Filmfestival Rotterdam / Regisseur Doze Chen-zer Niu

‘Are you happy?’ vraagt ?de Taiwanese regisseur Doze Chen-zer Niu in zijn film What on earth have I done wrong? aan zijn landgenoten, uiteenlopend van BT’ers (Bekende Taiwanezen) tot toevallige voorbijgangers op straat. ‘Nee,’ antwoorden ze een voor een. Reden: de slechte economie, een stressvolle baan, ruziënde ouders of chaos in de politiek.

‘Mensen zoeken altijd naar externe factoren als oorzaak van hun ontevredenheid,’ zegt hij. ‘Maar van al dat wijzen word je niet gelukkiger. Dat wilde ik in mijn film laten zien.’

What on earth have I done wrong? speelt zich af in het hedendaagse Tai­wan. Voor de geïnteresseerde leek: in 1996 vonden de eerste democratische presidentsverkiezingen op het eiland plaats. Ze werden gewonnen door de Kuo­min­tang (KMT, ‘de Blau­we Par­tij’), de uit China afkomstige nationalisten die het land al vijftig jaar met harde hand bestuurden. Pas vier jaar later wonnen voor het eerst de ‘oorspronkelijke’ Taiwanezen van de Demo­cra­ti­sche Pro­gres­sieve Partij (de Groe­ne Par­tij) onder leiding van president Chen Sui-Ban. Na een reeks corruptieschandalen en verbroken verkiezingsbeloften is de Tai­wa­ne­se bevolking volledig uitgekeken op de Groe­nen. Bij de parlementsverkiezingen van afgelopen weekend won oppositiepartij KMT maar liefst 81 van de 113 zetels. In maart zijn er presidentsverkiezingen. ‘We hebben de keuze tussen de Groe­ne en de Blau­we Partij,’ zegt Do­ze. ‘Maar de meeste kiezers zitten, net als ik, in het midden. Ze willen gewoon het beste voor Taiwan.’

Bewijzen voor het hoge absurdistische gehalte van de Taiwanese politiek zijn volop te vinden op You­Tube. Wie daar zoekt naar ‘Tai­wan par­lia­men­ta­ry fights’ vindt tientallen filmpjes van politici die letterlijk met elkaar op de vuist gaan. Wij zouden het misschien vermakelijk vinden als Balkenende Wil­ders een optater zou verkopen, maar de Tai­wa­ne­se bevolking heeft inmiddels de buik vol van het geruzie.

‘Toen ik opgroeide, hadden we geen democratie,’ zegt Doze. ‘We droomden van revolutie en het opzetten van een politieke beweging. Maar als je ouder wordt, groei je over dat enthousiasme heen. Inmiddels zie ik politiek als een noodzakelijk kwaad. Ik gebruik de chaos als achtergrond voor mijn film, omdat ik wil laten zien dat alle Taiwanezen hier dagelijks mee te maken hebben. Het heeft effect op hun persoonlijke leven.’

Wat de situatie in de jonge democratie er niet beter op maakt, zegt hij, is dat Tai­wa­ne­zen een ongezonde belangstelling voor roddel en achterklap hebben. En voor politiek. ‘Tai­wan telt bijna honderd televisiezenders die de bevolking dagelijks verzuipen in een stroom aan politieke programma’s.’

Nieuw genre

Doze (1966), zoon van een Chinese va­der, be­gon met ac­te­ren op zijn ne­gen­de en brak door als puber in een po­pu­lai­re tv-serie. In­mid­dels heeft hij in ruim der­tig films gespeeld. Als re­gis­seur maakte hij verschillende Taiwanese tv-series, waar­onder het populaire Kiss of the toast.

Dozes debuutfilm What on earth have I done wrong? (genomineerd voor de Golden Horse Award, de Taiwanese filmprijs voor de beste film) is een avontuurlijke mix van verschillende genres. Het verhaal begint als jolige politieke satire, maar verandert gaandeweg in een persoonlijk drama. De meeste personages in de film spelen zichzelf. En regisseur Doze Chen-zer Niu heeft zelf de hoofdrol. Hij speelt ‘Doze Chen-zer Niu, een regisseur die niet weet hoe hij verder moet’. Dozes moeder, zijn agent Tina Yin en de filmcrew worden respectievelijk gespeeld door zijn moeder, Tina Yin en de filmcrew. Alleen zijn vriendin Ning-Ning wordt gespeeld door een actrice. ‘Maar ook haar heb ik gevraagd om gewoon zichzelf te spelen,’ haast Doze zich op te merken.

Het resultaat: een compleet nieuw genre. De film mengt werkelijkheid en fictie op geraffineerde wijze. Zo speelt een bekende Taiwanese politicus een rol, zonder zelf te weten welke. Daarover later meer.

De vorm heeft nog het meest weg van een mockumentary, een nep-documentaire, zoals Spinal Tap of The Blair Witch Pro­ject – maar dan net ietsje anders. Het vormexperiment is uit praktische overwegingen geboren, vertelt Doze Chen-zer Niu: ‘Ik had al verschillende televisiedrama’s geregisseerd, maar nog nooit een speelfilm. Als debutant kun je in Tai­wan maar moeilijk geld vinden voor het maken van een film. Mijn producer stelde voor om een mocku­mentary te maken over de Tai­wa­ne­se politiek en die aan iedereen te presenteren als echt. Documentaires zijn de laatste jaren namelijk erg populair in Taiwan. Maar als acteur wilde ik er ook drama in stoppen. Uiteindelijk ontstond zo dit nieuwe genre, dat ideaal is om lowbudgetfilms te maken.’ Een groot deel van de scènes nam hij op in zijn eigen kantoor en huis.

Documentairestijl

De film begint met een scène waarin de regisseur met een groep vrienden filosofeert over hoe ze de Taiwanese president Chen Sui-Ban ten val kunnen brengen. Ze willen de ‘Can’t Help It Alliance’ oprichten, een actiegroep die politici voor schut zet. Ze zullen alles in scène zetten, filmen en uitbrengen als documentaire met de titel ‘The Wu Chang Street Revolt’. Zo’n mockumentary blijkt gemakkelijker bedacht dan gemaakt. Financiers vinden het project te riskant, de hoofdrolspeler zegt af en op het moment suprème durft de filmcrew politici niet voor gek te zetten. Als regisseur Doze dan ook nog relatieproblemen krijgt, neemt het verhaal een compleet andere wending.

Het lijkt op wat er in werkelijkheid gebeurde tijdens het maken van de film, vertelt Doze. ‘Ik belandde in een midlifecrisis. Mijn relatie ging uit. Ik vroeg me af hoe ik verder moest met mijn carrière als filmmaker. Ik was niet gelukkig.’ Hij bezocht een psycholoog die hem aanraadde de redenen voor zijn somberheid niet buiten zichzelf te zoeken. ‘Ik moest mezelf onder ogen komen, leren leven met mijzelf. Dat veranderde een heleboel. Daarna heb ik het script van de film veranderd. Ik wilde niet langer een politieke satire maken. Ik wilde een persoonlijke film maken waar ik zelf helemaal achter stond.’ En dus verschoof de focus van de film naar hoofdpersoon Doze en zijn krampachtige pogingen zich staande te houden in de chaos van de Taiwanese samenleving en de perikelen van een slechte relatie. Alleen de documentairestijl bleef behouden. ‘Die zorgt ervoor dat je als kijker sneller gelooft dat alles wat gebeurt, écht zo is.’

Het leverde een aantal bizarre momenten op, zoals een scène waarin hij zijn moeder confronteert met zijn gevoel dat ze altijd meer van zijn broer heeft gehouden dan van hem. ‘Dat was een heel bijzondere ervaring. Ik begon te huilen. Mijn moeder zat naast me en wist natuurlijk dat het bij de film hoorde. Toch reageerde ze heel natuurlijk door me te troosten en me gerust te stellen. We gingen allebei zo in de scène op dat ik nauwelijks met huilen kon stoppen.’

Hij pauzeert. ‘Eigenlijk,’ zegt hij dan, ‘zit je bij die scène toch te kijken naar een documentaire.’

De rol van jezelf vertolken, maakt je kwetsbaar, zegt Doze. ‘Ik heb dertig jaar acteerervaring en als acteur stopte ik altijd iets van mezelf in elke rol, maar ik kon altijd terugvallen op mijn personage. In dit geval niet. Ik miste de bescherming van het personage. Ik realiseerde me: het publiek zal niet alleen mijn rol, maar ook mijzelf beoordelen.’

Lijntjes coke

De Taiwanese filmindustrie speelt een belangrijke rol in de film. Tijdens zijn zoektocht naar geld voor een politieke satire ontmoet regisseur Doze (de Doze in de film) verschillende potentiële investeerders, de een zo mogelijk nog dubieuzer dan de ander. Om te zorgen dat ze geld in het project steken, neemt hij ze met tegenzin mee naar nachtclubs, waar de champagne rijkelijk vloeit en de vrouwen schaars gekleed gaan. ‘Kom op, snuif twee lijntjes coke,’ zegt een van de ondernemers in de film. ‘Dan geef ik je vier miljoen dollar.’

In werkelijkheid heeft hij zó ver niet hoeven gaan, vertelt Doze lachend. ‘Maar soortgelijke situaties komen zeker voor.’ De wanhopige zoektocht naar geld is een ironische verwijzing naar de huidige filmindustrie in Taiwan: ‘Laat me een vergelijking maken met Korea. Daar worden veel meer grote films geproduceerd. Deels komt dat doordat er meer Koreanen dan Taiwanezen zijn. Maar het ligt ook aan een beter functionerende overheid en een sterkere lobby van filmmakers, die gezamenlijk optrekken om te pleiten voor meer geld. In Taiwan is dat niet zo. Het is moeilijk financiers voor een film te vinden. Daardoor gaat er veel talent verloren, denk ik.’

Dat zijn debuutfilm uitgekozen zou worden om te worden vertoond op het Internationale Film Festival in Rotterdam had Doze Chen-zer Niu niet durven dromen. ‘Ik beschouw het als een eer.’ Breeduit lachend: ‘Ik hoop natuurlijk dat het een enorme bioscoophit wordt. Ik ben benieuwd of er ook in andere landen een markt is voor dit genre.’

Pruik

Tot slot, zoals beloofd, de vraag aan Doze Chen-zer Niu hoe hij in vredesnaam de politicus Chiu Yi zo ver kreeg mee te spelen in de film in een scène waarin hij belachelijk wordt gemaakt vanwege zijn pruik. ‘Nou,’ zegt de regisseur, ‘ik heb gewoon tegen hem gelogen. Hij had geen idee wat er gebeurde. We vroegen of we hem mochten interviewen en hij stemde enthousiast in. Twee uur lang sprak ik met hem over politiek en over zijn privéleven. Vooraf vond ik dat ik het recht had een politicus te gebruiken op een manier die mij goeddunkte. Maar tijdens zo’n gesprek ga je toch de persoon zien. Na afloop voelde ik me een beetje bezwaard. Ik zei hem dat we maar een kort fragment van het interview zouden gebruiken, en op een andere manier dan hij wellicht verwachtte. Hij reageerde verbaasd, maar stemde toch toe. Ik vrees dat hij nog altijd niet weet hoe het precies zit, want de film draait nog niet in de Taiwanese bioscopen. Ik wil hem uitnodigen voor de première. En dan maar hopen dat hij een gevoel voor humor heeft.’