Google test tijdens politieke debatten een nieuwe functionaliteit. Kandidaten discussiëren niet meer alleen op televisie, maar via filmpjes online. Zoals vanavond.
Tijdens het laatste debat tussen de Republikeinse presidentskandidaten gaat het vanavond niet alleen om wat ze allemaal roepen vanaf het televisiescherm. Ook wat er ondertussen online gebeurt, op telefoon- of computerscherm, speelt een belangrijke rol.
Dat was natuurlijk al langer zo. Twitter en Facebook leven tijdens verkiezingsdebatten op, en ook op Google wordt er veel meer op politieke kandidaten en thema’s gezocht. Maar vanavond experimenteert Google voor het eerst met iets nieuws. De verschillende presidentskandidaten kunnen gedurende het debat namelijk stukken tekst, foto’s en video’s plaatsen, die gebruikers te zien krijgen als ze op een bepaalde kandidaat zoeken. Het zijn een soort kaarten met extra informatie, waardoor het debat in de huiskamer nog meer moet gaan leven. Zoek via Google bijvoorbeeld op Ted Cruz en Syrië, en je kunt zomaar een filmpje voorgeschoteld krijgen waarin Cruz zelf nog maar eens uit de doeken doet waarom een bommentapijt de beste oplossing is.
Tegelijkertijd voegt Google vanavond nog een nieuwe functie toe: tijdens het debat kun je ook live zien op welke termen het meest gezocht wordt. Iedereen thuis kan dus meteen meekijken welke kandidaten of thema’s favoriet zijn.
Het is een interessant experiment. Feitelijk presenteert Google zich hiermee als een soort Twitter, een plek waar kandidaten ook zelf hun potentiële kiezers toe kunnen spreken. Het gaat niet meer alleen om wat er op een zoekterm via de algoritmes van Google omhoogkomt: een kandidaat kan tussen al die resultaten ook direct de kiezer proberen te beïnvloeden. Google wordt even een soort verkiezingsbord, waarop verschillende kampen hun affiches kunnen plakken.
Google’s rol in de verkiezingen is al langer een discussiepunt. Op de Amerikaanse politieke nieuwssite Politico verscheen vorig jaar augustus een geruchtmakend stuk met de kop ‘How Google Could Rig the 2016 Election’. Psycholoog Robert Epstein beweerde in het artikel dat Google een gigantische invloed kon gaan uitoefenen op de uitslag van de presidentsverkiezingen. Uit zijn eigen onderzoek bleek dat mensen na een korte zoektocht op Google radicaal van mening konden veranderen. Als Google haar algoritmes dus aanpaste ten faveure van een bepaalde kandidaat, zou dit de verkiezing zeer sterk kunnen beïnvloeden.
De kritiek was niet van de lucht. Op The Daily Beast plaatsen statistici Andrew Gelman en Kaiser Fung niet veel later een vrij grondige debunk: de effecten waren slechts gemeten in een laboratorium, met als specifieke opdracht te zoeken en daarop te reageren. De gigantische, doorslaggevende kracht die de zoekmachine wordt toebedeeld noemen ze dan ook ‘bespottelijk’.
Niettemin: ook Gelman en Fung erkennen dat Googlen ongetwijfeld enig effect kan hebben op kiezers. Maar welk effect, hoe groot en in hoeverre Google dat kan sturen: het is vrijwel onmogelijk te meten. Kranten hebben effect, net als de televisie, Facebook en Twitter; maar hoeveel precies, daar komen we moeilijk achter.
Voorlopig is vooral interessant dat de nieuwe functies van Google en Twitter de traditionele televisiedebatten op dit moment nog aanvullen, maar in de toekomst misschien wel overbodig maken. Trump kiest er al voor niet meer onderbroken te worden door een te kritische ondervraagster, als hij zijn opvattingen ondertussen ook zonder tegenspraak op Twitter kan rond tetteren. Tijdens een debat waaraan hij niet eens zelf meedeed, overheerste Bernie Sanders alle kandidaten op Twitter, schreef de Washington Post onlangs. Steeds sterker verplaatst het echte debat zich naar online, waar kandidaten elkaar met tweets, video’s en argumentenkaarten zonder interrupties kunnen bestoken. Wat Google vanavond test moet vooral televisiebazen zorgen baren.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.