‘Ik houd niet van de films van Quentin Tarantino’, schrijft Victoria Smith in The New Statesman, ‘mag ik dit nu eindelijk toegeven?’ Haar vraag klinkt erg retorisch, nu het ene na het andere negatieve bericht over de regisseur verschijnt. Hij liet Uma Thurman tegen haar zin in een gevaarlijke auto rijden, waardoor ze in een ongeluk terechtkwam, waarin ze (volgens leden van de stuntgemeenschap) zo haar hoofd had kunnen verliezen. Hij schijnt Rose McGowan te begroeten met de luide mededeling dat hij zich graag aftrekt op filmbeelden van haar voeten. In 2003 noemde hij dat wat Roman Polanski een gedrogeerd dertienjarig meisje heeft aangedaan ‘geen verkrachting, maar gewoon seks’. En hij beet Fergie in haar arm op de set van Planet Terror.

Uma Thurman in Kill Bill 2, geregisseerd door Quentin Tarantino. Foto: Sunset Box/ Allpix Press SARL/HH

Smith zegt dat ze haar Tarantino-afkeer tot voor kort voor zich hield vanwege een verschijnsel dat ze de sexist male genius paradox noemt: wie het genie van seksistisch maker niet erkent, is zélf niet in staat boven seksisme uit te stijgen. Als je erover valt dat alleen de vrouwelijke protagonist steeds een stomp in haar gezicht krijgt als ze iets zegt, of als je vindt dat het n-woord wel erg vaak en verlekkerd wordt uitgesproken, dan begrijp je het werk gewoon niet. We nemen aan dat het krampachtig en conservatief is om aanstoot te nemen aan de verkrachte en gemutileerde vrouwenlichamen in het werk van veronderstelde genieën, schrijft Smith, maar daardoor zien we over het hoofd dat zulk misogyn geweld zelf juist heel conservatief en behoudend is.

Nou houd ik wèl van Tarantino’s films, maar Smith heeft een punt. Ik denk het voor niemand als een verrassing kwam dat Tarantino meer geeft om een camerahoek dan om de nekwervels van een actrice, of dat hij de neiging heeft vrouwen te behandelen als het overbodig vleselijk aanhangsel van een begeerlijke voet. Je hoeft geen groot fanaat te zijn om te weten dat hij erop stond Diane Kruger hoogstpersoonlijk te wurgen in Inglourious Basterds, of dat hij gretig toestond dat Leonardo DiCaprio het nietsvermoedende gezicht van Kerry Washington insmeerde met zijn eigen bloed in Django Unchained.

‘We nemen aan dat het krampachtig en conservatief is om aanstoot te nemen aan de verkrachte en gemutileerde vrouwenlichamen in het werk van veronderstelde genieën.’

Sterker nog, ik had onbewust veel erger verwacht van iemand zo lijkt te zwelgen in beelden van tot pulp geslagen vrouwengezichten en losse ledematen. Hij is als maker bovendien erg aanwezig in zijn eigen werk, met eindeloze close-ups van blote voeten en vrouwen die minutenlang uitsluitend met hun onderlichaam in beeld zijn – zie bijvoorbeeld de openingsscène van Death Proof.  De berichten die nu over hem verschijnen zijn geen onthulling, maar een bevestiging van iets wat we al lang wisten en waar we simpelweg mee hebben leren leven. Alsof de kwaliteit van een mannelijke regisseur af te meten is aan hoe schaamteloos hij zijn seksualiteit aan zijn ondergeschikten en aan zijn kijkers opdringt, alsof de perversiteiten van een witte heteroseksuele man nog steeds schokkend en vernieuwend zijn.

Tarantino’s werk is niet goed omdat hij zijn actrices als fetisjobjecten neerzet: daar is niets vernieuwends of gedurfds aan, en zodra die houding de relaties op de set beïnvloedt, is het zelfs erg kwalijk. Zijn werk is goed ondanks die uitgekauwde seksistische inslag. Het doorbreken van de sexist male genius paradox lijkt me daarom zeer bevorderlijk voor de toekomst van de geniale film. Laten we het seksisme, maar ook het de genialiteit, niet ontkennen.