Neurochirurg Erwin De Winter
Valsheid in geschrifte. Oplichting. Schending van het auteursrecht. Het zijn zware beschuldigingen die topadvocaat Gabriel Meijers op 5 december 2012 in een besloten zitting van het hof van Den Haag uit. De gedaagden: het Universitair Medisch Centrum Utrecht, professor Kees Tulleken en twee andere Utrechtse onderzoekers. De aanklacht: diefstal van een baanbrekende uitvinding. De eiser: de Belgische neurochirurg Erwin De Winter.
Enkele dagen eerder, l’Entrepôt du Congo in Antwerpen. We zijn het café nog niet binnengelopen of Erwin De Winter begint met stukken te zwaaien en ons te bedelven onder een waterval van woorden. In de uren die volgen maken we kennis met een man die het in de afgelopen jaren zwaar te verduren heeft gekregen. Zijn huwelijk is door al het gedoe stukgelopen, hij heeft zijn huis moeten verkopen en hij is niet langer als neurochirurg aan een ziekenhuis verbonden. Steeds bezetener heeft hij zich vastgebeten in het gevecht om zijn uitvinding: een methode om twee bloedvaten aan elkaar te schroeven. Dat zou enorme tijdwinst opleveren ten opzichte van de naald-en-draadtechniek waarmee bypassoperaties nu worden gedaan. De Winter denkt dat er talloze levens mee te redden zijn en dat de vaatchirurgie er voorgoed door verandert. Bedrijven staan naar zijn zeggen te trappelen om zijn screw device op de markt te brengen. Alleen verhinderen Kees Tulleken en het UMC Utrecht met hun al jaren slepende strijd om de patenten op de uitvinding dat De Winter krijgt waar hij recht op heeft. In België procedeerde hij tot in hoger beroep. Maar de rechter bleef vinden dat zijn land niet bevoegd is erover te beslissen. In Nederland besloot de officier van justitie in 2010 niet te vervolgen. Daar tekende De Winter beroep tegen aan. Het is deze beklagprocedure die begin deze maand voor het hof van Den Haag kwam.
In zijn Antwerpse stamkroeg komt de zesenvijftigjarige Belgische arts met de ene na de andere wilde theorie op de proppen. Over advocaten die aan de touwtjes van hogere machten hangen. Over de lange arm van NRC-journaliste Jannetje Koelewijn, de vrouw van Kees Tulleken. Midden in een ingewikkeld technisch verhaal zegt hij plotsklaps: ‘Ik weet het, ik ben een moeilijke mens.’ Het is lastig om aan de indruk te ontsnappen dat hij de weg een beetje is kwijtgeraakt. Alleen zijn in de warboel van paperassen en dossiermappen die verspreid liggen over de tafel ook bijzonder overtuigende feiten te vinden. Want twee dingen staan vast. De Winter werd enkele jaren geleden door vakbroeders gezien als een briljante wetenschapper die een mogelijk revolutionaire uitvinding had gedaan. En het UMC Utrecht heeft alles op alles gezet om met zijn vondst op de loop te gaan om er in de toekomst de vruchten van te plukken .
Dolenthousiast
Half maart 2003. Erwin De Winter schiet in de gang van het UMC Utrecht professor Tulleken aan. Hij wil hem vertrouwelijk een idee voorleggen. De Winter is op dat moment aan de afdeling neurochirurgie verbonden. Hij is in Utrecht om de door Tulleken ontwikkelde ELANA-techniek onder de knie te krijgen. Dat is een manier om een bypass in het brein aan te leggen door een nieuw bloedvat op het oude te hechten en daarna de verbinding met een laser door te branden. ELANA heeft van Kees Tulleken een beroemd man gemaakt. Maar de beloftevolle methode is op dat moment nog erg ingewikkeld en tijdrovend. De Winter vertelt hem dat hij een manier heeft bedacht om de bloedvaten aan elkaar te schroeven in plaats van te hechten. Tulleken is er dolenthousiast over. Hij denkt: dit zou wel eens het ontbrekende puzzelstukje kunnen zijn dat ELANA compleet maakt.
Vanaf het gesprek tussen Tulleken en De Winter lopen de lezingen van de gebeurtenissen uiteen. De professor zegt dat zijn Belgische collega kwam aanzetten met een veertje van een balpen. Hij vond het een boeiend idee, dat hij vervolgens samen met De Winter en zijn Utrechtse collega’s zou hebben uitgewerkt. Het is, vindt het UMC Utrecht, een uitvinding die daar, in de tijd van de baas is ontwikkeld, en waarop de rechten dus ook het ziekenhuis toekomen. Maar de Antwerpse neurochirurg claimt dat hij op dat moment zijn vinding allang kant en klaar had. Zijn tweelingbroer Ronald De Winter, in België een gerenommeerd kunstenaar, heeft er al in de jaren negentig kleurrijke schetsen van gemaakt.
Tulleken heeft in een getuigenverklaring die bij de processtukken zit, geschreven dat De Winter hem het idee ‘ongeveer twee weken’ voor zijn vertrek op 1 april 2003 voorlegde. Feit is dat er op 17 maart een operatie op proefdieren met een schroefmechanisme is gedaan, zo blijkt uit een verslag van een operatie die Tulleken en De Winter samen uitvoerden. Dat zou betekenen dat een onbruikbaar ballpointveertje in twee dagen zou zijn veranderd in een object dat toepasbaar is in een operatie.
Dat kan natuurlijk niet, zegt De Winter. Bij die proefoperatie is volgens hem dan ook het schroefmechanisme gebruikt dat hij al jaren eerder in zijn laboratorium in België had gemaakt. Belgische collega’s uit de tijd dat hij in ziekenhuizen in Brugge en Antwerpen werkte, hebben onder ede verklaard dat hij voor hij in Nederland ging werken, zijn uitvinding, inclusief nauwkeurige schetsen ervan, aan hen heeft laten zien. Maar verschillende Utrechtse collega’s van Tulleken en De Winter getuigden juist dat De Winter niet meer dan plannetje had en dat het pas bij hen in het ziekenhuis tot volle wasdom is gekomen. Opvallend is in ieder geval dat Tulleken in 2004 in een brief aan De Winter schrijft dat ‘het momenteel wel erg leuk gaat met de ELANA, die mede dankzij jouw uitvinding van het schroefje de SELANA is geworden en misschien dus in de laatste vorm ook klinisch ook erg aantrekkelijk zal worden voor een heleboel neurochirurgen en misschien ook wel cardiochirurgen en vaatchirurgen’. De s van SELANA staat voor sutureless, zonder hechten.
Het schroefmechanisme is ook echt De Winters uitvinding, beamen Belgische getuigen. Maurice Mommaerts, hoogleraar aangezichtschirurgie aan de Vrije Universiteit Brussel, heeft in een verklaring opgeschreven dat De Winter hem tussen 1997 en 1999 op vertrouwelijke basis tekeningen, prototypen en onderzoeksresultaten van zijn schroefmethode toonde. In een mailbericht laat hij weten zeventien uur per dag te werken en geen tijd te hebben voor een gesprek. Wel vergelijkt hij De Winter met Edison, de uitvinder van de gloeilamp, en schrijft hij dat hij ‘een genie is dat men heeft gepluimd’.
Ook Jef Mennes, geneesheer-afdelingshoofd spoedgevallen van het Jan Palfijn-ziekenhuis in Antwerpen waar De Winter in 2001 en 2002 werkte, is aan de telefoon uitgesproken positief over hem. ‘Hij heeft meerdere buitengewone interventies verricht toen hij hier neurochirurg was. Zijn toewijding, kennis en kunde vind ik boven het gemiddelde. Ook voor zijn patiënten heeft hij enorm goed gezorgd toen hij hier werkte.’ Mennes bevestigt dat De Winter hem in die periode zijn idee heeft getoond en uitvoerig toegelicht. ‘Het was zijn persoonlijke uitvinding, ik heb toen daarvan de ontwerpschetsen en tekeningen gezien. Het was zeer oorspronkelijk idee, alleen in zijn hoofd bekend.’ Hij begrijpt dat niet iedereen even gemakkelijk met De Winter kan samenwerken. ‘Je moet echt moeite doen om naar hem te luisteren omdat hij zo veel praat. Dat is de reden dat sommigen hem niet au sérieux nemen en hem opzijzetten. Maar voor mij is het compleet eerlijk dat hij de rechten op zijn uitvinding vraagt.’
Bart Vervaeck, hoogleraar letterkunde aan de Universiteit Gent, is een jeugdvriend van De Winter. Ze woonden in dezelfde straat in Mortsel, een voorstad van Antwerpen. ‘Hij was er altijd mee bezig dat hij het zo primitief vond hoe aders aan elkaar werden gezet,’ zegt de Gentse hoogleraar aan de telefoon. ‘Ik zie hem nog rondlopen met gewone schroeven. Hij dacht erover hoe hij aders met schroeven aan elkaar kon zetten. Hij was al in 1996, 1997 allemaal tekeningen aan het maken, waar ik eerlijk gezegd weinig van begreep.’ Net als de andere twee hooggeleerde Belgen twijfelt Vervaeck er geen seconde aan dat De Winter de ware toedracht vertelt. ‘Ik ken Erwin als iemand die zeer integer is. Ik heb die nooit weten knoeien. Ik zou dat niet voor veel mensen doen, maar voor hem durf ik wel mijn hand in het vuur te steken. Ik heb die man nooit iets weten doen wat onheus was, in tegendeel. Ik vind het ook wonderlijk dat hij het volhoudt, want het heeft hem al vreselijk veel geld gekost.’
Vervaeck vertelt dat hij in april 2003 De Winter aan de lijn kreeg. ‘Hij zei: ik moet me haasten of mijn uitvinding wordt gestolen. Er was hem ter ore gekomen dat Tulleken de uitvinding zou claimen.’ De hoogleraar letterkunde, die vroeger business English heeft onderwezen, helpt De Winter met de tekst van een patent waarmee hij zijn vondst wil vastleggen. Dat dient hij op 28 april 2003 in bij het Belgische octrooibureau. In juli volgen twee patenten waarin hij onderdelen van de uitvinding nader uitwerkt. Op basis hiervan doet De Winter ook aanvragen in de Verenigde Staten en bij het Europese octrooibureau.
Wonderlijke wending
Twee jaar later neemt de geschiedenis een wonderlijke wending. In oktober 2005 verzoekt het UMC Utrecht het Amerikaanse patentbureau de twee patentaanvragen die De Winter daar heeft lopen te continueren, alleen nu met ook de namen van het UMC Utrecht, professor Tulleken en zijn collega’s Mansvelt Beck en Bremmer erop. Voor deze aanvragen kopiëren ze de teksten van De Winters aanvragen woord voor woord. ‘Ik vind het bijzonder raar dat iemand een patent van internet haalt en zijn naam erbij zet,’ zegt Bart Vervaeck. ‘Als dat in mijn branche zou gebeuren, kan diegene die dat doet inpakken.’
Het UMC Utrecht weigert nu, lopende de rechtszaak, deze gang van zaken toe te lichten. Maar in 2009, als de Volkskrant er helderheid over probeert te krijgen, zegt Oscar Schoots, nu directeur van UMC Utrecht Holding: ‘Wij kwamen er pas later achter dat hij eerder dan wij patent had aangevraagd. Zijn advocaat meldde ons vervolgens dat hij niet genoeg geld had om het door te kunnen zetten. Om het niet verloren te laten gaan, hebben we toen zijn tekst opnieuw ingediend, met onze eigen namen erbij. Later hoorden we weer dat hij toch had betaald.’ Een volledige bekentenis dat de tekst van De Winter is gekopieerd. Met een dubieuze motivatie om zo te handelen. Alleen publiceert de Volkskrant het artikel met dit geautoriseerde citaat, dat Vrij Nederland heeft ingezien, uiteindelijk niet. De journaliste blijft de zaak zo schimmig vinden dat ze verkiest er niet over te schrijven.
Tulleken, de enige Utrechtse onderzoeker die Vrij Nederland wel te woord wil staan, heeft een nog wonderlijker verklaring. Op het kantoor van ELANA BV, het in 2004 opgerichte bedrijf dat Tullekens techniek op de markt brengt, spreekt de tweeënzeventigjarige emeritus-hoogleraar neurochirurgie het vermoeden uit dat De Winter juist een tekst van het UMCU heeft gekopieerd in plaats van andersom. Tulleken bezweert dat het UMCU een maand of drie na het vertrek van De Winter een patentaanvraag heeft opgestuurd, maar dat die nooit wilde tekenen. ‘Wij hebben gewoon dat patent geschreven,’ zegt hij. ‘Dat had hij thuis liggen en dat moet hij dus gewoon hebben overgeschreven.’
Mocht dit waar zijn, dan valt het verhaal van De Winter volledig in duigen. Alleen is het hoogst onwaarschijnlijk. Want deze versie van de geschiedenis heeft het UMCU nooit in zijn verdediging bij de rechter gebruikt. En van dat oorspronkelijke document dat het UMCU geschreven zou hebben bestaat geen enkel spoor. Na afloop van het gesprek belt de emeritus-hoogleraar triomfantelijk op: hij heeft in de internationale patentendatabase het betreffende document gevonden, zegt hij, met als indieningsdatum 28 april 2003. Maar laat dat nu precies het patent zijn dat alleen De Winter op die dag indiende, vier weken na beëindiging van zijn dienstverband.
Ongelooflijk ongelukkig
Het geheugen van Tulleken blijkt op meerdere punten niet erg betrouwbaar. Voor de rechtbank verklaarde hij in 2006: ‘Ongeveer twee weken voor de beëindiging van zijn aanstelling aan het UMC als fellow neurochirurg kwam De Winter mijn kamer binnen met een bloedvat met daarin gedraaid het veertje van een ballpoint.’ Nu geeft hij, geconfronteerd met het feit dat op 17 maart een proefoperatie plaatsvond, toe dat dit ‘wel wat aan de krappe kant’ is. Hij denkt bij nader inzien dat het eerder twee maanden voor zijn vertrek moet zijn geweest. Dat komt in de richting van een verklaring van een andere Utrechtse getuige, Rik Mansvelt Beck, die de gebeurtenis in januari 2003 situeert.
De professor, tegen wie een tuchtprocedure loopt wegens schending van het beroepsgeheim in de affaire Friso, zegt dat de kwestie met Erwin De Winter hem emotioneel sterker raakt. ‘Elke keer als dit opspeelt voel ik me er ongelooflijk ongelukkig over,’ zegt hij. ‘Vooral omdat het zo’n gemiste kans is. Die jongen heeft echt alle talenten, hij had een groot chirurg kunnen zijn. Het was ook een verdomd goede medewerker. Geweldig. Niemand kan mij afnemen dat ik anderhalf jaar een godvergeten goede tijd heb gehad met die jongen. Hij wilde hier ook graag blijven. Alleen kon ik hem geen plek bieden.’
Tot zijn verbijstering bekoelt hun relatie kort na het vertrek van De Winter. Tulleken probeert zelfs nog een mooie aanstelling voor de Belg te regelen in Enschede, maar daar moet De Winter niets van weten. Ze ontmoeten elkaar opnieuw in juni. ‘Het was een totaal andere man,’ zegt Tulleken. ‘Hij was boos op iedereen en op alles aan het mopperen.’ En dat is volgens de professor alleen maar erger geworden. ‘Ik weet zeker dat hij mij haat. Als ik morgen onder de trein kom dan staat hij te juichen. Dat vind ik zo’n godvergeten vervelend idee.’
Tulleken vermoedt dat iemand De Winter kort na zijn vertrek uit Utrecht heeft wijsgemaakt dat hij de nieuwe Einstein was en dat hij veel geld aan zijn uitvinding kon verdienen. ‘Hij ging brieven naar het ziekenhuis schrijven waarin hij het had over honderden miljoenen euro’s. Toen dacht ik: nu wordt het echt psychiatrie.’ Tussen neus en lippen door vertelt hij dat ELANA bv juist miljoenen verlies maakt. Volgens de bij de Kamer van Koophandel gedeponeerde jaarrekeningen is de schuld van het bedrijf tussen 2009 en 2011 gestegen van tweeënhalf miljoen naar meer dan vier miljoen.
Tulleken vertelt dat hij in eerste instantie veel zag in het schroefmechanisme van zijn Belgische werknemer. ‘Hartstikke leuk, typisch zo’n origineel Erwin-idee. Ik zei: dat zou het nou echt kunnen zijn.’ Intussen is de vinding van de Antwerpse arts beproefd en afgeschoten, zegt Tulleken. ‘Alle mensen die experimenteel onderzoek doen hebben briljante ideeën. En het is bijna grappig om vast te stellen dat het bijna nooit werkt.’ De neurochirurg pakt er een proefschrift uit 2000 bij met op het omslag allerlei soorten ringetjes en prikkertjes. Daarmee wil hij duidelijk maken dat De Winter niet de enige en niet de eerste was die met ideeën kwam om bloedvaten met een hulpmiddel aan elkaar te zetten. ‘Door de jaren heen hebben we wel vijftien patenten gehad en bijna alles is afgevallen. Ook het schroefje van Erwin. Hij reist er nu de hele wereld mee rond maar niemand ziet er wat in.’
Uit de processtukken blijkt dat het UMCU in januari 2008 stopt met de poging de patenten van De Winter over te nemen in de Verenigde Staten. Later motiveert de universiteit die beslissing door te zeggen dat de toepassing van de uitvinding onmogelijk is gebleken. Precies het verhaal dat Tulleken houdt. Merkwaardig. Want nog daarna, in oktober 2008, doet het ziekenhuis De Winter een proces aan de broek. Utrecht eist alle patenten op, met een dwangsom van maar liefst 50.000 euro per dag. De rechter besluit dit proces aan te houden zolang er in België nog rechtszaken lopen. Nu die zijn afgerond, zal deze zaak weer vervolg krijgen. Waarom eist Utrecht nog steeds een uitvinding op waarin het zegt niet meer te geloven? En waarom vraagt het zo veel compensatie voor iets wat niets waard is? Ook op deze vragen weigert het UMCU alle commentaar.
Niet bruikbaar
Logisch, zegt Erwin De Winter in het Antwerpse café l’Entrepôt du Congo. Zijn schroefje is nog steeds goud waard. Grote bedrijven staan heus nog altijd te popelen om ermee aan de slag te kunnen. Het enige wat hen weerhoudt, is het juridische gesteggel dat nu al bijna tien jaar duurt. Denk eens even aan al die mensenlevens die er in de tussentijd mee gered hadden kunnen worden. ‘Voor mij is het gewoon voor de arme sukkelaars op straat.’ Het gaat hem niet om het geld, zegt hij, wel om de erkenning. ‘Ik ben de uitvinder, de enige auteur, de enige rechthebbende. Het moet in alle wetenschappelijke tijdschriften rechtgezet worden.’
Als we De Winter vragen om hard te maken dat er werkelijk bedrijven zijn die er iets mee willen, geeft hij nul op het rekest. Dat zou de tere relaties te veel schaden. Kunnen we de bewijsstukken dan misschien inzien? ‘Ik vertrouw niemand meer,’ luidt zijn antwoord. Wel raadt hij ons aan zijn octrooigemachtigde Steven Sarlet te laten bevestigen dat er nog steeds firma’s zijn die belangstelling hebben voor zijn uitvinding. ‘Als u contact met hem mocht hebben, gaat u eens kijken wat voor lijst dat is. Schroeven is alles. Zeg mij een methode om twee holle buizen te koppelen. Dat kunt u niet met nagels, niet met lijmen, alleen met schroeven, razendsnel.’
Alleen laat Sarlet zich aan de telefoon niet verleiden De Winters verhaal te ondersteunen. ‘Ik heb wel in het verleden briefwisselingen gezien tussen bedrijven in die sector en de heer De Winter. Maar ik heb geen idee of er recent nog contacten zijn. Als ik De Winter moet geloven wel, maar ik ben er niet rechtstreeks bij betrokken.’
Open kaart speelt De Winter ook niet over zijn sponsoren. Het is opmerkelijk dat een individu zonder baan en eigen vermogen deze juridische strijd zo lang kan volhouden en daarbij topadvocaten kan inhuren. Hij erkent dat hij sponsoren heeft, maar wil ons niet met ze in contact brengen. ‘Dat is te intiem.’
Zijn er dan misschien onafhankelijke wetenschappers die het revolutionaire karakter van zijn vinding wél willen bevestigen? Driftig schrijft de Antwerpse arts een aantal namen van topneurochirurgen op, om meteen de vrees uit de spreken dat ze in de invloedsfeer van het UMC Utrecht zitten. ‘Als Tulleken valt, vallen zij ook als dominostenen.’ De door hem genoemde heren doen er het zwijgen toe. Alleen de Zwitserse professor Michael Reinert spreekt zich uit: ‘Ik ken het mechaniekje en heb het geprobeerd. Zoals zoveel mechaniekjes zag het er in het begin veelbelovend uit. Maar wanneer je ze langere tijd in de praktijk uitprobeert, falen ze. Ik ben het ermee eens dat het niet bruikbaar zal zijn voor bloedvaten in de hersenen, en waarschijnlijk ook niet elders.’
Onbenul
Neurochirurg Tristan van Doormaal, die in 2010 in Utrecht promoveerde op pogingen Tullekens ELANA-techniek verder te ontwikkelen, zegt: ‘Toen ik bij ELANA kwam, was zijn idee al afgeschoten. Het werkte gewoon niet. Het schroefje was uitgescheurd bij een paar varkens. Dat durfden we gewoon niet in een patiënt te plaatsen. Ik zou nooit iets in een vat schroeven. Dat vind ik te gevaarlijk.’
‘Nonsens van iemand die zijn hachje probeert te redden en die vet betaald is door het UMC,’ reageert De Winter. ‘Je denkt toch niet dat zo’n onbenul te vergelijken is met professor Mommaerts of al die grote bedrijven die mij gecontacteerd hebben. Mijn methode heeft negentig procent resultaat. Lees het Journal of Neurosurgery uit 2007, het belangrijkste tijdschrift over neurochirurgie. Wat zit die man dan uit zijn nek te lullen.’ Hij verwijst naar een publicatie waarin Utrechtse onderzoekers de SELANA beproeven, volgens De Winter zíjn gestolen idee. Maar de slotzin daarvan luidt dat verder onderzoek naar de methode nog nodig zijn voor de klinische toepassing ervan. Dat heeft intussen plaatsgevonden, en verschillende onderzoekers concluderen dat de methode niet succesvol en veilig is gebleken.
Telkens als we De Winter vragen naar bewijzen dat zijn methode nú nog de toets der kritiek kan doorstaan, komt hij met zaken van jaren terug. Een publicatie uit 2007. Een filmpje uit 2005. Daarop is te zien hoe professor Tulleken hoog bezoek krijgt, van premier Balkenende en de Utrechtse burgemeester Annie Brouwer-Korf. In beeld is een in witte jas gestoken Balkenende die twee bloedvaten aan elkaar schroeft. Of dit echt een Nederlandse uitvinding is, vraagt de premier. Ja, antwoordt Tulleken trots. Schandelijk, vindt De Winter. Want wat ze volgens hem laten zien, is precies zijn methode.
In dat idee bijt De Winter zich nu al jaren vast. En dat is maar al te begrijpelijk. Ook al is zijn uitvinding wellicht niet zo geniaal als velen ooit met hem dachten, toen het UMC Utrecht er nog volop in geloofde, heeft het werkelijk geprobeerd ermee aan de haal te gaan. Het is een feit dat ze zijn patenten hebben gekopieerd. En de druk die op hem is uitgeoefend, ook financieel, is groot. Het is een strijd van een machtige instelling tegen een eenzaam individu zonder baan dat in een flat in een Antwerpse buitenwijk woont. Een mens zou van minder overal gevaar gaan zien. Wanneer we afscheid nemen in l’Entrepôt du Congo waarschuwt hij ons om achterom te blijven kijken en voorzichtig naar huis te rijden. ‘En zo,’ stelt de Belgische hoogleraar Mommaerts vast, ‘verliezen rechtschapen mensen hun gezin, hun carrière, hun leven.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.