Wanda Reisel wint de Anna Bijns prijs
‘Er zijn natuurlijk ook mannelijke schrijvers die er geen hout van kunnen.’ Wanda Reisel, winnaar van de Anna Bijns Prijs, de tweejaarlijkse literaire prijs voor vrouwelijke auteurs, formuleert niet altijd even subtiel als het gaat over ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in de literaire canon. Niet omdat ze zich als vrouw achtergesteld voelt, helemaal niet. Eigenlijk houdt ze zich liever niet bezig met de achterstelling van welke minderheid dan ook, vrouwen, joden, negers, homo’s. Vrouwelijke schrijvers, in dit geval. Want: zodra je het gaat hebben over de verschillen en onrechtvaardigheden en waar die uit voortkomen, barsten de clichés los. In het debat dat het afgelopen jaar kortstondig op de opiniepagina’s van de Volkskrant en Trouw woedde, over de vraag waarom vrouwelijke auteurs bijna nooit in de prijzen vallen, buitelden Libris-juryvoorzitter Cox Habbema en de critici Ingrid Hoogervorst, Aleid Truijens en Marja Pruis over elkaar heen in hun pogingen hier iets zinnigs over te zeggen. Zoals: dat vrouwen over persoonlijke, onbenullige vrouwenzaken schrijven, die alleen voor vrouwen interessant zijn. Mannelijke juryleden zouden om die reden geen waardering kunnen opbrengen voor boeken van vrouwelijke auteurs, zoals Hoogervorst meent. Truijens en Pruis reageerden hier fel op.
Vanachter haar vrolijk gekleurde bril zegt Reisel licht geërgerd: ‘Het gaat niet alleen om de inhoud, maar ook om hóé je schrijft. Je kunt als je geniaal bent een roman over het telefoonboek schrijven.’
Negentig procent fictie
Toch is haar laatste boek, Witte liefde, waarmee ze de Anna Bijns Prijs heeft gewonnen, een persoonlijk verhaal: ‘typisch vrouwelijk’ dus, volgens sommigen. ‘Ik heb natuurlijk wel gebruik gemaakt van die trend,’ zegt ze met een grijns. Dan, serieus: ‘Er is veel belangstelling voor het persoonlijke. Je ziet het bij de waardering van zo iemand als Kluun: het blijkt ineens een meerwaarde dat hij zijn vrouw écht verloren heeft. Maar maakt dat het tot een beter boek?’ Kitsch, vindt Reisel, het is een misvatting dat autobiografische verhalen interessanter of echter zijn. ‘Dat is gebaseerd op het idee, dat ooit heel goed door W.F. Hermans is geformuleerd, dat de realiteit geordend zou zijn, dat die volgens bepaalde wetten verloopt. Maar het tegendeel is het geval: dat maken wíj ervan. Iedereen verzint een lijn in zijn eigen leven. Ik maak een verhaal uit de chaos die de werkelijkheid in feite is.’
Die ‘nieuwe blik’ die de schrijver op het zogenaamde echte leven werpt, is juist een meerwaarde, vindt Reisel; het zou een beperking zijn als je je alleen aan de ‘realiteit’ moet houden. ‘Het “echt” van de autobiografie is geen garantie voor boeiende materie voor een roman, en al helemaal niet zaligmakend.’
Ze baseerde haar laatste roman wel op autobiografische gegevens. Witte liefde gaat over een getrouwde Nederlandse vrouw die op het tropische Curaçao de liefde van haar leven beleeft – met een getrouwde man. Die vrouw, dat is haar moeder. Op het omslag prijkt een foto van een dame, Reisels echte moeder, gefotografeerd door Jacques Reisel, zien we in het colofon – haar vader. ‘Maar mijn boek is negentig procent fictie. Ik wist en weet niets over het liefdesleven van mijn moeder. Sommige mensen begrijpen niet dat ik een dergelijke affaire van mijn eigen moeder juist heel spannend vind, dat ik er zo over kan schrijven. Maar ik kijk er vanaf een afstand naar, met een schrijversoog. Ik graaf als een archeoloog mijn eigen geschiedenis op.’
Ze kon daar pas aan beginnen toen beide ouders overleden waren. ‘Ik denk dat iedereen die zijn ouders heeft verloren, dit kan beamen: als ze dood zijn, ga je ze pas als personen zien. De verhouding ouder-kind wordt losgekoppeld en plotseling vraag je je af: wat voor iemand was mijn moeder eigenlijk?’
Al heel lang wilde Reisel een boek maken over haar kinderjaren in de jaren vijftig op Curaçao. Het gezin Reisel, met zes kinderen, woonde twaalf jaar op het eiland. Maar Wanda Reisel was vier toen ze in 1960 teruggingen naar Nederland, te jong om echte herinneringen te hebben. Het vertrek was halsoverkop. Haar broer van twaalf was omgekomen bij een auto-ongeluk en het was voor de ouders onmogelijk om er te blijven. ‘Een paniekerige tijd.’
Ze dacht altijd dat ze helemaal geen herinneringen had aan die tropenjaren: de enige beelden die ze had, waren de achtmillimeterfilmpjes die haar vader had geschoten, eindeloos veel bijna documentaire-achtige beelden. ‘Wel had ik een soort sprookjesbeeld over een rond huisje met een lichtblauwe sloot eromheen waarin goudvissen zwommen, en met stenen erin naar de voordeur toe. Binnen woonde de kip met de gouden eieren. Ik dacht: dat heb ik uit een sprookje. Totdat ik het een keer aan mijn oudste broer vertelde, en die zei: maar dat huisje bestaat echt! Het bleek het huis van mevrouw Sterenthal te zijn, op Curaçao, waar wij wel eens gingen spelen. Mijn broer vertelde dat daar eens een kip naar binnen was gelopen die op tafel een ei had gelegd. Dat sprookjesbeeld bleek mijn enige echte herinnering te zijn aan dat eiland.
Als dat waar is, wil ik dat wel eens meemaken, dacht ik, en ik zei in 1992 tegen mijn moeder: ga mee! Laat mij die dingen zien, vertel me alles, van vroeger. Ik heb een camera geleend en ben met haar alle mensen afgegaan die ze nog kende van vroeger, vrienden, kennissen, personeel.’
Liefdesaffaire
Voor Reisels moeder was het ook voor het eerst sinds 1960 dat ze terugging. Een belangrijke, zeer persoonlijke ervaring, voor moeder en dochter. ‘Mijn broer ligt daar begraven. We zijn naar dat kerkhof geweest, een mooie sefardische begraafplaats. We hebben zeker een half uur lopen dwalen, mijn moeder had geen idee waar hij lag, dat bleek ze te hebben verdrongen. Toen we het graf eindelijk vonden, vertelde ze dat ze nooit afscheid van hem had kunnen nemen. Zij was in de Verenigde Staten op het moment dat hij verongelukte, en vanwege de hitte en volgens joods gebruik, werd hij meteen begraven. Ze heeft zijn lichaam nooit meer gezien.
Het rare was: in Nederland bestond hij niet, thuis spraken we nooit over hem. Ik wist niets van hem, behalve dat één keer per jaar, als hij op zijn verjaardag herdacht werd, iedereen ging huilen. Dan begreep ik totaal niet wat er aan de hand was. Maar op Curaçao was het Paultje dit, Paultje dat. Hij leefde daar nog.’
Ze is even stil. Over haar broer heeft ze niet geschreven. Het gezin in Witte liefde bestaat uit slechts een kind met haar ouders. ‘De werkelijkheid is veel en veel ingewikkelder, ook ongeloofwaardiger, dan ooit in een boek is ?samen te vatten.’
Haar moeder vertelde meer. Ook over haar liefdesaffaire op het eiland. Ze hebben zelfs ?samen de vroegere minnaar opgezocht. ‘Ik zag hoe die twee met elkaar omgingen, vertrouwelijker dan ik ooit mijn ouders samen had ?gezien, er ging een wereld voor me open. Hij was een erudiete figuur, hun verhouding moet bijzonder zijn geweest, ze vertaalden samen poëzie. Hij was heel open, vertelde: “Ik was zo verliefd op je moeder, als ik haar auto bij de supermarkt zag staan, begon mijn hart al te bonken.” Toen wist ik: hierover ga ik een roman schrijven.’
Vrouwelijk verzet
Wanda Reisel deed grondig onderzoek voor Witte liefde, ging nog een paar keer terug naar Curaçao. ‘Ik wilde alles weten, vooral de dagelijkse dingen: waar gingen we zwemmen, waar haalde je de boodschappen, wat deden al die vrouwen de hele dag?’ Ze heeft de sfeer van de tropen goed weten vast te leggen, niet alleen volgens de Anna Bijns Prijs-jury die haar stijl roemt als ‘precies, puur, en prachtig’. Het grootste compliment kreeg Reisel van mensen die op het eiland zijn opgegroeid: ik róók het weer.
‘Het was spannend om mijn eigen verleden te zien groeien,’ vertelt Reisel. ‘Ik probeer mijn moeder te verklaren, in het boek. Mijn vader was een dominante en autoritaire man, maar ook intelligent en veelzijdig, ik bewonderde hem als kind. Moeder was de gevoelsmatige, associatieve, en hoewel ik heel close met haar was – we hadden een eigen taaltje samen – vond ik haar niet zo sterk. Ik kon me moeilijk met haar identificeren. Mijn vader had de macht. Maar dat dat stille van mijn moeder een soort rebellie was, kreeg ik pas later door. In haar hoofd leidde zij een heel eigen leven, naast het netjes de kinderen ?opvoeden en echtgenote-van zijn.’
Eigenlijk de klassiek vrouwelijke manier van verzet, denkt Reisel: ‘De strategie van “klets maar wat, vent, ik doe wel wat ik zelf wil”. Ik geloof dat, hoewel er heus slachtoffers zijn, de meeste vrouwen bijzonder sterk zijn en hun eigen oplossingen creëren.’
In het boek zit een subtiele verwijzing naar de machtsverhouding tussen de ouders. Wanneer de bedrogen echtgenoot – die overigens zelf ook een affaire heeft – zijn vrouw en haar minnaar op heterdaad betrapt, volstaat zijn opmerking:
‘“Je chequeboek.”
“Wát zeg je?”
“Je hebt me wel gehoord.”’
Vrouwen die hun eigen oplossingen creëren, kun je een literaire prijs voor vrouwelijke ?auteurs, opgericht door vrouwen, daar ook onder scharen? Reisel is er nog niet uit. ‘Er is zeker iets scheef in de aandacht voor mannelijke en vrouwelijke schrijvers, maar het is de vraag of voorkeursbeleid de oplossing is.’ Toch, na drie nominaties, voor de AKO- en tweemaal voor de Libris Literatuurprijs, wil ze ook wel eens echt aan de beurt zijn. ‘Het is als met Mens-erger-je-niet: als je op het bord wilt komen, duurt het vreemd genoeg soms eindeloos voor je een zes gooit.’
De uitreiking van de Anna Bijns Prijs aan Wanda Reisel is op zondag 3 februari om 15.00 uur in De Balie in Amsterdam. ?De middag begint met een debat tussen hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde Marita Mathijsen, theatermaker Jos van der Schot en auteur Christiaan Weijts over de vraag in hoeverre de literaire canon door mannelijke literaire eigenschappen wordt gedomineerd. ?Zie www.annabijnsprijs.nl.
Alle romans en toneelstukken van Wanda Reisel zijn uitgegeven door Querido. Dit najaar verschijnt haar zesde roman, ‘Die zomer’.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.