Op 12 oktober verschijnt het rapport van de Commissie Diversiteit op de UvA. Mooi, vindt Nugah Shrestha. En broodnodig: dan hebben al die voorbarige criticasters écht iets om over na te denken.
Bij mijn studie Sociale Geografie & Planologie aan de Universiteit van Amsterdam ben ik een van de uitzonderingen als het gaat om mijn niet-westerse achtergrond. Het lijkt wel alsof er bij veel van mijn medestudenten een wereld opengaat, als ik vertel over mijn achtergrond en mijn cultuur. Ik heb zelfs herhaaldelijk studenten gesproken die verrast waren over het feit dat ik het ABN (algemeen beschaafd Nederlands) zo goed beheers.
Op de grootste universiteit in Nederland zou dit absoluut niet bijzonder moeten zijn.
Het lijkt alsof medestudenten aannemen dat mijn huidskleur mij ervan weerhoudt perfect Nederlands te spreken. Naast deze ongemakkelijke situaties komt het regelmatig voor dat ik ‘voor de grap’ word bejegend met racistische en/of discriminerende opmerkingen en anekdotes. Zo was ik amper een week met mijn medestudenten op een studiereis, toen zij vonden dat het wel tijd was voor het uurtje ‘grappen maken over zwarte mensen’. Alsof ze zich de hele week hadden ingehouden, en mij pas op dag vijf lieten zien wie ze werkelijk waren. Stond ik daar in mijn eentje, als jongen van kleur tussen witte medestudenten. Ik zou de ‘grappen’ niet zo serieus moeten nemen, vonden ze. Als zij erom kunnen lachen, moet ik dat ook kunnen.
Dit jaar heeft de Commissie Diversiteit, onder leiding van emeritus-hoogleraar gender & etniciteit Gloria Wekker, onderzoek gedaan naar diversiteit aan de UvA. De onderzoekers vroegen zich af met welke vormen van discriminatie, racisme en uitsluiting minderheidsgroepen aan de universiteit te maken krijgen en hoe diversiteit onder studenten en medewerkers te bevorderen is. Het onderzoek is gebaseerd op ervaringen, eerder opgedane kennis uit onderzoek, onderwijsmethoden en onderzoeksonderwerpen. Het streven naar diversiteit op de UvA en het kweken van begrip komt voort uit de wens dat mensen met verschillende etnische en/of sociale achtergronden, vrouwen en mannen, mensen die zich identificeren met de LGBTQ-gemeenschap, en mensen met een beperking gelijke kansen krijgen en zich (logischerwijs) op hun gemak voelen binnen het instituut.

Ik vind het dan ook ontzettend belangrijk dat deze commissie in het leven is geroepen. Studenten en medewerkers van de UvA ervaren aan de lopende band discriminatie, uitsluiting en racisme. Bestaande ingesleten privileges, die alleen gelden voor een bepaalde groep mensen, moeten verdwijnen. Wat ongenuanceerd uitgedrukt: als je wit bent, en man, gaan deuren voor je open die voor mensen die niet wit zijn, of niet man, als vanzelfsprekend dicht blijven. Een inclusievere sfeer spreekt mensen aan en verbindt ze gemakkelijk aan de universiteit. Bovendien wordt diversiteit op deze manier op de UvA genormaliseerd. (Dan hoef ik me in de werkgroep niet langer te verantwoorden voor mijn keurige uitspraak van het Nederlands, of mee te lachen om grappen die me pijn doen.)
Morgen, op 12 oktober 2016, zal de commissie een eindrapport presenteren met bevindingen en aanbevelingen.
Al weken voor het uitkomen van het eindrapport kwam er vanuit verschillende hoeken kritiek op het werk van de commissie. Zo publiceerde de Volkskrant een opiniestuk waarin schrijver en filosoof Sebastien Valkenberg met afgrijzen schreef over het mogelijk instellen van een diversiteitsquotum op de universiteit: ‘Nergens, zo lijkt het, wordt zo onbekommerd gediscrimineerd uit naam van het diversiteitsideaal als op universiteiten.’ Het eindrapport heeft Valkenberg niet gelezen: zijn conclusies trekt hij enkel op basis van feedbacksessies en de bijbehorende verslagen van opiniemakers als Geenstijl, PowNed en studentenblad Folia. Alsof kritiekpunten van het publiek over een kleine selectie van de voorlopige aanbevelingen van de commissie gelijk staan aan de volledige inhoud van het onderzoeksrapport.
Het zit namelijk zo: de commissie ziet het quotum niet als een acute maatregel die er absoluut moet komen, maar als een laatste optie, hoorde ik toen ik zelf een feedbacksessie bijwoonde. Het quotum is slechts een voorbeeld van een maatregel om diversiteit onder de studentenpopulatie te stimuleren. Denk aan leerlingen die examen doen op scholen in de Bijlmer, Amsterdam-Oost en/of Amsterdam Nieuw-West. Zij zouden aangemoedigd moeten worden om te kiezen voor de (inclusieve, diverse) UvA. Pas als vrijwillige maatregelen als deze niet blijken te werken, komt het quotum ter sprake als uiterste redmiddel.
We weten nu dus nog niet welke van de in de sessies besproken aanbevelingen het eindrapport, dat morgen gepresenteerd wordt, hebben gehaald. Speculeren, zeker op de toon waarop dat de afgelopen weken is gedaan, lijkt mij onnodig en zonde.
Bovendien laten speculanten als Valkenberg de positieve effecten van het stimuleren van diversiteit onbesproken. Dat terwijl meerdere onderzoeken uitwijzen dat diversiteit in het onderwijs het wetenschappelijke niveau bevordert: zo laat een onderzoek van de Universiteit van Wisconsin-Madison zien dat werkgroepen met een diverse studentenpopulatie productiever, creatiever en innovatiever zijn dan een homogeen alternatief. Daarnaast lag het niveau van kritische analyses hoger bij groepen die standpunten van minderheidsgroeperingen konden meenemen in hun besluitvorming. Zoals mijn VN-collega Zwaan me laatst vertelde, over haar tijd als student Migratiesociologie: ‘In een groep studenten die bestaat uit gelijkgestemden, verval je al snel in jaknikkerij.’ Een stem die op welke manier dan ook spreekt namens een minderheid, draagt bij aan het debat. Best logisch.
Vanuit de UvA, via de voorzitter van studentenpartij de Vrije Student, kwam eveneens kritiek: Gerwin Wezelman verklaarde in Folia: ‘De aanbevelingen zijn compleet idioot. In reacties op de website van Folia maakte menigeen zijn of haar ongenoegen over de commissie bekend. De commissie kwam op de website van GeenStijl hevig onder vuur te liggen. Draagvlak onder studenten is er blijkbaar bijna niet.’ In dezelfde categorie:
https://twitter.com/GerwinWezelman/status/778516237898936320
Allemachtig. Ik vraag me hardop af in welke bubbel deze voorzitter leeft. Weet hij niet dat de commissie wordt ondersteund door New Urban Collective, University of Colour, Amsterdam United, de Nieuwe Universiteit, de Centrale Studentenraad, de Centrale Ondernemingsraad, én ASVA Studentenunie. Hoezo geen draagvlak? Gerwin, ga het gesprek eens aan met de mensen die bij het project betrokken zijn.
Met mij.
Het eindrapport wordt op 12 oktober gepresenteerd in de Universiteitsbibliotheek van de UvA.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.