Wat is er veranderd nadat u de Gouden Strop had gewonnen?

‘Ik heb een opdracht gekregen om een kinderboek te schrijven, de verkoop is toegenomen en ik verdiende een aardig geldbedrag. Dat je de nummer één wordt uit een lijst met 111 boeken geeft een goed gevoel en dat ervaar ik als erkenning, al ben ik nog steeds een onbekende thrillerauteur.’

Waarom verdiende u de prijs?

‘In De handen van Kalman Teller heb ik de juiste balans gevonden tussen het verstrekken van informatie – ik schrijf altijd over werkelijk gebeurde zaken –, het uittekenen van de twee belangrijkste karakters, een spannende opbouw en een goede plot. Het vinden van die balans is elke keer zoeken. Op dit moment werk ik aan mijn vijfde boek waarin het gaat over klimaatverandering, emissierechten en de handel in zogenoemde ‘carbon credits’: een nieuw ‘derivaat’ van de financiële markten. Het klimaat gaat me zeer aan het hart en met een wereldwijde economische crisis nog vers in gedachten lijkt het me zeer onverstandig om die in handen te geven van de financiële sector.’

Waar haalt u inspiratie vandaan?

‘Door veel te lezen – en zeker niet alleen maar thrillers. Zo leer ik wat goed schrijven is en doe ik ideeën op. Haruki Murakami is een van mijn favorieten. De handen van Kalman Teller begint met een citaat van hem: “Wie kan in hemelsnaam de zee en wat erin weerspiegeld wordt onderscheiden? Of het verschil tussen regen en eenzaamheid?” Prachtig. In zijn geval neem ik soms zelfs letterlijk een mooie zin, gedachte of stukje dialoog over. Het gaat hooguit om een paar regels en ik zie het eerder als eerbetoon dan als plagiaat.’

In al uw boeken is privédetective Jager Havix de hoofdpersoon. Wie is hij?

‘Een mens van vlees en bloed. Iemand die dus ook zo nu en dan worstelt met het leven. Kent u de uitspraak “We staan in onze eigen schaduw en vragen ons af waarom het donker is”? Dat is ook op hem van toepassing. Arnaldur Indriðason zei eens over zijn hoofdpersoon: “Ik kan doorgaan met Erlendur zolang ik het idee heb dat ik hem nog niet helemaal ken.” Dat geldt ook voor mij: er is nog genoeg te schrijven over de ouder, en hopelijk wijzer wordende Jager Havix.’