloze Unie,’ zei hij vorige week.

Zijn diplomatieke gaven zullen daarbij nog danig op de proef worden gesteld. Wat gaat Nederland doen met het initiatief voor een ‘samenwerkingsraad’ met Israël die door het vorige kabinet was voorbereid, maar met de val van dat kabinet opgeschort? En hoe wil Timmermans omgaan met producten van kolonisten uit de bezette gebieden? De belangrijkste testcase voor de nieuwe coalitie kan al heel snel op het bordje van de minister belanden: op het moment dat het geweld in Israël en Gaza nog verder uit de hand loopt.