Interview Paul Römer

Hij heeft een zeldzaam turbulent half jaar achter de rug. Paul Römer werd afgelopen zomer directeur van de NTR. In diezelfde tijd trad hij toe tot de raad van commissarissen van Ajax, een functie die hij inmiddels alweer achter zich heeft gelaten. En hij verloor zijn vader, acteur Piet Römer.

Dat laatste kwam niet onverwacht. Zijn vader kwakkelde al langere tijd. Een jaar geleden scheerde de dood al rakelings voorbij, toen Römer senior zes weken aan de beademing lag na een felle longontsteking. ‘In feite was hij toen al opgegeven.’ Tegen alle verwachtingen in knapte hij op en werd hij weer bijna de oude. ‘We kregen toch nog een bonusjaar,’ zegt zijn zoon. Totdat hij na verloop van tijd weer slechter werd. Zijn vader had zelf ook in de gaten dat het einde dichterbij kwam. Al was het nooit echt een onderwerp van gesprek. ‘Een van mijn broers zei dat bij de begrafenis heel mooi: “Pa had niks met de dood, hij had iets met het leven.”‘ Piet Römer had wel een euthanasieverklaring, ‘voor het geval dat’. Even leek hij zelf de tijd voor een versneld einde rijp te achten. ‘Nadat hij bijkwam van die longontsteking, riep hij een paar keer iets onverstaanbaars: “…ansie, …ansie”. Wij dachten: zou hij op die euthanasieverklaring doelen? Maar hij bleek te zeggen dat-ie wel weer op vakantie wilde.’

Paul Römer (49) is de jongste van de vijf Römer-kinderen. Zus Anne is de oudste, de vier broers (naast Paul zijn dat Han, Peter en Bart) schelen allemaal ongeveer vijf jaar met elkaar. ‘Binnen de opvoeding waren er nadrukkelijk verschillende generaties. Toen Anne en Han werden geboren, waren mijn ouders straatarm. Mijn vader was nog kolenboer. Toen ik werd geboren was mijn vader al heel bekend. Ik ben daardoor met veel meer luxe omringd geweest.’ Hij zag zijn vader relatief weinig. ‘Als ik ’s morgens naar school ging, sliep mijn vader nog uit van het late werken van de avond daarvoor. En als ik thuiskwam, was hij net weg naar het theater. Mijn moeder nam het grootste deel van de opvoeding voor haar rekening.’ Maar hij ging wel samen met zijn vader naar voetbal. ‘Naar Ajax en Blauw-Wit. Dat waren onvergetelijke middagen.’

Was het lastig om als jongen te bloeien in de schaduw van die grote boom?

‘Nee. Je moet bedenken dat mijn vader nooit echt een stér is geweest. Hij was in de jaren zestig een heel bekende Nederlander, maar dat betekende toen iets anders dan nu. Echte sterren waren mensen als Wim Kan of Wim Sonneveld. Mijn vader was in de eerste plaats een heel gewone Amsterdammer, geen boom waar je vol ontzag tegen opkeek. Hij was wel heel dominant en sfeerbepalend. Enorm Piet-centrisch, zoals wij dat noemden. Als mijn vader ergens binnenkwam en hij was chagrijnig, dan sloeg de stemming in die ruimte onmiddellijk om. In zo’n situatie heb ik ook wel eens een pak slaag van ‘m gehad. Als je ‘m dan irriteerde, kon je een lel om je kop krijgen met de krant of de Televizier. Omgekeerd kon hij ook enorme vrolijkheid meenemen. In elk opzicht een kamervullende persoonlijkheid.

Zijn carrière heeft heel lang geduurd. Eerst had je Stiefbeen en zoon, toen ’t Schaep met de 5 Pooten. En aan het eind kwam nog dat cadeau van Baantjer. Hij heeft van al die periodes geweldig genoten. Al was hij denk ik toch het trotst op zijn Arlecchino, of op de Pinters die hij gedaan heeft. Daar zat voor hem dat ambacht in. Want zo zag hij zichzelf: niet als een kunstenaar, maar als ambachtsman. Hij heeft dat acteerwerk echt willen leren. Toen hij op zijn vijfentwintigste naar de toneelschool ging, had hij al twee kinderen. Het is een enorme investering van ‘m geweest. Dat het allemaal gelukt is, heeft hij ook sterk aan mijn moeder te danken. Ze heeft haar leven voor honderd procent in dienst gesteld van mijn vader en van het gezin. Ze steunde hem, bewonderde hem, keek tegen hem op. Hij realiseerde zich verdomd goed dat hij veel aan haar te danken had.

Mijn moeder heeft alzheimer. Dat was ook een zorg voor mijn vader. Het laatste jaar ging hij liever niet naar buiten, omdat hij haar niet alleen wilde laten. Hij wilde eigenlijk geen hulp van buiten, alleen van ons. Dat was niet makkelijk. Hij heeft de Florence Nightingale in zichzelf moeten opzoeken. Ik kan je vertellen dat die bij hem tamelijk diep verstopt zat. Maar hij heeft zijn best voor haar gedaan. Toen hij ziek werd, hebben we zorg om hen heen georganiseerd. In zijn laatste weken bleef het een enorm probleem voor hem: “Hoe moet dat straks nou met haar?”

Hij stierf om vier uur ’s nachts. In zijn slaap, in alle rust. Mijn zus en mijn nichtje waren erbij. Een half uur later zaten we allemaal rond zijn bed. Dat zijn dierbare uren geweest. Mijn broer Bart had ooit van hem een bijzondere fles port gekregen. Mijn vader had erbij gezegd: “Die moet je opdrinken bij een speciale gelegenheid.” Hebben we op die vroege winterochtend een glas port op hem gedronken. Mooi en ontroerend. Het allermoeilijkste moment kwam daarna. Want straks zou onze moeder wakker worden. Dan moesten we het aan haar vertellen. Echt, dan ga je onderuit.’

Kort maar heftig geëmotioneerd: ‘Dat was onvoorstelbaar zwaar. Het verdrietige is dat mijn moeder geen kortetermijngeheugen meer heeft. De dag van zijn overlijden verloren wij onze vader. Maar zij heeft hem die dagen wel dertig keer verloren. Keer op keer. Dat snijdt je door je ziel. Een groter verdriet kun je een mens niet aandoen. Inmiddels weet ze dat het zo is. Ze zegt ook: “Ik kan het niet geloven. Maar ja, ik moet er doorheen.” Dat is typisch mijn moeder. Altijd positief, de blik voorwaarts. Die vrouw is niet klein te krijgen.’

U bent sinds 1 augustus directeur van de NTR, de fusie tussen NPS, RVU en Teleac. Daarvoor werkte u jarenlang bij Endemol. Mist u de dynamiek van dat bedrijf niet?

‘De NTR maakt zestienhonderd uur tv en zesduizend uur radio. Dat is heel dynamisch. Het comfortabele bij Endemol was dat ik daar zo’n beetje de baas van alles was. Als iemand met een goed idee kwam, kon ik zeggen: “Mouwen opstropen en máken!” Zo ging het met de Grote Donorshow. Een collega kwam met een krantenknipsel over een man in Friesland die een nier te koop aanbood. “Misschien is dat iets voor een docusoap,” zei hij. Uiteindelijk kwamen we uit op de formule van die hoax die we aan BNN hebben verkocht. Die is dus niet door BNN zelf bedacht, maar door Endemol. Die manier van werken is bij de NTR niet mogelijk. Toen ik er net zat, zag ik op een ochtend in de lift allemaal bordjes met verwijzingen naar de omroepen waar de NTR uit ontstaan is: RVU, NPS en Teleac. Ik dacht: we moeten als NTR een merk worden. Niemand kent die naam nog. Dus moeten in elk geval die verwijzingen naar die oude omroepen verdwijnen. Ik vroeg om nieuwe plaatjes. Het duurde vier maanden voordat die er waren. Daar moest ik wel aan wennen. Bij Endemol waren ondersteunende diensten altijd dienend. De klant was koning. Hier heb je nog te maken met restanten van oude structuren met eigen regels.’

Wat is eigenlijk het bestaansrecht van de NTR?

‘De NTR is de publiekste omroep die er is. Onze taken – educatie, informatie, kunst, cultuur en jeugdprogrammering – staan letterlijk in de wet. De NOS en de NTR zijn de ruggengraat van het bestel. Alle andere omroepen staan ter discussie, wij niet.’

De PVV ziet de NTR vast niet als ruggengraat.

‘Daar verkijk je je op. Ik sprak er laatst over met Martin Bosma. Natuurlijk kwam hij met dat vaste riedeltje: dat we te veel aandacht besteden aan allochtonen. Maar ook hij vindt dat kunst en educatie door de publieke omroep gebracht moeten worden.’

Dus het bestaansrecht van de NTR is meer verzekerd dan dat van de VARA of de VPRO?

‘Zonder meer. De NOS en de NTR zullen altijd overeind blijven. Ook de minister ziet onze toegevoegde waarde. Wij zijn een belangrijke omroep, die de kern van de publieke omroep belichaamt.’

Dat vindt de VARA ook van zichzelf.

‘De VARA maakt programma’s vanuit het gedachtengoed van de VARA, dus gekleurd.’

Wat is het gedachtengoed van de NTR?

‘Wij zijn er om te zorgen dat het publiek onafhankelijk en onpartijdig informatie kan krijgen, in de vorm van Nieuwsuur. Wij zorgen met Het Klokhuis en Sesamstraat voor een verantwoorde, niet-commerciële jeugdprogrammering. We bieden aandacht voor educatie en meningsvorming, en we zijn een podium voor de kunst- en cultuurwereld.’

De NTR kleeft ook het predicaat ‘links’ aan.

‘Dat zijn we absoluut niet. Er werken bij ons zowel linkse als rechtse mensen. Wij zijn politiek kleurloos.’

Hoe voorkom je dat ‘kleurloos’ vanzelf ‘zouteloos’ wordt?

‘Kijk dan maar eens naar onze programma’s. Wij hebben zeer uiteenlopende makers die in grote vrijheid kunnen opereren. Dat leidt tot vakmanschap en creativiteit.’

Dus er is voor de NTR geen vuiltje aan de lucht?

‘O ja. Er zijn donderwolken aan de hemel. Daar zit ook een grote ergernis van mij over Hilversum in. Als de Publieke Omroep in de publiciteit komt, gaat het altijd over bestuurlijke ellende. Mijnheer A. zet zijn collega’s in de hoek, en mijnheer B. zegt dat die of die omroep een kloteomroep is. Daarmee heeft de omroep zijn eigen imago grondig verpest, zowel bij de politiek als bij het publiek. Vraag waar je het best op kunt bezuinigen en mensen noemen ontwikkelingshulp en de publieke omroep. Terwijl ons aanbod van zes radiozenders, drie televisienetten en een enorme internetomgeving door heel veel mensen gebruikt en gewaardeerd wordt.’

De omroep heeft zijn eigen glazen ingegooid?

‘Absoluut. Hilversum is de afgelopen decennia veel te veel met zichzelf bezig geweest. Men achtte zichzelf onkwetsbaar, ook doordat er allerlei tentakels naar politieke partijen waren. En als de politiek eens wat vroeg, dan stak Hilversum een dikke vinger op. “Wij doen mooi wat we zelf willen.” Daar plukken we nu de zure vruchten van. We zullen het publiek moeten uitleggen wat de waarde is van een goed publiek bestel met drie netten.’

Waarom kunnen we niet met twee netten toe, net als vroeger?

‘Dan moet je al die stromingen op twee netten gaan proppen. Op die manier kun je nooit een net bouwen waarmee je scoort.’

Maar als je het beste van drie netten op twee netten zet, scoor je toch juist nog beter?

‘Dat past gewoon niet. Bovendien zullen de commerciëlen onmiddellijk dat derde net gaan overpakken. Daarmee raakt het evenwicht tussen publiek en commercieel zoek. Met drie netten kun je risico’s nemen. Neem een programma als Raymann is laat. Dat heeft rustig op Nederland 2 kunnen groeien totdat het krachtig genoeg was voor 1. Dat had met twee netten niet gekund.’

Je kunt ook zeggen: dan maar géén Raymann.

‘Maar dan kun je ook zeggen: tweehonderd miljoen bezuinigen op cultuur? Waarom eigenlijk geen vijfhonderd miljoen? Dan maar géén opera! Ligt daar iemand van wakker? Nauwelijks. Maar het leidt wel tot verarming van de samenleving. Hoe mooi is het niet om af en toe verrast te worden, om nieuwe prikkels te krijgen? Uiteindelijk kun je zelfs toe met één net. Alleen maar journaals. Maar dan wordt de samenleving pas echt zouteloos.’

Hoe zien die donkere wolken boven Hilversum er in de praktijk uit?

‘De opgelegde bezuiniging op de omroep van tweehonderd miljoen euro betekent voor de NTR een verlaging van het budget van twintig procent. Dat gaat beslist programma’s en banen kosten. Als er nog verder bezuinigd wordt, betekent dat zonder enige twijfel het einde van het huidige bestel. Dan verdwijnt er iets wat uniek is in de hele wereld. Het feit dat wij in Nederland duiding geven vanuit de missie van de EO maar ook vanuit de vrijzinnigheid van de VPRO is ongekend. En als je de prijs-kwaliteitverhouding daarbij bekijkt, zijn wij in Europa het beste jongetje van de klas.’

Vindt u dat er zo extreem veel publiek geld naar voetbal moet blijven gaan?

‘Voetbal is maatschappelijk heel belangrijk. Het hoort bij een breed publiek bestel. Maar als ik heel eerlijk ben, dan zou ik er ook goed mee kunnen leven als het naar de commerciëlen zou gaan. Als het niet anders kan, dan moet het maar.’

Terwijl voetbal een belangrijk element van Römers bestaan is. Daarom hoefde hij geen seconde te twijfelen toen Ajax hem vorig jaar vroeg om toe te treden tot de raad van commissarissen. Inmiddels is dat boek alweer bijna dicht. Op het moment van het gesprek met Römer is dat overigens nog niet bezegeld. Pas de dag erna zal de raad van commissarissen bekendmaken dat alle commissarissen zullen terugtreden. De uitspraak van de rechter – ‘de procedure rond de aanstelling van Louis van Gaal is onwettig’ – heeft Römer teleurgesteld. ‘Het moeilijke aan het Ajax-dossier is dat er inmiddels zo veel gezegd en gelogen is, dat waarheid en leugen nog maar moeilijk te scheiden zijn. Wij zijn aangesteld voor twee dingen: zoek een goede directie om het plan-Cruijff te implementeren en laat de zaak draaien. Expliciet werd door de selectiecommissie gezegd: “We geven de sleutel bewust niet rechtstreeks aan Cruijff, want er moet wel evenwicht blijven.” Dat was letterlijk wat de selectiecommissie, waarin ook Keje Molenaar zat, tegen ons zei. Niet om Johan tekort te doen, maar zij wisten ook wel dat hij geen bestuurder is.’

Wat behelst dat plan-Cruijff eigenlijk?

‘Het zijn niet meer dan een paar A-viertjes met wat gedachten. We onderschreven dat overigens helemaal. Er is geen sprake van dat wij dat plan aan de kant wilden schuiven. Sterker nog: alles is uitgevoerd. De jeugdopleiding is anders ingericht, iedereen die Johan wilde aanstellen heeft een contract gekregen. Echt een waslijst aan verlangens waaraan is voldaan. Op één dingetje na: de aanstelling van Tscheu La Ling als algemeen directeur. De aanstelling van zo’n directeur is een zaak van alle commissarissen. Het is een serieuze functie, want Ajax is een beursgenoteerd bedrijf van honderd miljoen. Daar moet een vent zitten die boven elke twijfel verheven is. Dat vonden wij niet opgaan voor Ling. We hebben vervolgens allerlei anderen aangedragen, maar niemand was volgens Johan goed genoeg. Totdat we Marco van Basten na heel veel gesprekken bereid vonden om directeur te worden. Dat leek de ultieme oplossing. Dat dat niet gelukt is, had heel veel te maken met Johan. Die wilde iemand op die positie hebben die hij honderd procent kan sturen. Dat kan bij Ling waarschijnlijk wel. Maar Marco is een zelfstandig denker. Toen werd er gezegd: “Hij heeft niet genoeg ervaring.” Johan wilde een externe raad van advies instellen. Daar kwamen namen in voor die wij niet aan Ajax verbonden wilden zien. Vervolgens kwam het naar buiten en werd Marco afgebrand.’

Het klinkt alsof de raad van commissarissen nooit als vijfmanschap heeft geopereerd. Het was altijd Cruijff versus Römer en de anderen.

‘Onze fout is geweest dat we veel te lang onze mond hebben gehouden. We hadden eerder moeten zeggen: “Dit gaat zo niet langer.” We hebben geprobeerd om naar buiten toe de lieve vrede te bewaren. Dat is een taxatiefout geweest.’

Wanneer wist u: dit komt niet meer goed?

‘Toen Johan bij een vergadering met Ling kwam aanzetten, die al drie keer afgewezen was.’

Het verhaal is dat Edgar Davids vervolgens woedend opstapte.

‘Dat klopt niet. Ik kwam iets te laat binnen en zag niet alleen Johan, maar ook Bergkamp en Jonk zitten. Ik dacht nog: wat doen die nou hier? Er zat nog een meneer, die ik niet kende. Ik dacht dat het misschien een jurist van Ajax was. Opeens dacht ik: verrek, het lijkt Ling wel. Ik herkende hem niet, omdat hij nogal dik is geworden. We vroegen of Ling weg wilde gaan, maar dat weigerde hij. Hij wilde blijkbaar van ons horen waarom wij hem niet zagen zitten. Uiteindelijk vroeg Edgar na een uur: “Voorzitter, wordt deze vergadering nog geopend?” “Nee,” zei Steven ten Have, “niet met deze mensen erbij.” Waarop Edgar zei: “Dan ga ik andere dingen doen.” Een volkomen begrijpelijke reactie. Toen werd voor mij duidelijk: dit heeft niks meer met normaal gedrag in een bestuurskamer te maken. Er wordt van ons beweerd dat we achterbaks en onbeschoft zijn opgetreden. Dat is een totale omkering van de zaken.

Ondertussen gebeurden er allerlei dingen binnen het bedrijf. Er was nog maar één directeur, omdat de andere ziek was. Allerlei processen stagneerden. De ondernemingsraad vroeg ons met klem om in te grijpen. Er moest snel een oplossing komen. En Louis van Gaal leek een droomkandidaat.’

Het is alsof je het plan-Freek de Jonge wilt uitvoeren en vervolgens Youp van ’t Hek aantrekt.

‘Dit ligt genuanceerder. Er lag een groot belang om de zaak op te lossen. De objectieve vraag is: zou Louis van Gaal als directeur goed zijn voor Ajax? Het antwoord was voor ons voor honderd procent: ja. Is hij wat Ajax nodig heeft? Opnieuw: ja! Als we Cruijff hadden geïnformeerd dat wij met Louis wilden gaan praten, dan had hij dat geblokkeerd en bestond er een gerede kans dat het te vroeg naar buiten zou komen. Daardoor zou deze optie kapot zijn gegaan. Dus hebben we eerst in stilte met Louis gesproken om te polsen of hij wilde. Bij de vergadering waarin we uiteindelijk officieel tot de benoeming zouden besluiten kwam Cruijff niet opdagen. In die vergadering is er gestemd. Als Johan er wel bij was geweest, dan was er waarschijnlijk uiteindelijk ook gestemd. De procedurele fout is volgens de rechter dat wij Johan niet tijdig op de hoogte hebben gesteld van tijdstip en inhoud van de vergadering.

Toen ik nog niet bij Ajax zat, heb ik ook de beelden gezien van spandoeken in de Arena. De vorige commissarissen waren toen net boos weggelopen uit de vergadering. De supporters namen het op voor Cruijff. Ik gaf hun gelijk. Ik dacht: kom op, geef die man die ruimte. Johan Cruijff was mijn held, een icoon. Op die emotie stapte ik in dit avontuur. Inmiddels weet ik beter. Ajax snakt naar structuur, de structuur van een normaal bedrijf. Op de manier waarop het nu gaat, zal die structuur er niet komen. En dan komt het niet goed met Ajax.’

Bent u een held kwijtgeraakt?

‘Ja, absoluut. Heel jammer, maar wel waar. Ik heb dingen meegemaakt die in de normale maatschappij ondenkbaar zijn. In welk bedrijf zou een commissaris een rechtszaak kunnen beginnen tegen zijn eigen club? In de laatste aandeelhoudersvergadering ging het over het jaarverslag. Cruijff had het niet gelezen, “want het ging niet over voetbal”. Daar moeten mensen dan om lachen. Denk je dat je daar als commissaris bij Shell mee weg zou komen? Je hebt het hier wel over een beursgenoteerd bedrijf van honderd miljoen. Maar hij komt ermee weg.’

Wat heeft dit betekend voor uw Ajax-liefde?

‘Het is allemaal zo onterecht gelopen. We hebben gedaan wat we konden, onbezoldigd, in het belang van de club. Als je ziet hoe het is uitgepakt, dan is dat droevig. In de ogen van het volk zijn zij de voetballers en wij de starre kille bestuurders. De agressie die vanuit sommige media op ons afkwam was met geen pen te beschrijven. Het is inmiddels zover gekomen dat ik de laatste wedstrijden van mijn club niet meer in de Arena kon bijwonen. Daar is het momenteel niet veilig meer. Dat is intens droevig. Maar van Ajax blijf ik altijd houden. Het is toch de club waar ik als jongetje al kwam met mijn vader. Het laatste uitje van mijn vader was Ajax-Feyenoord. Hij heeft er intens van genoten. Heel ontroerend. De cirkel was definitief rond: ooit nam hij mij als jongetje mee naar De Meer, nu nam ik hem mee naar zijn laatste wedstrijd. Dat zit voor mij ook aan Ajax vast. Dat gevoel neemt niemand mij af. Ajax is veel groter dan de mensen die er nu zitten. Ook groter dan Johan Cruijff. Uiteindelijk zijn we allemaal passanten.’