Het leven is niet vriendelijk geweest voor Clay en Digger.
Twee tieners met dezelfde moeder, die vermoord is door een van de vaders. De halfbroers zorgen voor elkaar, ook als ze in een jeugdgevangenis belanden. Dan worden ze gegijzeld door een psychopaat die hen meeneemt op een angstaanjagende roadtrip. Het drijft een wig tussen de jongens, die ontdekken hoezeer ze van elkaar verschillen. Een van de broers wordt een koelbloedige moordenaar die slachtend door Texas en Californië trekt.
Bekraste zielen staat bol van pick-ups die stofwolken achterlaten op snelwegen, goedkope motels met flikkerende neonverlichting, saloons en smoezelige wegrestaurants naast billboards met teksten als: ‘Laat Jezus binnen in uw hart. Als het u niet bevalt, mag u bij de duivel ruilen.’ Moddervet Amerikaans, zoals al Ellory’s boeken.
Terwijl hij zelf geen Amerikaan is. R.J. Ellory groeide op in het Engelse Birmingham, waar hij nu weer woont, en voldoet aan de stereotypen van zijn landgenoten: rossig haar en een lichte huid, welgemanierd en ernstig. Ellory is al sinds zijn tienerjaren geobsedeerd door Amerika, dat hij toen alleen van televisieshows kende – Starsky and Hutch en Kojak waren favoriet. Hij gaat er inmiddels regelmatig naartoe. ‘Ik denk dat het mijn verhalen ten goede komt, dat ze op een plek ver van mijn woonplaats spelen. Ik kan er objectiever naar kijken.’
Als Ellory praat, weegt hij zijn woorden niet, hij hapert niet en hoeft nooit lang na te denken over een antwoord. Ellory is een man met een boodschap. ‘Ik wil dat mijn boeken de levensvisie van mensen veranderen.’ Zijn ideeën voor verhalen beginnen altijd met een vraag die hij zichzelf stelt over de aard van de mens. Deze keer was die: hoe kunnen mensen samen opgroeien, van elkaar houden, en toch als dag en nacht van elkaar verschillen? ‘Ik denk dat ons karakter sterk wordt bepaald door onze aard, niet door opvoeding. Daarom bestaan er tweelingen die in exact dezelfde omgeving zijn opgegroeid, exact hetzelfde hebben gegeten, die genetisch precies hetzelfde zijn, waarvan de een hersenchirurg is en de ander metselaar. Waarvan de een voor het Rode Kruis werkt en de ander moordenaar is.’
Ellory en zijn broer braken in bij een klooster en stalen de kippen
Echt alleen
Ellory’s jeugd vertoont opvallende overeenkomsten met die van de twee broers. Zijn moeder overleed toen hij zeven was, zijn vader vertrok met de noorderzon nog voordat hij werd geboren. Zijn oma nam de zorg over van zijn moeder, opa was al lang dood. Op zijn zevende moest Ellory op een internaat. Hij zag zijn oma nog twee keer per jaar, dan keken ze samen naar soapseries, herinnert hij zich. Toen ook zij overleed, Ellory was zestien, voelde hij zich ‘echt alleen’.
Niet veel later werd hij opgepakt na een strooptocht met zijn broer, van wie hij toen dacht dat hij een halfbroer was (een jaar geleden bleken ze toch van dezelfde biologische vader). Ze braken in bij een klooster en stalen de kippen. ‘We stierven van de honger.’ De broers werden gepakt en moesten naar een jeugdinrichting, waar ze drie maanden bleven. Ellory vertelt zijn levensverhaal op droge toon. Hij is er dan ook niet rouwig om. ‘Die periode heeft mijn leven veranderd, daar ben ik van overtuigd.’
Gevoel voor drama kan hem niet worden ontzegd, hij vergelijkt zijn verhaal met dat van Jean Valjean, de hoofdpersoon van Les Misérables die negentien jaar in een strafkamp zat wegens het stelen van brood. Na zijn vrijlating kwam Valjean tot inkeer. Hij besloot onder meer een goed mens te worden. Ellory werkte na zijn gevangenschap in de zorg en met verslaafden.
‘Tijdens mijn leven heb ik mensen ontmoet van allerlei rangen en standen,’ zegt hij. ‘Er zijn twee dingen die me heel duidelijk zijn geworden. Dat we meer aankunnen dan we denken. We gaan door, ook al maken we de verschrikkelijkste dingen mee. En dat het overgrote deel van de mensen diep van binnen “goed” is. De gevaarlijke zijn in de minderheid.’
‘Als je doodnormale mensen confronteert met buitengewone omstandigheden, komt hun ware aard naar boven’
Dat heeft hem er niet van weerhouden om al begin jaren negentig te beginnen met het schrijven van thrillers, waarvan hij er een stuk of twintig schreef voordat een uitgever hapte. Hij kreeg honderden afwijzingsbrieven, legde zich aanvankelijk neer bij zijn lot, maar begon weer nadat hij op 11 september 2001 werd geconfronteerd met de menselijke vergankelijkheid. Zijn internationale doorbraak kwam in 2007, toen verscheen A Quiet Belief In Angels, later vertaald als Een stil geloof in engelen (het kreeg drie sterren in de Gids). Ellory heeft inmiddels elf internationaal succesvolle titels op zijn naam staan.
Boeddhisme
Ellory heeft zichzelf nooit ten doel gesteld om misdaadboeken te schrijven. Hij gebruikt criminaliteit als middel om de mens als ‘spiritueel wezen’ te onderzoeken. ‘Als je doodnormale mensen confronteert met buitengewone omstandigheden, komt hun ware aard naar boven.’ Hij vindt dat hij menselijke drama’s met misdaadelementen schrijft en dat zijn verhalen een mengeling zijn van literatuur en thriller. ‘Goede thrillerschrijvers plaatsen normale mensen in buitengewone situaties en laten zo de ware aard van hun karakters zien. Het fundamentele verschil met literatuur, goede literatuur, is dat die gaat over buitengewone mensen in doodnormale situaties. Ze worden mentaal, emotioneel en fysiek beproefd in hun opvattingen over het leven. Wat maakt goede mensen slecht en waarom handelen slechte mensen zoals ze dat doen? Ethiek, integriteit, verlossing, daar ben ik in geïnteresseerd.’
Ellory begon met het stellen van existentiële vragen tijdens de ‘kentering’ in zijn leven na zijn verblijf in de jeugdgevangenis. Hij ontwikkelde ook belangstelling voor het boeddhisme. ‘Ik geloof dat de mens een spiritueel wezen is. Dat we geen ziel hebben maar zijn en dat de geest de motor van het lichaam is. Hersenen zijn onze accu. Ze genereren impulsen die ons lichaam in beweging zetten, maar de beslissing om te bewegen komt uit jezelf.’ Als de mens stopt met ademen, leeft de geest voort, denkt Ellory.
Kinderachtig
Nadat zijn eerste boek, Candlemoth, in 2003 werd gepubliceerd, verliep Ellory’s carrière nagenoeg vlekkeloos. Zijn werk wordt meestal met gejuich ontvangen. Critici prijzen zijn schrijfstijl, het tempo van zijn boeken en – dat vindt hij het belangrijkst – de manier waarop hij de psyche van de mens in beeld brengt. ‘In het mededogen waarmee de schrijver de twee “bekraste zielen” beziet, klinkt het zelfonderzoek door van een man die net als zijn protagonisten heel jong was toen hij zijn ouders verloor en opgroeide in tehuizen en jeugdgevangenissen,’ schreef Marijn van der Jagt in Vrij Nederland.
Maar in september 2012 kwam er plotseling een smet op zijn blazoen. Thrillerauteur Jeremy Duns ontdekte dat R.J. Ellory zijn eigen boeken online lovend recenseerde op bijvoorbeeld de website van Amazon en boekenfora. Als ‘Jelly Bean’ zegt hij over Een stil geloof in engelen (kreeg drie sterren): ‘Een thrillerschrijver van het hoogste niveau.’ En: ‘Een van de meest ontroerende boeken die ik ooit las. Hoe hij omgaat met de Engelse taal is adembenemend.’
En dat niet alleen, Ellory sabelde boeken van collegaschrijvers op diezelfde websites neer. Stuart MacBride’s Eindspel is volgens Jelly Bean ‘weer zo’n afgezaagd boek in die schijnbaar eindeloze parade van politieprocedures’. Na de ontmaskering barstte er in Engeland een hevige discussie los. Collega-auteurs kwamen ook uit de kast. Andere auteurs waren ziedend. Al snel betuigde Ellory spijt. Het was een uit de hand gelopen grap, een recensiewedstrijd met een familielid. En die auteurs die hij afkraakte (naast MacBride ook Mark Billingham) vond hij nu eenmaal slecht, en ze hadden eens gemeen gereageerd toen hij iets met ze wilde doen voor thrillerschrijvers in Engeland. ‘Het was kinderachtig van me, maar het is ook weer niet zo erg als de media het deden lijken. Ze suggereerden dat ik honderden recensies schreef, in werkelijkheid waren het er veel minder.’
‘Als kinderen domme dingen doen, zeggen ze achteraf steevast: toen ik het deed, leek het een goed idee,’ zegt Ellory. ‘Volwassenen hebben dat nog steeds. We laten alles in de soep lopen omdat het toen een goed, of minstens geen slecht, idee leek. Het verschil tussen goed en slecht is: nemen we verantwoordelijkheid voor onze daden of geven we iemand anders de schuld?’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.