Wat nou democratie – burgemeesters worden nog altijd aangewezen door de koningin, na overleg achter gesloten deuren. We besloten deze vorm van bestuurlijke folklore eens van dichtbij te bekijken te Delft, waar op 19 augustus een nieuwe burgemeester werd benoemd. ‘U wilt een burgemeester die goed vergaderingen kan leiden? Ik zal het noteren.’
‘Laatste bosjes fresia’s! Drie voor de prijs van één! Wie maakt me los?’ Door de openstaande ramen van het dertiende-eeuwse Delftse stadhuis klinken de geluiden van de donderdagse markt. Binnen in de raadszaal heeft zich een eminent gezelschap verzameld. De brandweercommandant, hoge politiefunctionarissen, officieren van de landmacht, hofdames, oud-burgemeesters, plaatselijk notabelen en een enkele verdwaalde VVD-coryfee met landelijke uitstraling. Stuk voor stuk feestelijk gekleed, al moeten de rokkostuums met napoleontische steek van Leefbaar Delft toch vooral gezien worden als provocatie.
Het gezelschap staat eerbiedig op als de nieuwe burgervader de raadszaal betreedt, geëscorteerd door het Comité van In- en Uitgeleide. Terwijl de genodigden op de achterste rijen driftig gebaren dat de volumeknop te laag staat, proclameert de griffier statig het Koninklijk Benoemingsbesluit. Dan schrijdt loco-burgemeester Jan Torenstra naar voren voor het hoogtepunt van vanmiddag: de overdracht van de ambtsketen. Een bode van het stadhuis dringt zich op om deze symbolische handeling te verrichten, maar Torenstra laat zich dit voorrecht niet ontnemen en klampt zich stevig aan het juweel vast.
De nieuwe burgemeester ziet het minzaam lachend aan. Onder daverend applaus laat hij zich het zo vurig gewenste eremetaal om de schouders hangen. Hij straalt en geeft een snelle knipoog naar vrouw en kroost op de eerste rij. Ontzetting in de zaal als de kettingsluiting dienst lijkt te weigeren, waarna de bode alsnog haar finest hour beleeft door het euvel geroutineerd te verhelpen. Vanaf nu is het officieel: Delft heeft een nieuwe burgemeester. Hij friemelt nog wat onwennig aan de microfoon, schraapt de keel en trakteert het voorname gehoor op een eerste kwinkslag: ‘Mijn tweede helft begint in Delft.’
Zo. Dat zit erop. Het echte werk kan beginnen voor mr.drs. Gijsbertus Antonius Alphons (Bas) Verkerk, geboren 1 juli 1958 te Hoonhorst, Overijssel.
De burgemeestersbenoeming in Nederland verloopt nog altijd naar negentiende-eeuws gebruik. In vrijwel alle westerse democratieën gaat er een verkiezingsstrijd aan vooraf, maar niet in Nederland. Hier wordt de eerste inwoner van de gemeente nog altijd aangewezen door Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enzovoort, enzovoort.
Natuurlijk raadpleegt de majesteit niet zelve haar telefoonklapper als Aalsmeer of Zwijndrecht om een nieuwe burgemeester verlegen zit. Die taak heeft ze gedelegeerd aan de commissaris der Koningin, burgemeesterslobbyisten in de Tweede Kamer en een vertrouwenscommissie uit de betreffende gemeenteraad. Samen zoeken zij de beste man (v/m) voor de job. Achter gesloten deuren en zonder inspraak van het volk wel te verstaan.
We besloten deze vorm van bestuurlijke folklore eens van dichtbij te bekijken. Te Delft, een middelgrote stad van zo’n honderdduizend inwoners.
Begin februari ontvangt burgemeester Hein van Oorschot ons in zijn claustrofobische werkvertrek op de negende verdieping van de grijze kantorenkolos Torenhoven. Behalve twee Delfts blauwe vazen en een portret van Hare Majesteit is er weinig burgemeesterlijks aan. ‘Als jullie de minister waren geweest,’ verontschuldigt Van Oorschot zich, ‘had ik jullie op het oude raadhuis ontvangen.’
Eind december heeft Van Oorschot besloten zijn ambt te verruilen voor een topfunctie als universiteitsbestuurder in Tilburg. ‘Het was een leuke baan, midden in het politieke proces,’ evalueert hij zijn verblijf in Delft. Maar Van Oorschot is uitgekeken op de dorpspolitiek. ‘Het aantal ideologische kwesties in de gemeenteraad is op de vingers van één hand te tellen. Moet die nieuwe weg nu twee- of driebaans worden? Daar heeft Karl Marx niets over geschreven en in de bijbel vind je het antwoord ook niet.’ Discussies in de raad zijn doorgaans zeer oninteressant, klaagt Van Oorschot. ‘Hier in Delft,’ onthult hij, ‘kennen we de Wet van Klets. Kent u die? Als er helemaal niets op de agenda staat, gaan de raadsleden er eens lekker voor zitten en wordt de tijd alsnog volgepraat.’
Als D66’er is Van Oorschot vóór de gekozen burgemeester (en trouwens ook vóór het afschaffen van de gemeenteraad). Hoe hij in 1997 in Delft terecht kwam? ‘Dat had te maken met Tilburg.’
Pardon, Tilburg?
Van Oorschot kan erom lachen. ‘Daar zochten ze ook een burgemeester. Het kabinet had er flink over vergaderd. D66 had een goede kandidaat, maar stemde uiteindelijk in met Johan Stekelenburg van de PvdA. Maar alleen als de eerstvolgende relevante stad naar D66 zou gaan. En dat was Delft.’
Goed, Van Oorschot had aardige papieren. Als consultant had hij ooit een rapport opgesteld over de economie van de Delftse binnenstad. Bovendien kende hij de ins en outs van een stedelijk apparaat. Hij was namelijk gemeentesecretaris in, jawel, Tilburg. Je kunt je de soapachtige toestanden voorstellen. Van Oorschot: ‘Toen ik Stekelenburg bij zijn inauguratie feliciteerde, zei hij meteen: dank je – en jammer dat je weggaat. Ik was verbaasd. Premier Kok had hem al ingelicht dat de gemeentesecretaris zou vertrekken.’ Kleine wereld.
Van Oorschot verwacht niet dat zijn opvolger in Delft door soortgelijke koehandel aan de macht zal komen. ‘Het wordt voor de regering steeds moeilijker om te sturen. Gelukkig maar.’
Dat zit zo. Tegenwoordig brengt de gemeenteraad een advies uit aan de Kroon over wie de nieuwe burgemeester moet worden. De voorkeurskandidaat en de second best worden openbaar gemaakt. De minister mag dat advies weliswaar naast zich neerleggen, maar dat gebeurt in de praktijk haast nooit. Hoe de raad tot zijn voorkeur komt, is minder openbaar. Een ‘vertrouwenscommissie’, meestal bestaande uit de fractievoorzitters van de gemeenteraad, voert in stilte sollicitatiegesprekken. De uitkomst hiervan wordt in besloten zitting met alle raadsleden besproken.
De echte perestrojka moet nog komen. Minister De Graaf van Bestuurlijke Vernieuwing wil nog vóór 2006 de rechtstreeks gekozen burgemeester invoeren. Intussen staat het gemeenten vrij te experimenteren met de macht van het volk middels een referendum, waarin bewoners kunnen kiezen tussen de twee kandidaten van de vertrouwenscommissie. De burgemeesters van Vlaardingen en Best waren de eersten die op deze manier hun ambtsketen veilig stelden. In Delft vonden ze dat niet nodig. Zoals Wim Bot, fractievoorzitter van GroenLinks, in februari nog verklaarde: ‘Ik ben ervan overtuigd dat we als vertrouwenscommissie op een faire manier en zonder politiek gekonkel tot de beste kandidaat kunnen komen.’
En dus konden de kandidaten voor Delft hun handen schoonhouden. Je zag ze het afgelopen halfjaar nooit handjes schudden of flyeren bij het beeld van Hugo de Groot. Ze lieten zich niet zien voor een potje sjoelen in het bejaardentehuis aan het Koos Vorrinkplein en verrichtten ook geen aftrap bij de thuiswedstrijden van de Delfia-Hollandia Combinatie. En als de kandidaten al aanwezig waren bij de negentiende editie van de Mooi Weer Spelen (‘Sprookjesachtig Delft betovert u graag op 11, 12 en 13 juni’), dan was het incognito. De gemiddelde Delftenaar moet met een schaapachtige blik hebben opgekeken toen de naam van de winnaar op 18 juni bekend werd gemaakt: Verkerk? De keukenboer of de tennisser?
Het was natuurlijk niet zo dat de gewone Delftenaar helemáál buitenspel stond. De gemeente organiseerde in januari een heuse ‘inspraakronde’, niet te missen voor oplettende lezers van de Stadskrant. ‘Bon’, stond er. En daaronder: ‘Wat voor soort burgemeester heeft Delft nodig?’ Aantal inzendingen: drieëntwintig. Nog eens negen burgers stuurden een bericht naar het speciaal daartoe aangemaakt e-mailadres [email protected]. Zeven anderen besloten te bellen.
De geïnteresseerde bewoners wisten precies wat ze wilden. ‘Een christen’ vond de een, terwijl de ander een burgemeester wenste zonder ‘torah, koran of bijbel – want dat is al eeuwen heibel’. ‘Zeker geen carrièrepoliticus’ en tegelijkertijd ‘deskundig in het besturen van de gemeente’. ‘Dat Delft kennisstad is weten we nu al wel’, meende een geïrriteerde stadgenoot, terwijl een ander verlangde naar ‘een man met visie die Delft als kennisstad promoot’. Een aantal brievenschrijvers had al een kandidaat op het oog: Martin Stoelinga, de omstreden voorman van Leefbaar Delft. Minstens evenveel respondenten hadden geen naam paraat, maar het moest in elk geval iemand zijn die ‘de heer Stoelinga de baas blijft!’
Wat moest de gemeenteraad met een zo verdeeld signaal van de burger? Ze konden er eigenlijk niets mee. En dat was precies wat de raadsleden met de inspraakreacties deden: helemaal niets.
Op 2 februari 2004 kwam de raad bijeen om te vergaderen over het ‘profiel van de nieuwe burgemeester’. Met de inspraakreacties ergens onderin een bureaula, presenteerden de fracties elk hun eigen verlanglijstje. De PvdA wenste een ‘schaap met zes poten’. Stadsbelangen verlangde een burgemeester met ‘een koel hoofd en een warm hart’. De VVD was op zoek naar ‘een uithangbord voor de stad’. En voor Leefbaar Delft moest hij of zij voor alles een ‘echte burgervader’ zijn, die honderdjarigen en huwelijksjubilarissen zou verblijden met een bezoekje. Kortom: de Delftse raad wilde precies zo’n burgemeester als alle 483 gemeentebesturen zich zouden wensen.
Toch begon, in de loop van de avond, het profiel hoe langer hoe specifieker te worden. Studentenpartij STIP wilde iemand die ‘de universitaire wereld van binnen kent’, de PvdA maakte zich sterk voor ‘een vrouw’ en Stadsbelangen stond erop dat de nieuwe burgemeester ‘aantoonbare affiniteit met de regio Delft’ had.
Commissaris der Koningin Jan Franssen zag het met lede ogen aan. Officieel was hij alleen uitgenodigd als toehoorder, omdat hij namens de Kroon de procedure in goede banen moest leiden. Hij luisterde en stelde zo nu en dan een snerende vraag. ‘Wat zegt u? U wilt een burgemeester die goed vergaderingen kan leiden? Ik zal het noteren.’ Maar toen alle partijen dreigden hun aanvullingen in stemming te brengen, vond hij het welletjes. De commissaris nam het woord en stak een filippica af. ‘Dit heb ik nog nooit meegemaakt! Een raad die zo verdeeld is over iets als een profielschets. Wat voor indruk moet dat niet maken op de potentiële kandidaten? En bij voorkeur een vrouw, dat vind ik natuurlijk mooi, maar waarom zou je dat erbij zetten? Ik zou het bijvoorbeeld ook prachtig vinden als er een allochtone burgemeester in Delft kwam. En zo kun je wel bezig blijven. De profielschets kan nog best aan scherpte winnen. Waarom neemt u niets op over de positie van Delft in de bestuursregio Haaglanden?’
De raad luisterde ademloos – Leefbaar en zijn afsplitsingen incluis. ‘Maar u moet het natuurlijk zelf weten,’ beëindigde Franssen zijn hartenkreet met gevoel voor de democratische verhoudingen. De finale besluitvorming hoefde hij niet bij te wonen, zei hij. ‘Dat hoor ik nog wel.’ Tot slot drukte hij de verzamelde raad nog één ding op het hart. ‘De vertrouwenscommissie moet zich voegen in absolute geheimhouding. Als u lekt, loopt u het risico dat er iets gebeurt wat u niet wilt.’ De raadsleden hoorden het met uitgestreken gezichten aan – onderwijl schalkse blikken werpend richting de voorman van Leefbaar Delft. De commissaris was ook zo vriendelijk de raad uit te leggen wat dat dan was, dat wat ze niet wilden: ‘Dan moet ik contact opnemen met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Die zal dat van het allergrootste gewicht vinden. Het zal de naam van Delft geen goed doen.’ Alles volstrekt hypothetisch natuurlijk, maar de schrik zat er goed in bij de amateurpolitici in de Delftse raadszaal.
Franssen zat al lang en breed met zijn kabinetschef in de dienstwagen toen PvdA-fractievoorzitter Anita Vlekke na de schorsing het woord nam: ‘Puntje van orde, voorzitter.’ Ze stelde voor om, gehoord de commissaris, álle aanvullingen op de profielschets in te trekken en het aan de vertrouwenscommissie over te laten. Het voorstel werd met algemene stemmen aanvaard. Een zeldzaam moment van eendracht in het immer zo verscheurde Delftse raadhuis. Een paar weken later verscheen de definitieve profielschets. In nauw overleg met de commissaris der Koningin had de vertrouwenscommissie besloten af te zien van een geslachtelijke voorkeur of regionale binding. De enige toevoegingen hadden betrekking op de bijzondere positie van Delft bij de familie Van Oranje en – hoe kon het ook anders – de belangen van de stad binnen de bestuursregio Haaglanden.
De Haagse VVD-wethouder economie, grotestedenbeleid en personeel Bas Verkerk zat eind december vorig jaar thuis naar TV West te kijken. ‘Hé, dacht ik, Hein gaat weg uit Delft.’ Hij kon nog niet bevroeden dat hijzelf als opvolger uit de bus zou komen. Maar het idee ‘begon te groeien’. Verkerk: ‘Toen ben ik stiekem met mijn vrouw ritjes gaan maken naar Delft. ’s Avonds in bed zei ik tegen Annelieke: wat vond jij ervan, daar in Delft?’
Daar waren ze snel uit. Maar hoe pak je zoiets aan? Waar begin je? Verkerk, bijna verontschuldigend: ‘Vervolgens heb ik contact opgenomen met onze Haagse lobbyist. Want zo gaat het natuurlijk wel. Willibrord had mij al in zijn boekje staan.’
Willibrord, dat is het VVD-Tweede-Kamerlid Van Beek uit Maarheeze, tevens burgemeesterslobbyist van de liberalen.
De grote partijen in het parlement hebben er allemaal één. Liesbeth Spies voor het CDA, Mariëtte Hamer voor de PvdA. Stuk voor stuk relativeren ze hun eigen rol. Willibrord van Beek: ‘Lobbyist, lobbyist! Er komen zoveel mensen aan de burgemeestersbenoeming te pas. Daar vált niet tegenaan te lobbyen.’
Mariëtte Hamer: ‘Het is een klusje erbij. De invloed van een lobbyist is ook relatief klein.’
Liesbeth Spies: ‘Je bent meer een soort headhunter.’
Hamer: ‘Ik hoef niets aan mijn eigen pr te doen. Op iedere partijbijeenkomst word ik aangesproken.’
Van Beek: ‘Bij elke VVD-borrel wisselen mensen kaartjes uit. Een wethouder die zegt dat hij zijn ambities eens met mij wil bespreken. Of een burgemeester die zegt: ik wil naar een andere stad. Het liefst dit jaar, want mijn kind gaat naar de middelbare school’
Spies: ‘Ik heb een database van achthonderd namen. Die gebruik ik voor burgemeesterschappen. Maar ook als er iemand vraagt: goh, weet jij nog iemand voor een raad van toezicht?’
Contacten leggen. Kaartenbakken bijhouden. Een telefoontje plegen. Een goed gesprek voeren. Veel meer behelst het werk van burgemeesterslobbyisten niet, als je ze zelf mag geloven. Of toch wel?
Van Beek: ‘Voor Tilburg heb ik niet heel hard mijn best gedaan. Dat klinkt misschien oneerbiedig, maar we hebben Eindhoven en Breda al.’ Noot van de redactie: een paar maanden na het gesprek viel Breda in handen van de PvdA.
Hamer: ‘Voor Delft heb ik al een afspraak gemaakt met Anita Vlekke (PvdA-lid van de vertrouwenscommissie – MH, TW). Wie heeft zij in haar hoofd? Wie ken ik?’
Spies vertelt dat het CDA een heuse benoemingencommissie heeft. Behalve zijzelf zitten partijvoorzitter Marja van Bijsterveldt, fractievoorzitter Maxime Verhagen en oudgediende Wim van der Camp erin. Eens in de maand nemen ze alle benoemingen door en beslissen waar het CDA zijn kaarten op zet. Spies: ‘Kijk, het CDA heeft al burgemeesters in Zoetermeer en Den Haag. Zowel Westland, Midden-Delfland als Delft zijn op zoek naar een nieuwe burgemeester. Dan maak je een afweging: in Westland zijn veertien van de vijfendertig raadsleden van het CDA, maar in Delft is onze achterban veel minder groot. Daar zullen we dus niet op inzetten.’ (Noot van de redactie: Westland is inderdaad ten prooi gevallen aan het CDA. Midden-Delfland ging naar de VVD.)
De PvdA dacht zodoende récht te hebben op Delft, maar nu ook die stad aan de VVD is toebedeeld, zijn zo ongeveer alle PvdA-burgemeesters uit de regio verdrongen. Wat leidt tot veel gemor bij de sociaal-democraten. Ze beschuldigen de regeringspartijen van ‘ont-PvdA’isering’ van Zuid-Holland-Zuid. Want dan is er ineens wel sprake van een landelijk complot.
Jan Franssen, commissaris der Koningin in Zuid-Holland, ontvangt ons in een gelambriseerd werkvertrek ter grootte van een balzaal. Geur van boenwas, fles Rémy Martin op tafel, rustiek eiken meubels en uiteraard ontbreekt het Delfts blauwe porselijn niet.
De commissaris, zo legt Franssen ons uit, is niet meer dan de ordebewaker van de procedure. Hij leest – als eerste – alle sollicitatiebrieven en pleegt ‘ambtsinlichtingen’. Hij voert oriënterende gesprekken met de kandidaten, waarna hij verslag uitbrengt aan de vertrouwenscommissie. En dat is geen rapport zonder waardeoordelen. Franssen, erkend tegenstander van de gekozen burgemeester, maakt de commissie duidelijk wie hij wel en niet ‘benoembaar’ acht.
‘Het burgemeesterschap,’ zegt Franssen, ‘is een ambt en een vak. Je moet het klappen van de zweep kennen. Een burgemeestersvacature hang je niet bij de Albert Heijn op het prikbord. Het burgemeesterschap heeft een representatieve kant: linten knippen, recepties toespreken. Maar daarachter gaat het echte werk schuil: je stad profiel geven, een band opbouwen met gemeenteraad en ambtelijk apparaat. Dat is besturen.’
We vragen Franssen of deze kwaliteiten zijn voorbehouden aan leden van de traditionele politieke partijen, omdat die vrijwel alle burgemeestersposten bezetten.
‘Ik heb weleens partijloze kandidaten doorgestuurd naar de vertrouwenscommissie,’ verdedigt Franssen zich. ‘Maar geen lid zijn, kan uiting zijn van gebrek aan affiniteit met het openbaar bestuur.’
We vragen het nog een keer. Is een backbencher uit de Tweede Kamer geschikter dan een partijloos burger die aan de top van een grote onderneming heeft gestaan?
Franssen, licht gepikeerd: ‘Ik kom zelf toevallig uit de Tweede Kamer, en ik werd meteen burgemeester van Zwolle, een stad met honderdduizend inwoners. Dat was best wel een sprong in het diepe. Maar ik kende het openbaar bestuur natuurlijk wel.’ Glimlachend: ‘Een beetje.’
Wat dat betreft kan hij tevreden zijn met de nieuwe burgemeester van Delft, Bas Verkerk. Bovenal een gedegen bestuurder. Jurist en planoloog, begonnen bij de Raad van State en carrière gemaakt in de Haagse VVD. Vanaf 1993 in de gemeenteraad, het jaar daarop fractievoorzitter. Nog eens twee jaar later wethouder. Het burgemeesterschap leek niet meer dan ‘een logische stap’.
‘Ik vind het niet ideaal hier in die toren,’ zegt Verkerk eind augustus in de kamer waar we een halfjaar eerder nog Van Oorschot troffen. Hij omschrijft zichzelf als ‘doorgewinterd bestuurder in gemeenteland’: ‘Ik ben bekend met de problematiek van de bestuursregio Haaglanden.’
Verkerk zat een adviescommissie voor die de organisatie van gemeenten tegen het licht hield. Als zijn voornaamste idee voor die commissie beschouwt hij de ‘shared services’. Verkerk: ‘We moeten meer uniformiteit creëren tussen gemeenten onderling op het gebied van ondersteunende diensten.’ In Den Haag maakte hij voorts furore met ‘360 graden feedback’ en ‘competentiemanagement’. Iemand die van wanten weet.
Maar heeft hij enig idee hoe hij het als burgervader gaat doen? ‘Het lijkt me leuk om eerste aanspreekpunt te zijn, maar dat is wel nieuw voor mij. In Den Haag was ik niet de meest geprofileerde wethouder. Onvermijdelijk met mijn portefeuille. Laat ik maar eens beginnen met een burgerspreekuur, iedere donderdagochtend op het gemeentehuis.’
Terug naar de inauguratie van Bas Verkerk op 19 augustus. Na afloop van het officiële programma bestaat er in de Burgerzaal op de begane grond gelegenheid de nieuwbakken burgemeester te feliciteren. VVD-coryfee Hans Dijkstal (‘prima keuze die Bas, ik ken hem al jaren’) en oud-VVD-minister Frank de Grave (‘dit is voor mij puur een familie-aangelegenheid – Bas is de broer van mijn vrouw’) geven de receptie een vleugje jetset.
Achterin de zaal staan PvdA-fractievoorzitter Anita Vlekke en haar GroenLinks-collega Wim Bot wat bedremmeld na te beschouwen. ‘Tja,’ zegt Vlekke, ‘we waren natuurlijk wel verwend met Hein. Die was zó charismatisch!’ In deze hoek van de zaal wordt de nieuwe burgemeester als ‘saai’ gekwalificeerd. ‘Heb je die speeches vandaag gehoord?’ zegt Vlekke. ‘Het was alleen maar ondernemers, ondernemers, ondernemers.’
Bot en Vlekke mogen natuurlijk niet te veel zeggen over de gang van zaken binnen de vertrouwenscommissie. Maar het was een verschrikking. Neem nou die commissaris der Koningin. Strikt genomen alleen een procesmanager, maar ja, wel een met streken. ‘Je kunt natuurlijk kandidaten die je niet ziet zitten opbellen en zeggen: ik zal je niet aanbevelen bij de vertrouwenscommissie,’ zegt Vlekke cryptisch. ‘Negen van de tien trekken zich dan terug.’ En zo’n vertrouwenscommissie, die is ook niet zaligmakend. Bot: ‘Het ging een hele tijd goed, tot het aankwam op de vraag: wie van de overgebleven twee moet het worden?’ Hij zucht diep. ‘Toen scheurde het langs partijpolitieke lijnen.’
Het lijkt erop dat Bot en Vlekke vandaag liever een andere burgemeester hadden verwelkomd: Geke Faber, oud-PvdA-staatssecretaris van Natuurbeheer en voormalig burgemeester van Zeewolde. Vrouw bovendien, maar dát stond niet in de profielschets.
Bot, die in februari nog vol goede moed was begonnen: ‘Achteraf zeg ik: we hadden beter een referendum kunnen organiseren.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.