Interview / Regisseur Martin Koolhoven
Martin Koolhoven was er echt van overtuigd dat zijn film Oorlogswinter zou meedingen naar de Oscar. Helemaal toen Mike van Diem (die in 1998 een Oscar kreeg voor Karakter) na het zien van Oorlogswinter zei: ‘Martin, you have a shot. Jij gaat genomineerd worden.’ Alle voortekenen waren goed, zegt Koolhoven (40). De film haalde de shortlist, waar maar negen van de vijfenzestig ingezonden films op kwamen. ‘De commissies die een nominatie bepalen, waren onder de indruk.’ Maar het liep anders. Koolhovens film werd uiteindelijk niet genomineerd. En toch maakt de regisseur een paar dagen na de deceptie aan de cafétafel van een etablissement vlak bij zijn huis in Amsterdam-West allerminst een aangeslagen indruk. Hij heeft juist een geweldig inspirerende periode achter de rug. De afgelopen tijd heeft Koolhoven in Amerika allerlei bijzondere mensen ontmoet. ‘Mensen van verschillende belangrijke agentschappen weten nu wie ik ben. Ze hebben gezegd dat ze zeker nog contact met me zullen zoeken.’ Bovendien gaat zijn film straks in vijfentwintig Amerikaanse steden draaien. Natuurlijk, het zou nog mooier zijn als hij wel genomineerd was. ‘Dan was het nog groter geweest. Maar ik heb niets te klagen.’
Martin Koolhoven studeerde in 1996 af aan de Filmacademie. In de jaren erna metselde hij in hoog tempo aan een opvallend cinematografisch oeuvre, met films als Suzy Q, AmnesiA, Het Schnitzelparadijs en Knetter. Maar Oorlogswinter, gebaseerd op het jeugdboek van Jan Terlouw, is volgens de regisseur ‘absoluut het beste’ wat hij tot nu toe gemaakt heeft. ‘De film is op alle fronten gedurfder dan wat ik daarvoor heb gemaakt.’
Veel regisseurs maken hooguit één film in de drie jaar. U hebt er negen gemaakt in acht jaar.
‘Dat komt omdat ik bewust gekozen heb voor kleine films. Dan kun je er meer maken. Ik geloof in het motto: als je veel maakt, word je vanzelf wel goed. Hitchcock heeft vijfentwintig films gemaakt voordat er iets echt goeds tussen zat. Langzaamaan word je ambitieuzer, en beland je bij een film als Oorlogswinter. Maar zo’n film kun je natuurlijk niet elk jaar maken.
Het moeilijkste aan films maken is: van tevoren proberen te snappen hoe het er uiteindelijk uit zal gaan zien. Dat is razend ingewikkeld. Kijk naar Amerika. Daar geven ze miljoenen uit aan het schrijven van een scenario. Aan zo’n script wordt door tientallen mensen gewerkt. Toch zie je op elke dvd deleted scenes. Daarbij moet je bedenken dat wat ze op zo’n dvd zetten ook nog die deleted scenes zijn waarvoor ze zich niet schamen. Er zijn er in werkelijkheid nog veel meer. Met andere woorden: zij weten het ook niet.’
Het ingewikkelde van filmen is dat je doorlopend bezig bent met kleine onderdelen, met losse shots. Je componeert een partituur, maar je werkt aan een noot.
‘En dan ook nog noten die niet in chronologische volgorde staan.’
Hoe weet u dan hoe het uiteindelijk gaat klinken?
‘Dat is nou precies wat het zo moeilijk maakt. Bij Suzy Q had ik een enorm probleem in de eerste akte. Die bleek in de montage veel te lang. Dat hebben we uiteindelijk kunnen oplossen, maar het is natuurlijk erg zonde van tijd en geld. In AmnesiA bleek op driekwart een flinke dip te zitten. Daar kom je pas in de montage achter. Bij De Grot heb ik drie kwartier moeten weggooien. Met scènes waar we nota bene voor naar Thailand zijn gegaan. Dat geld had ik zoveel beter kunnen besteden. Oorlogswinter is de eerste film waarbij alles op zijn plaats viel.’
Al was het ook bij deze productie soms kantje boord. Dat kwam vooral omdat Koolhoven had besloten dat het verhaal zich in de sneeuw moest afspelen. Vanaf het begin had hij steeds één beeld voor ogen gehad, van een jongetje op een kale sneeuwvlakte. ‘De film gaat over het verlies van de onschuld. Daar hoorde die associatie bij van een maagdelijk witte omgeving.’ Daarmee haalde hij zich wel onoverzienbare problemen op de hals. Kernachtig geformuleerd: ‘Die sneeuw, dat was de hel.’ In Nederland kon hij natuurlijk niet draaien, had hij vooraf bedacht. Dus op naar Litouwen, waar de sneeuw elke winter gegarandeerd dijbeenhoog ligt. Maar ja, dan had Koolhoven natuurlijk niet net in de warmste winter sinds honderdvijftig jaar moeten komen. De plekken waar ze wilden draaien, stonden volledig onder water. ‘Ik heb nog naar de crew van De Storm gebeld: “Volgens mij moeten jullie hier maar gaan draaien.”‘ Nu kan hij er om lachen, maar toen stond het water hem aan de lippen. Uiteindelijk bracht nepsneeuw uitkomst. Gemaakt van papier, of bestaand uit schuim dat gebruikt wordt bij de bestrijding van bosbranden. Toen de filmploeg na een maand naar huis ging, kon Litouwen zich zelfs het kleinste heidebrandje niet meer veroorloven. ‘Ze hadden geen druppel schuim meer.’ Voor close-ups bleek luiervulling, aangelengd met water, de beste oplossing. ‘Bloed blijft daar op liggen, terwijl het in echte sneeuw direct wegzakt.’
En er waren talloze andere kopzorgen. Neem die scène waarin een blikje ansjovis wordt opengedraaid. Hoe ze ook gezocht hadden, meer dan twee van die blikjes waren niet te vinden. ‘We moesten heel behoedzaam te werk gaan. Die scène kon niet eindeloos over. We werkten voor de zekerheid met een open en een dicht blikje. Toen heb ik echt staan vloeken: ik sta hier een film van vier miljoen euro te maken en heb maar twee blikjes ansjovis!’
Op slag verliefd
Martin Koolhoven groeide op in een gezin met twee kinderen; zijn zus is drie jaar ouder. Tot zijn elfde woonde hij in het Westland, daarna verhuisde hij naar Asten in Brabant. Zijn vader was timmerman en werd later cipier. Het was een klassiek sociaal-democratisch milieu, waar maatschappelijk engagement sterk werd aangemoedigd. Koolhoven demonstreerde tegen de kruisraketten – ‘uiteraard’ – en droeg een badge met ‘Blijf van mijn makker’. In de bioscoop van Deurne – ‘in Asten hadden we geen bioscoop’ – ontrolde zich voor zijn jongensogen de wereld van Steven Spielberg. ‘Ik was op slag verliefd. In die zaal zitten, meegevoerd worden… Dat is het geweldige aan film. Waar literatuur de wereld inzichtelijk maakt op een intellectuele manier, doet film dat op een emotionele manier. Ik zag werelden die ik niet kende, ik maakte avonturen mee die ik nooit had kunnen dromen.’
Wie waren in die beginjaren uw helden?
‘Ik was vanaf het begin enorm gecharmeerd van Alex van Warmerdam. Hij weet in zijn films een geheel eigen wereld te creëren. Heel Nederlands, maar in zijn aanpak bijna Italiaans. En ik vond later Karakter van Mike van Diem ontzettend goed. Toen ik die film zag, voelde ik: dit is de nieuwe Nederlandse standaard. Het is niet eens de film waarvan ik het meest houd. Turks Fruit ontroert mij meer, en Soldaat van Oranje raakt mij dieper. Maar het goede aan Karakter is dat-ie zo ontzettend professioneel gemaakt is. Alles deugt: het geluid, de casting. In films als Turks Fruit zit toch altijd wel een klein rolletje waarin iemand waardeloos speelt. Bij Karakter is alles goed. Elke scène is doordrenkt van filmische bravoure. Groots en meeslepend. Victor Löw die eigenlijk belachelijk groot staat te spelen. Dat je dat dúrft in een film… dan heb je echt ballen.’
Telt de Nederlandse film inmiddels internationaal mee?
‘Ja, maar dat hangt samen met incidentele films. Shouf Shouf Habibi! heeft het in verschillende landen vrij goed gedaan. Oorlogswinter is ook aan verschillende landen verkocht. In het buitenland wordt Van Warmerdam hogelijk gewaardeerd. Hij heeft in Frankrijk echt een groep fans. Maar een werkelijk commercieel succes zit er niet bij. De enige die groot en commercieel is – maar dan wel in Oekraïne – is Jos Stelling. Je zult het niet geloven, maar Stelling kan daar niet normaal over straat. Laatst draaide hij daar. Kwamen er allerlei filmmakers naar de set om hem een handje te kunnen geven. Er zijn zelfs bioscopen naar hem vernoemd. Om de een of andere reden spreekt zijn beeldtaal die mensen daar enorm aan.’
U noemt Paul Verhoeven niet.
‘Verhoeven is natuurlijk een grote regisseur. Maar doordat hij ook een aantal flops achter zijn naam heeft staan, is zijn ster wat minder stralend dan vijftien jaar geleden. Het vervelende aan de Nederlandse film is dat er nauwelijks een eigen idioom bestaat. Dat kennen we maar op twee terreinen: bij de comedy en de oorlogsfilm. Zet iemand een ronde helm op en hij is meteen een Duitser. Voor de rest wordt alles gerelateerd aan realisme. Nederlanders zijn beeldenmakers, geen verhalenvertellers. Kijk maar naar de literatuur: er zijn maar heel weinig verhalende boeken. Je hebt W.F. Hermans, maar dat is een uitzondering. Boeken van jonge nieuwe schrijvers gaan grof geschetst altijd over een jongen die zijn eigen binnenwereld verkent. In feite gebeurt er niets.’
Zelf probeert hij natuurlijk ook mooie beelden te maken, zegt Koolhoven. ‘Maar ik voel me nog meer een verhalenverteller. Ik wil mensen meevoeren in mijn fantasie. Dat is voor mij de essentie van cinema.’
Binnenkort begint hij zijn eigen productiebedrijf: N279 Entertainment. Genoemd naar de provinciale weg die Asten (het dorp van zijn jeugd) verbindt met Helmond (waar zijn producente Els van der Horst vandaan komt). Het bedrijf zal zich toeleggen op het produceren van films van andere regisseurs en natuurlijk op die van Koolhoven zelf. ‘Zo hoop ik mijn carrière nog iets meer in eigen hand te houden.’
U maakte in het begin van uw carrière vooral artistieke films voor een klein publiek. Het opvallende is dat u langzaam maar zeker bent opgeschoven naar het grote publiek.
Merkbaar geïrriteerd: ‘Daar word ik echt een beetje móé van. Je kunt hooguit zeggen dat het bij mijn films van arthouse naar mainstream gaat. Maar artisticiteit wordt daar niet door bepaald. Oorlogswinter is absoluut de beste film die ik gemaakt heb. Als Oorlogswinter een betere film is dan mijn eerdere werk, dan is het toch automatisch een artistiekere film? Wat is anders artistiek?’
U zult vanaf nu niet snel meer met een klein publiek genoegen nemen.
‘Het een heeft niets met het ander te maken. Voor mij zijn Touch of Evil, Once upon a Time in the West en Some Like It Hot de beste films aller tijden. Die drie zijn voor mij als filmmaker het evangelie; daar zit alles in wat film zo mooi maakt. Het zijn dus wél alle drie mainstream films. Niemand maakt mij wijs dat Sergio Leone een minder artistieke regisseur is dan wie dan ook. In dit verband valt vaak de term “auteursfilm”. Die gaat uit van de theorie dat films pas echt interessant zijn wanneer de persoonlijkheid van de regisseur erin gereflecteerd wordt. En ja, dat zijn volgens die theorie dan automatisch films voor een klein publiek. Dat vind ik onzinnig. Als er één filmer herkenbaar is in zijn werk, dan is het Dick Maas. Dat is bij uitstek een auteur. En bij hem denk ik toch bepaald niet aan arthouse.’
De Nederlandse filmwereld is momenteel in de ban van de perikelen rond de film Iep!, waarbij de producent achter de rug van regisseur Rita Horst om in de film gesneden zou hebben. Is de macht van producenten echt zo groot?
‘Ik zal eerlijk zeggen dat ik de hele affaire onbegrijpelijk vind. Van beide partijen. Ze hebben zich allebei onprofessioneel gedragen. Het conflict begon nadat Rita Horst de film had laten zien aan een testpubliek. Dat publiek reageerde nogal lauw. “Ja,” zei Horst, “dat komt omdat de film nog helemaal niet af was.” De goede muziek zat er nog niet onder, en nog wat van die dingen. Ik zou mij van mezelf niet kunnen vóórstellen dat ik ooit in zo’n situatie zou belanden. Je laat toch niet een versie zien die niet af is? Zorg dat je film wel af is, en laat die vertoning geheel voor zichzelf spreken. Het is jouw vak als regisseur om het allemaal zo blinkend en mooi mogelijk aan publiek voor te schotelen. Als je dat nalaat, kun je je daar later nooit achter verschuilen. Het is jammer dat het zo hoog is opgelopen. Ik heb veel mensen gesproken die erbij betrokken waren. Echt, er waren genoeg mogelijkheden voor beide partijen om weer tot elkaar te komen. Dat het zo gelopen is, mag je alle betrokkenen verwijten.’
De affaire-Iep! staat niet op zich, zegt Koolhoven. ‘Ik weet van het afgelopen jaar zo zes, zeven films te bedenken waar ook ernstig gezeik was in de montage. Regisseurs en editors werden opeens van de montage gehaald of er juist op gezet. Dat komt omdat geld zo’n grote rol speelt. Daardoor komt er steeds meer druk op de montage te staan. Dat leidt steeds vaker tot paniekvoetbal.’
Vader-zoonthema
Koolhoven is, dat durft hij best te bekennen, ‘domweg hartstikke verliefd’ op film. ‘Ik kan mij nog altijd niets mooiers voorstellen.’ Daarom gaat het hem ook aan het hart dat Nederlanders zijn passie maar zo weinig delen. Laat staan dat ze op cinematografisch vlak enig historisch besef hebben. ‘Als je de gemiddelde Nederlander vraagt naar zijn lievelingsfilm is dat altijd iets dat ze de afgelopen twee maanden gezien hebben. Oudere films bestáán niet. Daarin probeer ik Nederland op te voeden. Ik zit niet voor niks bij De Wereld Draait Door te lullen over film. Ik probeer uit alle macht mijn liefde voor cinema over te brengen. Daar ben ik mateloos ambitieus in.’
Vroeger struinde hij echt elk filmfestival af. Dat is er niet meer bij. ‘Diep in mijn hart zou ik mezelf nog steeds dolgraag de hele dag opsluiten met uitsluitend films om me heen. Maar mijn ambitie verbiedt me dat.’ Bovendien is hij sinds twee jaar vader van een zoontje, Tinus Camillo. Het vaderschap heeft zijn bioscoopbezoek tot een minimum teruggedrongen. ‘Moet je nagaan,’ zegt hij, enigszins sip, ‘alles wat nu in de bioscoop draait, moet ik nog zien. Dat was vroeger ondenkbaar.’
Het klinkt misschien gek, zegt hij, maar het vaderschap heeft ook iets veranderd aan zijn kijk op de wereld, en aan zijn manier van regisseren. Sterker nog: dat gebeurde al tijdens de zwangerschap, tijdens het draaien van Oorlogswinter. ‘Het kan geen toeval zijn dat het vader-zoonthema behoorlijk aanwezig is in de film.’
Aanvankelijk was hij er bang voor om vader te worden. ‘Ik dacht dat door een kind mijn ambitie misschien zou doven, dat ik minder goed zou worden als regisseur. Maar ik weet nu dat er een register bij is gekomen dat er eerst niet was. Ik ben sensitiever geworden, dat merk ik aan alles. Een tijdje terug zag ik Antichrist, een film waarin echt huiveringwekkende dingen gebeuren. Eén scène gaat over een klein dood jongetje. In een flashback zie je dat hij hard aan het huilen is. Zijn moeder heeft hem namelijk altijd expres zijn schoentjes verkeerd om aangetrokken. Nou, werkelijk… it haunted me. Ik heb er drie volle dagen last van gehad. Moest echt tegen mezelf zeggen: dit is niet echt, dit is nooit werkelijk met dat jochie gebeurd.’
Veertig is hij nu. Nog een half leven als filmmaker te gaan. Want dat er nog veel komen gaat, staat wat Koolhoven betreft vast. Hij werkt al jaren aan een spaghettiwestern – ‘een geweldig genre; als ik mensen erover vertel, beginnen ze direct te glimlachen’ – en heeft plannen voor een grote horrorproductie. ‘Ik ben ambitieus, ik wil groeien. Ik wil grootse en meeslepende films maken. Ik hoop dat we over tien jaar kunnen vaststellen dat er in mijn carrière een scheidslijn loopt die gemarkeerd wordt door Oorlogswinter. Het zou prachtig zijn als Oorlogswinter bij nader inzien het eerste hoofdstuk blijkt te zijn van een nieuw boek. Ik weet nu nog niet precies wat voor boek dat zal zijn. Maar de titel zal toch iets moeten worden als Hoe ik de wereld veroverde.’
Martin Koolhoven
1969 geboren in Den Haag
1992-1996Filmacademie, afstudeerfilm: De orde der dingen
Maakt daarna onder meer Suzy Q (1999), AmnesiA (2001), Het Zuiden (2004), Het Schnitzelparadijs (2005), ’n Beetje Verliefd (2006) en Oorlogswinter (2008).
Wint in 2001 een Gouden Kalf voor Beste Regie, voor De Grot. In datzelfde jaar krijgt Fedja van Huêt een Gouden Kalf voor zijn rol in AmnesiA. Monic Hendrickx krijgt in 2004 een Gouden Kalf voor haar rol in Koolhovens film Het Zuiden.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.