Elsbeth Etty schreef zeventien jaar lang een column voor NRC Handelsblad. Totdat de hoofdredactie onlangs besloot dat het wel genoeg is geweest.
Jammer, vindt ze. Want dat schrijvend nadenken over wat de gemoederen bezighoudt vond ze erg prettig om te doen. ‘Columns schrijven is een oefening in denken. Je dwingt jezelf om een goed beargumenteerde mening te vormen.
Ik wilde als columnist onvoorspelbaar zijn. Dat lukt alleen maar als je in gesprek gaat met jezelf. Proberen dingen van een andere kant te bekijken. Er zijn enorm veel verschillende soorten columns. Je hebt cabareteske stukjes, zoals die van Youp van ’t Hek. Daarnaast is er de opiniërende column, die iets zegt over politiek en maatschappij. En je hebt de dagelijksleven-stukjes, zoals Frits Abrahams, Sylvia Witteman of Aaf Brandt Corstius ze schrijven. Een pakkende stijl is essentieel, zeker bij die laatste categorie. Maar je moet ook iets te melden hebben. Er is er maar één die echt briljant over niks kan schrijven en dat is Remco Campert. Een opiniërende column moet altijd inhoud hebben. Daarbij is het woord “invalshoek” eigenlijk belangrijker dan “onderwerp”. Een mening op zich interesseert me niet.
Ik wil dat iemand mij een verrassend gezichtspunt aanreikt. Dat is in de grote stroom columns die verschijnt lastig. Ik heb vaak gedacht: o nee, niet wéér de PVV. Dan verbood ik mezelf om daarover te schrijven. Er zijn maar weinig columnisten die autonoom hun eigen pad weten te kiezen. Henk Hofland is daar een mooi voorbeeld van. Die weet altijd iets toe te voegen aan een debat. Maar De Beste in zijn Vak is Arnon Grunberg. Die Voetnoot in de Volkskrant is werkelijk erg goed.’
Foto: Truus van Gog / Hollandse Hoogte.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.