Vincent Bijlo schrijft drie keer per week een column in het AD. De crux van een goede column is authenticiteit, vindt Bijlo.
‘Alleen jij en niemand anders op de wereld moet ’m zo kunnen schrijven. Ik zie vooral in de Volkskrant veel columns die in de eerste de beste stadskrant resoluut geweigerd zouden worden.
Over de eerste scheet van de baby of over een liedje dat ze maar niet uit haar hoofd krijgt. Voor mij moet een column een compact verhaal zijn dat ervoor zorgt dat je nadien anders naar een onderwerp kijkt. Ik probeer te kijken in hoeverre ik mijn lezers in de war kan brengen. Ik beweer iets waarvan veel lezers denken: goed dat dit eindelijk eens gezegd wordt. Vervolgens geef ik er een draai aan waardoor ze op het verkeerde been belanden. Een column moet méér zijn dan een ingezonden brief. Ik vind óók dat Mauro moet blijven, maar ik wil het wel op een hoger plan brengen. Een mening debiteren hoeft niet, het kan ook poëzie zijn. Maar het moet inhoudelijk wel degelijk sterk zijn. De stijl is daarbij niet belangrijker dan de inhoud. Martin Bril was een meester in het spelen met stijl, in het schrijven van zinnen van soms maar één woord. Ik moet nog zien wat daarvan overblijft. Ik schrijf altijd heel dicht op de deadline, zo laat mogelijk. Vaak op de laptop, in het theater. En heel bewust niet steeds op dezelfde plek. Soms aan mijn bureau, soms op de veranda. Om te vermijden dat ik in de voorspelbaarheid beland. Gaan de weg word je er beter in.
Ik herlas laatst mijn columns van een paar jaar geleden. Ik vond ze erg gewoontjes. Een man op zoek naar een stukje. Nu schrijf ik puntiger, meer op het scherp van de snede. Wie dat veruit het beste kan, is Bert Wagendorp. Zijn stukjes zitten vol leuke twists, hij legt van die onverwachte verbanden. Ik kan aan een column onmiddellijk zien dat-ie van hem is. Aan hoe hij de werkelijkheid weet te draaien. Wagendorp is onbetwist De Beste in zijn Vak.’
Foto: Jurjen Alkema
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.