De komst van Johan Cruijff naar Barcelona in 1973 had veel meer dan alleen een sportieve betekenis: de Catalanen herwonnen hun trots en zelfvertrouwen. VN’s sportjournalisten Barend en Van Dorp maakten het hele proces mee.
Johan Cruijff is vandaag overleden. Hij werd 68 jaar. Dit stuk stond in het Jubileumnummer van Vrij Nederland, op 12 september 2015.
De late jaren zestig en de vroege jaren zeventig staan bekend als de jaren van de schuivende panelen. Maar toen die panelen eenmaal waren verschoven, stonden ze weer als de zuilen van de Acropolis. Dus deugden in de jaren tachtig de VARA, de VPRO en Vrij Nederland en waren De Telegraaf en de Tros conservatieve, lees foute, bolwerken. Met groot plezier en veel ironie kon Johan Cruijff zich in die jaren afzetten tegen die ‘linkse’ rakkers van Vrij Nederland die over sport schreven. Hij stond immers bekend als geldwolf en dus als ‘rechts’ en wij van Vrij Nederland, Henk van Dorp en ik, als links.
Als babyboomer en student politicologie (FSW-A) hadden de schuivende panelen een grote aantrekkingskracht op mij, met als climax de bezetting in 1969 van het Maagdenhuis. Toen de roemruchte linkse Amsterdamse studentenvereniging Asva eind jaren zestig met grote meerderheid van stemmen namens het bestuur de oprichting van de staat Israël een historische onjuistheid noemde, zei mijn vrouw meteen: Frits, het is tijd ons lidmaatschap op te zeggen. Het was een eerste wake-up call.
De tweede klap van links was een ‘treife’ opmerking van een vrouwelijke eindredacteur van Vrij Nederland begin jaren tachtig. Al dan niet aangeschoten riep ze in stamcafé De Engelbewaarder ‘dat Vrij Nederland werd gegijzeld door een Joodse lobby’. Haar opmerking werd aan de tap van harte ondersteund door onze enige Vlaamse redacteur. Je kunt nu wel concluderen dat die opmerking het begin was van een langslepend schisma dat ook nog dwars door die zogenaamde ‘Joodse lobby’ heenliep en helaas ook het eind vormde van de groei van Vrij Nederland in die jaren. Die opmerking in de jaren tachtig stond uiteindelijk aan de basis van het vertrek van Henk van Dorp en mij, maar ook van bij voorbeeld Martin van Amerongen en Frits Abrahams. Voor het gemak werd Henk van Dorp bij gebrek aan voldoende Joden ook maar gezien als onderdeel van de Joodse lobby.
Toen we in 1985 na dat diepgaande conflict bij Vrij Nederland uiteindelijk ontslag namen, een genereus aanbod van de Volkskrant afwezen en een half jaar later op zoek naar avontuur overstapten naar Nieuwe Revu, pleegden we toch een vorm van verraad volgens de goedmensen. Dat verraad was compleet voor de Marcel van Dammen toen we begin 1990 ook nog eens overstapten van de VARA naar RTL. De seculiere verzuiling eind jaren tachtig stond als een wolkenkrabber.
De schoonvader van Johan Cruijff
Maar in de jaren zeventig waren we nog bezig met schuiven. VN had dan wel een historische band met de voorloper van de FNV, het Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV), maar opereerde journalistiek geheel onafhankelijk, als luis in de pels. Toen we onthulden dat bestuursleden van de Vereniging van Contractspelers (VVCS), de bij het NVV aangesloten vakbond van voetballers, privé grote bedragen rekenden voor begeleiding van spelers, eiste het bestuur van het NVV maatregelen. Niet tegen de eigen vakbondovertreders, maar tegen de boodschappers. Gelukkig ving Wim Kok (NVV) bot bij Rinus Ferdinandusse (VN), die (toen nog) genoot van dit soort onthullingen.
Onze publieke bron was een ‘farizeeër’ in de ogen van Ajax, de KNVB en de vakbond: Cor Coster. Hij was de eerste Nederlandse zaakwaarnemer, iemand die openlijk geld verdiende aan transfers en voetballers. Hij legde ons uit hoe clubs en zaakwaarnemers veelal buiten de voetballer om deals afsloten. En toonde ons de bewijzen van de illegale handelwijze van bestuursleden van de vakbond VVCS. Coster maakte geen geheim van zijn winstoogmerk en genoot ervan dat juist het ‘linkse’ Vrij Nederland onthulde hoe de ‘linkse’ vakbond verdiende aan voetballers.
Hij lag eind jaren zestig voortdurend in de clinch met Ajax en de KNVB over de toen nog volslagen rechteloosheid van betaalde voetballers. Hij was de revolutionair die lang door links Nederland werd uitgekotst. En uitgerekend hij werd een veel geciteerde bron van VN. En hij was natuurlijk de schoonvader van Johan Cruijff.
Toen schoonzoon groot werd als voetballer, was er nauwelijks vrij handelsverkeer van voetballers. Rusland en Oekraïne heetten nog Sovjet-Unie, de grenzen met Italië waren vaker dicht dan open, in de woestijn werden alleen nog kamelenraces gehouden en voetballen in Duitsland deed je niet als kind uit 1947. Veel voetballers kozen daarom voor het toenmalige belastingparadijs België. Een van de weinige financiële alternatieven voor een topvoetballer als Cruijff begin jaren zeventig van de vorige eeuw leek Spanje, maar wel het Spanje van generalissimo Franco. Kunnen jullie dat wel maken, Johan Cruijff en Cor Coster? Die gesprekken hebben we in die dagen regelmatig gevoerd.
Ondergrondse bewegingen
Toen was er, begin 1973, ineens dat telefoontje uit Barcelona. ‘U spreekt met Marjolijn Caraben. U schrijft voor Vrij Nederland. Ik heb begrepen dat u een beetje Spaans spreekt, dat uw schoonmoeder een flatje heeft op Mallorca. Mijn man, Armand Caraben, is de manager van FC Barcelona. Ik heb uw naam doorgekregen van Cor Coster. Wij zouden u graag willen uitleggen wat er op dit moment allemaal speelt in Spanje.’
We zouden elkaar ontmoeten in juni 1973 op doorreis naar Mallorca, in een pittoresk Baskisch restaurant in Barcelona. Ze stelden zich voor. Haagse Marjolijn, geboren Van der Meer, was getrouwd met advocaat Armand Caraben, Catalaan en sinds 1970 manager van FC Barcelona. Zij was regelmatig theaterbezoeker, liefhebber van ballet en opera, hij advocaat en ondernemer, maar ook intellectueel, kenner van Spaanse en Zuid-Amerikaanse literatuur. Kortom, het tegendeel van de doorsnee voetbalmanager en voetbalvrouw.
Caraben probeerde sinds zijn aanstelling in 1970 mede op advies van zijn vrouw Johan Cruijff naar Barcelona te halen, maar hij was niet verder gekomen dan de aanstelling van Rinus Michels als trainer in 1971.
Caraben: ‘Weten jullie in Nederland wat er speelt in Spanje? Dat het land klaar is voor een democratie, dat we wachten op de dood van Franco, dat we geen nieuwe burgeroorlog willen, dat de regering in Madrid en de Guardia Civil het fascisme vertegenwoordigen, maar dat we in Barcelona en ook op Mallorca al jaren levendige ondergrondse, socialistische en liberale bewegingen hebben?’
Of collega Henk van Dorp en ik als redacteuren van een links weekblad ons in 1973 wel voldoende realiseerden dat voetbal in een dictatuur als Spanje mede door de Europa Cup steeds meer politiek was geworden. Dat de Spaanse voetbalbond, lees de regering in Madrid, ervoor zorgde dat Real Madrid en bij uitzondering stadgenoot Atletico al dertien jaar op rij kampioen waren geworden. Dat Barcelona na 1960 nooit meer kampioen was geworden omdat het geen kampioen kón worden. Begrepen we wat het zou betekenen als de beste voetballer ter wereld voor Barcelona zou kiezen en niet voor Real Madrid? Dat hij met Barcelona niet voor maar juist tégen fascisme zou kiezen?
Caraben: ‘Ik weet dat de voorzitter van Ajax, de heer Jaap van Praag, tegen voorzitter Calderon van Real Madrid heeft gezegd dat als Cruijff naar Spanje vertrekt, Ajax hem aan Real Madrid verkoopt. Dan kiest Cruijff voor Franco. Met zijn komst naar Barcelona maakt hij overdrachtelijk gezien een keus tégen Franco. Cruijff is een kind van de jaren zestig, ook een beetje een langharige provo, dan moet hij toch voor Barcelona kiezen? Als hij komt, hopen we zo sterk te zijn dat de titel ons niet kan ontgaan. Barcelona is geen symbool van het fascisme. Waarom ik u heb gebeld? Omdat mijn vrouw en ik denken dat zo’n verhaal beter past in een linkse krant dan in de rechtse Telegraaf.’
Het begin van de val
We raakten overtuigd, maar waren slechts de boodschapper. Belangrijker was dat de straatschoffies uit Mokum, Johan Cruijff en zijn schoonvader en zaakwaarnemer Cor Coster, overtuigd waren. Michels, die na de eerste Europa Cup-overwinning van Ajax in 1971 coach van Barcelona was geworden, zou hoogstens de katalysator zijn bij de komst van Cruijff. Kort na de zege op Wembley had Michels tot veler verrassing en tot genoegen van linksbuiten Piet Keizer aangekondigd dat hij weg zou gaan bij Ajax en even rust wilde. Caraben in 1973: ‘Ja, dat hebben wij ook gelezen, met een grote glimlach. In februari 1971 sprak ik met Cor Coster over de mogelijkheid Cruijff aan te trekken. Coster suggereerde toen eerst Michels te halen. Diezelfde maand hebben we met Michels in het geheim een contract getekend dat hij na de zomer van 1971 trainer van FC Barcelona zou worden. Dus ik was niet zo verrast dat hij Ajax na het winnen van de Europa Cup zou verlaten, ha ha.’
Michels had Cruijff eigenlijk al meteen in 1971 mee willen nemen, vertrouwde Caraben ons toe. Maar Cruijff wilde nog niet. Een seizoen later wilde Michels ineens de Duitse spits Gerd Müller van Bayern München kopen in plaats van Cruijff. Maar Caraben bleef inzetten op Cruijff.

Sneller dan verwacht na onze kennismaking in de vroege zomer van 1973 gebeurde waar Caraben op hoopte, waarbij de zelfoverschatting van sommige Ajax-spelers een niet onbelangrijke rol speelde. Na het winnen van de derde achtereenvolgende Europa Cup in 1973 dachten de Arie Haans en Ruud Krols dat ze ook zonder Cruijff de sterksten van Europa zouden zijn. Dus stemden de spelers tot ontzetting van de nieuwe trainer George Knobel tijdens een trainingskamp ter voorbereiding op het nieuwe seizoen in De Lutte Cruijff weg als aanvoerder en benoemden met grote meerderheid Keizer tot hun nieuwe aanvoerder. Het werd het begin van de val van het Ajax-rijk.
Meteen na de stemming belde een aangeslagen en beledigde Cruijff zijn schoonvader en zei dat hij zo snel mogelijk weg wilde bij Ajax. Diezelfde avond nog reisde Caraben in het geheim naar Amsterdam, nam zijn intrek in het toenmalige Esso Motor Hotel aan de Boelelaan en nodigde voorzitter Jaap van Praag van Ajax uit om de volgende ochtend tijdens het ontbijt de transfer van Johan Cruijff naar Barcelona af te ronden. De eerlijkheid gebiedt me nu te zeggen dat Caraben ook Van Dorp en mij belde. ‘Dan kunnen jullie samen het hele proces meemaken.’
Een historische avond
Zoals Van Praag had afgesproken, belde hij onmiddellijk na het telefoontje uit Barcelona met voorzitter Calderon van Real Madrid: Cruijff was te koop. Madrid belde diezelfde avond nog met Cor Coster om hem te zeggen dat een delegatie van Real de volgende ochtend ook naar Amsterdam zou vliegen en Cruijff een beter contract zou bieden dan Barcelona.
Coster later: ‘We waren mondeling al rond met Barcelona, maar Real Madrid bood zoveel meer dan Barcelona dat ik het wel aan Johan moest voorleggen. Johan en ik, maar zeker ook zijn vrouw Danny, wij vonden alle drie dat we onze afspraak met Barcelona moesten nakomen. Om allerlei jullie inmiddels bekende redenen, wilde Johan destijds onder geen voorwaarde naar Real Madrid.’
Ondanks de terloopse opmerking van een bestuurslid van Ajax tegen Caraben tijdens het ontbijt dat ‘zo’n gewone jongen uit Amsterdam het nooit zou redden bij Barcelona’, deed Ajax een uiterste inspanning Cruijff te behouden. En die liep via de wegens collaboratie met de Duitsers veroordeelde en financieel bij Ajax betrokken ‘bunkerbouwer’ Freek van der Meijden. Ajax deed Cruijff een bod van vijf ton per jaar buiten zijn salaris plus een grote villa in Vinkeveen om te blijven. Het waren achterhoedegevechten. Op zondag 19 augustus nam Cruijff met een galawedstrijd tegen FC Amsterdam afscheid van De Meer.
Pas twee maanden later, op 28 oktober, maakte hij in Barcelona zijn debuut tegen Granada. Barcelona won met 4-0, Cruijff scoorde twee keer. Het was na drie nederlagen en twee gelijke spelen pas de derde overwinning voor het slecht gestarte Barcelona in het derde seizoen onder Rinus Michels.
Al voor de jaarwisseling kreeg JC de bijnaam El Salvador, de Verlosser. Op 17 februari 1974 stond zijn eerste Real Madrid-Barcelona op het programma. Precies rond die tijd was Danny Cruijff uitgerekend om te bevallen van hun derde kind. Het was bekend dat de familieman Cruijff zou kiezen voor de bevalling als hij voor het dilemma kwam te staan. Caraben: ‘Daarin was Johan heel beslist. We wisten dat het een keizersnede zou worden, gelukkig beviel Danny op 9 februari van hun zoon Jordi.’
Dus kon Johan 17 februari meedoen tegen Real Madrid. Het werd een historische avond in Estadio Bernabéu: Barcelona won dankzij een geniale Cruijff met 5-0 van de koninklijke aartsrivaal.
Meteen na het eindsignaal van ‘el classico’ ontplofte de binnenstad van Barcelona. Het feest van de overwinning op het gehate Real Madrid ontwikkelde zich rond Plaça de Catalunya tot een massale demonstratie van ruim honderdduizend Catalaanse socio’s tegen het Franquisme en voor vrijheid, met de typische Pavlov-reactie van de gehate Guardia Civil.
Caraben kort na die zege: ‘Het is eigenlijk niet normaal dat een overwinning op Real Madrid zoveel losmaakt. Dat gaat veel verder dan alleen voetballen. En daarin speelt Johan onbewust een gigantische rol. Hij is sinds zijn komst zo belangrijk geweest voor het zelfbewustzijn van de Catalanen. We hebben hier geen vrije pers, behalve in de sport. In de sportjournalistiek bestaat geen censuur, daarmee is de sportjournalistiek in Spanje uniek. Het is ook een heel verschil of je El Mundo Deportivo uit Barcelona leest of Marca uit Madrid.’
Dat verschil is overigens veertig jaar later niet kleiner geworden.
Heilig verklaard
Barcelona werd in 1974 kampioen, Cruijff werd heilig verklaard. Een schatrijke Catalaan was zo blij met de titel dat hij Johan Cruijff, trainer Rinus Michels en manager Armand Caraben alle drie een buitenhuis ten noorden van Barcelona schonk. Jaren later waren we daar eens te gast, bij de buren Cruijff en Caraben. Was Michels geen buurman meer? Caraben kon er smakelijk over vertellen.
‘Johan en ik waren overdonderd en beduusd. Ongeveer een jaar later vroeg Michels of het huis al op zijn naam stond. Johan en ik durfden dat niet. Michels stond erop dat er een officiële overdracht zou komen. Dus in de loop van 1975 werd het huis officieel eigendom van Michels. Na het overlijden van Franco in 1975 en de invoering van de democratie kwam er ook een nieuwe belastingmoraal en werden alle buitenlanders extra aangeslagen en gecontroleerd. In 1977 werd dus ook Cruijff en Michels, al dan niet ingegeven door afgunst uit Madrid, door de fiscus gevraagd naar hun bezittingen. Cruijff bezat niets in Spanje, Michels had het buitenhuis. Een dag later bij wijze van spreken, was hij zijn huis kwijt. Wij wonen er nog.’ Buren zijn ze nog altijd anno 2015, de families Cruijff en Caraben, ook al overleed Armand Caraben in 2001.
Het creëren van mysterie
In 1988 keerde Cruijff, tien jaar nadat hij er gestopt was als speler, terug bij Barcelona, nu als trainer-coach. Hij maakte zijn naam en faam snel waar: niet alleen werd Barcelona tussen 1991 en 1994 vier keer achtereen kampioen van Spanje, met Cruijff op de bank en Ronald Koeman als matchwinnaar won Barcelona in 1992 ook zijn allereerste Europa Cup voor landskampioenen, de huidige Champions League.
Caraben: ‘Cruijff heeft ons via het voetballen vooral maatschappelijk veel gegeven.’
Cruijff zat en zit altijd ongemakkelijk op zijn stoel te draaien als Catalanen als Caraben hem een bijna revolutionaire betekenis toedichten.
Caraben: ‘Catalanen herwonnen hun trots en zelfvertrouwen, niet alleen door het winnen van die titels, maar vooral ook door de manier waarop. Met mooi voetbal, met schoonheid. Niet voor niets droeg FC Barcelona in de jaren negentig de bijnaam “Dreamteam”. Politiek werden Catalanen daardoor ook veel zelfverzekerder, ineens was Barcelona relevant. Vanaf die zege op Wembley in 1992 telde FC Barcelona internationaal mee. Johan staat dus ook aan de basis van Barcelona als Europees voetbalbolwerk.’
En aan de basis van veel taalvernieuwingen, mochten we ook zelf meerdere keren ervaren. Tijdens een persconferentie rond het debuut van Jordi bij Barcelona werd Johan gevraagd naar de kwaliteiten van zijn zoon. Ineens zei hij: ‘Muy simple, la manzana no cae lejos del arbol’, heel simpel, een letterlijke vertaling van de bij ons bekende uitdrukking ‘de appel valt niet ver van de boom’. De aanwezige Catalaanse journalisten, onbekend met dit spreekwoord, hadden geen idee wat hij bedoelde. Hebben jullie Nederlanders enig idee, vroegen ze ons. ‘Ja,’ zeiden Henk en ik, ‘hij bedoelt dat Jordi vooral op zijn moeder lijkt.’ De journalisten knikten braaf, maar keken ons nog minder begrijpend aan. Wel lazen we de volgende dag in alle sportkranten dat Cruijff doelend op zoon Jordi iets had gezegd over een appel en een boom en daarmee bedoelde dat Jordi heel erg op zijn moeder Danny leek. Maar ze begrepen niet wat hij daarmee precies wilde zeggen. Dat was vaak ook de bedoeling van zijn uitspraken, het creëren van mysterie. Dat we dit allemaal in de vorige eeuw mochten meemaken en opschrijven, danken we mede aan het imago van Vrij Nederland, van het linkse weekblad in het rechtse Spanje.
Johan Cruijff (1947) wordt gezien als de beste speler van zijn generatie. Hij won met Ajax de wereldbeker, drie keer de Europa Cup I en acht keer het landskampioenschap. Hij was drie keer Euro pees voetballer van het jaar en werd verkozen tot beste Europese voetballer van de eeuw. Zijn grootste successen als trainer behaalde hij bij Barcelona, waar hij onder meer de Europacup I en II won.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.