Samuel Bjørk

De Noorse schrijver Samuel Bjørk maakt furore met Ik reis alleen, vernoemd naar de tekst op het bordje om de nek van een serie vermoorde zesjarige meisjes in poppenkleertjes. inspecteur Holger Munch en de depressieve, maar briljante Mia Krüger

moeten de zaak oplossen.

We zijn inmiddels wel gewend aan Scandinavische kwaliteitsthrillers

,

zou je denken, maar het succes van uw boek ‘Ik reis alleen’ overtrof dat van uw voorgangers. Nog voor het verschijnen vochten buitenlandse uitgevers om de rechten, en er is een Amerikaanse én een Zweedse televisieserie in de maak.

‘Het was overweldigend en volkomen surrealistisch. Onverwacht ook, omdat het bij toeval ontstond, toen ik een oproep zag voor een nationale thrillerwedstrijd. Waar ik overigens als tweede eindigde. Gelukkig vond ik een andere uitgever

en voor ik het wist, was het aan 22 landen verkocht. Van de smak geld die dat opleverde,

ben ik naar een strandje aan de Birmese kust gegaan. Daar wilde ik in alle rust aan het tweede boek schrijven. Maar helaas moest ik eerder terug vanwege een oogoperatie, dus uiteindelijk heb ik het grootste deel van het jaar in en uit het ziekenhuis doorgebracht.’

Onder uw eigen naam Frode Sander Øien was u in Noorwegen al enigszins bekend als muzikant en romanschrijver. Waarom schreef u deze thriller onder een pseudoniem? Was u bang dat u daarna niet meer serieus zou worden genomen?

‘Nee, het ging mij helemaal niet om reacties van de pers of het publiek. Ik wilde mezelf bevrijden van alles wat ik tot dan toe had gemaakt, om in staat te zijn iets totaal anders te kunnen doen. Mijn oorspronkelijke plan was om mijn identiteit nooit prijs te geven. Het was leuk dat, op een paar goede vrienden na, niemand het wist, en dat het gonsde in Noorwegen: wie heeft dit geschreven? Maar in het buitenland was een portretfoto op de achterflap een vereiste. Dus ik ben gezwicht. Maar het is dubbel. Ik had het geweldig gevonden als het een geheim had kunnen blijven.’

In ‘Ik reis alleen’ zijn de slachtoffers vooral kinderen. De kindermoorden en de beschrijvingen van geestelijke en fysieke mishandeling zijn heel aangrijpend

. To

ch zit er geen enkele beschrijving van expliciet geweld in.

‘Dat heb ik bewust gedaan omdat het verhaal van zichzelf al zo gruwelijk is. Maar ik moest wel diep in de geest van mijn personages duiken om zo te kunnen schrijven dat het voelt of ze echt bestaan. En ik wist niet dat het zo angstaanjagend zou zijn om me te verplaatsen in de dader, om wekenlang rond te lopen met iemand in je hoofd die emotioneel gestoord is. Er waren periodes dat ik niet kon slapen en ’s nachts mijn bed uitging op zoek naar een kroeg, om me weer even normaal te kunnen voelen. Het was een extreme ervaring, maar ook een geweldige kick.’

Een grote rol is weggelegd voor een geheimzinnige religieuze sekte die zich schuilhoudt in het bos. Bestaat er in Noorwegen iets dergelijks?

‘Er zijn hier wel religieuze sektes, maar niet zoveel. Ik heb mij vooral laten inspireren door The Fundamentalist Church of Jesus Christ of Latter-Day Saints, een afsplitsing van de Mormoonse kerk in de V

S: een polygamistische sekte, waarvan de leider een paar jaar geleden veroordeeld is tot levenslange gevangenisstraf vanwege het verkrachten en aanranden van jonge meisjes, met wie hij ‘getrouwd’ was. Wat mij fascineert, is hoe zo’n systeem van misbruik tot stand komt, waarbij een ziek persoon profiteert van zwakke of afhankelijke mensen. Hoe ze hen indoctrineren en laten geloven dat zij de waarheid verkondigen. In breder perspectief gezien kan het ons ook iets leren over machtsverhoudingen in het algemeen. Want geldt voor hoe de rest van de wereld geregeerd wordt niet eigenlijk hetzelfde? Dat er een paar mensen zijn die, vooral uit eigenbelang, de rest van de mensen zeggen wat ze moeten doen?’