De verzuchting komt na een pot rooibosthee en een kleine twee uur praten over salafisme, de ultrafundamentalistische variant van de islam die met zoveel argwaan wordt bekeken: ‘Ik word soms ook wel moe van die salafistische beweging,’ zegt antropologe Ineke Roex van de Universiteit van Amsterdam, kijkend uit het raam van haar strak ingerichte huiskamer ergens in het oosten van Nederland. ‘Zo spannend is het allemaal niet, hoor. Je hebt vooral heel veel burgerlijke IKEA-salafisten, de truttigheid druipt ervan af. Brave mensen die zich afvragen of ze van de islam een vlieg mogen doodslaan of met welke voet ze een toilet moeten binnentreden. Voor mijn veldwerk heb ik ook uren en uren supersaaie lezingen bijgewoond. Die mensen zijn echt niet de hele tijd bezig antidemocratisch te zijn. Integendeel, het is over het algemeen gewoon een heel brave en saaie beweging. Nee echt, oersaai.’
Daar denkt de Tweede Kamer dus heel anders over. In december nam die een motie aan van PvdA’er Ahmed Marcouch die het Openbaar Ministerie opriep te onderzoeken of salafistische organisaties in Nederland verboden kunnen worden. Marcouch noemde het salafisme een ‘totalitaire machtsideologie’ met een ‘ongrijpbare dynamiek’ en een ‘kweekvijver voor jihadisme’. Salafistische moskeeën als de As-Soennah in Den Haag en de El Tawheed in Amsterdam zouden zich in het openbaar distantiëren van de Islamitische Staat, maar intussen wel de geesten rijp maken voor radicalisering en vertrek van jongeren naar de strijd in Syrië.
Vragen staat vrij
Het zijn de ‘labels’ van extremisme die Roex kritisch maken. Als studente deed ze in 2004 onderzoek naar de Arabisch-Europese Liga (AEL) van Dyab Abou Jahjah in België en vond de grote angst voor die beweging eigenlijk overdreven. En na de moord op Theo van Gogh in datzelfde jaar zocht Roex op verzoek van de voorloper van terrorismecoördinator NCTV uit wat salafisme precies inhield. Moordenaar Mohammed B. bezocht immers salafistische moskeeën, maar over die geloofsgemeenschap was haast niks bekend.
Roex deed rond 2008 een jaar lang ‘24/7 veldwerk’ in en om de belangrijkste salafistische centra, bijvoorbeeld in Amsterdam, Eindhoven, Tilburg en Den Haag. Het leidde uiteindelijk tot haar proefschrift Leven als de profeet in Nederland, want dat is wat deze fundamentalistische soennieten volgens Roex willen: een morele heropvoeding van moslims aan de hand van een letterlijke interpretatie van de koran. En een islam zoals Mohammed en zijn metgezellen van destijds die zouden hebben beleefd. Een geloofsleer waar ongeveer acht procent van de Nederlandse moslims ‘ontvankelijk’ voor is.
Wat is voor jongeren toch de aantrekkingskracht van salafisme?
‘Jongeren hebben behoefte aan kennis over de islam. Wat zegt de islam nu echt? Een islam met autoriteit die claimt zuiver te zijn, zonder invloed van allerlei culturen. En dan kom je al gauw bij een salafistisch verhaal terecht, dat op internet ruimschoots voorhanden is. Jongeren willen ook dingen weten over taboeonderwerpen als jihad of seksualiteit. In de Turkse of Marokkaanse cultuur praat je daar niet over. Maar een van de kenmerken van salafistische organisaties is: vragen staat vrij. Want, zeggen ze, de islam heeft overal een antwoord op.’ Het dragen van een hoofddoek vond ik ingewikkeld. Als onderzoeker wil je niet te veel opvallen en je onderzoeksgroep respecteren, maar moet je die hoofddoek dan al in de tram opdoen?
Was het voor u als vrouw niet moeilijk onderzoek te doen onder salafisten?
‘Nee, handig juist. Ik kon in de moskee zowel bij vrouwen zitten als met mannen gesprekken voeren. Bij informele netwerken was het wel moeilijker, soms onmogelijk, om binnen te komen. Ik werd ook niet versierd of zo. Dat probeerden ze tijdens mijn veldwerk bij de AEL wel.’
Voelde u zich niet onbehaaglijk gezien de achterstelling van vrouwen?
‘Daar heb ik wel veel over gepraat. Mij bleek juist dat veel vrouwen de islam ook gebruiken om zich te emanciperen. In sommige Marokkaanse kringen mogen vrouwen niet werken, maar hier kwamen ze erachter dat de islam dat helemaal niet zegt. Wel vond ik het dragen van een hoofddoek ingewikkeld. Als onderzoeker wil je niet te veel opvallen en je onderzoeksgroep respecteren, maar moet je die hoofddoek dan al in de tram opdoen? Daar voelde ik me een tijd erg onzeker over. Toen ik besloot dat ding gewoon in de moskee op te doen, was dat een hele opluchting.’
Er bestaat grote zorg over het salafisme: een groeiende beweging die de democratie ondermijnt en een kweekvijver is voor jihadisten.
‘Het is onduidelijk of er wel sprake is van groei. De AIVD zegt het, maar er is geen recent kwantitatief onderzoek gedaan. Bovendien neemt het allerlei vormen aan, tot aan vermengingen met liberale stromingen toe.’
Het zijn bijvoorbeeld lokale bestuurders die het salafisme zien groeien.
‘Of hebben lokale bestuurders meer kennis gekregen? Weten ze beter wat er speelt? Ik zeg niet dat het niet zo is, maar we weten het gewoon niet. Natuurlijk leiden moskeeën als de As-Soennah in de Haagse Schilderswijk mensen op om les te geven. Die predikers trekken het hele land door en zorgen voor nieuwe aanwas.’
Vrij Nederland sprak vorig jaar moslims in Gouda die vertelden dat hun buurtmoskee onder steeds grotere salafistische invloed kwam te staan. Dat hoor je elders ook.
‘Dat gebeurt inderdaad. Maar tegelijkertijd is er ook steeds meer weerstand tegen. Niet alleen in de Tweede Kamer, maar ook in de moslimgemeenschap zelf.’

Vergeet de lange armen uit Turkije en Marokko, zei Marcouch in de Kamer, kijk naar de lange vingers van Saoedi-Arabië. Salafisten worden gefinancierd met oliedollars uit de Golfstaten.
‘Het probleem is dat je die geldstromen als overheid niet kunt stoppen, tenzij ze de jihad financieren. Het gaat bij donaties meestal om opvoeding en educatie. De boeken en gratis korans die ze meebrengen zijn niet verboden, tenzij erin wordt opgeroepen tot geweld.’
Dan maar een verbod op salafistische organisaties, zegt de Tweede Kamer.
‘Ik denk dat repressie ons niet gaat helpen. Wel als een salafist de wet overtreedt, natuurlijk. Maar als je die hele beweging criminaliseert en probeert te onderdrukken, snijd je je in je eigen vingers. Salafistische moslims keren dan terug in een isolement en dat is het laatste wat je moet willen. Dat is niet goed om radicalisering te voorkomen, maar ook niet voor de positie van vrouwen.’
Marcouch beroept zich op wanhopige moslimmoeders die aan de bel trekken: onze jongeren worden vergiftigd door een volstrekt intolerante ideologie en verdwijnen naar Syrië. Dat is toch uitermate zorgelijk?
‘Dat is ook zo. We hebben te maken met een afschuwelijke situatie. Tweehonderd jongeren vertrekken naar de oorlog. Er is een sense of urgency. Maar die is ook bij salafisten zelf aanwezig. Die beweging heeft zijn eigen dynamiek. Want onder de bezoekers van die moskeeën zijn ook ouders die hun kinderen verliezen. Ze willen er echt iets tegen doen, ze hebben een probleem en voelen zich verantwoordelijk. Ze werken meer samen, ze bestrijden in hun lessen gewelddadige interpretaties, meer dan ze dat in het verleden deden. Als je ze gaat verbieden, is dat allemaal weg.’
Salafisme is salafisme, zegt Marcouch. Niet-gewelddadige salafisten gaan ons niet helpen tegen de gewelddadige.
‘Dat is echt een veel te simpele weergave van de werkelijkheid. IS is een gruwelijke organisatie en ook nog eens salafistisch. Maar IS en salafisme zijn niet synoniem. Je kunt niet zeggen dat het salafisme een gewelddadige politieke beweging is. Marcouch zegt ook dat alle salafisten een islamitische staat willen, klinkklare onzin. Hij doet alsof iedere salafist een politiek project heeft. Maar zo’n ongenuanceerde benadering gaat ons echt niet helpen.’ Ik zou het prima vinden als er ook een salafistische partij wordt opgericht. Participatie in het politieke debat zorgt juist voor ruimte om onwenselijke zaken te veranderen.
De Kamer is ongenuanceerd, vindt u?
‘Ja, een verbod is paniekvoetbal naar aanleiding van de aanslagen in Parijs. Men is zo bang voor het salafisme dat men het allemaal op één hoop gooit. Natuurlijk is het salafisme onverdraagzaam. Zoals elke fundamentalistische beweging. Ze hebben namelijk een waarheidsclaim. Alles wat daarbuiten valt, is dus minderwaardig. Maar dat is inherent aan welke orthodoxe geloofsbeleving dan ook. Ook orthodoxe christenen zijn onverdraagzaam in hun ideeën. Maar salafistische organisaties in Nederland prediken geen onverdraagzaam gedrag. We moeten het onderscheid blijven maken tussen strenge geloofsopvattingen en veiligheid. Natuurlijk kan het nog beter, maar het salafisme in Nederland wordt goed in de gaten gehouden.’
Oké, lang niet alle salafisten hangen een gewelddadige jihad aan. Maar vrijwel alle bekende jihadisten kwamen in salafistische moskeeën voordat ze verder radicaliseerden. Of het nou ging om de Hofstadgroep tien jaar geleden of de jihadisten in de Schilderswijk nu.
‘Dat is ook een probleem.’
Maar als die moskeeën kweekvijvers blijken te zijn, moet je er dan als overheid niet hard tegen optreden?
‘Dan zouden we ook hard moeten optreden tegen de PVV omdat Wilders extreemrechts inspireert.’
Misschien moet dat ook wel.
‘Nee, ik denk dat het goed is dat de PVV in de Tweede Kamer zit omdat het een stem geeft aan een sentiment dat er gewoon is in de samenleving. Daarom zou ik het prima vinden als er ook een salafistische partij wordt opgericht. Participatie in het politieke debat zorgt juist voor ruimte om onwenselijke zaken te bespreken en te veranderen.’
Anti-westerse preken
Ten tijde van de moord op Theo van Gogh waren in salafistische moskeeën scherpe antiwesterse preken te horen en uit heimelijke opnamen bleek dat ongelovigen werden verketterd. De bekende radicale Haagse imam Fawaz Jneid bijvoorbeeld uitte de meest verschrikkelijke verwensingen over Van Gogh, Hirsi Ali en Aboutaleb. Maar in de jaren erna zijn de belangrijkste predikers hun toon gaan matigen. Fawaz adviseerde zijn volgelingen aangifte te doen tegen leden van de Hofstadgroep rond Mohammed B. En later distantieerde hij zich openlijk van jihadistisch-salafistische groeperingen als Sharia4Belgium. Ook riep hij gelovige moslims in 2006 op te gaan stemmen, waar zijn moskee eerder tegen de democratie had gepredikt. In Den Haag leidde die koerswijziging tot een breuk met een groep jonge radicale moslims rond Abou Moussa. Zij konden zich niet vinden in de verwatering van de boodschap. Samen met onder meer collega Martijn de Koning beschreef Ineke Roex dat proces in detail in het rapport Eilanden in een zee van ongeloof dat een rol speelde bij de berechting van die groep vorig jaar. Abou Moussa ontpopte zich als felle IS-aanhanger en diverse van zijn vrienden vertrokken naar de strijd in Syrië. Leden van die groep kregen in december jarenlange gevangenisstraffen.
De vraag is wel: hoe oprecht is die matiging bij salafistische organisaties?
‘Ze hebben niet tegelijkertijd twee verschillende boodschappen. Dat kunnen salafisten niet volhouden, er heerst een cultuur van elkaar voortdurend de maat nemen. Ze hebben hun boodschap wel veranderd en dat heeft niet elke bezoeker geaccepteerd. Maar dat is juist de dynamiek binnen de beweging. Het salafisme is niet een statische homogene monolithische groep waarvan je kunt zeggen: zo zit het in elkaar, zo moet je ermee omgaan. Het verandert voortdurend. Niet alleen onder druk van de overheid – ze doen het omdat het moet – maar ook omdat er een dynamiek is in de eigen geledingen: in Nederland, in België, maar ook in Saoedi-Arabië waar geleerden zich uitspreken tegen aanslagen in West-Europa, bijvoorbeeld. Eerst had men wel de neiging het probleem radicalisering te bagatelliseren: is het wel een probleem? Er zijn toch ergere problemen? Kijk naar islamofobie. Maar nu men zelf kinderen verliest, is er een sense of urgency. Er is de laatste jaren echt meer verantwoordelijkheidsgevoel.’
Marcouch zegt: allemaal puur strategisch. Salafisten werpen een rookgordijn op om hun politieke doelen te verdoezelen.
‘Je kunt nooit bewijzen dat het niet zo is. Maar als salafist kun je het ook nooit goed doen. Als je meedoet, probeer je van binnenuit het systeem te infiltreren, te vergiftigen en uiteindelijk omver te werpen. Maar als je niet meedoet, ben je isolationistisch en moet je participeren. Uiteindelijk draait het om de vraag hoe je omgaat met een fundamentalistische geloofsopvatting in een liberale rechtsstaat. Dat is natuurlijk de paradox van de liberale rechtsstaat. Je mag niet-liberaal zijn in een liberale rechtsstaat, daar geeft de rechtsstaat ruimte voor. En dan denk ik: laten we vertrouwen hebben in ons systeem: democratie is besmettelijk.’

Een fundamentalistische geloofsovertuiging heeft de SGP ook, maar die keert zich niet tegen de democratie als afgoderij.
‘Je moet je afvragen: wat is dat antidemocratische precies? Oké, vanuit het theologische concept tawheed is democratie inferieur aan islam, want God is de enige die wetten mag maken. Maar de mainstream salafistische organisaties roepen niet op tot het omverwerpen ervan. Integendeel, ze zeggen: we hebben een verbond gesloten en moeten gehoorzamen aan de wetten in de landen waar we leven.’
Maar ze nodigen wel geregeld imams uit van wie bekend is dat ze de meest verschrikkelijke dingen hebben gezegd.
‘Ook daar weer geldt de wet. Je moet bovenop die organisaties zitten en weten wat ze prediken. Als er iets gezegd wordt dat niet kan, moet je optreden. Maar we moeten niet zelf de rechtsstaat aan de laars lappen, we moeten hem uitoefenen. Dat is onze kracht.’
Dus ‘haatimams’ weigeren, zoals burgemeesters proberen?
‘Tja, dat zal de populariteit van die predikers alleen maar verhogen, vrees ik. Iedereen gaat googelen: wie is dat dan? Terwijl eerst niemand die prediker kende. Eigenlijk geef je ze meer podium door ze te weigeren. Ik denk dat je als bestuurder beter moet kijken naar de nadelige effecten die je maatregelen hebben.’
In de Quba Moskee in Zoetermeer predikte tot voor kort Mohammed T. Hij zamelde geld in en verdween naar Syrië. Uit het Context-dossier blijkt zonneklaar dat hij jongeren ronselde voor de jihad. Binnen gevestigde moskeeën dus.
‘Dan weet de gemeente dus niet wat er in haar eigen moskee gebeurt, en de AIVD blijkbaar ook niet. Juist vanwege die ambigue houding ten opzichte van het jihadisme moet je beter weten wat er speelt. Bovendien moet je de sentimenten onder jongeren serieus nemen. Jongeren worden niet passief geronseld, ze zijn er ontvankelijk voor. Wat is dat precies? Wat is er met onze moslimjongeren aan de hand dat zij vertrekken? Daar zou de politiek zich druk om moeten maken.’

Dat is nou precies de benadering waar we een beetje klaar mee waren. We zeggen nu: houd op over die achterstelling van moslims, kijk naar wat die leer predikt. Als die leer inherent zo ondemocratisch is, leidt dat tot verdere radicalisering.
‘Maar je kunt niet zeggen dat dat de hoofdoorzaak is van radicalisering, daar is het proces van radicalisering veel te complex voor. Er is een ideologische component als het gaat om de salafistische leer, maar het heeft ook politieke en sociale dimensies, dat jongeren boos zijn, het gevoel hebben dat je geen moslim kunt zijn in Nederland en dat jongeren ergens onderdeel van willen uitmaken. Ik zeg ook niet: het gaat alleen om sociaal-economische achterstelling, maar laten we de jongeren serieus nemen in hun opvattingen en sentimenten.’
Als radicalisering ook een ideologisch aspect heeft, dan moet je dat toch aanpakken? Met terugwerkende kracht hadden we toch ook het fascisme beter moeten bestrijden?
‘Ik denk dat je het salafisme overschat als je denkt dat het de meerderheid van de moslims in Nederland weet te bekeren. Het is nog altijd een kleine groep. Bovendien kun je een ideologie niet verbieden, dat is het principe van onze rechtsstaat. En als je organisaties verbiedt, hoe ga je bepalen wat een salafistische organisatie is? Ze noemen zichzelf niet zo. En als je daar uitkomt, zijn er allerlei mengvormen. Hoe stel je zo’n lijst op? Dat is niet realistisch. Het is gewoon symboolpolitiek.’
We zijn naïef, zegt Marcouch.
‘Ik denk niet dat ik naïef ben. Ook ik maak me zorgen over het salafisme.’
Wat zijn uw zorgen dan?
‘Dat het voor salafisten heel moeilijk is om hun levensstijl in Nederland vol te houden, ze worden daar erg gespannen door. Ik heb gezien dat mensen stoppen met hun studie omdat ze te veel compromissen moeten sluiten. En dan dreigt het isolement. In 2008 woonde ik de preken bij van Suhayb Salam, een van de belangrijkste salafistische imams. Allemaal mitsen en maren bij studeren. Er bleef bijna niks meer over wat je nog kon doen. Ik werd daar heel treurig van. Maar nu zegt hij gelukkig: ga studeren. Salafisten zien inmiddels in dat je geen vrouwelijke arts kunt eisen als je ze niet opleidt. Ook de positie van kinderen is kwetsbaar. Tot ze naar school gaan, hebben ze weinig toegang tot alternatieven. Destijds sprak ik veel jongeren, die hebben nu kinderen, een nieuwe generatie salafistische baby’s. Hoe gaat het daarmee?’
Stedelijke variant
We praten verder over Saoedi-Arabië, waar de bakermat voor het salafisme ligt. Vanuit de golfstaten drong deze ‘olie-islam’ in de jaren tachtig van de vorige eeuw Nederland binnen. En nog steeds komt er dus geld vandaan om het salafisme in Nederland te financieren. ‘Saoedi-Arabië is heel rijk en dominant, en dat vinden we zorgelijk. Maar intussen doen we ook zaken met Saoedi-Arabië. We zijn dus ontzettend opportunistisch en inconsequent.’ Ook de recente executies in Saoedi-Arabië komen ter sprake, olie op het vuur in het Midden-Oosten. Roex merkt op dat er veel leden van Al-Qaida bij de onthoofden zaten. ‘Dat is meer de Saoedische aanpak van deradicalisering,’ grapt ze. En dan wil Roex nog iets vertellen over het tv-programma Van hagelslag naar halal waarin bekeerlingen onder leiding van Arie Boomsma met hun sceptische moeders naar Jordanië reizen, voor meer wederzijds begrip. ‘Die Hollandse meisjes staan in Nederland dus onder invloed van de Saoedische islam, maar komen daar in Amman tot hun verbazing in contact met een heel interessante moderne, stedelijke variant van de islam. Daarvoor moeten ze dus helemaal naar Jordanië reizen. Echt jammer dat dat in Nederland zelf nauwelijks gebeurt.’
Wie Ineke Roex (33)
Bekend van Haar proefschrift Leven als de profeet in Nederland (2013), over salafisme in Nederland. Daarin onderzocht ze ook in hoeverre de beweging ondemocratisch genoemd kan worden. Ze komt tot de conclusie dat dat in de praktijk over het algemeen erg meevalt. Roex doet ook onderzoek naar jihadistisch-salafistische bewegingen in België, zoals Sharia4Belgium, en naar anti-radicaliseringsbeleid. Ze is tevens werkzaam als docent.
Waarom De Tweede Kamer nam in december een motie aan die opriep tot een onderzoek naar de mogelijkheden voor een verbod op salafistische organisaties.
Enz Roex heeft geen persoonlijke voorkeur voor een stroming binnen de islam. ‘Ik bekijk ze allemaal met interesse.’ Zelf noemt ze zich liberaal-katholiek. Ze vindt dat de politiek wel ‘grote woorden’ spreekt, maar dat die niet helpen. ‘Intussen heeft die politiek het godsdienstonderwijs wegbezuinigd, terwijl je dat nu juist erg nodig hebt.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.